Hunebed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland
De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland
De hunebedden D20 (links) en D19 (rechts) bij Drouwen, Nederland
De hunebedden D20 (links) en D19 (rechts) bij Drouwen, Nederland
Hunebed D14 te Eexterhalte, Nederland
Hunebed D14 te Eexterhalte, Nederland
Hunebed D41 is het laatst ontdekte hunebed van Drenthe, toen het in 1819 werd ontdekt was er nog een dekheuvel aanwezig
Hunebed D41 is het laatst ontdekte hunebed van Drenthe, toen het in 1819 werd ontdekt was er nog een dekheuvel aanwezig
Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil
Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil
Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660
Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660
Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604
Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604
Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879
Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879
Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland
Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland
Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is grootste dolmen van Frankrijk
Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is grootste dolmen van Frankrijk
Dolmen (en een urn) op het wapen van het voormalige Werlte in Bad Oeynhausen, Duitsland
Dolmen (en een urn) op het wapen van het voormalige Werlte in Bad Oeynhausen, Duitsland
De Leganny dolmen in Ierland
De Leganny dolmen in Ierland
Dolmen bij Vinstrup, Denemarken
Dolmen bij Vinstrup, Denemarken
Anta do Paço das vinhas, in de regio Évora, Portugal
Anta do Paço das vinhas, in de regio Évora, Portugal
Hunebed D21 bij Bronneger, Nederland
Hunebed D21 bij Bronneger, Nederland
Hunebed D5 nabij Zeijen, Nederland
Hunebed D5 nabij Zeijen, Nederland
Het grootste hunebed van Nederland (D27 bij Borger)
Het grootste hunebed van Nederland (D27 bij Borger)
Hunebed D54 nabij Havelte, Nederland
Hunebed D54 nabij Havelte, Nederland
Een hunebed bij Valthe, Nederland, 1962
Een hunebed bij Valthe, Nederland, 1962
De dekheuvel van D14 is grotendeels bewaard gebleven, de top is afgegraven en er zijn enkele dekstenen verwijderd
De dekheuvel van D14 is grotendeels bewaard gebleven, de top is afgegraven en er zijn enkele dekstenen verwijderd
Hunebed in de Westelijke Kaukasus (kraj Krasnodar)
Hunebed in de Westelijke Kaukasus (kraj Krasnodar)
Dolmen in Portugal
Dolmen in Portugal
Hunebed in het wapen van Borger-Odoorn, Nederland
Hunebed in het wapen van Borger-Odoorn, Nederland
Dolmen in Gochang, in de Zuid-Koreaanse provincie Jeollabuk-do
Dolmen in Gochang, in de Zuid-Koreaanse provincie Jeollabuk-do
Tien hunebedden op het wapen van Hünstetten, Duitsland
Tien hunebedden op het wapen van Hünstetten, Duitsland
De Düwelsteene of Teufelssteine in Heiden (Duitsland), Duitsland
De Düwelsteene of Teufelssteine in Heiden (Duitsland), Duitsland
Siebensteinhäuser; een groep hunebedden op de Lüneburger Heide, Duitsland
Siebensteinhäuser; een groep hunebedden op de Lüneburger Heide, Duitsland
Hunebed in het wapen van Werlte, Duitsland
Hunebed in het wapen van Werlte, Duitsland
Großsteingrab Katelbogen, 1837, Duitsland
Großsteingrab Katelbogen, 1837, Duitsland
Een hunebed met nog aanwezige stopstenen in Hulbjerg Langeland, Denemarken
Een hunebed met nog aanwezige stopstenen in Hulbjerg Langeland, Denemarken
Hagbølle, een hunebed op een grafheuvel in Denemarken
Hagbølle, een hunebed op een grafheuvel in Denemarken
Dolmen op het Deense eiland Bornholm, in de Oostzee
Dolmen op het Deense eiland Bornholm, in de Oostzee
De dolmen van Styrdalen in Zweden ligt op een heuvel met een doorsnede van 10 meter
De dolmen van Styrdalen in Zweden ligt op een heuvel met een doorsnede van 10 meter
Stendös Vrångstadsdösen is een langdös, 1877
Stendös Vrångstadsdösen is een langdös, 1877
Vrouwelijke student bij de domen bij Tyfta, ca. 1900
Vrouwelijke student bij de domen bij Tyfta, ca. 1900
Dolmen de St-Fort-sur-le-Né, Charente, Frankrijk
Dolmen de St-Fort-sur-le-Né, Charente, Frankrijk
Een man staat naast de dolmen de Bagneux in Frankrijk, augustus 1890
Een man staat naast de dolmen de Bagneux in Frankrijk, augustus 1890
Cromlech op Jersey, The Channel Islands, 1862
Cromlech op Jersey, The Channel Islands, 1862
Cromlech, Denbighshire
Cromlech, Denbighshire
Proleek Portal Tomb, Ierland
Proleek Portal Tomb, Ierland
Cromlechs in Cornwall, 1857
Cromlechs in Cornwall, 1857
Megalitische necropolis Lameira de Cima, Portugal
Megalitische necropolis Lameira de Cima, Portugal
Dolmen in het wapen van Manhuncelos, Portugal
Dolmen in het wapen van Manhuncelos, Portugal
Dolmen in het wapen van Gorafe, Spanje
Dolmen in het wapen van Gorafe, Spanje
Dolmen op Malta
Dolmen op Malta
Dolmen in Jordanië
Dolmen in Jordanië
Dolmen in Israël
Dolmen in Israël
Dolmen di Sarbogadas, Italië
Dolmen di Sarbogadas, Italië

