Hunebed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland
De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland
Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil
Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil
Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660
Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660
Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604
Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604
Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879
Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879
Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland
Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland
Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is grootste dolmen van Frankrijk
Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is grootste dolmen van Frankrijk

Een hunebed of dolmen is een megalithische (Grieks: mega = groot, lithos = steen) steenkamer uit de prehistorie die bestaat uit drie (of meer) staande draagstenen, overdekt door een (of meer) deksteen. Een hunebed is volgens de gangbare theorie een prehistorische grafkamer, alhoewel het niet met zekerheid te zeggen is dat dit de oorspronkelijke functie van het bouwwerk is geweest.

Terminologie en etymologie[bewerken]

Volgens Van Dale is een dolmen een Frans megalithisch bouwwerk, en een hunebed een Nederlands-Deens megalithisch bouwwerk. In de Nederlandstalige wetenschappelijke literatuur komt men beide termen tegen.[1]

  • Dolmen wordt vooral in Vlaanderen gebruikt en ontleent zijn gebruik uit de Angelsaksische en Franse wetenschappelijke literatuur. Het woord zou door onderzoekers van eind 18e eeuw ontleend zijn aan het Keltische taol, wat tafel betekent en maen of men wat steen betekent. Men meende in die tijd immers dat dolmens en menhirs Keltische cultuurelementen waren. Théophile Corret de la Tour d'Auvergne introduceerde deze benaming in de archeologische wereld in zijn Origines gauloises (1796), het werd geschreven als dolmin. De Oxford English Dictionary verwijst naar tolmen (Cornisch; gat van een steen)[2].
  • Hunebed is als woord ouder. In het boek van Johan Picardt heten de hunebedden "steenhopen gebouwd door grouwsamen barbarische en wreede reusen, huynen, giganten".[3] Deze visie was in overeenstemming met de toenmalige orthodoxe Bijbeluitleg waarin vóór de Zondvloed "reuzen op aarde waren".[4] Picardt heeft het consequent over steenhopen, maar de term "huynen" beklijfde en in 1685 noemde Titia Brongersma de steenhoop "hunebed".

In het dagelijkse taalgebruik blijken de termen hunebed en dolmen grotendeels synoniem, en zijn voor Nederlanders de dolmens van Bretagne gewoon Franse hunebedden. In dit artikel worden dan ook beide termen gebruikt.

Archeologen gebruiken beide woorden gewoonlijk niet als synoniem. De hunebedden in Noordoost-Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken hebben andere kenmerken en zijn door een andere cultuur (trechterbekercultuur) gebouwd dan de dolmens in grote delen van Frankrijk en België (zoals de allée couverte van de Seine-Oise-Marnecultuur).

Bouw[bewerken]

Het bouwwerk bestaat uit rechtopstaande grote stenen ("zuilen" of "draagstenen") waarop platte dekstenen rusten. Doorgaans staan de draagstenen grotendeels op evenwijdige lijnen. Twee draagstenen en een deksteen worden juk of trilithon genoemd. De juk of meerdere jukken worden afgesloten door sluitstenen. De ruimtes tussen deze stenen werden opgevuld door kleinere stenen, de stopstenen. De ingang is vaak in het midden van de lange zijde te vinden en bevat in sommige gevallen poortstenen. Deze poort kan ook de lengte van een gang hebben.

Het geheel werd afgedekt door een dekheuvel, deze heuvel is in veel gevallen verdwenen. Ook komen er kransstenen voor, deze zijn rond het hunebed geplaatst (vaak in een ronde, niervormige of ovale vorm).

In Nederland gebruikte men zwerfstenen als bouwmateriaal, in andere landen de lokale steen (in België bijvoorbeeld puddingsteen).

Huidige tijd[bewerken]

Links een reconstructie van Großsteingrab Stenum en rechts de huidige staat van het bouwwerk

Veel van deze prehistorische monumenten zijn in de loop van de eeuwen vernield om de stenen te gebruiken als bouwmateriaal voor bijvoorbeeld wegen, kerken, huizen en dijken[5]. Ook speelden soms ideologische of religieuze motieven een rol bij de vernietiging van (gedeelten van) hunebedden.

Een model met links de oorspronkelijke situatie en rechts de huidige situatie van Großsteingrab Flehm 1
Het Ulanendenkmal in Demmin werd in 1923/1924 gebouwd met de stenen van hunebedden uit de omgeving, het Großsteingräber bei Quitzerow werd hiervoor zelfs volledig afgebroken

Gedurende de Middeleeuwen werden Quadersteine gemaakt, dit gebeurde door de hunebedstenen te kloven. De Qadersteine vormden de fundering in vele in kerken in Noord-Duitsland en Denemarken. In Drenthe zijn nog resten in de kerkmuren van Odoorn en Emmen te vinden, ook in de kerkhofmuren van Odoorn en Oosterhesselen[6].

In andere gevallen werden de hunebedden verwijderd, omdat ze voor problemen zorgden bij het bewerken van het land door boeren.

Veel kleine stopstenen (in Nederland vaak door de mens gespleten zwerfkeien) zijn verdwenen, evenals de dekheuvel van aarde en/of plaggen. In sommige gevallen werd het gehele hunebed vernietigd en herinneren alleen sporen in de grond of de naamgeving van het gebied aan het bouwwerk wat ooit op de plek heeft gestaan. In andere gevallen bleef (een gedeelte van) het hunebed bewaard, alhoewel de stenen niet altijd op de originele plek bleven staan. Hunebedden werden verplaatst om het bouwwerk te redden (bijvoorbeeld bij de aanleg van een spoorlijn, weg of industrieterrein).

Er zijn hunebedden gekerstend en in bepaalde gevallen zijn deze hunebedden voorzien van een kruis. Er zijn ook hunebedden die in gebruik zijn als kapel of ingebouwd zijn in een kerk of kapel.

Tegenwoordig zijn de overgebleven (delen van) hunebedden vaak beschermd als archeologisch monument.

Petrogliefen[bewerken]

Afgietsel van een draagsteen van het Galeriegrab von Züschen

Sommige hunebedden zijn aan de binnen- en/of buitenkant voorzien van inscripties of versierselen die in de steen gebeiteld zijn (petroglief), bijvoorbeeld cup and ring marks.

Artefacten[bewerken]

Tekening van het hunebed Hjortegardene in Denemarken met begraving en grafgiften, 1896

In en rond hunebedden zijn diverse artefacten gevonden.

Hunebedden in Europa[bewerken]

Verspreiding van megalitische bouwwerken

Hunebedden en andere megalithische bouwwerken zijn te vinden langs de kusten van heel West-Europa, van Portugal tot Denemarken en in Groot-Brittannië en Ierland. De hunebedden zijn gebouwd door diverse culturen en verschillen van vorm.

De hunebedden en dolmens komen ook voor op de wapens van diverse plaatsen en gebieden, zie ook de lijst van wapens met een hunebed.

Hunebedden in Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Hunebedden in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het hunebed D6 in Tynaarlo, Willem Roelofs, 1861

De hunebedden in Nederland vormen de meest westelijke uitloper van het territorium van de trechterbekercultuur, die verder doorloopt tot in het oosten van Duitsland. Qua stijl en locaties vertonen ze grote overeenkomsten met de hunebedden in Sleeswijk-Holstein, Noordrijn-Westfalen en met name het Eemsland.

Naar schatting waren er in Noord-Nederland 80 tot 100 hunebedden, de meeste daarvan in Drenthe. De plaats van 18 gesloopte hunebedden is nog bekend. Van de 54 hunebedden die nu nog in Nederland zichtbaar zijn, staan er 52 in de provincie Drenthe. De andere twee staan in de provincie Groningen.

In Nederland is de lengterichting van de hunebedden voornamelijk van oost naar west georiënteerd.[7][8] Deze oriëntering is mogelijk astronomisch bepaald. Ten eerste door de zon: de lengterichting kan aan de hand van de op- of ondergaande zon bepaald zijn, en de verlichting binnenskamers profiteert van een ingang op het zuiden. Ten tweede is er een verband met de opkomstpunten van de maan voorgesteld.[9] Een ingang ligt bij hunebedden in Nederland meestal aan de oost- of zuidkant van de steenkamer.

