Hunebed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland

De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland

Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil

Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil

Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660

Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660

Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604

Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604

Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879

Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879

Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland

Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland

Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is de grootste dolmen van Frankrijk

Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is de grootste dolmen van Frankrijk

Een hunebed of dolmen is een megalithische (Oudgrieks: μέγας (megas) = groot, λίθος (lithos) = steen) grafkamer uit de prehistorie die bestaat uit drie (of meer) staande draagstenen, overdekt door een (of meer) deksteen.

Hunebedden zijn volgens de gangbare theorie resten van prehistorische grafkamers. Ze echter zijn niet te beschouwen als graven in de gewone betekenis, maar eerder als knekelhuizen. Het is niet met zekerheid te zeggen dat grafsignalisatie de oorspronkelijke functie van al deze bouwwerken is geweest. Er zijn dolmen waarvan vermoed wordt dat ze enkel als heiligdom dienstdeden.

In Nederland vinden we ze nog vooral terug in Drenthe, veelal op de Hondsrug. In totaal zijn er daar 52 bewaard gebleven.

Terminologie en etymologie[bewerken]

Volgens Van Dale is een dolmen een Frans megalithisch bouwwerk, en een hunebed een Nederlands-Deens megalithisch bouwwerk. In de Nederlandstalige wetenschappelijke literatuur komt men beide termen tegen.[1]

  • Dolmen wordt vooral in Vlaanderen gebruikt en ontleent zijn gebruik uit de Angelsaksische en Franse wetenschappelijke literatuur. Het woord zou door onderzoekers van eind 18e eeuw ontleend zijn aan het Keltische taol, wat tafel betekent en maen of men wat steen betekent. Men meende in die tijd immers dat dolmens en menhirs Keltische cultuurelementen waren. Théophile Corret de la Tour d'Auvergne introduceerde deze benaming in de archeologische wereld in zijn Origines gauloises (1796), het werd geschreven als dolmin. De Oxford English Dictionary verwijst naar tolmen (Cornisch; gat van een steen).[2]
  • Hunebed is als woord ouder. In het boek van Johan Picardt heten de hunebedden "steenhopen gebouwd door grouwsamen barbarische en wreede reusen, huynen, giganten".[3] Deze visie was in overeenstemming met de toenmalige orthodoxe Bijbeluitleg waarin vóór de Zondvloed "reuzen op aarde waren".[4] Picardt heeft het consequent over steenhopen, maar de term "huynen" beklijfde en in 1685 noemde Titia Brongersma de steenhoop "hunebed".

Het woord hunebed verwijst mogelijk naar Hūnen wat Saksen of Westfalen betekent.[5]

In het dagelijkse taalgebruik blijken de termen hunebed en dolmen grotendeels synoniem, en zijn voor Nederlanders de dolmens van Bretagne gewoon Franse hunebedden. In dit artikel worden dan ook beide termen gebruikt.

Archeologen gebruiken beide woorden gewoonlijk niet als synoniem. De hunebedden in Noordoost-Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken hebben andere kenmerken en zijn door een andere cultuur (trechterbekercultuur) gebouwd dan de dolmens in grote delen van Frankrijk en België (zoals de allée couverte van de Seine-Oise-Marnecultuur).

Bouw[bewerken]

De deksteen voor een graf is met gras bedekt om tijdens het vervoer te beschermen, de stok met kain duidt aan dat de steen voor een raja bestemd is, Sumba, 1931, Tropenmuseum
Verschillende typen dolmens in Zuid-Frankrijk

Het bouwwerk bestaat uit rechtopstaande grote stenen ("zuilen" of "draagstenen") waarop platte dekstenen rusten. Doorgaans staan de draagstenen grotendeels op evenwijdige lijnen. Twee draagstenen en een deksteen worden juk of trilithon genoemd. De juk of meerdere jukken worden afgesloten door sluitstenen. De ruimtes tussen deze stenen werden opgevuld door kleinere stenen, de stopstenen. De ingang bij hunebedden is vaak in het midden van de lange zijde te vinden en bevat in sommige gevallen poortstenen. Deze poort kan ook de lengte van een gang hebben.

Het geheel werd afgedekt door een dekheuvel, deze heuvel is in veel gevallen verdwenen. Ook komen er kransstenen voor, deze zijn rond het hunebed geplaatst (vaak in een ronde, niervormige of ovale vorm).

In Nederland gebruikte men zwerfstenen als bouwmateriaal, in andere landen de lokale steen (in België bijvoorbeeld puddingsteen).

De vorm van hunebedden en dolmens kan per gebied of tijdperk van bouw verschillen. Zo hebben dolmen in Frankrijk vaak de ingang aan de korte zijde en worden ze soms afgedekt met een cairn.

Huidige tijd[bewerken]

Links een reconstructie van Großsteingrab Stenum en rechts de huidige staat van het bouwwerk

Veel van deze prehistorische monumenten zijn in de loop van de eeuwen vernield om de stenen te gebruiken als bouwmateriaal voor bijvoorbeeld wegen, kerken, huizen en dijken.[6] Ook speelden soms ideologische of religieuze motieven een rol bij de vernietiging van (gedeelten van) hunebedden.

Een model met links de oorspronkelijke situatie en rechts de huidige situatie van Großsteingrab Flehm 1
Het Ulanendenkmal in Demmin werd in 1923/1924 gebouwd met de stenen van hunebedden uit de omgeving, het Großsteingräber bei Quitzerow werd hiervoor zelfs volledig afgebroken

Gedurende de Middeleeuwen werden Quadersteine gemaakt, dit gebeurde door de hunebedstenen te kloven. De Qadersteine vormden de fundering in vele in kerken in Noord-Duitsland en Denemarken. In Drenthe zijn nog resten in de kerkmuren van Odoorn (Margarethakerk) en Emmen (Grote Kerk) te vinden, ook in de kerkhofmuren van Odoorn en Oosterhesselen.[7] In het eerste jaar dat Willem Tijmes burgemeester was, werd er in Emmen nog een hunebed totaal verwoest. Zijn voorganger, Lukas Oldenhuis Tonckens, zette zich juist in voor het behoud van hunebedden.

In andere gevallen werden de hunebedden verwijderd, omdat ze voor problemen zorgden bij het bewerken van het land door boeren.