Een hunebed of dolmen is een megalithische (Grieks: mega = groot, lithos = steen) steenkamer uit de prehistorie die bestaat uit staande draagstenen, overdekt door platte dekstenen.

Terminologie en etymologie[1][bewerken]

Volgens Van Dale is een dolmen een Frans megalithisch bouwwerk, en een hunebed een Nederlands-Deens megalithisch bouwwerk. In de Nederlandstalige wetenschappelijke literatuur komt men beide termen tegen.

  • Dolmen wordt vooral in Vlaanderen gebruikt en ontleent zijn gebruik uit de Angelsaksische en Franse wetenschappelijke literatuur. Het woord zou door onderzoekers van eind 18e eeuw ontleend zijn aan het Keltische taol, wat tafel betekent en maen of men wat steen betekent. Men meende in die tijd immers dat dolmens en menhirs Keltische cultuurelementen waren.
  • Hunebed is als woord ouder. In het boek van Johan Picardt (zie "Literatuur") heten de hunebedden "steenhopen gebouwd door grouwsamen barbarische en wreede reusen, huynen, giganten". Deze visie was in overeenstemming met de toenmalige orthodoxe Bijbeluitleg waarin vóór de Zondvloed "reuzen op aarde waren".[2] Picardt heeft het consequent over steenhopen, maar de term "huynen" beklijfde en in 1685 noemde Titia Brongersma de steenhoop "hunebed".

In het dagelijkse taalgebruik blijken de termen hunebed en dolmen grotendeels synoniem, en zijn voor Nederlanders de dolmens van Bretagne gewoon Franse hunebedden. In dit artikel worden dan ook beide termen gebruikt.

Archeologen gebruiken beide woorden gewoonlijk niet als synoniem, omdat de hunebedden in Noordoost-Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken andere kenmerken hebben (de ingang is aan de lange zijde) en door een andere cultuur gebouwd zijn dan de dolmens in grote delen van Frankrijk en België (allée couverte). De term hunebed wordt dan gereserveerd voor dat soort megalithische bouwwerken die in Noord-Europa voorkomen en gebouwd zijn door mensen van de Trechterbekercultuur. Een hunebed is een nadere precisering van de meer algemene benaming dolmen.

Bouw[bewerken]

Het bouwwerk bestaat uit rechtopstaande grote stenen ("zuilen" of "draagstenen") waarop platte dekstenen rusten. Doorgaans staan de draagstenen grotendeels op evenwijdige lijnen. Twee draagstenen en een deksteen worden juk of trilithon genoemd. De juk of meerdere jukken worden afgesloten door sluitstenen. De ruimtes tussen deze stenen werden opgevuld door kleinere stenen, de stopstenen. De ingang is vaak in het midden van de lange zijde te vinden en bevat in sommige gevallen poortstenen. Deze poort kan ook de lengte van een gang hebben.

Het geheel werd afgedekt door een dekheuvel, deze heuvel is in veel gevallen verdwenen. Ook komen er kransstenen voor, deze zijn rond het hunebed geplaatst (vaak in een ronde, niervormige of ovale vorm).

Veel kleine stopstenen (in Nederland vaak door de mens gespleten zwerfkeien) zijn verdwenen, evenals de dekheuvel van aarde en/of plaggen. Een ingang ligt bij hunebedden in Nederland meestal aan de oost- of zuidkant van de steenkamer. In Nederland gebruikte men zwerfstenen als bouwmateriaal, in andere landen de lokale steen (in België bijvoorbeeld puddingsteen).