1rightarrow blue.svg Zie ook: lijst van hunebedden in Nederland
Hunebed D45 met omgeving in de Emmerdennen
Hunebed D45 met omgeving in de Emmerdennen

Dolmens in België[bewerken]

Maquette van de constructie van de Dolmen van Wéris, Musée des Mégalithes de Wéris

In België staan dolmens op de volgende plaatsen: Ronse, Kluisbergen, Velzeke, Duisburg, Virginal-Samme, Helshoven (restant), Leval-Trahegnies (restant), Fagnolle, Jemelle, Sart-lez-Spa, Bleid, Chassepierre, Forrières, Harré, Jamoigne, Malempre, Membre, Mousny-lez-Ortho, Gomery.[10] Er zijn verschillende types, zoals de allée couverte die ook in Frankrijk voorkomt. De twee bekendste Belgische dolmens staan in Wéris.[11] [12] [13]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Megalieten bij Wéris

Hunebedden in Duitsland[bewerken]

Afbeelding van een hunebed op de Lüneburger Heide, 1912
Een kaart van de Straße der Megalithkultur
Het (inmiddels vernietigde) Großsteingrab Hanstedt II 1, Sprockhoff-No. 772
Georg Otto Carl von Estorff, Heidnische Alterthümer der Gegend von Uelzen im ehemaligen Bardengaue (Königreich Hannover), Hannover 1846.

In het noordwesten van Duitsland zijn enkele honderden hunebedden (Hünengrab, Hünenbett, Steinsetzung, Riesenbett, Megalithgrab of Großsteingrab), waarvan vele met rust zijn gelaten en sommige veel groter zijn dan de Drentse. In Duitsland wordt ook wel de benaming Dolmen (Steintisch) gebruikt.

De bouw van de hunebedden wordt gedateerd tussen 3500 en 2800 v. Chr. In Duitsland zijn de hunebedden gebouwd door de Trechterbekercultuur en de Wartbergcultuur (ook wel Kragenflaschenkultur genoemd).

Ook in Duitsland zijn inmiddels veel hunebedden verdwenen. In 1846 telde Georg Otto Carl baron van Estorff bijvoorbeeld 219 hunebedden in de omgeving van Uelsen. Er zijn nu nog 17 in het gebied overgebleven. In zijn Heidnische Alterthümer der Gegend von Uelzen im ehemaligen Bardengaue (Königreich Hannover) waren ook tekeningen van de bouwwerken opgenomen. In Duitsland werden in 1939 binnen de toenmalige grenzen nog 900 hunebedden geteld.

De volgende lijsten bevatten alle bekende (nog bestaande of inmiddels vernietigde) hunebedden:

Er is een touristische route langs 33 plekken; de Straße der Megalithkultur.

Bij bepaalde hunebedden werd in vroeger dagen recht gesproken, zoals bij Großsteingrab Gerichtsstätte en Denghoog (zie ook Ding (rechtspraak)).

Denghoog[bewerken]

Op het Duitse eiland Sylt bleek het hunebed Denghoog zorgvuldig met klei en platte stenen afgedekt te zijn, met daarover weer zand en aarde, zodat de kamer bij de opgraving in 1868, circa 5000 jaar na het laatste gebruik, nog volledig intact en droog was.

Denghoog was een thinghügel, er werd dus recht gesproken (zie ook ding (rechtspraak)).

Benaming[bewerken]

Opferstein in Albersdorf, ca. 1895

De in Noord-Duitsland populaire naam "Hünengrab" is afgeleid van het Middelhoogduitse "hiune" en de Nederduitse "Hune", met de betekenis van "reus". Zelfs in de 17e eeuw werd in de literatuur algemeen aangenomen dat het hier ging om "graven van de reuzen".

Meerdere hunebedden hebben een naam, zoals het Steenhus von Börger, Räuberhauptmannsberg, Sundermannsteine, Steinofen, Bülzenbett , Zimmerberg, Poppostein , Taufstein, Herzogsgrab, Zägensteene, Siegsteine, Blutsteine, Heiligerstein, Oldendorfer Totenstatt, Kroatenhügel, Visbeker Braut en Visbeker Bräutigam.

In sommige gevallen wordt het hunebed in verband gebracht met de heidense gebruiken (Großsteingrab Heidenopfertisch, Heidenstein en Großsteingrab Opferstein bij Marienborn) of de duivel, zoals Teufels Backofen, Teufels Backtrog, Teufels Teigtrog, Düwelsteene , Teufelssteine, Teufelsküche, Bei den Düvelskuhlen en Teufelsbett. Ook komt het verband met de duivel voor in de literatuur, bijvoorbeeld door de gebroeders Grimm

Bei Osnabrück liegt ein uralter Stein, dreizehn Fuß aus der Erde ragend, von dem die Bauern sagen, der Teufel hätte ihn durch die Luft geführt und fallen lassen. Sie zeigen auch die Stelle daran, in welcher die Kette gesessen, woran er ihn gehalten, nennen ihn den Süntelstein.[14]

Verschillende typen[bewerken]

De ontwikkeling van de Blockkiste (linksboven) tot Urdolmen met gang (rechtsonder)
Verschillende Rechteckdolmen (boven), een Ganggrab met verschillende secties en een Polygonaldolmen (onder)
Schilderij van het hunebed bij Nobbin door Carl Gustav Carus, ca. 1820

Ewald Schuldt maakte een uitsplitsing voor de verschillende vormen van de hunebedden in Mecklenburg, deze was gebaseerd op een uitsplitsing van typen hunebedden in Denemarken:

  • Urdolmen: kleine vierkante of rechthoekige grafkamer met vier draagstenen en één deksteen, met of zonder toegang.
  • Rechteckdolmen of Erweiterter Dolmen: rechthoekige grafkamer met minstens vier draagstenen aan de lange zijde, twee dekstenen en een toegang aan de korte zijde.
  • Großdolmen: rechthoekige grafkamer met minstens zes draagstenen aan de lange zijde, drie dekstenen en een toegang aan de korte zijde
  • Polygonaldolmen: een polygonaal hunebed
  • Kammerloses Hünenbett: langwerpig bouwwerk met rechthoekige of trapeziumvormige grafheuvel en met een stenen en houten ombouwing en met een steenkist of graf in plaats van een megalitische grafkamer.

Er zijn nog andere typen bekend in Duitsland:

Voor de Deutschen Akademie der Wissenschaften zu Berlin en het Museum für Ur- und Frühgeschichte Schwerin werden tussen 1965 en 1970 in totaal 106 van de 1145 bekende megalitische graven uitgegraven en gedocumenteerd en geclassificeerd.

A Hünenbetten ohne Kammer komen voor in het zuidwesten van het voormalige Bezirks Schwerin
B Ganggrab komen voor in het noordwesten van het voormalige Bezirke Rostock und Schwerin
C erweiterte Dolmen of Rechteckdolmen komen voor in het Seenlandschaft van het voormalige Bezirke Schwerin en Neubrandenburg
D Großdolmen mit Vorraum komen voor in het noordoosten van het voormalige Bezirks Neubrandenburg
E Großdolmen mit Windfang komen voor op het eiland Rügen
F Steinkisten komen voor in het zuidoosten van het voormalige Bezirks Neubrandenburg

Afbeeldingen[bewerken]

Hunebedden in Denemarken[bewerken]

Runddysse bij Tustrup

Er zijn in Denemarken nog 2.500 hunebedden (oldtidsgrave , stendysse of dysse) te vinden. Naar schatting waren hier 25.000 megalithische grafkamers. Langeland heeft het grootste aantal hunebedden per km2 ter wereld.

Rond 3500 v.Chr. begon men met de bouw en werden duizenden hunebedden opgericht. Rond 3200 v.Chr. ontwikkelde het hunebed zich tot een ganggraf, het lag in de omgeving van velden en huizen. Het was niet alleen een plek van de doden, maar toonde ook de rechten van de familie op het gebied.

De oudste vorm, de runddyssen, bevatte een grafkamer en had een ronde vorm. Er zijn in Denemarken, bijvoorbeeld op het eiland Seeland en op Jutland, hunebedden met een polygonale vorm.

Er werden soms in latere periodes extra kamers gebouwd en het bouwsel werd dan in zijn totaliteit uitgebreid. Er zijn hunebedden met vijf grafkamers aangetroffen. De lengterichting is meestal noordwest-zuidoost en de opening ligt naar het zuidoosten. Een langdysse heeft meestal een lengterichting oost-west.

In Denemarken zijn skeletresten aangetroffen in meerdere hunebedden.