Veel kleine stopstenen (in Nederland vaak door de mens gespleten zwerfkeien) zijn verdwenen, evenals de dekheuvel van aarde en/of plaggen. In sommige gevallen werd het gehele hunebed vernietigd en herinneren alleen sporen in de grond of de naamgeving van het gebied aan het bouwwerk wat ooit op de plek heeft gestaan. In andere gevallen bleef (een gedeelte van) het hunebed bewaard, alhoewel de stenen niet altijd op de originele plek bleven staan. Hunebedden werden verplaatst om het bouwwerk te redden (bijvoorbeeld bij de aanleg van een spoorlijn, weg of industrieterrein).

Er zijn hunebedden gekerstend en in bepaalde gevallen zijn deze hunebedden voorzien van een kruis. Er zijn ook hunebedden die in gebruik zijn als kapel of ingebouwd zijn in een kerk of kapel.

Tegenwoordig zijn de overgebleven (delen van) hunebedden vaak beschermd als archeologisch monument.

Petrogliefen[bewerken]

Afgietsel van een draagsteen van het Galeriegrab von Züschen

Sommige hunebedden zijn aan de binnen- en/of buitenkant voorzien van inscripties of versierselen die in de steen gebeiteld zijn (petroglief), bijvoorbeeld cup and ring marks.

Ingekraste, op huismerken[8] gelijkende, figuren zijn op sluitstenen van hunebedden aangetroffen.

Artefacten[bewerken]

Tekening van het hunebed Hjortegardene in Denemarken met begraving en grafgiften, 1896

In en rond hunebedden zijn diverse artefacten gevonden.

In de hunebedden in Drenthe zijn kralen van git gevonden. Ook werd bijvoorbeeld barnsteen aangetroffen.

Hunebedden in Europa[bewerken]

Verspreiding van megalitische bouwwerken

Hunebedden en andere megalithische bouwwerken zijn te vinden langs de kusten van heel West-Europa, van Portugal tot Denemarken en in Groot-Brittannië en Ierland. De hunebedden zijn gebouwd door diverse culturen en verschillen van vorm.

De hunebedden en dolmens komen ook voor op de wapens van diverse plaatsen en gebieden, zie ook de lijst van wapens met een hunebed. Er komen ook andere verwijzingen voor, zoals een kraaghalskruikje op het wapen van Diever dat verwijst naar het hunebed op het grondgebied. Een soorgelijk kruikje verwijst ook naar de hunebedden op het wapen van Borger. Op het wapen van Havelte, het wapen van Vries en het wapen van Sleen verwijzen wildemannen naar de hunebedden. Op het wapen van Odoorn staan naast de wildemannen blokken op het schild, dit is een symbolische weergave van een hunebed.

Hunebedden in Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Hunebedden in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het hunebed D6 in Tynaarlo, Willem Roelofs, 1861
De litho "Hunebed te Valthe" door Hendrik Dirk Kruseman van Elten (1829-1904) geeft D36 weer

De hunebedden in Nederland vormen de meest westelijke uitloper van het territorium van de trechterbekercultuur, die verder doorloopt tot in het oosten van Duitsland. Qua stijl en locaties vertonen ze grote overeenkomsten met de hunebedden in Sleeswijk-Holstein, Noordrijn-Westfalen en met name het Eemsland.

Naar schatting waren er in Noord-Nederland 80 tot 100 hunebedden, de meeste daarvan in Drenthe. De plaats van 18 gesloopte hunebedden is nog bekend. Van de 54 hunebedden die nu nog in Nederland zichtbaar zijn, staan er 52 in de provincie Drenthe. De andere twee staan in de provincie Groningen. Er zijn 13 hunebedden in Nederland waar nog één of meerdere kransstenen aanwezig zijn.

In Nederland is de lengterichting van de hunebedden voornamelijk van oost naar west georiënteerd.[9][10] Deze oriëntering is mogelijk astronomisch bepaald. Ten eerste door de zon: de lengterichting kan aan de hand van de op- of ondergaande zon bepaald zijn, en de verlichting binnenskamers profiteert van een ingang op het zuiden. Ten tweede is er een verband met de opkomstpunten van de maan voorgesteld.[11] Een ingang ligt bij hunebedden in Nederland meestal aan de oost- of zuidkant van de steenkamer.

In 2017 werden alle hunebedden in Nederland met behulp van fotogrammetrie opgenomen in een 3D-atlas die voor het publiek gratis toegankelijk is, de data is verkregen uit een samenwerking van de Provincie Drenthe en de Rijksuniversiteit Groningen, gesubsidieerd door de Gratama-stichting.[12]

1rightarrow blue.svg Zie ook: lijst van hunebedden in Nederland
Hunebed D45 met omgeving in de Emmerdennen

Dolmens in België[bewerken]

Maquette van de constructie van de Dolmen van Wéris, Musée des Mégalithes de Wéris

In België staan dolmens op de volgende plaatsen: Ronse, Kluisbergen, Velzeke, Duisburg, Virginal-Samme, Helshoven (restant), Leval-Trahegnies (restant), Fagnolle, Jemelle, Sart-lez-Spa, Bleid, Chassepierre, Forrières, Harré, Jamoigne, Malempre, Membre, Mousny-lez-Ortho, Gomery.[13] Er zijn verschillende types, zoals de allée couverte die ook in Frankrijk voorkomt. De twee bekendste Belgische dolmens staan in Wéris[14]; de Dolmen van Wéris en Dolmen van Oppagne.[15] [16]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Megalieten bij Wéris

Dolmen worden in België beschermd en behoren tot het cultureel erfgoed in België, zo staan er bijvoorbeeld dolmen vermeld op de lijst van beschermd erfgoed in Nassogne.

Het standbeeld van Ambiorix staat op een natuurstenen voetstuk van 3 meter hoog dat in de vorm van een prehistorische dolmen gebouwd werd.