Op het Duitse eiland Sylt bleek het hunebed Denghoog zorgvuldig met klei en platte stenen afgedekt te zijn, met daarover weer zand en aarde, zodat de kamer bij de opgraving in 1868, circa 5000 jaar na het laatste gebruik, nog volledig intact en droog was.

In Nederland zijn de hunebedden van oost naar west gesitueerd.[3][4] Deze oriëntering is mogelijk astronomisch bepaald: er is een verband met de opkomstpunten van de maan voorgesteld.[5]

Geschiedenis[bewerken]

Hunebedden en megalithische bouwwerken die door mensen zijn gemaakt, zijn te vinden langs de kusten van heel West-Europa, van Portugal tot Denemarken en in Groot-Brittannië en Ierland. Sommige hunebedden zijn aan de binnen- en/of buitenkant voorzien van inscripties of versierselen die in de steen gebeiteld zijn (petroglief). Veel van deze prehistorische monumenten zijn in de loop van de eeuwen vernield om de stenen te gebruiken als bouwmateriaal voor bijvoorbeeld wegen, kerken, huizen en dijken.

Gestructureerd onderzoek naar hunebedden werd in Nederland pas in de eerste helft van de twintigste eeuw uitgevoerd. De bekendste van de onderzoekers is professor Van Giffen. Hij is ook verantwoordelijk geweest voor de officiële nummering van de hunebedden in Nederland.

De hunebedden in Nederland zijn gebouwd in de nieuwe steentijd, het Neolithicum, van 3450 tot circa 3250 v.Chr., maar ze zijn gebruikt tot circa 2850 v.Chr. Dit valt onder andere af te leiden uit het gebruikte aardewerk, waaronder de gedurende de gehele periode gebruikte trechterbeker. Vandaar dat de hunebedbouwers beschouwd worden als vertegenwoordigers van de Trechterbekercultuur. Volken van deze cultuur vormden vanwege hun grote verspreidingsgebied waarschijnlijk geen homogeen geheel. Van hun geschiedenis is zeer weinig bekend.

Ketelwagen, in 1970 gevonden in een hunebed te Acholshausen, ca. 1000 v.Chr.

Een hunebed is volgens de gangbare theorie een prehistorische grafkamer. Men vindt vaak brandsporen in en bij hunebedden. Het vuur speelde een rol bij de dodencultuur van de hunebedbouwers. De doden worden in gestrekte, zittende of in gehurkte houding bijgezet en vergezeld met grafgiften. Men heeft in bijna alle hunebedden grote hoeveelheden aardewerk en andere voorwerpen gevonden. Het aardewerk bestaat uit sterk versierde platte schalen, kommen, grote potten, bekers en flesjes. De versieringen bestonden uit diep ingedrukte ornamenten. Ook wapens worden veelvuldig aangetroffen zoals hamers en bijlen en verder pijlpunten, messen en krabbers van vuursteen.

Menselijke resten worden maar zelden gevonden. Dat is waarschijnlijk een gevolg van de zure bodemgesteldheid in Nederland, waar skeletten volledig in kunnen vergaan. Lijfsieraden zijn ook weinig gevonden. Het zijn meestal kralen van barnsteen en git (gagaat), veelal geïmporteerd en karakteristiek voor steentijdculturen van Engeland, Frankrijk en ook Midden-Europa. In Nederland komt het oudste metaal (koper) uit een hunebed bij Buinen, gevonden in 1927 door Van Giffen. De spiraalvormige kralen die uit dit koper waren gemaakt, worden gedateerd rond 2500 v.Chr., hoewel de hunebedden ouder zijn. Ook in Odoorn is koper gevonden in een hunebed. De kralen zijn te zien in het Drents Museum te Assen.

Hunebedden in Europa[bewerken]

Hunebedden in Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Lijst van hunebedden in Nederland

De stenen waarvan de hunebedden zijn gebouwd zijn zwerfstenen, afkomstig uit Scandinavië die naar het zuiden zijn gevoerd door het oprukkende landijs tijdens een ijstijd. Toen het ijs aan het eind van de ijstijd smolt, bleven de meegevoerde stenen achter.

De hunebedden in Nederland vormen de meest westelijke uitloper van het territorium van de Noordelijke megaliet-cultuur, die verder doorloopt tot in Oost-Duitsland. Qua stijl en locaties vertonen ze grote overeenkomsten met de hunebedden in Sleeswijk-Holstein, Noordrijn-Westfalen en met name het Eemsland.