In Denemarken wordt alleen een onderscheid gemaakt tussen hunebedden (Dysse, Döse) en ganggraf (Jættestue). In Denemarken wordt de heuvel in de nomenclatuur betrokken (Rund- en Langdysse). Tegenwoordig wordt de term dysse vooral gebruikt voor de bouwsels die niet geheel met een heuvel (høj, zie grafheuvel) bedekt zijn.

Hunebedden in Noorwegen[bewerken]

In Noorwegen worden hunebedden 'Dysse, Stendysse, Steinalderdysse en Jaettestuer genoemd. Als de dekheuvel rond is, spreekt men over een Runddysse en bij een rechthoekige heuvel over een Langdysse. Er wordt onderscheid gemaakt tussen deze monumenten en het ganggraf (Ganggrav).

Hunebedden zijn zeldzaam in Noorwegen, er zijn slechts 5 bekend. Daarvan zijn slechts 2 bewaard gebleven. Anders Lorange schrijft over de Skjeltorpdyssen dat een Agrariër een deksteen meenam naar zijn grondgebied in 1872. Kort daarop stierf hij. Vier draagstenen werden later meegenomen door twee agrariërs, ook zij stierven kort daarna. De Skjeltorpdyssen werd in 1942 op 200 meter ten oosten van de oorspronkelijke vindplaats gereconstrueerd.

Hunebedden in Zweden[bewerken]

In het zuiden en midden van Zweden zijn nog honderden megalithische monumenten te vinden. In Zweden zijn ook menselijke resten aangetroffen in de bouwwerken. Er zijn echter ook vele hunebedden zonder sporen van menselijke resten. Vaak is wel aardewerk aangetroffen.

Ze worden aangeduid als stenkammergrav (steenkamergraf), stendös of dös.

De oudste dösen zijn gebouwd als een rechthoekige kamer met daarom een langwerpige (rechthoekige of soms ronde) kring van stenen (långdös). Deze kring kan één of meerdere kamers bevatten.

Jongere dösen hebben een meer vierkante of ronde kamer, meestal met een ronde heuvel en steenkring (aangeduid als runddös). Soms bevat het bouwwerk bij de ingang enkele dwarse stenen, die een poort vormen.

Een van de voorkomende types is het ganggraf (gånggrift).

Dolmens in Frankrijk[bewerken]

Verspreiding van dolmens in Frankrijk, de hoogste concentraties zijn te vinden in Bretagne, Vendee, Limousin, Quercy, Causses, Languedoc, en de Ardèche (groen) en op Corsica (oranje)

In Frankrijk zijn nog ongeveer 4.500 dolmens te vinden. In Aveyron zijn zo'n 1000, in Quercy zo'n 800, in de Ardeche zo'n 800, in Poitou-Charentes en de Languedoc-Roussillon ten minste 700 en in de Provence zo'n 100 dolmens.

De Bretonse benaming is Taol-vaen.

De dolmens in Frankrijk worden toegeschreven aan verschillende culturen, zoals de Véraza-cultuur en de Seine-Oise-Marnecultuur.

Er komen verschillende typen dolmen voor, zoals:

  • de allée couverte (overdekte gaanderij), rechthoekige dolmen met ingang aan korte kant
  • de dolmen à coudé, met een duidelijke knik
  • de dolmen á coudé, langwerpige ruimte, soms met zijkamer
  • de dolmen angevin of dolmen à portique, georiënteerd op het oosten
  • de dolmen angoumoisin, met vierkante of rechthoekige kamer
  • de dolmen languedocien, op het westen of zuidwesten georiënteerd
  • de dolmen à coin, de hoek dolmen

Pays de la Loire[bewerken]

Een vrouw staat naast de dolmen de Bagneux, augustus 1890
Dolmen de la Planche à Puare ligt op Île d'Yeu, Pays de la Loire
Dolmen de la Madeleine

De grootste dolmen van Frankrijk is de dolmen de Bagneux bij Saumur, ook wel bekend als La Grande Pierre Couverte. Deze dolmen is 23 meter lang en is zo'n 5 meter breed (en aan de binnenkant is de lengte zo'n 18 meter). De voorkamer is verstoord. Er zijn drie dekstenen en de grootste is 7,3 meter lang, het gewicht wordt geschat op 90 ton. In hoogte wordt deze dolmen alleen overtroffen door de Cueva de Menga op het Iberisch schiereiland. Tijdens het onderzoek in 1775 werden geen vondsten aangetroffen. In Bagneux ligt nog een kleinere dolmen, alhoewel dit ook het overblijfsel van een oorspronkelijk veel grotere dolmen kan zijn.

Andere dolmen in Pays de la Loire zijn (o.a.) Dolmen de la Bajoulière, Pierre couverte von Beaupreau, Dolmen du Bois de la Pidoucière, Dolmen du Bois du Feu, Dolmen von Caillère, Dolmen du Champ-du-Ruisseau, Dolmen de l’Etiau, Dolmen von Fessine, Dolmen La Vacherie, Dolmen des Mollières, Dolmen de la Petifaie, Dolmen von Peyralade, Pierre aux Loups, Dolmen de la Pierre Cesée, Dolmen Pierre Couverte, Pierre couverte du Mousseau, Menhir et dolmen de l'Aurière, Pierre couverte d'Avort, Dolmen de la Boire de Champtocé, Dolmen du Bois-Briand, Dolmen de Chantepierre, Dolmen de Fessine, Dolmen de la Forêt, Pierre couverte de la Pagerie, Dolmen du Griffier, Dolmen de la Maison des Fées, Dolmen de Montsabert, Pierre-Couverte, La Pierrelée, Pierre Couverte de la Planche, Dolmen de la Romme, Dolmen de Charcé en Dolmen de la Pierre Folle, Pierre Couverte du château de la Ferrière (ook wel Dolmen de la Madeleine genoemd) in Maine-et-Loire.

Volgens de folklore is een afdruk van een hiel en een stok van een fee te zien op een deksteen van de Dolmen de la Pierre Cesée in Soucelles. Een andere verhaal vertelt dat de naam komt, doordat de steen is getroffen door bliksem en daardoor is gebroken (caesee). Weer een ander verhaal vertelt dat het een foute vertaling is van Caesar en dit verwijst ook naar de nabijgelegen menhir Doigt de César die de vinger van Ceasar wordt genoemd.

Tekening van de cairn rondom de Dolmen des Erves

In Sarthe liggen (o.a) Dolmen de la Pierre couverte, Pierre couverte, Dolmen de Lhomme, Pierre couverte, Allée couverte du Colombier, Dolmen de Sougé-le-Ganelon, Dolmen d'Hunault, Palet de Gargantua, Dolmen de Torcé-en-Vallée en Dolmen d'Amenon.

In Mayenne (departement) liggen (o.a.) Dolmen des Îles, Allée couverte des Bonnes Dames (de benaming goede dames verwijst naar feeën), Contrie du Rocher (ook wel Le Caveau du Diable genoemd), Allée couverte de la Hamelinière, La Hutte-aux-Gabelous, Allée couverte von Petit-Vieux-Sou, Dolmen La Table des Diables, Allée couverte de la Tardivière en Dolmen des Erves.

In Vendée zijn (o.a.) Dolmen des Petits-Fradets, Allée couverte de la Pierre-Folle, Dolmen de la Frébouchère, Dolmen de la Cour du Breuil, Dolmen du Grand Bouillac, Dolmen des Landes, La Pierre Levée von Soubise (ook wel Pierre du Diable genoemd), Dolmen de la Planche à Puare, Dolmen von Savatole, Pierre Folle des Cous, Ciste des Cous, Dolmen de la Cour-du-Breuil, Dolmen de la Frébouchère, Dolmen des Petits Fradets, Dolmen de la Pierre Folle du Plessis, Dolmen de la Sulette (ook wel Tressoisieres Dolmen genoemd) en de Dolmen de la Table.

De tumulus van Dissignac bevat twee dolmen

In Loire-Atlantique zijn (o.a.) de volgende dolmens te vinden: Dolmen de la Barbière, Allée couverte de la Boutinardière, Allée couverte de Beauregard, Dolmen d'Avrillac, Dolmen de la Briordais, Dolmen de la Garenne, Dolmen de la Joselière, Dolmens de Kerbourg, Dolmen de la Pierre Couvretière, Dolmen du Pez, Dolmen du Pré d'Air, Dolmen du Riholo, Dolmen des Rossignols, Dolmen de la Salle aux Fées, Dolmen de Sandun, Dolmen de la Roche-à-la-Vache, Dolmen de la Roche-aux-Loups, Dolmen Butte Gorzeaux (I, II, III) en Dolmen des Trois Pierres.