Hunebedden in Duitsland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Hunebedden in Duitsland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Afbeelding van een hunebed op de Lüneburger Heide, 1912

In het noordwesten van Duitsland zijn enkele honderden hunebedden (Hünengrab, Hünenbett, Hünensteine, Steinsetzung, Riesenbett, Megalithgrab of Großsteingrab), waarvan vele met rust zijn gelaten en sommige veel groter zijn dan de Drentse. In Duitsland wordt ook wel de benaming Dolmen (Steintisch) gebruikt. Veel megalieten werden verzameld in de Atlas der Megalithgräber Deutschlands van Ernst Sprockhoff, hij gaf de bouwwerken ook een nummer wat tegenwoordig nog altijd wordt gebruikt.

Bij bepaalde hunebedden werd in vroeger dagen recht gesproken, zoals bij Großsteingrab Gerichtsstätte en Denghoog (zie ook Ding (rechtspraak)). Het kwam vaak voor dat hunebedden werden gebruikt als verzamelplaats voor vergaderingen en als rechtbank.[17]

De Oude St. Alexanderkerk in Wallenhorst is gebouwd op een fundament van stenen afkomstig van een hunebed
Het (inmiddels vernietigde) Großsteingrab Hanstedt II 1, Sprockhoff-No. 772
Georg Otto Carl von Estorff, Heidnische Alterthümer der Gegend von Uelzen im ehemaligen Bardengaue (Königreich Hannover), Hannover 1846.

Ook in Duitsland zijn inmiddels veel hunebedden verdwenen. In 1846 telde Georg Otto Carl baron van Estorff bijvoorbeeld 219 hunebedden in de omgeving van Uelsen. Er zijn nu nog 17 in het gebied overgebleven. In zijn Heidnische Alterthümer der Gegend von Uelzen im ehemaligen Bardengaue (Königreich Hannover) waren ook tekeningen van de bouwwerken opgenomen.

De bouw van de hunebedden wordt gedateerd tussen 3500 en 2800 v. Chr. In Duitsland zijn de hunebedden gebouwd door de Trechterbekercultuur en de Wartbergcultuur (ook wel Kragenflaschenkultur genoemd). Er zijn secundaire begravingen en kogelamforen van de Kogelamforacultuur aangetroffen in hunebedden ten westen van de Elbe.

In Duitsland werden in 1939 binnen de toenmalige grenzen nog 900 hunebedden geteld.

Op diverse hunebedden worden napjes aangetroffen; zie napjessteen.

Hunebedden in Denemarken[bewerken]

Runddysse bij Tustrup
Runddysse Kæmpehøj, Dankvart Dreyer

Er zijn in Denemarken nog 2.500 hunebedden (oldtidsgrave , stendysse of dysse) te vinden. Naar schatting waren hier 25.000 megalithische grafkamers. Langeland heeft het grootste aantal hunebedden per km2 ter wereld.

Rond 3500 v.Chr. begon men met de bouw en werden duizenden hunebedden opgericht. Rond 3200 v.Chr. ontwikkelde het hunebed zich tot een ganggraf, het lag in de omgeving van velden en huizen. Het was niet alleen een plek van de doden, maar toonde ook de rechten van de familie op het gebied.

De oudste vorm, de runddyssen, bevatte een grafkamer en had een ronde vorm. Er zijn in Denemarken, bijvoorbeeld op het eiland Seeland en op Jutland, hunebedden met een polygonale vorm.

Er werden soms in latere periodes extra kamers gebouwd en het bouwsel werd dan in zijn totaliteit uitgebreid. Er zijn hunebedden met vijf grafkamers aangetroffen. De lengterichting is meestal noordwest-zuidoost en de opening ligt naar het zuidoosten. Een langdysse heeft meestal een lengterichting oost-west.

In Denemarken zijn skeletresten aangetroffen in meerdere hunebedden.

In Denemarken wordt alleen een onderscheid gemaakt tussen hunebedden (Dysse, Döse) en ganggraf (Jættestue, Jætte = reus (Deens)). In Denemarken wordt de heuvel in de nomenclatuur betrokken (Rund- en Langdysse). Tegenwoordig wordt de term dysse vooral gebruikt voor de bouwsels die niet geheel met een heuvel (høj, zie grafheuvel) bedekt zijn.

Op Bågø liggen de restanten van een langdysse en op Lyø liggen de Klokkestenen en de Store Stenshøj.

En gravhøj fra oldtiden ved Raklev på Refsnæs is een schilderij van Johan Thomas Lundbye uit 1839, bevindt zich in de collectie van het Thorvaldsens Museum te Kopenhagen. Een ander beroemd schilderij is van Dankvart Dreyer met de Runddysse Kæmpehøj op Brandsø (de Langdysse Svenskehøj ligt enkele honderden meters verderop).

Peter Vilhelm Glob was een archeoloog die zich onder andere met hunebedden bezig hield. Olaus Wormius schreef een aantal verhandelingen over hunebedden en verzamelde teksten in het runenschrift (runen).

Hunebedden in Noorwegen[bewerken]

In Noorwegen worden hunebedden 'Dysse, Stendysse, Steinalderdysse en Jaettestuer genoemd. Als de dekheuvel rond is, spreekt men over een Runddysse en bij een rechthoekige heuvel over een Langdysse. Er wordt onderscheid gemaakt tussen deze monumenten en het ganggraf (Ganggrav).

Hunebedden zijn zeldzaam in Noorwegen, er zijn slechts 5 bekend. Daarvan zijn slechts 2 bewaard gebleven. Anders Lorange schrijft over de Skjeltorpdyssen dat een Agrariër een deksteen meenam naar zijn grondgebied in 1872. Kort daarop stierf hij. Vier draagstenen werden later meegenomen door twee agrariërs, ook zij stierven kort daarna. De Skjeltorpdyssen werd in 1942 op 200 meter ten oosten van de oorspronkelijke vindplaats gereconstrueerd.

Hunebedden in Zweden[bewerken]

Een dolmen in Zuid-Zweden, Jovan Zujovic (1856-1936)
Twee dolmen van het Fröböke-type op Öland

In het zuiden en westen van Zweden zijn nog honderden megalithische monumenten te vinden, bijvoorbeeld in Halland, Bohuslän en Schonen. In Zweden zijn ook menselijke resten aangetroffen in de bouwwerken. Er zijn echter ook vele hunebedden zonder sporen van menselijke resten. Vaak is wel aardewerk aangetroffen.