Reliëfkaart met de locaties van de 53 nog bestaande Nederlandse hunebedden (G5 staat niet op deze kaart). De hoogtes zijn hier een factor 20 overdreven om het reliëf goed tot uitdrukking te brengen. Te zien is dat de meeste hunebedden in de hogere delen van het landschap liggen (de Hondsrug, een stuwwallencomplex)

Naar schatting waren er in Noord-Nederland 80 tot 100 hunebedden, de meeste daarvan in Drenthe. De plaats van 18 gesloopte hunebedden is nog bekend. Van de 54 hunebedden die nu nog in Nederland zichtbaar zijn, staan er 52 in de provincie Drenthe. De andere twee staan in de provincie Groningen: één bij Noordlaren, enkele meters over de grens met Drenthe, het andere is in 1982 gevonden bij een opgraving in Heveskesklooster, en geplaatst in een museum in het nabijgelegen Delfzijl.

Van de 52 hunebedden in Drenthe ligt het grootste hunebed bij Borger (hunebed D27), waar een vondst uit de bronstijd werd gedaan[6]. Hier liggen in totaal dertien hunebedden bij elkaar. In 2010 werd een bodemscan gemaakt.[7] Vlak naast het grootste hunebed is het Hunebedcentrum gebouwd waar veel informatie over de prehistorie is te verkrijgen. In het Drents Museum in Assen is er ook veel te zien over de hunebedden en hun bouwers/cultuur.

Het langste Nederlandse hunebed is hunebed D43, dat op de Schimmeres bij Emmen ligt. Dit hunebed wordt wel het Langgraf genoemd, hoewel dat eigenlijk de type-aanduiding is. Hunebedden met een eigen naam zijn onder andere de Papeloze kerk (D49) bij Schoonoord, Duvelskut (D17 of D18) bij Rolde, Duvelse kolse (D10) bij Gasteren en de Stemberg (D13) bij Eext.

Aan de voet van de Havelterberg bij Darp liggen twee hunebedden, waarvan één het op een na grootste hunebed van Nederland is (D53) met een lengte van bijna achttien meter.

In de middeleeuwen was er geen aandacht voor de hunebedden. Dat blijkt onder andere uit de omstandigheid dat de megalithische steenhopen geen naam hadden: men sprak van "steenhopen"[8] In de 17e eeuw kreeg het hunebed voor het eerst aandacht. De Coevordense predikant Johan Picardt publiceerde in 1660 zijn "Korte Beschryvinge van eenige Vergetene en Verborgene Antiquiteiten Der Provintien en Landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe". In deze tijd worden de steenhopen of stienbargenook wel Reuzenstenen of Hunesteenen genoemd. Op een kaart van 1637 wordt het megalithische graf bij Diever aangeduid met Hunnebet.

D14; er zijn duidelijk gaten in deze - in de grafkelder gevallen - stenen zichtbaar

Er was geen sprake van systematisch onderzoek en nog minder van bescherming. Tal van hunebedden werden verwoest. Er werden gaten in de stenen geboord. In de gaten werd buskruit gestopt en tot ontploffing gebracht of men stopte wiggen in de gaten en brak de steen. De stenen werden op deze manier kleiner gemaakt door keienkloppers en als bestrating aanegbracht door keienleggers[9]. In de middeleeuwen werden de stenen van hunebedden gebruikt voor de bouw van kerken en in de 18e eeuw werden zeeweringen versterkt. In de 19e eeuw werd vergruisd graniet gebruikt voor wegverharding of de fundering van een gebouw.

Afbeeldingen der sware steenen gewoonlijk genaampt de hunnebedde in Drent, Atlas Schoemaker: Drenthe, 1710-1735

In 1734 werd in Drenthe een resolutie aangenomen waarin het vernielen van de gedenkteekenen strafbaar wordt. Er stond een boete van 100 gulden op de vernieling van een graf of de roof van stenen. Toch verdwenen na het aannemen van deze resolutie nog vele hunebedstenen en minstens 7 complete hunebedden.