De Dolmen de la Croix, Dolmen des Trois Squelettes en Dolmen Devant le Moulin zijn de nog zichtbare dolmen in de Tumulus du Moulin de la Motte, waarschijnlijk was deze tumulus in vroegere tijden onderdeel van een nog grotere tumulus waar ook de Tumulus des Mousseaux (met twee dolmen) onderdeel van was. De Tumulus von Dissignac bevat twee dolmen.

Normandië[bewerken]

Overblijfsel van de dolmen de la Pierre de Sainte Radegonde in Giverny, Eure
Doorsnede van de dolmen de la Pierre Tourneresse bij Cairon, Calvados

In Normandië liggen in het departement Calvados (o.a.) de volgende dolmens: Dolmen de la Loge aux Sarrazins, Pierre Dialan, Pierres Branlantes en Pierre Tourneresse.

De Pierres Branlantes heeft meer dan 60 cupmarks. Volgens een legende schudden de stenen als de klok van de parochiekerk luidt om middernacht of twaalf uur 's middags. Zoals met vele andere opmerkelijke stenen werd verteld dat er schatten begraven lagen en de grond werd er tevergeefs verplaatst. Er wordt ook gezegd dat de dolmen een kleine grot zou bevatten; de kamer van de feeën.

In Orne liggen (o.a.) de volgende dolmens: Pierre des Bignes, Dolmen du Bois de la Mousse, Dolmen de la Grandière, Dolmen de la Grosse-Pierre, Dolmen de la Pierre Couplée, Pierre Levée (Fontaine-les-Bassets)‎, ‎Pierre aux Loups en Pierre Procureuse. De Chapelle de Saint-Céneri is rondom een dolmen gebouwd.

In Eure liggen (o.a.) de volgende dolmens: Allée couverte d'Aizier, Allée couverte de Dampsmesnil, Allée couverte de Pinterville, Dolmen d'Aubevoye, Dolmen de l'Hôtel-Dieu, Dolmen de La Croix Blanche, Dolmen de la Croix de Saint Mauxe et Saint Vénéran, Dolmen de la Grosse Pierre, Gravier de Gargantua, Nécropole dolménique des Prés d'Acon, Pierre courcoulée, Pierre de Sainte-Radegonde, Pierre Lormée, Pierre Tournante en Dolmen de Rugles. De Tombeau de Saint-Ethbin is gebouwd op de plek van een oude dolmen.

Eeuwenlang kwamen mensen ter bedevaart bij de dolmen de la Pierre de Sainte Radegonde. Mensen wilden genezen worden van huidziekten bij de patroonheilige van Giverny. Personen wilden hier zo dicht mogelijk bij begraven worden en in 1860 probeerde men een persoon onder de dolmen te begraven, waardoor deze instortte.

Île-de-France[bewerken]

Petroglief op een steen van de Pierre Turquaise wordt gezien als de "godin van de dood" met borsten

In Île-de-France liggen (o.a.) de volgende dolmens: Dolmen le Grès de Linas, Dolmen de la Pierre-Levée, Allée couverte de la Pierre de Rabelais, Dolmen de la Roche aux Loups, Allée couverte de la côte du Libéra‎, Allée couverte du Blanc Val‎, Allée couverte du cimetière aux Anglais‎, Coffre de Bellevue‎, Dolmen de Copierre, Allée couverte des Déserts‎ (ook wel La Butte Vachon of Argenteuil 1 genoemd), Allée couverte de la Pierre Plate‎, Pierre Turquaise, Dolmen Vauéal, Dolmen à l'Étang-la-Ville, Allée couverte du Trou aux Anglais‎, Allée couverte de Conflans‎, Dolmen dit la Pierre l'Armoire, Allée sépulcrale de la Cave aux Fées‎, Allée de la Justice‎, Dolmen des Mureaux en Pierre Ardoue.

De beide stenen van de trilithon die de ingang vormt bij Pierre Turquaise zijn voorzien van een petroglief. De best bewaarde bevindt zich op de noordelijke steen en vormt een dubbele u en twee bolletjes. Dit wordt gezien als de godin van de dood met borsten. De dolmen zou worden gesloopt en de stenen zouden dienen voor de bestrating in Parijs, maar werd in 1842 van de sloop gered. In de nacht van 14 op 15 september 1985 werd deze dolmen getroffen door een bomaanslag, de trilithon werd daarbij zwaar beschadigd.

Grand Est[bewerken]

In Grand Est liggen Dolmen de Bercenay-le-Hayer, Dolmens de la Pierre Couverte (de Dolmen des Blancs Fossés en de Dolmen des Blancs Fossés), Le Dolmen de Vamprin, Dolmen des Grèves de Fraicul en Dolmen du Pavois in Aube.

In Haute-Marne liggen Dolmen de la Pierre-Alot, Dolmen La Pierre Tournante en dolmen I et II de la Vergentièr.

Hauts-de-France[bewerken]

Allée couverte de la Bellée

In Hauts-de-France liggen in het departement Oise Dolmen des Trois Pierres (ook wel Pierre Percée of Pierre Trouée genoemd), Allée couverte du Bois de Champignolle en Pierre aux Fées Het zijn allée couvertes en ze worden toegeschreven aan de Seine-Oise-Marne-cultuur. Ook is er Allée couverte de la Bellée, bekend om de Déesse des Morts ("godin der dood") of Déesse Mère ("moedergodin") op de rechterkant van de steen met het Seelenloch. Verder is er Dolmen de la Chartre, Pierre Monicart, Allée couverte du Bois de Champignolle, Allée couverte de Saint-Etienne-Roilaye, Dolmen de Séry-Magneval en Allée couverte de Vaudancourt.

In Aisne liggen Dolmen de Caranda en Dolmen La Pierre Laye.

Centre-Val de Loire[bewerken]

Allée couverte de Quincampoix, 1893

In Centre-Val de Loire liggen in Eure-et-Loir Mégalithes de Changé (d'Dolmen de la Grenouille, Dolmen du Berceau en Menhir du But de Gargantua), Dolmens de Baignon, Palet de Gargantua, La Grosse Pierre, Pierre Nochat, Dolmen près du polissoir, Pierre de Badinville, Dolmen de la Puce, La Pierre CoqueléeDolmen de Margon, Dolmen de Cocherelle, Dolmen de la Côte du Tartre, La Couvre-Clair, La Pierre qui Tourne, Palet de Gargantua, Pierre Saint-Marc, Grosse Pierre d'Ymorville, Mégalithes de Bouche d'Aigre (dolmen en menhir), Allée couverte de Quincampoix, Dolmen et polissoir de la Ferme Brûlée, La Pierre Complissée (drie dolmens), Pierre Godon, Tumulus mégalithique de Ménainville, Pierre de Villebon (ook wel Pierre de Beaumont genoemd), Pierre Couverte, Dolmens de la Garenne de Granvilliers (drie dolmen), Pierre du Champtier du Buisson, Pierre au Grès, Puits aux Ladres, Pierre Levée, La Pierre Frite en Pierre Levée.

In Indre liggen Pierre couverte de Bu, Pierre à la Marte, Dolmen de la Pierre-là à Saint-Plantaire, Dolmen de la Pierre Là, Pierre couverte de Bué, Dolmen de Passebonneau, Dolmen de Sennevault en Dolmen de la Pierre Levée. Anderhalve kilomter van Dolmen de la Pierre Levée ligt tumulus elliptique, het is onbekend of er een dolmen onder deze tumulus ligt.

In Loir-et-Cher liggen Dolmen de la Pierre Levée (La Chapelle-Vendômoise), Pierre Levée (Yzeures-sur-Creuse), Dolmen des Grosses-Pierres, Dolmen de la Mouise-Martin, Dolmen de Cornevache, Dolmens de la Nivardière en Dolmen de la Couture

Dolmen de la Grotte aux Fées
Dolmen de la Pierre Levée, (Yzeures-sur-Creuse)

In Indre-et-Loire liggen Pierre Levée de Confluent en Dolmen de la Grotte aux Fées (ook wel Dolmen de Mettray genoemd).

Over de Dolmen de la Grotte aux Fées wordt in de folklore vertelt dat het bouwwerk in één nacht is gebouwd door drie vrouwelijke wezens. Als men durft om de stenen te verplaatsen, gaan ze 's nachts weer terug naar hun oorspronkelijke plek. Een andere traditie wil dat feeën intrek in hebben genomen in de dolmen.