Ze worden aangeduid als stenkammergrav (steenkamergraf), stendös of dös. De oudste dösen zijn gebouwd als een rechthoekige kamer met daarom een langwerpige (rechthoekige of soms ronde) kring van stenen (långdös). Deze kring kan één of meerdere kamers bevatten. Jongere dösen hebben een meer vierkante of ronde kamer, meestal met een ronde heuvel en steenkring (aangeduid als runddös). Soms bevat het bouwwerk bij de ingang enkele dwarse stenen, die een poort vormen.

Een van de voorkomende types is het ganggraf (gånggrift), bijvoorbeeld Örenäsgånggriften bij Landskrona. Daarnaast komt ook het Fröböke-type (Zweeds: „Järnålder dös“) voor in Halland, Småland, op Öland (Vi alvar) en in het zuidwesten van Västergötland, ook in Delen van Denemarken, Karelië, Noorwegen en Finland komt dit type voor. Het Fröböke-type stamt uit de ijzertijd.

Bolmsö heeft 530 historische overblijfselen; waaronder dolmen.

Dolmens in Frankrijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Dolmens in Frankrijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Verspreiding van dolmens in Frankrijk, de hoogste concentraties zijn te vinden in Bretagne, Vendee, Limousin, Quercy, Causses, Languedoc, en de Ardèche (groen) en op Corsica (oranje)

In Frankrijk zijn nog ongeveer 4.500 dolmens te vinden. In Aveyron zijn zo'n 1000, in Quercy zo'n 800, in de Ardeche zo'n 800, in Poitou-Charentes en de Languedoc-Roussillon ten minste 700 en in de Provence zo'n 100 dolmens.

De Bretonse benaming is Taol-vaen.

De dolmens in Frankrijk worden toegeschreven aan verschillende culturen, zoals de Véraza-cultuur en de Seine-Oise-Marnecultuur.

Er komen verschillende typen dolmen voor, zoals:

  • de allée couverte (overdekte gaanderij), rechthoekige dolmen met ingang aan korte kant
  • de dolmen à coudé, met een duidelijke knik
  • de dolmen á coudé, langwerpige ruimte, soms met zijkamer
  • de dolmen angevin of dolmen à portique, georiënteerd op het oosten
  • de dolmen angoumoisin, met vierkante of rechthoekige kamer
  • de dolmen languedocien, op het westen of zuidwesten georiënteerd
  • de dolmen à coin, de hoek dolmen

Kanaaleilanden[bewerken]

Twee mannen bij een dolmen op Jersey, The Islets of the Channel, 1858
Ingang van het ganggraf La Hougue Bie op Jersey

Ook op de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal vlak bij Frankrijk zijn dolmens te vinden.

De belangrijkste dolmens op Jersey zijn La Hougue Bie, La Pouquelaye de Faldouet, Le Mont Ubé, Le Couperon, La Sergenté, Les Mont de Grantez, La Hougue des Géonnais, Ville-ès-Nouaux, The Broken Menhir, The Ossuary, The Little Menhir, The Great Menhir, La Table des Marthes, Les Trois Rocques, Les Monts de Grantez, La Sergenté, La Hougue des Géonnais, La Table des Marthes, Le Pinacle, La Hougue Boëte, Mont Ubé, Le Couperon en Le Pinacle. De dolmen Le Mont de la Ville lag op Jersey, maar werd in 1788 verplaatst naar Engeland en ligt ten zuiden van Henley-on-Thames. De dolmens op Jersey worden in verband gebracht met de Klokbekercultuur.

In de hoofdkamer van Les Monts Grantez werden de skeletten van zes volwassenen aangetroffen, ze lagen in een gehurkte positie (zie hurkgraf). In de gang werden de overblijfselen van een zittend persoon aangetroffen, ondersteund door stenen. In een zijkamer werden nog overblijfselen van een andere persoon gevonden.

De belangrijkste dolmen op Guernsey zijn La Varde, Le Creux ès Faïes, Le Dehus, Le Trépied en Les Fouaillages.

In de kamer van de dolmen Le Dehus op Guernsey is een draagsteen in de kamer te vinden. Dit is zeldzaam bij dolmen in Europa. Deze draagsteen ondersteunt een deksteen die te kort is om de andere draagstenen te bereiken. Op de onderkant van deze deksteen is een petroglief te zien, het vormt een gezicht en een hand. Men neemt aan dat dit om een standbeeld-menhir gaat die al eerder bestond en gebruikt is bij de bouw van de dolmen. Er is op Guernsey nog een standbeeld-menhir aanwezig, de Gran’ Mère du Chimquière.

Britse eilanden[bewerken]

Dolmens in Ierland[bewerken]

Modellen van diverse typen hunebedden (Passage tomb, Court tomb, Wedge tomb, Portal tomb) in het Ulster Museum

In Ierland worden de bouwwerken dolmain genoemd. Andere benamingen zijn cromleachs, giants graves, leabas, Diarmuid and Grainne's beds en stone table. In Burren zijn zo'n 70 megalitsche tombes te vinden, een bekende is Poulnabrone Dolmen.

Toen de Kelten in Ierland kwamen, vonden ze veel dolmen. In de legenden die ontstonden, werden de bouwsels gezien als de poorten naar de Andere Wereld. De Tuatha Dé Danann (Kinderen van de godin Danu) trokken zich terug door de stenen portalen. De stenen portalen (grafheuvels, elfenheuvels, sprookjesheuvels, dolmen of toverterpen) worden in het Iers sidhe, síd of sprookjesheuvels genoemd en ze werden ooit vereerd als de verblijfplaats van één enkele god of godin. Veel belangrijke gebeurtenissen uit de Ierse mythologie voltrekken zich op Samhain, als de grenzen tussen deze wereld en het rijk van het bovennatuurlijke volledig wegvalt en de sidhe (sprookjesheuvels) waar de mensen uit de Andere Wereld leven open zijn.[18]

Dolmen worden ook gezien als de begraafplaats van reuzen en krijgers, bijvoorbeeld Nuada Airgetlám (Nuada of the Silver Arm;de eerste koning van de Tuatha dé Danann) in Sligo's Labby rock.

Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, deze dolmen ligt in Carlow. De deksteen bestaat uit 100 ton graniet en is 4,7 meter bij 6,1 meter groot. Er werden geen sporen van een dekheuvel of cairn aangetroffen.

De voornamelijk in Ierland aanwezige wedge tomb heeft veel overeenkomsten met het Galeriegrab uit Duitsland en de allée couverte uit Frankrijk en België.

Dolmens in het Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Afbeelding uit 1722 waarbij de overblijfselen van de long barrow van Kit's Coty House nog zichtbaar is
Chûn Quoit

Ook in het Verenigd Koninkrijk komen dolmens voor. Ze staan bekend onder verschillende benamingen, zoals cromlechs in Wales en quoits in Cornwall.

In Cornwall is Quoit ook de naam van een nederzetting, de plaats is vernoemd naar "Devil's Quoit" (ook wel "Arthur's Quoit" genoemd). Er werd één steen verwijderd in de 18e eeuw, maar deze quoit bleef nog lange tijd staan. Het bouwwerk stortte in tussen 1840 en 1850. In de 20e eeuw waren de stenen gespleten of met opzet begraven of verwerkt in de omliggende hagen.

Nabij Morvah ligt Lanyon Quoit. Deze quoit werd in 1824 gerestaureerd. Een andere benaming is De Tafel der Reuzen, volgens een legende zijn er beenderen van reuzen gevonden. In de verhalen over koning Arthur wordt verteld dat hij hier op de vooravond van zijn laatste gevecht heeft gedineerd.

Bezienswaardigheden op Gugh zijn Kittern Hill en Obadiah's Barrow, twee dolmen, en The Old Man of Gugh, een bijna drie meter hoge menhir uit de Bronstijd. Op Bryher liggen Gweal Hill en Samson Hill.

Dolmens in Portugal[bewerken]

Anta da Boboreira, 1973
Afbeelding van een dólmen in de Algarve, 1887
Afbeelding van een man bij de anta van Paredes nabij Evora, 1887

In Portugal worden dolmens aangeduid als dólmen, antas, orcas, arcas en palas. In de volksmond worden ze casas de mouros (huizen van de Moren), fornos de mouros (fornuizen van de Moren) of pias genoemd.

De Finse archeologe Hanna Lindström van de universiteit van Helsinki beschreef in haar scriptie[19] uit 2014 meerdere volksverhalen over de bovennatuurlijke maaksters en beschermsters van de bouwwerken. Deze Mouras Encantadas waren onsterfelijk en bezaten de eeuwige jeugd, schoonheid en wijsheid. Ze onderwezen de mens het spinnen, weven, het maken van kaas en legt verbanden met de Griekse Moirae of Romeinse Fata (beide schikgodinnen, zie ook de Parcen). Deze moura-mari-marion godinnen worden door taalkundigen aan de dood en geesten en folkloristen verbinden hen aan het leven, vruchtbaarheid, gezondheid en oude wijsheid. Ze kunnen van vorm veranderen, bijvoorbeeld een geit, stier of slang.[20] Ze geven goede mensen cadeaus, maar straffen slechte mensen.
De legenden veranderden in de loop van de tijd en meer recente verhalen vertellen over de mouras als zijnde moorse vrouwen die door een betovering door hun vaders in een eeuwige onveranderlijke staat zijn gebracht. Ze bewaken schatten die ondergronds of in de dolmens zijn verborgen. Ze kunnen in slangen veranderen en worden bewaakt door boze stieren. In weer andere verhalen wonen ze in paleizen van goud en zilver en wachten tot ze hun vrijheid krijgen doordat een een man die moura, in de vorm van een enorme slang, zoent. Dit lukt niet en de tranen van de mouras vormen rivieren.
In de 19e eeuw kwamen er verhalen over personen die middernacht of om 12 uur 's middags of tijdens midzomer een bezoek brengen aan de mouras.[21] Ze worden in verband gebracht met de naderende dood en geboortes, ze bepalen of de moeder en/of het kind overleven.

De Anta Grande do Zambujeiro is een van de grootste hunebedden op het Iberisch schiereiland.

Alhoewel de kerk vele dolmens vernietigde en de vieringen rond deze plaatsen verbood, werden andere heilig verklaard. Er zijn enkele dolmens waarvan men een kerk of kapel gemaakt heeft.

Dolmens in Spanje[bewerken]

Cueva de Menga, gebouwd ca. 2500 v.Chr.
Maquette van een van de dolmen bij Los Millares, Santa Fe de Mondújar

Zowel in Spanje als in Portugal komt een type dolmen voor dat wordt aangeduid als anta.

In het Baskisch worden de dolmens trikuharri of dolmenak genoemd, er zijn ook jentilarriak (gebouwd door de jentil, die ook verantwoordelijk zou zijn voor de bouw van de jentilbaratz, zie ook harrespil).

De aizkomendiko trikuharria is de grootste dolmen van Baskenland.

In Galicië worden de dolmens aangeduid met Anta, Antela, Arca, Arqueta, Arquiña, Pedra de Arca en Forno . Ze worden ook aangeduid met Mámoa, Medoña, Medorra, Mota of Meda', dit is de benaming voor de grafheuvel die het bouwwerk bedekt.

De grafheuvel van de Cueva de Menga is 50 meter in omtrek en is 4 meter hoog. In de kamer ligt een put van 19,5 meter diep. Het is niet zeker of de Cueva de Menga een begraafplaats is, er zijn nooit menselijke resten gevonden. Ook wijkt het ontwerp af van andere dolmen op het Iberisch Schiereiland, zo is de kamer 2,7 meter hoog en wordt gebruik gemaakt van steunpilaren in het midden van de ruimte. Sinds juni 2016 zijn de Dolmens van Antequera (met de Cueva de Menga, de Dolmen de Viera en de Tholos de El Romeral) op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst.

De dolmen de Santa Cruz ligt in de gemeente Cangas de Onís. Het bouwwerk ligt in een ruimte onder een kerk die is gebouwd op een kunstmatige heuvel. Al in de vierde eeuw werd hier een kapel geplaatst. In de Spaanse Burgeroorlog werd de kerk verwoest om de dolmen weer zichtbaar te maken.

