Hunebed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland
De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland
Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil
Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil
Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660
Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660
Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604
Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604
Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879
Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879
Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland
Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland
Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is grootste dolmen van Frankrijk
Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is grootste dolmen van Frankrijk

Een hunebed of dolmen is een megalithische (Grieks: mega = groot, lithos = steen) steenkamer uit de prehistorie die bestaat uit staande draagstenen, overdekt door platte dekstenen. Een hunebed is volgens de gangbare theorie een prehistorische grafkamer.

Terminologie en etymologie[1][bewerken]

Volgens Van Dale is een dolmen een Frans megalithisch bouwwerk, en een hunebed een Nederlands-Deens megalithisch bouwwerk. In de Nederlandstalige wetenschappelijke literatuur komt men beide termen tegen.

  • Dolmen wordt vooral in Vlaanderen gebruikt en ontleent zijn gebruik uit de Angelsaksische en Franse wetenschappelijke literatuur. Het woord zou door onderzoekers van eind 18e eeuw ontleend zijn aan het Keltische taol, wat tafel betekent en maen of men wat steen betekent. Men meende in die tijd immers dat dolmens en menhirs Keltische cultuurelementen waren.
  • Hunebed is als woord ouder. In het boek van Johan Picardt heten de hunebedden "steenhopen gebouwd door grouwsamen barbarische en wreede reusen, huynen, giganten".[2] Deze visie was in overeenstemming met de toenmalige orthodoxe Bijbeluitleg waarin vóór de Zondvloed "reuzen op aarde waren".[3] Picardt heeft het consequent over steenhopen, maar de term "huynen" beklijfde en in 1685 noemde Titia Brongersma de steenhoop "hunebed".

In het dagelijkse taalgebruik blijken de termen hunebed en dolmen grotendeels synoniem, en zijn voor Nederlanders de dolmens van Bretagne gewoon Franse hunebedden. In dit artikel worden dan ook beide termen gebruikt.

Archeologen gebruiken beide woorden gewoonlijk niet als synoniem. De hunebedden in Noordoost-Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken hebben andere kenmerken en zijn door een andere cultuur (trechterbekercultuur) gebouwd dan de dolmens in grote delen van Frankrijk en België (zoals de allée couverte van de Seine-Oise-Marnecultuur).

Bouw[bewerken]

Het bouwwerk bestaat uit rechtopstaande grote stenen ("zuilen" of "draagstenen") waarop platte dekstenen rusten. Doorgaans staan de draagstenen grotendeels op evenwijdige lijnen. Twee draagstenen en een deksteen worden juk of trilithon genoemd. De juk of meerdere jukken worden afgesloten door sluitstenen. De ruimtes tussen deze stenen werden opgevuld door kleinere stenen, de stopstenen. De ingang is vaak in het midden van de lange zijde te vinden en bevat in sommige gevallen poortstenen. Deze poort kan ook de lengte van een gang hebben.

Het geheel werd afgedekt door een dekheuvel, deze heuvel is in veel gevallen verdwenen. Ook komen er kransstenen voor, deze zijn rond het hunebed geplaatst (vaak in een ronde, niervormige of ovale vorm).

Veel kleine stopstenen (in Nederland vaak door de mens gespleten zwerfkeien) zijn verdwenen, evenals de dekheuvel van aarde en/of plaggen. Een ingang ligt bij hunebedden in Nederland meestal aan de oost- of zuidkant van de steenkamer. In Nederland gebruikte men zwerfstenen als bouwmateriaal, in andere landen de lokale steen (in België bijvoorbeeld puddingsteen).

Op het Duitse eiland Sylt bleek het hunebed Denghoog zorgvuldig met klei en platte stenen afgedekt te zijn, met daarover weer zand en aarde, zodat de kamer bij de opgraving in 1868, circa 5000 jaar na het laatste gebruik, nog volledig intact en droog was.

In Nederland is de lengterichting van de hunebedden voornamelijk van oost naar west georiënteerd.[4][5] Deze oriëntering is mogelijk astronomisch bepaald. Ten eerste door de zon: de lengterichting kan aan de hand van de op- of ondergaande zon bepaald zijn, en de verlichting binnenskamers profiteert van een ingang op het zuiden. Ten tweede is er een verband met de opkomstpunten van de maan voorgesteld.[6]

Hunebedden in Europa[bewerken]

Hunebedden en andere megalithische bouwwerken zijn te vinden langs de kusten van heel West-Europa, van Portugal tot Denemarken en in Groot-Brittannië en Ierland. Sommige hunebedden zijn aan de binnen- en/of buitenkant voorzien van inscripties of versierselen die in de steen gebeiteld zijn (petroglief). Veel van deze prehistorische monumenten zijn in de loop van de eeuwen vernield om de stenen te gebruiken als bouwmateriaal voor bijvoorbeeld wegen, kerken, huizen en dijken.