In Loiret liggen Pierre du Vert-Galant, Pierre tournante, La Pierre Clouée, Dolmen de la Mouïse, Dolmen de Coulmiers, Dolmen de Mailleton, Dolmen de Montabon, Dolmen de la Pierre Luteau, en Dolmen du Ver. In Loir-et-Cher ligt Dolmen de la Couture en Polissoir du Val d'Avril.

Bourgogne-Franche-Comté[bewerken]

Dolmen de Brevilliers

In Bourgogne-Franche-Comté ligt Dolmens du Bois de Blusseret, Dolmen des Issières, Dolmen d'Aillevans, Grosse Pierre en Pierre-qui-Vire in Haute-Saône. Ook liggen hier als enige overblijfsel van een dolmen nog enkele sluitstenen met een Seelenloch, zoals Pierre percée in Traves en Pierre percée in Aroz.

Volgens de folklore zou een hoeksteen van Pierre-qui-Vire zichzelf omdraaien elke honderd jaar.

In Yonne liggen Dolmen de Bleigny-le-Carreau, Dolmens de Trainel en Dolmen de Lancy. In Doubs ligt Dolmen de Santoche. In Nièvre ligt Dolmen de Chevresse. In Saône-et-Loire liggen Dolmen du Cul Blanc (I, II).

Auvergne-Rhône-Alpes[bewerken]

Dolmen de Saillant

In Auvergne-Rhône-Alpes zijn ook dolmen, in Haute-Savoie liggen Cave aux Fées (ook wel Chambre aux Fées) en Pierre-aux-Fées.

Er is een legende verbonden met Pierre-aux-Fees. De chevalier Raymond de Bellecombe was arm, maar dapper. Hij werd verliefd op Alice, de dochter van de baron du Chatelet. Hij vroeg haar de hand, maar de baron stelde een voorwaarde, gezien het feit dat hij niet van adel was en hoopte hem hiermee weg te sturen. Hij moest, voor zonsopgang, vier grote stenen uit de vlakte dragen en een huwelijkse maaltijd serveren. De feeën kwamen te hulp; één van hen nam een grote steen op het hoofd, twee andere namen stenen onder de armen en een laatste nam een steen in haar schort. De volgende ochtend was de tafel gemaakt en de baron was in verlegenheid gebracht en vloekte.

In Puy-de-Dôme zijn de Dolmen de Pierre-Fade, Dolmen de Saillant, Dolmen du Parc, Dolmen von Boisseyre, Dolmen du Lac, Dolmen de Pierre-Fade, Dolmen de la Pineyre, L’Usteau du Loup, Dolmen de St. Nectaire en Dolmen de la Grotte gelegen.

Een man ligt op de Dolmen de Champ-Vermeil, afbeelding uit Monuments Mégalithiques de l'Ardèche

In de Ardeche liggen de Nekropole im Bois des Géantes, Dolmen du Bois des Roches, Dolmen du Calvaire, Dolmen von Champ-Vermeil, Dolmen du Chanet, Dolmen de Grosse Pierre, Dolmen du Colombier, Dolmen du Pradinas, Dolmen de Saint-Alban, Dolmens de la forêt de Malbosc, Dolmen de la Lauze en Dolmen du Calvaire. De necropolis van Bourbouillet bevat twintig dolmens.

In een sage wordt de dolmen du Calvaire "feeënhoed genoemd. Hier leefde een jonge mooie fee met een grote hoed. Ze sprong van steen tot steen, tot ze op een dag merkte dat ze door een beest werd gevolgd. Om zichzelf te redden, gooide ze haar hoed over het beest. Dit is de plek waar de dolmen nu staat.

In Cantal liggen Dolmen du Bardon, Tombe du Capitaine, Dolmen de Mons, Dolmen de Recoules, Dolmen de la Table au Loup en Dolmen de Touls en in Loire ligt Dolmen de Luriecq.

Nouvelle-Aquitaine[bewerken]

Overblijfsel van Dolmen des Courades
De sarcofaag van Jeanne-Marie Crévelier op Dolmen de Périssac

In Nouvelle-Aquitaine liggen in het departement Charente de volgende dolmens: Nécropole de la Boixe, Dolmen de la Boucharderie, Dolmen des Courades, Nécropole d'Édon, Dolmen de la Folatière, Motte de la Garde, Dolmen de Garde-Épée, Motte de la Jacquille, Dolmen de la Madeleine, Dolmens de Magnez, Dolmen de la Maison de la Vieille, Dolmen de Chez Vinaigre, Dolmen de la Pierre Folle, Dolmen de la Gélie, Pierre du sacrifice, Dolmens des Pérottes (Grande, Petite), Dolmen de Thauzac, Dolmen de la Pierre Blanche, Dolmen de Pierre Rouge, Dolmen de Saint-Ciers-sur-Bonnieure, Dolmen de Saint-Fort-sur-le-Né, Dolmen de Séchebec, Dolmen de Tauzat, Dolmen Rocher de la Vache, Tumulus von Chateaurenaud en Dolmen de la Combe des Dames (de dolmen van het dal van de dames/feeën). De Dolmen de Périssac is verplaatst naar een kerkhof en de sarcofaag van Jeanne-Marie Crévelier is erop geplaatst.

De Dolmen de la Madeleine werd in de middeleeuwen omgevormd tot een kapel. Andere benamingen voor deze dolmen zijn Tombeau de la Dame, Pierre-Madeleine, Pierre Couvreau en meer recent Chapelle-dolmen du petit Lessac. Een legende zegt dat Maria Magdalena een voetafdruk heeft achtergelaten op deze dolmen.

Menhir de Chez Moutaud met op de achtergrond Dolmen de Chez Moutaud

In Haute-Vienne liggen Dolmen de Bagnol, Dolmen de la Côte, Dolmens de la Betoulle, Dolmen du Bois de la Lieue, Dolmen de La Borderie, Dolmen de Bouéry, Dolmen des Bras, Dolmen de Chez Moutaud, Dolmen de La Croix-du-Breuil, Dolmen de l'Héritière, Dolmen de La Lue, Dolmen du Montheil, Pierre levée, Pierre levée de La Roche-l'Abeille, Dolmen du Pouyol, Dolmen de Rouffignac, Dolmen de Sainte-Marie, Dolmen de la Tamanie, Dolmen des Termisseaux, Dolmen de Rouffignac en Dolmen de Taminage.

In Charente-Maritime liggen (o.a.) Dolmen d'Ors, Pierre Fouquerée, Pierre Levée (La Jarne), La Grosse Pierre, Dolmen de Beauregard, Dolmen de Montendre, Dolmen du Bois de la Grosse Pierre, Pierre Levée de Berthegille, Dolmens de la Pierre Levée, Dolmens de la Sauzaie (hier zijn nog twee van de oorspronkelijk drie dolmens overgebleven), Pierre Folle, Dolmen de Pierre Folle, Pierre levée de Beauregard, Dolmen d'Ors, Pierre à Cerclet, Pierre Levée (Ardillières), Dolmen de la pierre levée (La Vallée)‎ en Pierres Closes de Charras.

In de Dordogne liggen (o.a.) Dolmen de Campguilhem, Dolmen de Peyrelevade (Limeyrat), Dolmen d'Eylias, Dolmen de Peyrelevade (Condat-sur-Trincou), Dolmen de Giverzac, Dolmen de Laprougès, Dolmen de Larocal, Dolmen de Peyre Nègre, Peyre-Brune, Dolmen de Peyrelevade (Paussac-et-Saint-Vivien), Dolmen de Peyrelevade (Brantôme), Pierre Levée (Saint-Jory-de-Chalais) en de Dolmen von Cantegrel.

Volgens de plaatselijke traditie zou een monsterlijke dier met enge ogen (en vuurspuwend) 's nachts rondzwerven rond Dolmen Larocal. Het monument werd vaak genoemd en geïllustreerd in gravures. Volgens de overlevering zou Peyre-Brune het graf zijn van een militaire leider die met een fee was getrouwd en werd gedood in de strijd. De fee richtte op de plaats van de strijd deze dolmen op en vervloekte elke persoon die het graf durfde aan te raken.