In de loop van de negentiende eeuw nam de belangstelling voor hunebedden, en voor het verleden in het algemeen, toe, en werden ze beschermd. In 1809 wordt hunebed D41 ontdekt en in hetzelfde jaar wordt het verboden om hunebedden (en andere monumenten) te onderzoeken. Enkel de broer van de landdrost, Johannes Hofstede, mocht nog onderzoek uitvoeren door Koninklijk Besluit. Leonardt Janssen reist naar Denthe en legt de hunebedden vast in eenvoudige tekeningen en schema's. Ook worden de eerste foto's genomen. De hunebedden waren nog in handen van boermarken en de overheid probeert het eigendom in handen te krijgen.

Ook werden ze een vast onderdeel van de geschiedenislessen in Nederland. Zo vormen ze sinds 2004 het eerste venster van de Canon van Nederland.[10]

Ook kregen ze, net als megalithische monumenten elders ter wereld, pseudowetenschappelijke belangstelling. Zo werd in 1978 een boek[11] gepubliceerd waarin de hunebedden met "laserstralen en anti-zwaartekracht" gebouwd heten te zijn. Hunebedden worden ook met vliegende schotels, aardstralen en reuzen en witte wieven in verband gebracht.

In 2015 werd bij Dalfsen het grootste grafveld van hunebedbouwers in Noordwest-Europa opgegraven[12]

Society of Antiquaries[bewerken]

Rond 1870 waren de meeste hunebedden in bezit van de overheid en men besloot deze monumenten 'op te knappen'. Bezorgd om de 'restauraties' die door provincie en lokale overheden werden uitgevoerd, zoals het weggraven van de dekheuvels, stuurde de Society of Antiquaries in 1878 twee Engelse oudheidkundigen naar Drenthe. William Colling Lukis en sir Henry Dryden maakten in de periode van 1 tot 22 juli plattegronden en aangezichten van veertig Drentse hunebedden. Deze tekeningen (met beschrijvingen) waren van ongekend hoog niveau voor Nederlandse begrippen.

In 2015 werd het werk van de oudheidkundigen uitgegeven. In het Drents Museum was een tentoonstelling over het werk.[13][14]

Typen[bewerken]

Er zijn in Nederland vijf typen hunebedden:

  • Het ganggraf, zoals D45 in de Emmerdennen, waarvan de toegang meestal bestaat uit twee paar zijstenen waarop een deksteen rust. In het algemeen is er een ovaalvormige/niervormige steenkrans of resten ervan.
  • Het portaalgraf, zoals D1 bij Steenbergen, waarvan de ingang bestaat uit één paar zijstenen.
  • Het langgraf, zoals D43 op de Schimmeres bij Emmen, bestaande uit twee portaalhunebedden met één dekheuvel.
  • Het trapgraf, zoals D13 in Eext, waarvan de toegang bestaat uit een trap met vier treden.
  • De verlengde dolmen, waarbij de ingang zich aan de korte kant bevindt, zoals bij het laatst gevonden hunebed G5 bij Heveskesklooster.

Hunebedden in Duitsland[bewerken]

Großsteingrab Weseby bij Hürup, Ernst Sprockhoff: Atlas der Megalithgräber in Deutschland. Teil 1: Schleswig-Holstein, ca. 1837/38

In het noordwesten van Duitsland zijn enkele honderden hunebedden (Hünengrab, Steinsetzung of Großsteingrab, zie ook Galerijgraf), waarvan vele met rust zijn gelaten en sommige veel groter zijn dan de Drentse. Toch zijn er ook in Duitsland veel hunebedden verdwenen. In 1846 telde Georg Otto Carl baron van Estorff 219 hunebedden in de omgeving van Uelsen. Er zijn nu nog 17 in het gebied overgebleven.

Meerdere hunebedden hebben een naam, zoals het Steenhus von Börger, Räuberhauptmannsberg, Sundermannsteine, Steinofen, Bülzenbett , Zimmerberg, Poppostein , Taufstein, Herzogsgrab, Zägensteene, Siegsteine, Blutsteine, Heiligerstein, Oldendorfer Totenstatt, Kroatenhügel, Visbeker Braut en Visbeker Bräutigam.

In sommige gevallen wordt het hunebed in verband gebracht met de heidense gebruiken (Großsteingrab Heidenopfertisch, Heidenstein en Großsteingrab Opferstein bij Marienborn) of de duivel, zoals Teufels Backofen, Teufels Backtrog, Teufels Teigtrog, Düwelsteene , Teufelssteine, Teufelsküche en Teufelsbett.