Dolmens in Frankrijk[bewerken]

In Frankrijk zijn nog ongeveer 4.500 dolmens te vinden. Er komen verschillende typen dolmen voor, zoals de allée couverte.

De grootste dolmen van Frankrijk is de dolmen van Bagneux bij Saumur, ook wel bekend als La Grande Pierre Couverte. Deze dolmen is 23 meter lang en is zo'n 5 meter breed (en aan de binnenkant is de lengte zo'n 18 meter). De voorkamer is verstoord. Er zijn drie dekstenen en de grootste is 7,3 meter lang, het gewicht wordt geschat op 90 ton. In hoogte wordt deze dolmen alleen overtroffen door de Cueva de Menga op het Iberisch schiereiland. Tijdens het onderzoek in 1775 werden geen vondsten aangetroffen. In Bagneux ligt nog een kleinere dolmen, alhoewel dit ook het overblijfsel van een oorspronkelijk veel grotere dolmen kan zijn.

Dolmens worden in verband gebracht met feeën. In Frankrijk zijn meerdere dolmens, hunebedden of ganggraven met eenzelfde naamgeving, zoals het huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins).

Andere benamingen zijn bijvoorbeeld Chambre aux Fées, dolmen de la Salle aux Fées, Pierre-aux-Fées de Reignier, pierre de la fée en de dolmen de la Pierre aux Fées. Zie ook plaatsen die in verband worden gebracht met feeën.

Dolmens in België[bewerken]

In België staan dolmens op de volgende plaatsen: Ronse, Kluisbergen, Velzeke, Duisburg, Virginal-Samme, Helshoven (restant), Leval-Trahegnies (restant), Fagnolle, Jemelle, Sart-lez-Spa, Bleid, Chassepierre, Forrières, Harré, Jamoigne, Malempre, Membre, Mousny-lez-Ortho, Gomery.[7] Er zijn verschillende types, zoals de allée couverte die ook in Frankrijk voorkomt. De twee bekendste Belgische dolmens staan in Wéris.[8] [9] [10]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Megalieten bij Wéris

Hunebedden in Duitsland[bewerken]

Het Duitse Galeriegrab van de trechterbekercultuur lijkt afgeleid van de Allée couverte van de Frans/Belgische Seine-Oise-Marnecultuur.

In het noordwesten van Duitsland zijn enkele honderden hunebedden (Hünengrab, Steinsetzung of Großsteingrab), waarvan vele met rust zijn gelaten en sommige veel groter zijn dan de Drentse. Toch zijn er ook in Duitsland veel hunebedden verdwenen. In 1846 telde Georg Otto Carl baron van Estorff 219 hunebedden in de omgeving van Uelsen. Er zijn nu nog 17 in het gebied overgebleven.

Meerdere hunebedden hebben een naam, zoals het Steenhus von Börger, Räuberhauptmannsberg, Sundermannsteine, Steinofen, Bülzenbett , Zimmerberg, Poppostein , Taufstein, Herzogsgrab, Zägensteene, Siegsteine, Blutsteine, Heiligerstein, Oldendorfer Totenstatt, Kroatenhügel, Visbeker Braut en Visbeker Bräutigam.

In sommige gevallen wordt het hunebed in verband gebracht met de heidense gebruiken (Großsteingrab Heidenopfertisch, Heidenstein en Großsteingrab Opferstein bij Marienborn) of de duivel, zoals Teufels Backofen, Teufels Backtrog, Teufels Teigtrog, Düwelsteene , Teufelssteine, Teufelsküche en Teufelsbett.

Hunebedden in Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Hunebedden in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De hunebedden in Nederland vormen de meest westelijke uitloper van het territorium van de trechterbekercultuur, die verder doorloopt tot in Oost-Duitsland. Qua stijl en locaties vertonen ze grote overeenkomsten met de hunebedden in Sleeswijk-Holstein, Noordrijn-Westfalen en met name het Eemsland.

Naar schatting waren er in Noord-Nederland 80 tot 100 hunebedden, de meeste daarvan in Drenthe. De plaats van 18 gesloopte hunebedden is nog bekend. Van de 54 hunebedden die nu nog in Nederland zichtbaar zijn, staan er 52 in de provincie Drenthe. De andere twee staan in de provincie Groningen.

1rightarrow blue.svg Zie ook: lijst van hunebedden in Nederland

Hunebedden in Denemarken[bewerken]

Er zijn in Denemarken nog 2.500 hunebedden (oldtidsgrave , stendysse of dysse) te vinden. Naar schatting waren hier 25.000 megalithische grafkamers. Langeland heeft het grootste aantal hunebedden per km2 ter wereld.

