Rivier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dnjestr nabij Ţipova

Een rivier is een natuurlijke waterloop en fungeert als het zichtbare afvoersysteem van het overtollige water in een bepaald gebied. Elke rivier ligt in een stroomgebied. Dat is het totale omringende gebied waarbinnen al het overtollige water via die ene rivier wordt afgevoerd.

Soorten[bewerken]

In Nederland maakt men het onderscheid tussen oceanische rivieren die in een zee of oceaan uitmonden, en continentale rivieren die in een meer, een moeras of woestijn eindigen.

In Franstalig België maakt men naar Frans voorbeeld soms het onderscheid tussen stroom (fleuve), een waterloop die in een zee of oceaan uitmondt, en een rivier (rivière) die in een stroom of meer uitmondt. In Vlaanderen wordt dit onderscheid niet gemaakt.[1] De Nijl en de Amazone zijn volgens deze definitie stromen; het is echter gebruikelijk om ook deze stromen als rivier aan te duiden.

Een beek is de aanduiding voor een kleine rivier. Een rivier die in een andere rivier uitmondt wordt een zijrivier of bijrivier genoemd.

Het stroomgebied van een rivier beslaat het oppervlak dat in deze rivier of haar zijrivieren afwatert. De scheidingslijn tussen twee stroomgebieden wordt de waterscheiding genoemd. De bepaling van de linker- en de rechteroever van een rivier gebeurt vanaf de bron (in de richting van de stroming) van de rivier gezien.

Er wordt onderscheid gemaakt naar de vorm van een rivier. Zo worden meanderende en vlechtende rivierbeddingen onderscheiden. Een meanderende bedding bestaat uit één stroomgeul; deze geul kronkelt en de bochten kunnen uitbouwen en zichzelf afsnijden. De bedding van een vlechtende rivier kent meerdere stroomgeulen die door elkaar heen vlechten en regelmatig verschuiven. Er zijn ook gebieden waar één rivier meerdere, semi-parallellopende geulen vormt zonder te gaan vlechten (bijvoorbeeld in rivierdelta's en heel vlakke riviervalleien). In vlakke, laaggelegen rivierdalen en delta's (zoals Nederland) zijn riviergeulen vaak meanderend, vooral als ook de afvoer van de rivier redelijk constant is, bijvoorbeeld omdat zij een groot stroomgebied heeft (Rijn, Amazone, Mississippi). Rivieren in berggebieden, rivieren met heel kleine stroomgebieden en andere rivieren waarvan de afvoer over het jaar sterk wisselt zijn vaak van het vlechtende type. In de laatste ijstijd was de Rijn in Nederland een vlechtende rivier.

Termen[bewerken]

  • Aansnijding: het proces waarbij een rivier door erosie de tot dat moment geldende waterscheiding op een bepaalde plaats doorbreekt en een tweede rivier in zich opneemt.
  • Bifurcatie: een natuurlijke verbinding tussen 2 of meer stroomgebieden.
  • Estuarium: een verbrede, veelal trechtervormige monding van een rivier, waar zoet rivierwater en zout zeewater vermengd worden en zodoende brak water ontstaat, en waar getijverschil waarneembaar is.
  • Rivierdelta: een stelsel van aftakkingen van een rivier, voordat deze in zee of in een groot meer uitmondt.
  • Zijrivier en aftakking: een rivier die water aanvoert naar en uitmondt in een (grotere) hoofdrivier of in een meer. Een aftakking voert daarentegen water af van de hoofdrivier.
  • Zelling: een ondiep stuk grond langs een rivier.
  • Uiterwaard: gronden die gelegen zijn tussen een winterdijk en de bedding van een beek of rivier.
  • Brakwatergrens: de grens tussen zoet en zout water.
  • Verval:het absolute hoogteverschil tussen 2 plaatsen in een rivier.
  • Verhang: de verhouding tussen het verval en de afstand tussen de 2 plaatsen.
  • Stroomgebied: het gebied waarvan de rivieren met haar zijtakken water ontvangt.

Rivieren verdelen[bewerken]

Naar loop[bewerken]

  • Meanderende rivieren: rivieren met veel bochten of kronkelingen
  • Rechtlopende rivieren: rivieren die vrijwel recht lopen

Naar onstaanswijze[bewerken]

  • Regen- of bronrivieren: ontvangen water van de regen of een bron
  • Gletsjerrivieren: ontvangen water van een gletsjer

Naar plaats van uitmonden[bewerken]

  • Oceanische rivieren: deze monden uit in zee of in een oceaan
  • Continentale rivieren: deze monden uit op het land of in een meer

Naar waterhuishouding[bewerken]

  • Permanente rivieren: deze hebben het geheel jaar door water
  • Periodieke rivieren: deze liggen voor een deel van het jaar droog

Menselijk ingrijpen[bewerken]

Sinds de Middeleeuwen zijn de kleinere deltariviertakken in Nederland afgedamd (Linge, Oude Rijn, Hollandse IJssel) en zijn de grotere takken voorzien van bandijken en andere dijken. De polders tussen de rivieren (bijvoorbeeld Betuwe) werden zo beschermd tegen overstroming. Verder zijn veel meanders van beken en van grote rivieren vanwege kanalisatie afgesneden. Met het oog op veiligheid en verwachte toekomstige klimaatverandering wordt sinds de bijna-overstromingen in 1993 en 1995 grondig nagedacht over dijkverhogingen en het anderszins voorkómen van overstromingen langs de grote rivieren (bijvoorbeeld nieuwe overlaatgebieden om bij hoogwater de hoogste afvoerpieken af te kunnen toppen).