Hunebedden in Denemarken[bewerken]

Er zijn twee grafkamers in het 40 meter lange Kongedyssen of Dæmpegårdsdyssen (3000-2800 v.Chr.) bij Tokkekøb Hegn, één is nog intact

Er zijn in Denemarken nog 2.500 hunebedden (oldtidsgrave , stendysse of dysse) te vinden. Naar schatting waren hier 25.000 megalithische grafkamers. Langeland heeft het grootste aantal hunebedden per km2 ter wereld.

Rond 3500 v.Chr. begon men met de bouw en werden duizenden hunebedden opgericht. Rond 3200 v.Chr. ontwikkelde het hunebed zich tot een ganggraf, het lag in de omgeving van velden en huizen. Het was niet alleen een plek van de doden, maar toonde ook de rechten van de familie op het gebied.

De oudste vorm, de runddyssen, bevatte een grafkamer en had een ronde vorm. Er zijn in Denemarken, bijvoorbeeld op het eiland Seeland en op Jutland, hunebedden met een polygonale vorm.

Er werden soms in latere periodes extra kamers gebouwd en het bouwsel werd dan in zijn totaliteit uitgebreid. Er zijn hunebedden met vijf grafkamers aangetroffen. De lengterichting is meestal noordwest-zuidoost en de opening ligt naar het zuidoosten. Een langdysse heeft meestal een lengterichting oost-west.

In Denemarken zijn skeletresten aangetroffen in meerdere hunebedden.

De term dysse werd gebruikt voor alle megalitische graven (voornamelijk ganggraven), maar tegenwoordig wordt deze term vooral gebruikt voor de bouwsels die niet geheel met een heuvel (høj, zie grafheuvel) bedekt zijn.

Hunebedden in Zweden[bewerken]

Schedels, aangetroffen in de Slutarp dolmen (onderzocht in 1910) en tegenwoordig in het Falbygdens museum te bezichtigen

In het zuiden en midden van Zweden zijn nog honderden megalithische monumenten te vinden. In Zweden zijn ook menselijke resten aangetroffen in de bouwwerken. Er zijn echter ook vele hunebedden zonder sporen van menselijke resten. Vaak is wel aardewerk aangetroffen.

Ze worden aangeduid als stenkammergrav (steenkamergraf), stendös of dös.

De oudste dösen zijn gebouwd als een rechthoekige kamer met daarom een langwerpige (rechthoekige of soms ronde) kring van stenen (långdös). Deze kring kan één of meerdere kamers bevatten.

Jongere dösen hebben een meer vierkante of ronde kamer, meestal met een ronde heuvel en steenkring (aangeduid als runddös). Soms bevat het bouwwerk bij de ingang enkele dwarse stenen, die een poort vormen.

Een van de voorkomende types is het ganggraf (gånggrift).

Dolmens in België[bewerken]

In België staan dolmens op de volgende plaatsen: Ronse, Kluisbergen, Velzeke, Duisburg, Virginal-Samme, Helshoven (restant), Leval-Trahegnies (restant), Fagnolle, Jemelle, Sart-lez-Spa, Bleid, Chassepierre, Forrières, Harré, Jamoigne, Malempre, Membre, Mousny-lez-Ortho, Gomery.[15]

Er zijn verschillende types, zoals de allée couverte die ook in Frankrijk voorkomt.

De twee bekendste Belgische dolmens staan in Wéris.[16] [17] [18]

Zie ook allée couverte.

Dolmens te Wéris[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Megalieten bij Wéris voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De twee dolmens bij Wéris (Dolmen van Wéris en Dolmen van Oppagne) zouden gebouwd zijn door de Seine-Oise-Marne-cultuur (SOM) in het laat-neolithicum.[19] Gezien de gevonden beenderresten zouden ze zijn gebruikt als begraafplaatsen. De dolmens, de menhirs en sommige natuurlijke stenen rond Wéris zijn op lijnen geplaatst over de betekenis waarvan druk gespeculeerd wordt.[20]

Verschillen van de SOM-megalietgraven met die van de trechterbekercultuur (TRB) zijn:

  • De SOM megalietgraven zijn over het algemeen veel kleiner dan de TRB-hunebedden
  • De dolmens van Wéris zijn niet van zwerfstenen, maar van puddingsteen, een in de streek veelvoorkomend sedimentgesteente, een mengsel van kiezel en zandsteen. Deze blokken steen zijn tot 4 kilometer verplaatst.
  • De dolmens hebben als toegang een in de korte zijde uitgehakte opening, het zogenaamde zielengat.