Plattegrond van Tumuli de Bougon
Doorsnede van Allée couverte Barbehère

In Gironde ligt Dolmen de Curton, Dolmen de Barbehère, Dolmens de Bellefond en Dolmen de Curton, in Landes ligt Peyre de Pithié, in Corrèze liggen Dolmen de Rochesseux, Dolmen dit La Cabane de la Fée, Dolmen de La Palein en Dolmen de la Chassagne en in Deux-Sèvres liggen de Tumuli de Bougon, Dolmen Le Pin, Dolmen de la Croisonnière, Dolmens de Taizé (I, II, III, IV) en Dolmen des Sept Chemins.

In Vienne liggen Dolmen de la Bie, Dolmens de la Fontaine de Son, Pierre levée de Poitiers, Dolmen de Laverré, Dolmen de Loubressac, Dolmen de Chiroux, Dolmen de Fontenaille, Pierre Soupèze, Dolmen de Briande, La Pierre-Levée (Neuville-de-Poitou), Pierre Levée de Massigny, La Pierre-Levée (Poitiers), Dolmen de Loubressac en Dolmen de Vaon.

In Creuse liggen Dolmen d'Urbe, Pierre de la Fade, Dolmen de Saint-Priest-la-Feuille, La Chadrolle, Dolmen du Chezeau, Menhir et dolmen de Ménardeix, Dolmen de la Pierre Euberte en Dolmen de Ponsat .

In Pyrénées-Atlantiques liggen Dolmen de Buzy, dolmen d'Escout en Le dolmen de Barzun.

Occitanië[bewerken]

Dolmen de Ferrussac

In Occitanië liggen in het departement Aude Dolmen Lo Morrel dos Fados, Dolmen de la Jagantière, Allée couverte von Jappeloup, Dolmen des Peirières, Allée couverte de Saint-Eugène, Table des Morts, Dolmen de Roque Traoucadou, Dolmen de Trillol en Dolmen du Vieil Homme.

In Hérault liggen Dolmens de Costa-Caouda, Dolmen de Coste-Rouge, Dolmen de la Draille, Dolmen de Ferrières, Dolmens de Ferrussac, Dolmen de Gallardet, Dolmen des Feuilles (I, II en III), Dolmen de la Prunarède, Dolmen von Cazarils (I, II en III), Dolmen du Capucin en Dolmen du Lamalou.

Dolmen de la Bergerie de Panissière
Verschillende typen dolmens in Zuid-Frankrijk

In Gard liggen de Mégalithes du causse de Blandas, dit bevat diverse bouwwerken (zoals Dolmens d'Aurières en Dolmens d'Airoles). Ook zijn er o.a. de volgende dolmens: Dolmen du Planas, Dolmen von Moncalm (1 t/m 7), Dolmen von Rascassols, Dolmen du Ronc Traoucat, Dolmens de Barjac (I, II, III), Dolmen von Ronc Traoucat (1 t/m 6), Dolmen de la Bergerie de Panissière, Table des Turcs.

In Hautes-Pyrénées liggen Dolmen du Peyre-Dusets, Dolmen von Pouey-Mayou.

Dolmen du Serrat d'en Parrot

In Pyrénées-Orientales liggen Cabana del Moro, Caixa de Rotllan, Nekropole Camp del Ginèbre, Dolmen des Collets de Cotlliure, Cova del Alarb, Dolmen von Brangoly, Dolmen du Molí del Vent, Dolmen Na Cristiana, Balma de Na Cristiana, Dolmen du Camp Gran I & II, Dolmen des Pascarets, Dolmen bei Saint-Michel-de-Llotes (dit zijn Dolmen des Creu de la Llosa, Dolmen von Serrat d’En Jacques en Dolmen Al Fournas), Dolmen de la Siureda, Dolmen de las Apostados, Arca de Calahons, Arca de la Font Roja, Balma del Moro, La Barraca del Moro, Dolmen de Bohera, Dolmen de la Coma Enestapera, Cementiri dels Moros, Dolmen du Correc de Montou, Cova de l'Alarb, Dolmen de Las Colombinos, Dolmen du Coll del Tribe, Dolmen du Coll de les Portes, Dolmen du Coll de la Llosa, Dolmen du Coll de la Farella, Dolmen du Coll de la Creu, Dolmen de Coberturat, Dolmen del Molló, Dolmen de Montsec I, Dolmen de la Mort de l'Éguassier, Dolmen de l'Oliveda d'en David, Dolmen de La Borda, Dolmen du Mas Payrot I & II, Dolmen du Mas Llussanes II, Dolmen de l'Oratori, Dolmen de Galuert, Dolmen de Gratallops, Dolmen du Pla de l'Arc, Dolmen de la Guardiola, Dolmen de Peyrelada, Lloseta, Dolmen 2 de los Masos, Dolmen de Formentera, Dolmen de la Font de l'Orri, Dolmen de la Font de l'Aram I, Dolmen de La Femno Morto, Dolmen du roc de l'Arca, Dolmen de Calahons I & III, Dolmen de la Font de l'Arca, Cova d'en Rotllan, Cova de l'Alarb, Dolmen de la Creu del Senyal, Dolmen du Pla d'Arques I & II, Dolmen de Lo Pou, Dolmens du Pla de Tarters, Dolmen de Prat Clos, Dolmen du Puig del Fornas, Dolmen d'el Quadró, Dolmen du Pla de l'Arca, Dolmen de la Ramera I & II, Roc de l'Arquet, Dolmen de Ribes Rojes, Dolmen du Roc de l'Home mort, Dolmen du Roc de Jornac, Dolmen du Roc del Llamp, Roca d'Arques, Dolmen de la Rouyre, Dolmen de la Serra Mitjana, Dolmen de Sant Pere dels Forquets, Dolmen de Valltorta, Dolmen de Sant Ponci, Dolmen de la Serra de Santa Eulàlia I & II, Tumbo des Espandiols, Dolmen du Serrat d'en Jacques, Dolmen du Serrat de les Fonts I & II, Dolmen du Serrat d'en Parrot, Dolmen du Serrat Blanc en Dolmen du Sola dels Clots.

De naam Caixa de Rotllan betekent "graf van Roland" in het Catalaans. Volgens de legende zou de ridder Roland hebben geleefd in het gebied van Vallespir. Zijn lichaam zou na zijn dood in de slag van Roncesvalles, teruggebracht zijn op zijn paard en begraven onder het hunebed.

Twee mannen bij Dolmen de Saint-Paul, 1896

In Tarn liggen Dolmen de Saint-Paul, Dolmen du Verdier, Dolmen de Peyralade en Dolmen Cahuzac.

Dolmen I du Mas d'Arjac
Dolmen de Pech-Lapeyre (ook wel Dolmen d'Agranel of Dolmen du Lac d'Aurié genoemd)
Dolmen du Verdier-Petit

In Lot liggen Dolmen des Aguals, Dolmens d'Auriac, Dolmens des Barrières, Dolmen du bois des bœufs, Dolmen de la Baune, Dolmen de Cambajou, Dolmens du Champ de Belair, Dolmen du Cloup de Coutze, Dolmen du Causse de Bennes, Dolmens de la Combe de l'Ours (I & II), Dolmens de la Combe de Saule (I, II, III), Dolmen de Crouzelles, Dolmen de la Croix Blanche, Dolmen de Dirau, Dolmen de la Devèze, Dolmen du Pech d'Arsou, Dolmens de Gabaudet, Dolmen de Garivals, Dolmens des Justices (I & II), Dolmen de Majourals, Dolmen Mas Jean-le-Blanc, Dolmen de Lapeyrière, Dolmen de la Lécune, Dolmen de la Forêt, Dolmen de Marcillac, Dolmens du Mas d'Arjac (I, II, III), Dolmens du Verdier (I, II, III), Dolmen du Rat, Dolmen des Plassous, Dolmen de la Pierre Martine, Dolmens de Pech Laglaire (I, II, III), Dolmen de Pech-Lapeyre, Dolmen de Peyrefit, Dolmen de la Peyro Levado, Dolmens du Pech Plumet, Dolmen des Pouzats, Dolmen du Rat, Dolmen de Verdier-Petit, Dolmen du Pech des Auques en Dolmen du Pech de Grammont.

De Dolmen de Septfonds ligt in Tarn-et-Garonne en in Ariège liggen Dolmen du Cap del Pouech, Dolmen de Brillant en Dolmen du Mas d'Azil.

In Lozère liggen Dolmen de la Rouvière, Dolmen de Bramonas, Dolmen du Buisson, Dolmen de Chamgefège, Dolmen de Chardonnet, Dolmen de la Cham, Dolmen du Puech de Mielgues, Tombe du Géant, Dolmen de la Baraque de l’Estrade Aire des trois Seigneurs, Dolmen des Combes, Dolmen de la Pierre plate en Dolmen von Valbelle.