Rond 3500 v.Chr. begon men met de bouw en werden duizenden hunebedden opgericht. Rond 3200 v.Chr. ontwikkelde het hunebed zich tot een ganggraf, het lag in de omgeving van velden en huizen. Het was niet alleen een plek van de doden, maar toonde ook de rechten van de familie op het gebied.

De oudste vorm, de runddyssen, bevatte een grafkamer en had een ronde vorm. Er zijn in Denemarken, bijvoorbeeld op het eiland Seeland en op Jutland, hunebedden met een polygonale vorm.

Er werden soms in latere periodes extra kamers gebouwd en het bouwsel werd dan in zijn totaliteit uitgebreid. Er zijn hunebedden met vijf grafkamers aangetroffen. De lengterichting is meestal noordwest-zuidoost en de opening ligt naar het zuidoosten. Een langdysse heeft meestal een lengterichting oost-west.

In Denemarken zijn skeletresten aangetroffen in meerdere hunebedden.

De term dysse werd gebruikt voor alle megalitische graven (voornamelijk ganggraven), maar tegenwoordig wordt deze term vooral gebruikt voor de bouwsels die niet geheel met een heuvel (høj, zie grafheuvel) bedekt zijn.

Hunebedden in Zweden[bewerken]

In het zuiden en midden van Zweden zijn nog honderden megalithische monumenten te vinden. In Zweden zijn ook menselijke resten aangetroffen in de bouwwerken. Er zijn echter ook vele hunebedden zonder sporen van menselijke resten. Vaak is wel aardewerk aangetroffen.

Ze worden aangeduid als stenkammergrav (steenkamergraf), stendös of dös.

De oudste dösen zijn gebouwd als een rechthoekige kamer met daarom een langwerpige (rechthoekige of soms ronde) kring van stenen (långdös). Deze kring kan één of meerdere kamers bevatten.

Jongere dösen hebben een meer vierkante of ronde kamer, meestal met een ronde heuvel en steenkring (aangeduid als runddös). Soms bevat het bouwwerk bij de ingang enkele dwarse stenen, die een poort vormen.

Een van de voorkomende types is het ganggraf (gånggrift).



Britse eilanden[bewerken]

Dolmens in Ierland[bewerken]

Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, deze dolmen ligt in Carlow. De deksteen bestaat uit 100 ton graniet en is 4,7 meter bij 6,1 meter groot. Er werden geen sporen van een dekheuvel of cairn aangetroffen.

Poulnabrone Dolmen

Dolmens in het Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Ook in het Verenigd Koninkrijk komen dolmens voor. Ze staan bekend onder verschillende benamingen, zoals cromlechs in Wales en quoits in Cornwall.

Dolmens in Portugal[bewerken]

In Portugal worden dolmens aangeduid als dólmen, antas, orcas, arcas en palas. In de volksmond worden ze casas de mouros (huizen van de Moren), fornos de mouros (fornuizen van de Moren) of pias genoemd.

De Finse archeologe Hanna Lindström van de universiteit van Helsinki beschreef in haar scriptie uit 2014 meerdere volksverhalen over de bovennatuurlijke maaksters en beschermsters van de bouwwerken. Deze Mouras Encantadas waren onsterfelijk en bezaten de eeuwige jeugd, schoonheid en wijsheid. Ze onderwezen de mens het spinnen, weven, het maken van kaas en legt verbanden met de Griekse Moirae of Romeinse Fata (beide schikgodinnen, zie ook de Parcen). Deze moura-mari-marion godinnen worden door taalkundigen aan de dood en geesten en folkloristen verbinden hen aan het leven, vruchtbaarheid, gezondheid en oude wijsheid. Ze kunnen van vorm veranderen, bijvoorbeeld een geit, stier of slang[11]. Ze geven goede mensen cadeaus, maar straffen slechte mensen.
De legenden veranderden in de loop van de tijd en meer recente verhalen vertellen over de mouras als zijnde moorse vrouwen die door een betovering door hun vaders in een eeuwige onveranderlijke staat zijn gebracht. Ze bewaken schatten die ondergronds of in de dolmens zijn verborgen. Ze kunnen in slangen veranderen en worden bewaakt door boze stieren. In weer andere verhalen wonen ze in paleizen van goud en zilver en wachten tot ze hun vrijheid krijgen doordat een een man die moura, in de vorm van een enorme slang, zoent. Dit lukt niet en de tranen van de mouras vormen rivieren.
In de 19e eeuw kwamen er verhalen over personen die middernacht of om 12 uur 's middags of tijdens midzomer een bezoek brengen aan de mouras[12]. Ze worden in verband gebracht met de naderende dood en geboortes, ze bepalen of de moeder en/of het kind overleven.