De dolmen van Dombate is tegenwoordig afgedekt, om het bouwwerk te beschermen. Het bouwwerk lag oorspronkelijk in een grafheuvel. De grafheuvel was ca. 24 meter in doorsnede en 1,80 meter hoog.

Er liggen veel dolmens rond Cantallops en Capmany. Ook bij Ripoll zijn dolmens te vinden. In Roses is er voor wandelaars de megalieten route die langs talrijke dolmens en menhirs voert, zoals bijvoorbeeld de Dolmen de la Creu d'en Cobertella.

Dolmens in Italië[bewerken]

Dolmen de Sa Coveccada, Mores
Tomba dei Giganti Sa Domu 'e S'Orku

Rondom Bisceglie zijn vele dolmens te vinden. De grootste, Chianca, heeft een deksteen van 2,5 bij 4 meter. Ook op Sicilië werden dolmens aangetroffen. Deze waren klein en rechthoekig of veelhoekig, vergelijkbaar met die in Apulië en in Malta. Ze dateren uit de Siciliaanse bronstijd, die samenvalt met de cultuur van Castelluccio (2200-1800 v.Chr.)[22]

Er ligt een dolmen bij Cisternino.

Rondom Bisceglie zijn vele dolmens te vinden. De grootste, Chianca, heeft een deksteen van 2,5 bij 4 meter.

Op Sardinië zijn ook vele Tumbas de sos zigantes (Sardijns) of Tombe dei Giganti (Italiaans) te vinden. Deze reuzengraven behoren tot de laatst gebouwde megalitische bouwwerken van Europa.

Dolmens in Malta[bewerken]

In Malta ligt bij Qawra een dolmen.

Litouwen[bewerken]

Dolmens in Rusland[bewerken]

de Volkolnski-dolmen bij Sotsji

In Rusland liggen dolmens bij Sotsji en Toeapse (een bekende dolmen is Psynako 1).

De Dolmencultuur van de Westelijke Kaukasus (midden-bronstijd, 2900-2800 tot 1400-1300 v.Chr.) was verspreid over het berggebied en voorgebergte aan beide zijden van de Grote Kaukasus. De cultuur is bekend door het grote aantal megalithische monumenten. Er zijn meer dan 300 dolmens en andere monumenten en nog elk jaar worden dolmens ontdekt. Deze dolmens worden in verband gebracht met de Majkopcultuur.

Hunebedden elders op de wereld[bewerken]

Dolmens in Algerije, 1900-1901
  • In Zuid-Korea staan vele honderden hunebedden[23] onder andere in Gochang, Hwasun en Ganghwa (met zo'n 100 hunebedden). Naar schatting zijn 35.000 dolmens aanwezig op het Koreaans Schiereiland. Deze zijn gebouwd door een megalithische cultuur vanaf het eerste millennium v. Chr. Ze behoren thans tot het Werelderfgoed.[24] De benaming in het Koreaans is 고인돌 (goindol). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de noordelijke en zuidelijke typen. De noordelijke typen zijn bovengronds gebouwd, hebben vier zijden en worden van boven afgesloten door een megaliet. De zuidelijke typen zijn in de grond gebouwd en bevatten een kuil. De zuidelijke typen worden in verband gebracht met begrafenissen, maar het doel van de noordelijke typen is onzeker.[25] In Ganghwa is een hunebed met de grootste megaliet van het land. In Gochang liggen in één vallei 447 verschillende dolmen verspreid. De dolmen in Korea worden toegeschreven aan het Mumuntijdperk (1.500 – 300 v.Chr.).[26]
  • India heeft ook dolmens. In Karnataka zijn meer dan 50 aangetroffen op de top van Pandavara Betta en in Tamil Nadu zijn meer dan 100 aangetroffen in Moral Pari. Er zijn ook dolmens aangetroffen in Andhra Pradesh en Kerala.
  • Ook in Jordanië zijn hunebedden aangetroffen. Ook daar worden ze bedreigd, boeren breken ook in dit land de bouwwerken af om meer land te kunnen gebruiken.[27]
  • In Noord-Afrika worden dolmens gevonden in Algerije (meer dan 7000 in Roknia) en Tunesië.
  • Indonesië kent hunebedden op de eilanden Nias en Sumba. Op Sumba worden tot op de dag van vandaag hunebedden gebouwd, vaak met eenvoudige middelen. Wel wordt eventueel gebruik gemaakt van vrachtauto's voor het transport van stenen. Dekstenen van beton zijn niet ongebruikelijk.
  • De Hebreeuwse benaming is גַלעֵד.
  • In Abchazië zijn diverse dolmen, bijvoorbeeld bij Pschu. De benaming in het Abchazisch is Adamra en in het Adygees Ispun.
  • Rujm al-Hīrī ligt op de Golanhoogten te midden van een ruim plateau met honderden dolmens.
  • In Azerbeidzjan liggen onder andere bij Şuşa dolmen.

Literatuur en stripverhalen[bewerken]

In diverse verhalen komen hunebedden voor, zoals in Eric de Noorman, Het gouden snoeimes, De tuttelwurm, De lieve Lilleham, Het drijvende dorp, Het Bretoense broertje, De druïdenvoet en De dansende menhirs.

Volksgeloof[bewerken]

Sinistere legenden rondom de dolmen zijn volgens Gary R. Varner overblijfselen van de harde strijd van de kerk tegen de voorchristelijke bouwwerken en gebruiken. Benamingen van dolmen, zoals de smederij van de duivel of Casa di u Lurcu (het huis van de oger) herinneren hieraan.[28]

Reuzen[bewerken]

Afbeelding uit "Atlas Schoemaker: Drenthe", tussen 1710 en 1735

Saxo Grammaticus schreef het oprichten van dolmens toe aan de Jötun.

De in Noord-Duitsland populaire naam "Hünengrab" is afgeleid van het Middelhoogduitse "hiune" en de Nederduitse "Hune", met de betekenis van "reus". De Coevordense predikant Johan Picardt publiceerde in 1660 zijn "Korte Beschryvinge van eenige Vergetene en Verborgene Antiquiteiten Der Provintien en Landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe". In deze tijd worden de steenhopen of stienbargen ook wel Reuzenstenen of Hunesteenen genoemd. Op een kaart van 1637 wordt het megalithische graf bij Diever aangeduid met Hunnebet. Op een kaart uit 1711 wordt de benaming huinebed gebruikt.