In Aveyron liggen Dolmen d'Agen-d'Aveyron, Dolmen de la Baldare, Dolmens de Bezonnes, Dolmen du Bois de Galtier, Dolmens des Bourines, Dolmens du Bois del Rey, Dolmen de Boussac, Dolmens des Cayroules, Dolmen de Cayssac, Dolmen de Cazarède, Dolmens de Concoules (1 tm 6), Dolmens du Devès (I, II, III), Dolmen de la Fabière, Dolmen de la Fontaine-aux-Chiens, Dolmen de Luc 1, Dolmen de Marie-Gaillard, Dolmens du Mont Aubert (I, II, III), Dolmen du Genevrier, Dolmen de Lespinasse, Dolmens de la Combe Redonde‎, Dolmen de Crassous‎, Dolmen de Saint-Antonin‎, Dolmens du Devès des Gleyettes, Dolmens de la Fontubière, Dolmen de Galitorte, Dolmen du Jonquet‎, Dolmen de Marie-Gaillard, Dolmen de Montaymat‎, Dolmen de Pérignagol (I, II), Dolmen de Rafènes, Dolmen de Saplous (1, 2‎, 4), Dolmen de Serre Plumat, Dolmen de Sai, Dolmen de la Serrent-Antonin, Dolmens de Soulobres (1 tm 4), Dolmens de Surguières (1 tm 5), Dolmen de la Vernhiette, Dolmen de Tièrgues, Dolmens de Saint-Martin-du-Larzac (1 tm 5), Dolmen des Vézinies 3, Dolmens de la Vitarelle (1 tm 4) en Dolmens de Viste.

Folklore; feeën en duivels[bewerken]

Tekening van La Roche-aux-Fées (een allée couverte), 1756

Dolmens worden in verband gebracht met feeën. In Frankrijk zijn meerdere dolmens, hunebedden of ganggraven met eenzelfde naamgeving, zoals het huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins). Andere benamingen zijn bijvoorbeeld La Roche-aux-Fées, Chambre aux Fées, dolmen de la Salle aux Fées, Pierre-aux-Fées de Reignier, pierre de la fée en de dolmen de la Pierre aux Fées. Zie ook plaatsen die in verband worden gebracht met feeën.

Ook zijn veel dolmens genoemd naar de duivel, zoals Le Palais au Diable, Menhir Faix du Diable, La Table aux Diables of La Table au Diable, La Pierre du Diable en Pierre du Diable.

Kanaaleilanden[bewerken]

Twee mannen bij een dolmen op Jersey, The Islets of the Channel, 1858
Ingang van het ganggraf La Hougue Bie op Jersey

Ook op de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal vlakbij Frankrijk zijn dolmens te vinden.

De belangrijkste dolmens op Jersey zijn La Hougue Bie, La Pouquelaye de Faldouet, Le Mont Ubé, Le Couperon, La Sergenté, Les Mont de Grantez, La Hougue des Géonnais, Ville-ès-Nouaux, The Broken Menhir, The Ossuary, The Little Menhir, The Great Menhir, La Table des Marthes, Les Trois Rocques, La Pouquelaye de Faldouet, Les Monts de Grantez, La Sergenté, La Hougue des Géonnais, La Table des Marthes, Le Pinacle, La Hougue Boëte, Mont Ubé, Le Couperon en Le Pinacle. De dolmen Le Mont de la Ville lag op Jersey, maar werd in 1788 verplaatst naar Engeland en ligt ten zuiden van Henley-on-Thames. De dolmens op Jersey worden in verband gebracht met de Klokbekercultuur.

In de hoofdkamer van Les Monts Grantez werden de skeletten van zes volwassenen aangetroffen, ze lagen in een gehurkte positie (zie hurkgraf). In de gang werden de overblijfselen van een zittend persoon aangetroffen, ondersteund door stenen. In een zijkamer werden nog overblijfselen van een andere persoon gevonden.

De belangrijkste dolmen op Guernsey zijn La Varde, Le Creux ès Faïes, Le Dehus, Le Trépied en Les Fouaillages.

In de kamer van de dolmen Le Dehus op Guernsey is een draagsteen in de kamer te vinden. Dit is uiterst zeldzaam bij dolmen in Europa. Deze draagsteen ondersteunt een deksteen die te kort is om de andere draagstenen te bereiken. Op de onderkant van deze deksteen is een petroglief te zien, het vormt een gezicht en een hand. Men neemt aan dat dit om een standbeeld-menhir gaat die al eerder bestond en gebruikt is bij de bouw van de dolmen. Er is op Guernsey nog een standbeeld-menhir aanwezig, de Gran’ Mère du Chimquière.

Britse eilanden[bewerken]

Dolmens in Ierland[bewerken]

In Ierland worden de bouwwerken dolmain genoemd. In Burren zijn zo'n 70 megalitsche tombes te vinden, een bekende is Poulnabrone Dolmen.

Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, deze dolmen ligt in Carlow. De deksteen bestaat uit 100 ton graniet en is 4,7 meter bij 6,1 meter groot. Er werden geen sporen van een dekheuvel of cairn aangetroffen.

De voornamelijk in Ierland aanwezige wedge tomb heeft veel overeenkomsten met het Galeriegrab uit Duitsland en de allée couverte uit Frankrijk en België.

Dolmens in het Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Afbeelding uit 1722 waarbij de overblijfselen van de long barrow van Kit's Coty House nog zichtbaar is
Chûn Quoit

Ook in het Verenigd Koninkrijk komen dolmens voor. Ze staan bekend onder verschillende benamingen, zoals cromlechs in Wales en quoits in Cornwall.

In Cornwall is Quoit ook de naam van een nederzetting, de plaats is vernoemd naar "Devil's Quoit" (ook wel "Arthur's Quoit" genoemd). Er werd één steen verwijderd in de 18e eeuw, maar deze quoit bleef nog lange tijd staan. Het bouwwerk stortte in tussen 1840 en 1850. In de 20e eeuw waren de stenen gespleten of met opzet begraven of verwerkt in de omliggende hagen.

Nabij Morvah ligt Lanyon Quoit. Deze quoit werd in 1824 gerestaureerd. Een andere benaming is De Tafel der Reuzen, volgens een legende zijn er beenderen van reuzen gevonden. In de verhalen over koning Arthur wordt verteld dat hij hier op de vooravond van zijn laatste gevecht heeft gedineerd.

Dolmens in Portugal[bewerken]

Anta da Boboreira, 1973
Afbeelding van een dólmen in de Algarve, 1887
Afbeelding van een man bij de anta van Paredes nabij Evora, 1887

In Portugal worden dolmens aangeduid als dólmen, antas, orcas, arcas en palas. In de volksmond worden ze casas de mouros (huizen van de Moren), fornos de mouros (fornuizen van de Moren) of pias genoemd.

De Finse archeologe Hanna Lindström van de universiteit van Helsinki beschreef in haar scriptie[15] uit 2014 meerdere volksverhalen over de bovennatuurlijke maaksters en beschermsters van de bouwwerken. Deze Mouras Encantadas waren onsterfelijk en bezaten de eeuwige jeugd, schoonheid en wijsheid. Ze onderwezen de mens het spinnen, weven, het maken van kaas en legt verbanden met de Griekse Moirae of Romeinse Fata (beide schikgodinnen, zie ook de Parcen). Deze moura-mari-marion godinnen worden door taalkundigen aan de dood en geesten en folkloristen verbinden hen aan het leven, vruchtbaarheid, gezondheid en oude wijsheid. Ze kunnen van vorm veranderen, bijvoorbeeld een geit, stier of slang[16]. Ze geven goede mensen cadeaus, maar straffen slechte mensen.
De legenden veranderden in de loop van de tijd en meer recente verhalen vertellen over de mouras als zijnde moorse vrouwen die door een betovering door hun vaders in een eeuwige onveranderlijke staat zijn gebracht. Ze bewaken schatten die ondergronds of in de dolmens zijn verborgen. Ze kunnen in slangen veranderen en worden bewaakt door boze stieren. In weer andere verhalen wonen ze in paleizen van goud en zilver en wachten tot ze hun vrijheid krijgen doordat een een man die moura, in de vorm van een enorme slang, zoent. Dit lukt niet en de tranen van de mouras vormen rivieren.
In de 19e eeuw kwamen er verhalen over personen die middernacht of om 12 uur 's middags of tijdens midzomer een bezoek brengen aan de mouras[17]. Ze worden in verband gebracht met de naderende dood en geboortes, ze bepalen of de moeder en/of het kind overleven.