Ouderdom dolmens Wéris[bewerken]

De Seine-Oise-Marne-cultuur kan (minimaal) ca. 2500 v.Chr. gesitueerd worden.[21] Een tijdstabel[22] stelt de SOM cultuur op één lijn met de Trechterbekercultuur (3400-2900 v.Chr.), de Vlaardingencultuur (3500-2500 v.Chr.) en de Steingroep (zie boven, 2800 v.Chr.), alle in het laat-neolithicum.

  • Beide dolmens bij Wéris vertonen de uiterlijke kenmerken van die van de SOM-cultuur
  • Bij opgravingen in de dolmens zijn potscherven en stenen pijlpunten gevonden die typisch zijn voor de SOM-cultuur
  • De gevonden beenderresten wijzen erop dat er vroeger mensen in begraven zijn. Met de C14-methode is de ouderdom van de beenderresten bepaald. Deze bleek in de eerste helft van het derde millennium v.Chr. te liggen, dus 3000-2500 v.Chr.[23][24]
  • Ook zijn er potscherven gevonden van de Klokbekercultuur die men heeft kunnen dateren tussen 2870 en 2300 v.Chr.

Hoogstwaarschijnlijk zijn deze monumenten vóór 2900 v.Chr. door mensen van de Seine-Oise-Marne-cultuur opgericht en door de Klokbekerbevolking hergebruikt.

Een datering van 2500 v.Chr. tot zelfs maximaal 3500 v.Chr. is dus mogelijk. De dolmens bij Wéris zouden dan 4500 tot maximaal 5500 jaar oud zijn, mogelijk even oud als de Nederlandse.

Dolmens in Frankrijk[bewerken]

La Cave aux Fées of ook wel La Chambre aux Fées, Saint-Cergues

In Frankrijk komen dolmen voor, er zijn verschillende typen zoals de allée couverte. Er zijn nog ongeveer 4.500 dolmens te vinden.

De grootste dolmen van Frankrijk is de dolmen van Bagneux bij Saumur, ook wel bekend als La Grande Pierre Couverte. Deze dolmen is 23 meter lang en is zo'n 5 meter breed (en aan de binnenkant is de lengte zo'n 18 meter). De voorkamer is verstoord. Er zijn drie dekstenen en de grootste is 7,3 meter lang, het gewicht wordt geschat op 90 ton. In hoogte wordt deze dolmen alleen overtroffen door de Cueva de Menga op het Iberisch schiereiland. Tijdens het onderzoek in 1775 werden geen vondsten aangetroffen. In Bagneux ligt nog een kleinere dolmen, alhoewel dit ook het overblijfsel van een oorspronkelijk veel grotere dolmen kan zijn.

Dolmens worden in verband gebracht met feeën. In Frankrijk zijn meerdere dolmens, hunebedden of ganggraven met eenzelfde naamgeving, zoals het huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins).

Andere benamingen zijn bijvoorbeeld Chambre aux Fées, dolmen de la Salle aux Fées, Pierre-aux-Fées de Reignier, pierre de la fée en de dolmen de la Pierre aux Fées. Zie ook plaatsen die in verband worden gebracht met feeën.

Britse eilanden[bewerken]

Dolmens in Ierland[bewerken]

Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, deze dolmen ligt in Carlow. De deksteen bestaat uit 100 ton graniet en is 4,7 meter bij 6,1 meter groot. Er werden geen sporen van een dekheuvel of cairn aangetroffen.

Poulnabrone Dolmen

Dolmens in het Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Ook in het Verenigd Koninkrijk komen dolmens voor. Ze staan bekend onder verschillende benamingen, zoals cromlechs in Wales en quoits in Cornwall.

Dolmens in Portugal[bewerken]

In Portugal worden dolmens aangeduid als dólmen, antas, orcas, arcas en palas. In de volksmond worden ze casas de mouros (huizen van de Moren), fornos de mouros (fornuizen van de Moren) of pias genoemd.