Afbeelding uit "Atlas Schoemaker: Drenthe", tussen 1710 en 1735

Reuzen zouden de Dikke Stienen of hunebedden hebben gemaakt, in het Emmer hunebed zou nog een afdruk van een vuist van de reus te zien zijn.[29][30][31]

Ook in Frankrijk worden reuzen in verband gebracht met de dolmen, zoals bij het graf van de reus en de Nekropole im Bois des Géantes' in de Ardèche.

Jentil, een ras van reuzen uit de Baskische mythologie, zouden volgens volksverhalen ook verantwoordelijk zijn voor de bouw van megalitische bouwwerken, zoals de jentilarri of jentiletxe.

In Ierland worden dolmen wel giants graves genoemd. Nuada Airgetlám (Nuada of the Silver Arm; de eerste koning van de Tuatha Dé Danann) wordt in verband gebracht met Sligo's Labby rock. Ook worden Diarmait en Grainne in verband gebracht met deze dolmen, ze zouden er geslapen hebben toen ze vluchtten voor de reus Fionn mac Cumhaill.

Nabij Morvah ligt Lanyon Quoit. Deze quoit werd in 1824 gerestaureerd. Een andere benaming is De Tafel der Reuzen, volgens een legende zijn er beenderen van reuzen gevonden. In de verhalen over koning Arthur wordt verteld dat hij hier op de vooravond van zijn laatste gevecht heeft gedineerd.

Op Sardinië zijn ook vele Tumbas de sos zigantes (Sardijns) of Tombe dei Giganti (Italiaans) te vinden. Deze reuzengraven behoren tot de laatst gebouwde megalitische bouwwerken van Europa.

De dolmen de monte Revincu wordt in verband gebracht met een oger. Het monster met het lijf van een wolf zuigt bloed bij de dieren uit de kudde. De mensen uit de omgeving bepaalden de maat van zijn schoenen aan de hand van voetafdrukken en maakten schoenen en vulden deze met teer. Deze schoenen werden bij zijn drinkplaats gezet. De oger biedt aan het recept voor brocciu te geven in ruil voor zijn leven, maar de dorpelingen vertrouwen hem niet en begraven hem. Volgens de legende gebeurde dit 1500 v.Chr. Volgens andere verhalen luisteren de dorpelingen als hij het recept geeft, maar doden hem daarna alsnog.

Kabouters, demonen, druïden, tovenaars en feeën[bewerken]

La danse des korriganes, Fées, korrigans & autres créatures fantastiques de Bretagne, 1887

In de nacht van 31 oktober (Samhain/Halloween) zijn korrigans in de nabijheid van hunebedden en dolmens om slachtoffers op te wachten. Dit type kabouter wordt o.a. in Frankrijk in verband gebracht met dolmens en menhirs. Zo zouden ze de dolmende Quélarn in Finistère bezocht hebben, wat zorgde voor de bijnaam Garenne des Korrigans (Gwarenn ar Korriganed of Goarem ar C'Horriged in het Bretons).

Een ander voorbeeld is Dolmen de la Grotte des Korrigans à Landévant. Ook Ti ar C’horriged verwijst naar de Korrigan, de naam is Bretons voor "huis van de Korrigan".

In andere gevallen werd de bouw van een hunebed aan demonen toegeschreven, zoals de duivel bij de Nederlandse Duvelskut. Benamingen in Duitsland zijn o.a. Teufelssteine. Ook zijn veel dolmens genoemd naar de duivel, zoals Le Palais au Diable, Menhir Faix du Diable, La Table aux Diables of La Table au Diable, La Pierre du Diable en Pierre du Diable.

Volgens de plaatselijke traditie zou een (vuurspuwend) monsterlijke dier met enge ogen 's nachts rondzwerven rond Dolmen Larocal in de Dordogne. Het monument werd vaak genoemd en geïllustreerd in gravures.

Over de Pierre de druide in Périgny wordt verteld dat de Galliërs er rituele handelingen uitvoerden en een slangdraak de stenen 's nachts achtervolgd.

Offers bij Graf van Merlijn, bezoekers hopen hun wensen in vervulling te laten gaan

Ook feeën, druïden en tovenaars worden in verband gebracht met (de bouw van) dolmen, zoals de Bonnes Dames, de Dolmen de la Combe des Dames (de dolmen van het dal van de dames/feeën), La Roche-aux-Fées, La Pierre des Druides, het Graf van Merlijn en het Huis van Viviane in Frankrijk. In Pas-de-Calais ligt Table des Fées (in Fresnicourt-le-Dolmen) en in Haute-Savoie liggen Cave aux Fées (ook wel Chambre aux Fées) en Pierre-aux-Fées (die in 1 nacht gebouwd zou zijn door feeën). In Ierland is Ballylumford Dolmen ook bekend als Druid's Altar en Quoit is de naam van een nederzetting die vernoemd is naar "Devil's Quoit" (ook wel "Arthur's Quoit" genoemd).

In een sage wordt de dolmen du Calvaire "feeënhoed" genoemd. Hier leefde een jonge mooie fee met een grote hoed. Ze sprong van steen tot steen, tot ze op een dag merkte dat ze door een beest werd gevolgd. Om zichzelf te redden, gooide ze haar hoed over het beest. Dit is de plek waar de dolmen nu staat.

Volgens de overlevering zou Peyre-Brune het graf zijn van een militaire leider die met een fee was getrouwd en werd gedood in de strijd. De fee richtte op de plaats van de strijd deze dolmen op en vervloekte elke persoon die het graf durfde aan te raken.

Volgens een sage is de Pierre de la Fée in Provence-Alpes-Côte d'Azur gebouwd door een fee om een liefdeskoppel te beschermen tegen regen en storm.

Een andere benaming voor fee is Fados, Fades of Fadas , zo betekent Lo Morrel dos Fados de heuvel van de fee.