De Anta Grande do Zambujeiro is één van de grootste hunebedden op het Iberisch schiereiland.

Alhoewel de kerk vele dolmens vernietigde en de vieringen rond deze plaatsen verbood, werden andere heilig verklaard. Er zijn enkele dolmens waarvan men een kerk of kapel gemaakt heeft.

Dolmens in Spanje[bewerken]

Cueva de Menga, gebouwd ca. 2500 v.Chr.

Zowel in Spanje als in Portugal komt een type dolmen voor dat wordt aangeduid als anta.

In het Baskisch worden de dolmens trikuharri of dolmenak genoemd, er zijn ook jentilarriak (gebouwd door de jentil, die ook verantwoordelijk zou zijn voor de bouw van de jentilbaratz, zie ook harrespil).

De aizkomendiko trikuharria is de grootste dolmen van Baskenland.

In Galicië worden de dolmens aangeduid met Anta, Antela, Arca, Arqueta, Arquiña, Pedra de Arca en Forno . Ze worden ook aangeduid met Mámoa, Medoña, Medorra, Mota of Meda', dit is de benaming voor de grafheuvel die het bouwwerk bedekt.

De grafheuvel van de Cueva de Menga is 50 meter in omtrek en is 4 meter hoog. In de kamer ligt een put van 19,5 meter diep. Het is niet zeker of de Cueva de Menga een begraafplaats is, er zijn nooit menselijke resten gevonden. Ook wijkt het ontwerp af van andere dolmen op het Iberisch Schiereiland, zo is de kamer 2,7 meter hoog en wordt gebruik gemaakt van steunpilaren in het midden van de ruimte. Sinds juni 2016 zijn de Cueva de Menga, de Dolmen de Viera en de Tholos de El Romeral op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst.

De dolmen de Santa Cruz ligt in de gemeente Cangas de Onís. Het bouwwerk ligt in een ruimte onder een kerk die is gebouwd op een kunstmatige heuvel. Al in de vierde eeuw werd hier een kapel geplaatst. In de Spaanse Burgeroorlog werd de kerk verwoest om de dolmen weer zichtbaar te maken.

De dolmen van Dombate is tegenwoordig afgedekt, om het bouwwerk te beschermen. Het bouwwerk lag oorspronkelijk in een grafheuvel. De grafheuvel was ca. 24 meter in doorsnede en 1,80 meter hoog.

Dolmens in Italië[bewerken]

Rondom Bisceglie zijn vele dolmens te vinden. De grootste, Chianca, heeft een deksteen van 2,5 bij 4 meter. Ook op Sicilië werden dolmens aangetroffen. Deze waren klein en rechthoekig of veelhoekig, vergelijkbaar met die in Apulië en in Malta. Ze dateren uit de Siciliaanse bronstijd, die samenvalt met de cultuur van Castelluccio (2200-1800 v.Chr.)[18]

Kaukasus[bewerken]

de Volkolnski-dolmen bij Sotsji

De Dolmencultuur van de Westelijke Kaukasus (midden-bronstijd, 2900-2800 tot 1400-1300 v.Chr.) was verspreid over het berggebied en voorgebergte aan beide zijden van de Grote Kaukasus. De cultuur is bekend door het grote aantal megalithische monumenten. Er zijn meer dan 300 dolmens en andere monumenten en nog elk jaar worden dolmens ontdekt. Deze dolmens worden in verband gebracht met de Majkopcultuur.

De benaming in het Abchazisch is Adamra en in het Adygees Ispun.

Hunebedden elders op de wereld[bewerken]

Dolmens in Algerije, 1900-1901
  • In Zuid-Korea staan vele honderden hunebedden[19] onder andere in Gochang, Hwasun en Ganghwa (met zo'n 100 hunebedden). Naar schatting zijn 35.000 dolmens aanwezig op het Koreaans Schiereiland. Deze zijn gebouwd door een megalithische cultuur vanaf het eerste millennium v. Chr. Ze behoren thans tot het Werelderfgoed.[20] De benaming in het Koreaans is 고인돌 (goindol). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de noordelijke en zuidelijke typen. De noordelijke typen zijn bovengronds gebouwd, hebben vier zijden en worden van boven afgesloten door een megaliet. De zuidelijke typen zijn in de grond gebouwd en bevatten een kuil. De zuidelijke typen worden in verband gebracht met begravenissen, maar het doel van de noordelijke typen is onzeker[21]. In Ganghwa is een hunebed met de grootste megaliet van het land.
  • India heeft ook dolmens. In Karnataka zijn meer dan 50 aangetroffen op de top van Pandavara Betta en in Tamil Nadu zijn meer dan 100 aangetroffen in Moral Pari. Er zijn ook dolmens aangetroffen in Andhra Pradesh en Kerala.
  • Ook in Jordanië zijn hunebedden aangetroffen. Ook daar worden ze bedreigd, boeren breken ook in dit land de bouwwerken af om meer land te kunnen gebruiken.[22]
  • In Noord-Afrika worden dolmens gevonden in Algerije en Tunesië.
  • Indonesië kent hunebedden op de eilanden Nias en Sumba. Op Sumba worden tot op de dag van vandaag hunebedden gebouwd, vaak met eenvoudige middelen. Wel wordt eventueel gebruik gemaakt van vrachtauto's voor het transport van stenen. Dekstenen van beton zijn niet ongebruikelijk.
  • De Hebreeuwse benaming is גַלעֵד.

Volksgeloof[bewerken]

De witte wieven wonen volgens het volksgeloof in hunebedden, ze bergen er ook hun kostbaarheden in op[23].

Reuzen zouden de Dikke Stienen of hunebedden hebben gemaakt, in het Emmer hunebed zou nog een afdruk van een vuist van de reus te zien zijn[24][25][26]. De Coevordense predikant Johan Picardt publiceerde in 1660 zijn "Korte Beschryvinge van eenige Vergetene en Verborgene Antiquiteiten Der Provintien en Landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe". In deze tijd worden de steenhopen of stienbargen ook wel Reuzenstenen of Hunesteenen genoemd. Op een kaart van 1637 wordt het megalithische graf bij Diever aangeduid met Hunnebet. Op een kaart uit 1711 wordt de benaming huinebed gebruikt.

De in Noord-Duitsland populaire naam "Hünengrab" is afgeleid van het Middelhoogduitse "hiune" en de Nederduitse "Hune", met de betekenis van "reus".

Saxo Grammaticus schreef het oprichten van dolmens toe aan de Jötun.

Jentil, een ras van reuzen uit de Baskische mythologie, zouden volgens volksverhalen ook verantwoordelijk zijn voor de bouw van megalitische bouwwerken, zoals de jentilarri of jentiletxe.

In andere gevallen werd de bouw van een hunebed aan demonen toegeschreven, zoals bij de Duvelskut.

De benamingen vertonen overeenkomsten, ook als het om verschillende mythische wezens gaat. Zo worden in Frankrijk feeën verantwoordelijk gehouden voor de bouw van hunebedden (huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins)), waar dit in Duitsland de duivel is (het bed van de duivel (Teufelsbett) en de oven van de duivel (Teufels Backofen)). In Portugal worden de Moren genoemd (huizen van de Moren (casas de mouros) en fornuizen van de Moren (fornos de mouros))

Volgens verhalen heeft Napoleon zijn paard op deze deksteen laten staan[27] De Wilde hoorde het verhaal over de voetafdrukken van het paard van Napoleon over hunebed D9, D17, D18, D14, D28, D29, D27 en D45. Een veldwachter laat hem de voetafdruk zien op D45[28].

In de nacht van 31 oktober (Samhain/Halloween) zijn korrigans in de nabijheid van hunebedden en dolmens om slachtoffers op te wachten.

Hunebed als kinderbrenger[bewerken]

Hunebedden waren volgens het volksgeloof plekken waar kinderen uit tevoorschijn zouden komen.[29] Dit is vergelijkbaar met de Kinderboom. Het hunebed werd gezien als een plek van wedergeboorte[30].

Er zijn vele varianten bekend, zo zou er met een sleutel een kind gehaald kunnen worden uit de Der Steinerne Schlüssel.

Zie ook De sage van de Ommelebommelestien uit Urk en de Poppesteen (poppe betekend baby) bij Bergum[31][32][33].