De Finse archeologe Hanna Lindström van de universiteit van Helsinki beschreef in haar scriptie uit 2014 meerdere volksverhalen over de bovennatuurlijke maaksters en beschermsters van de bouwwerken. Deze Mouras Encantadas waren onsterfelijk en bezaten de eeuwige jeugd, schoonheid en wijsheid. Ze onderwezen de mens het spinnen, weven, het maken van kaas en legt verbanden met de Griekse Moirae of Romeinse Fata (beide schikgodinnen, zie ook de Parcen). Deze moura-mari-marion godinnen worden door taalkundigen aan de dood en geesten en folkloristen verbinden hen aan het leven, vruchtbaarheid, gezondheid en oude wijsheid. Ze kunnen van vorm veranderen, bijvoorbeeld een geit, stier of slang[25]. Ze geven goede mensen cadeaus, maar straffen slechte mensen.
De legenden veranderden in de loop van de tijd en meer recente verhalen vertellen over de mouras als zijnde moorse vrouwen die door een betovering door hun vaders in een eeuwige onveranderlijke staat zijn gebracht. Ze bewaken schatten die ondergronds of in de dolmens zijn verborgen. Ze kunnen in slangen veranderen en worden bewaakt door boze stieren. In weer andere verhalen wonen ze in paleizen van goud en zilver en wachten tot ze hun vrijheid krijgen doordat een een man die moura, in de vorm van een enorme slang, zoent. Dit lukt niet en de tranen van de mouras vormen rivieren.
In de 19e eeuw kwamen er verhalen over personen die middernacht of om 12 uur 's middags of tijdens midzomer een bezoek brengen aan de mouras[26]. Ze worden in verband gebracht met de naderende dood en geboortes, ze bepalen of de moeder en/of het kind overleven.

De Anta Grande do Zambujeiro is één van de grootste hunebedden op het Iberisch schiereiland.

Alhoewel de kerk vele dolmens vernietigde en de vieringen rond deze plaatsen verbood, werden andere heilig verklaard. Er zijn enkele dolmens waarvan men een kerk of kapel gemaakt heeft.

Dolmens in Spanje[bewerken]

Een man staat in de aizkomendiko trikuharria (de grootste van Baskenland), het bouwwerk werd in 1832 ontdekt bij Egilatz

Zowel in Spanje als in Portugal komt een type dolmen voor dat wordt aangeduid als anta.

In het Baskisch worden de dolmens trikuharri of dolmenak genoemd, er zijn ook jentilarriak (gebouwd door de jentil, die ook verantwoordelijk zou zijn voor de bouw van de jentilbaratz, zie ook harrespil).

Dolmens in Italië[bewerken]

Rondom Bisceglie zijn vele dolmens te vinden. De grootste, Chianca, heeft een deksteen van 2,5 bij 4 meter.

Hunebedden elders op de wereld[bewerken]

Volksgeloof[bewerken]

Odin bezoekt de völva, Sleipnir en de hellehond Garm kijken naar elkaar, 1895

Hunebedden waren volgens het volksgeloof plekken waar kinderen uit tevoorschijn zouden komen.[30] Ook zijn hunebedden de plaats waar de witte wieven wonen en hun kostbaarheden opbergen[31].

Reuzen zouden de Dikke Stienen of hunebedden hebben gemaakt, in het Emmer hunebed zou nog een afdruk van een vuist van de reus te zien zijn[32][33].

Jentil, een ras van reuzen uit de Baskische mythologie, zouden volgens volksverhalen ook verantwoordelijk zijn voor de bouw van megalitische bouwwerken, zoals bijvoorbeeld de jentilarri of jentiletxe.

In andere gevallen werd de bouw van een hunebed aan demonen toegeschreven, zoals bij de Duvelskut.

De benamingen vertonen overeenkomsten, ook als het om verschillende mythische wezens gaat. Zo worden in Frankrijk feeën verantwoordelijk gehouden voor de bouw van hunebedden (huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins)), waar dit in Duitsland de duivel is (het bed van de duivel (Teufelsbett) en de oven van de duivel (Teufels Backofen)). In Portugal worden de Moren genoemd (huizen van de Moren (casas de mouros) en fornuizen van de Moren (fornos de mouros))

Volgens verhalen heeft Napoleon zijn paard op deze deksteen laten staan[34]

In de nacht van 31 oktober (Samhain/Halloween) zijn korrigans in de nabijheid van hunebedden en dolmens om slachtoffers op te wachten.

Zie ook[bewerken]

Het Hunnenkerkhof (een grafveld) nabij Oosterhesselen, 2011

Megalieten[bewerken]

In heel Noordwest-Europa vindt men menhirs, grote staande stenen die door mensen zijn opgericht, variërend in grootte van enkele meters tot soms wel twintig meter. Maar ook grotere verbanden van een paar tot honderden grote stenen (megalieten) vinden we in Europa: steencirkels en steenrijen. Met name bij het Franse Carnac en in Ierland en Groot-Brittannië (Stonehenge) zijn deze te vinden. Hun betekenis is niet altijd duidelijk; vaak zijn ze ook van een andere cultuur dan de Trechterbeker-cultuur.