In de folklore wordt Allée couverte du Chêne-Hut in verband gebracht met de Margot (een "klasse" van feeën), een andere benaming is Grotte-aux-Fées. Er zijn meerdere dolmen die in verband gebracht worden met Margot, zoals Le Coffre à Margot. Ook Groac'h is een type fee (met walvistanden), ze verschijnt soms als oude vrouw. Ook wordt ze gezien als jonge vrouw (een rijk gekleden prinses), begeleid door korrigans. De daul ar groac'h wordt met deze fee in verband gebracht.

De witte wieven wonen volgens het volksgeloof in hunebedden, ze bergen er ook hun kostbaarheden in op.[32]

Odin bezoekt de völva, Sleipnir en de hellehond Garm kijken naar elkaar, 1895

Ook völva, zoals Gróa, worden in verband gebracht met de dolmen.

De Mouras Encantadas in Portugal waren onsterfelijke wezens, ze waren de bouwsters en beschermsters van de bouwwerken. De legenden veranderden in de loop van de tijd en meer recente verhalen vertellen over de mouras als zijnde moorse vrouwen die door een betovering door hun vaders in een eeuwige onveranderlijke staat zijn gebracht. Zie dolmens in Portugal.

De Tuatha Dé Danann uit de Ierse mythologie of Keltische mythologie worden in verband gebracht met dolmen. De Kelten zagen dit volk als 'een ander soort mensen', niet zo zeer 'hoger' of 'beter' dan zijzelf, maar meer als figuren die dingen konden doen die ze zelf niet konden. Zo was dit volk ook niet onsterfelijk, maar stond bijvoorbeeld wel in contact met de zielen van de doden en de geesten van de natuur. Later zijn ze in vele verhalen afgebeeld als elfen, of stonden ze er model voor. Zij leefden als Sídhe in Tír na nÓg (land van de jongelingen) of Tír na mBan (land van de vrouwen). De dood was geen vereiste om toegang tot deze andere wereld te krijgen. In vertaling worden de Sídhe vaak feeën, elfen of goden genoemd. Ze zouden afkomstig zijn uit een bovennatuurlijke wereld die onder andere te bereiken zou zijn via de zogenaamde elfenheuvels, sprookjesheuvels, dolmen[33] of toverterpen (Oudiers: síd).

De benamingen vertonen overeenkomsten, ook als het om verschillende mythische wezens gaat. Zo worden in Frankrijk feeën verantwoordelijk gehouden voor de bouw van hunebedden (huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins)), waar dit in Duitsland de duivel is (het bed van de duivel (Teufelsbett) en de oven van de duivel (Teufels Backofen)). In Portugal worden de Moren genoemd (huizen van de Moren (casas de mouros) en fornuizen van de Moren (fornos de mouros)).

Bewegende stenen[bewerken]

Er zijn diverse verhalen over bewegende stenen. Een voorbeeld is De Pierres Branlantes, deze dolmen heeft meer dan 60 cupmarks. Volgens een legende schudden de stenen als de klok van de parochiekerk luidt om middernacht of twaalf uur 's middags. Zoals met vele andere opmerkelijke stenen werd verteld dat er schatten begraven lagen en de grond werd er tevergeefs verplaatst. Er wordt ook gezegd dat de dolmen een kleine grot zou bevatten; de kamer van de feeën.

Over de Dolmen de la Grotte aux Fées in Centre-Val de Loire wordt in de folklore vertelt dat het bouwwerk in één nacht is gebouwd door drie vrouwelijke wezens. Als men durft om de stenen te verplaatsen, gaan ze 's nachts weer terug naar hun oorspronkelijke plek. Een andere traditie wil dat feeën intrek in hebben genomen in de dolmen.

Volgens de folklore zou een hoeksteen van Pierre-qui-Vire in Bourgogne-Franche-Comté zichzelf omdraaien elke honderd jaar.

Dolmengodin[bewerken]

Maison des fées au bois de Mesnil met op de steen rechts een afbeelding van de Dolmengodin

De Dolmengodin (in Duitsland Dolmengöttin genoemd en in Frankrijk Déesse Mère (moedergodin) of Déesse des Morts (doodsgodin)) wordt op meerdere dolmen afgebeeld.

Historische figuren[bewerken]

Volgens verhalen heeft Napoleon zijn paard op deze deksteen laten staan[34] De Wilde hoorde het verhaal over de voetafdrukken van het paard van Napoleon over hunebed D9, D17, D18, D14, D28, D29, D27 en D45. Een veldwachter laat hem de voetafdruk zien op D45.[35]

In Duitsland worden ook verhalen verteld over personen die hun macht tonen bij een hunebed, maar dan gaat het over Karel de Grote. In Frankrijk worden soortgelijke verhalen verteld over Julius Caesar.

De naam Caixa de Rotllan betekent "graf van Roland" in het Catalaans. Volgens de legende zou de ridder Roland hebben geleefd in het gebied van Vallespir. Zijn lichaam zou na zijn dood in de slag van Roncesvalles, teruggebracht zijn op zijn paard en begraven onder het hunebed.

Een expeditie onder leiding van Nero Claudius Drusus bereikte in 9 v. Chr. de Elbe. Drusus stierf na een val van zijn paard. Volgens latere volksverhalen zou hij zijn begraven in de hunebed van Drosa.

Religie[bewerken]

Myths and legends; the Celtic race (1910)

Ook worden hunebedden in verband gebracht met religieuze figuren, zoals de Zevenslapers van Efeze in de Dolmen de la Chapelle des Sept-Saints, deze dolmen is gekerstend in de zesde eeuw.

Een legende zegt dat Maria Magdalena een voetafdruk heeft achtergelaten op de Dolmen de la Madeleine in Nouvelle-Aquitaine, deze dolmen werd in de middeleeuwen omgevormd tot een kapel.

Hunebed als kinderbrenger[bewerken]

Hunebedden waren volgens het volksgeloof plekken waar kinderen uit tevoorschijn zouden komen.[36] Dit is vergelijkbaar met de Kinderboom. Het hunebed werd gezien als een plek van wedergeboorte.[37]

Er zijn vele varianten bekend, zo zou er met een sleutel een kind gehaald kunnen worden uit de Der Steinerne Schlüssel.

Zie ook De sage van de Ommelebommelestien uit Urk en de Poppesteen (poppe betekend baby) bij Bergum.[38][39][40]