Een natuurlijke rivier zonder bescherming zal in de buitenbocht uitslijpen en in de binnenbocht verzanden. Om de rivier op dezelfde plaats te houden legt men kribben en strekdammen aan. Door de aanleg hiervan krijgt de rivier een regelmatige loop en wordt de vaargeul op z'n plaats én op diepte gehouden.

Langste rivieren[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van langste rivieren ter wereld voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Volgens velen was de Nijl met zijn 6650 km de langste rivier ter wereld, daarbij is de lengte van de Witte Nijl inbegrepen, die ook wel als afzonderlijke rivier wordt gezien. Het is in ieder geval de langste rivier van Afrika. De Amazone was al de grootste en blijkt sinds 18 november 2009 ook nog eens de langste te zijn met 6800 km. Dit na de ontdekking van de echte oorsprong, en die is ten zuiden van Peru (en niet in het noorden van Peru).

Van de rivieren die door de lage landen stromen is de Rijn de langste met zijn 1320 km. Op de wereldranglijst bezet hij een gedeelde 111de plaats. De tweede rivier is de Maas met 900 km en daarna volgen de Schelde met 350 km en de Leie met 202 km.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Algemeen: Ecotoop · Landvorm · Landschap · Landschapselement · Nederlandse landschappen
Vlakvormig: Abschnittsmotte · Achterkade · Beekdal · Beemd · Begraafplaats · Bolle akker · Bos · Brink · Brinkdorp · Broek · Del · Dorp · Droogmakerij · Duin · Eiland · Eng · Enk · Es · Esdorp · Fort · Geriefbos · Gors · Griend · Haven · Heuvel · Houtkade · Inlaag · Karreveld · Kerkhof · Kolk · Kraag · Kreek · Kreekrug · Kromakker · Kwelder · Landgoed · Legakker · Lintdorp · Luchthaven · Maat · Made · Mede · Marke · Meer · Meerstal · Meetje · Meet · Moeras · Mijnsteenheuvel · Oeverwal · Pestbosje · Petgat · Pingoruïne · Plas · Poel · Polder · Raatakker · Rak · Redoute · Rivier · Rivierstrand · Rustbosje · Schans · Schol · Schor · Slik · Sluis · Stad · Stelle · Stinswier · Strand · Strandwal · Strang · Stroomrug · Struweel · Stuwmeer · Stuwwal · Terril · Terp · Uiterwaard · Veenkoepel · Veenlens · Veenkolonie · Veenpolder · Veenplas · Veenterp · Ven · Vesting · Viskenij · Visvijver · Vliedberg · Vliegveld · Vloeiveld · Vloeiweide · Waai · Wad · Weel · Weide · Weiland · Wiel · Wierde · Zee
Lijnvormig: Aarden dam · Aquaduct · Autosnelweg · Autoweg · Bandijk · Barrage · Beek · Berceau · Berm · Boezem · Brandsloot · Dam · Diep · Dijk · Doodweg · Dromerdijk · Enkwal · Fietspad · Fietsstrook · Gracht · Grubbe · Haag · Ha-ha · Heg · Holle weg · Houtkant · Houtsingel · Houtwal · Jaagpad · Kaai · Kade · Kanaal · Kerkpad · Krib · Laan · Landscheiding · Landgraaf · Landweer · Lijkweg · Maar · Molengang · Muraltmuur · Opvaart · Ossengang · Pad · Reeweg · Ringdijk · Ringvaart · Rivier · Schipsloot · Schipvaart · Schurveling · Singel · Singelgracht · Slaperdijk · Sloot · Snelweg · Spoorweg · Steenberg · Strandhoofd · Strekdam · Stuwdam · Tiendweg · Trambaan · Trekpad · Trekvaart · Trottoir · Tunnel · Turfvaart · Tuunwal · Uiterdijk · Vaart · Veenkade · Veendijk · Vlechtheg · Voetpad · Wakerdijk · Wal · Wandelpad · Weg · Wetering · Wieke · Wijk · Wierdijk · Wildwal · Zeedijk · Zwetsloot
Puntvormig: Banpaal · Bermmonument · Boe · Boerderij · Boerenkuil · Boô · Borg · Brug · Buitenplaats · Burcht · Coupure · Daliegat · Dobbe · Duiker · Eendenkooi · Galg · Gemaal · Grafheuvel · Grenspaal · Hagelkruis · Havezate · Hoeve · Hollestelle · Hoogholtje · Hunebed · Inlaat · Inundatiesluis · Kasteel · Kerkgebouw · Kwakel · Molen · Mottekasteel · Overlaat · Overweg · Pijp · Pomp · Ringwalburcht · Rolpaal · Schaapvolt · Stuw · Til · Turfput · Veenput · Verlaat · Viaduct · Vijver · Voorde · Waterpomp · Waterput · Watertoren