De Anta Grande do Zambujeiro is één van de grootste hunebedden op het Iberisch schiereiland.

Alhoewel de kerk vele dolmens vernietigde en de vieringen rond deze plaatsen verbood, werden andere heilig verklaard. Er zijn enkele dolmens waarvan men een kerk of kapel gemaakt heeft.

Dolmens in Spanje[bewerken]

Zowel in Spanje als in Portugal komt een type dolmen voor dat wordt aangeduid als anta.

In het Baskisch worden de dolmens trikuharri of dolmenak genoemd, er zijn ook jentilarriak (gebouwd door de jentil, die ook verantwoordelijk zou zijn voor de bouw van de jentilbaratz, zie ook harrespil).

De aizkomendiko trikuharria is de grootste dolmen van Baskenland.

De dolmen de Santa Cruz ligt in de gemeente Cangas de Onís. Het bouwwerk ligt in een ruimte onder een kerk die is gebouwd op een kunstmatige heuvel. Al in de vierde eeuw werd hier een kapel geplaatst. In de Spaanse Burgeroorlog werd de kerk verwoest om de dolmen weer zichtbaar te maken.

De dolmen van Dombate is tegenwoordig afgedekt, om het bouwwerk te beschermen. Het bouwwerk lag oorspronkelijk in een grafheuvel. De grafheuvel was ca. 24 meter in doorsnede en 1,80 meter hoog.

Dolmens in Italië[bewerken]

Rondom Bisceglie zijn vele dolmens te vinden. De grootste, Chianca, heeft een deksteen van 2,5 bij 4 meter.

Kaukasus[bewerken]

de Volkolnski-dolmen bij Sotsji

De Dolmencultuur van de Westelijke Kaukasus (midden-bronstijd, 2900-2800 tot 1400-1300 v.Chr.) was verspreid over het berggebied en voorgebergte aan beide zijden van de Grote Kaukasus. De cultuur is bekend door het grote aantal megalithische monumenten.

Hunebedden elders op de wereld[bewerken]

  • In Zuid-Korea staan vele honderden hunebedden[13] onder andere in Gochang, Hwasun en Ganghwa. Deze zijn gebouwd door een megalithische cultuur vanaf het eerste millennium v. Chr. Ze behoren thans tot het Werelderfgoed.[14]
  • Ook in Jordanië zijn hunebedden aangetroffen. Ook daar worden ze bedreigd, boeren breken ook in dit land de bouwwerken af om meer land te kunnen gebruiken.[15]
  • In Noord-Afrika worden dolmens gevonden in Algerije en Tunesië.
  • Indonesië kent hunebedden op de eilanden Nias en Sumba. Op Sumba worden tot op de dag van vandaag hunebedden gebouwd, vaak met eenvoudige middelen. Wel wordt eventueel gebruik gemaakt van vrachtauto's voor het transport van stenen. Dekstenen van beton zijn niet ongebruikelijk.

Volksgeloof[bewerken]

Odin bezoekt de völva, Sleipnir en de hellehond Garm kijken naar elkaar, 1895

Hunebedden waren volgens het volksgeloof plekken waar kinderen uit tevoorschijn zouden komen.[16] Ook zijn hunebedden de plaats waar de witte wieven wonen en hun kostbaarheden opbergen[17].

Reuzen zouden de Dikke Stienen of hunebedden hebben gemaakt, in het Emmer hunebed zou nog een afdruk van een vuist van de reus te zien zijn[18][19].

Jentil, een ras van reuzen uit de Baskische mythologie, zouden volgens volksverhalen ook verantwoordelijk zijn voor de bouw van megalitische bouwwerken, zoals bijvoorbeeld de jentilarri of jentiletxe.

In andere gevallen werd de bouw van een hunebed aan demonen toegeschreven, zoals bij de Duvelskut.

De benamingen vertonen overeenkomsten, ook als het om verschillende mythische wezens gaat. Zo worden in Frankrijk feeën verantwoordelijk gehouden voor de bouw van hunebedden (huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins)), waar dit in Duitsland de duivel is (het bed van de duivel (Teufelsbett) en de oven van de duivel (Teufels Backofen)). In Portugal worden de Moren genoemd (huizen van de Moren (casas de mouros) en fornuizen van de Moren (fornos de mouros))

Volgens verhalen heeft Napoleon zijn paard op deze deksteen laten staan[20]

In de nacht van 31 oktober (Samhain/Halloween) zijn korrigans in de nabijheid van hunebedden en dolmens om slachtoffers op te wachten.