Hunebed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland
De hunebedden D18 en (op de achtergrond) D17 bij Rolde, Nederland
Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil
Jentilarri: een type dolmen uit Baskenland, de bouw hiervan wordt toegeschreven aan reuzen; de Jentil
Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660
Reuzen bouwen de hunebedden; ets van Gerrit van Goedesbergh in het boek van Picardt, 1660
Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604
Mannen beklimmen het Bülzenbett bij Bremerhaven, ca 1604
Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879
Een man staat op Labby Rock, de deksteen is 4,5 meter lang, 2,7 meter breed en 2,4 meter dik en er groeit dophei op de steen, 1879
Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland
Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, Carlow, Ierland
Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is grootste dolmen van Frankrijk
Een vrouw staat in de Dolmen de Bagneux, dit is grootste dolmen van Frankrijk

Een hunebed of dolmen is een megalithische (Grieks: mega = groot, lithos = steen) steenkamer uit de prehistorie die bestaat uit drie (of meer) staande draagstenen, overdekt door een (of meer) deksteen. Een hunebed is volgens de gangbare theorie een prehistorische grafkamer, alhoewel het niet met zekerheid te zeggen is dat dit de oorspronkelijke functie van het bouwwerk is geweest.

Terminologie en etymologie[bewerken]

Volgens Van Dale is een dolmen een Frans megalithisch bouwwerk, en een hunebed een Nederlands-Deens megalithisch bouwwerk. In de Nederlandstalige wetenschappelijke literatuur komt men beide termen tegen.[1]

  • Dolmen wordt vooral in Vlaanderen gebruikt en ontleent zijn gebruik uit de Angelsaksische en Franse wetenschappelijke literatuur. Het woord zou door onderzoekers van eind 18e eeuw ontleend zijn aan het Keltische taol, wat tafel betekent en maen of men wat steen betekent. Men meende in die tijd immers dat dolmens en menhirs Keltische cultuurelementen waren.
  • Hunebed is als woord ouder. In het boek van Johan Picardt heten de hunebedden "steenhopen gebouwd door grouwsamen barbarische en wreede reusen, huynen, giganten".[2] Deze visie was in overeenstemming met de toenmalige orthodoxe Bijbeluitleg waarin vóór de Zondvloed "reuzen op aarde waren".[3] Picardt heeft het consequent over steenhopen, maar de term "huynen" beklijfde en in 1685 noemde Titia Brongersma de steenhoop "hunebed".

In het dagelijkse taalgebruik blijken de termen hunebed en dolmen grotendeels synoniem, en zijn voor Nederlanders de dolmens van Bretagne gewoon Franse hunebedden. In dit artikel worden dan ook beide termen gebruikt.

Archeologen gebruiken beide woorden gewoonlijk niet als synoniem. De hunebedden in Noordoost-Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken hebben andere kenmerken en zijn door een andere cultuur (trechterbekercultuur) gebouwd dan de dolmens in grote delen van Frankrijk en België (zoals de allée couverte van de Seine-Oise-Marnecultuur).

Bouw[bewerken]

Het bouwwerk bestaat uit rechtopstaande grote stenen ("zuilen" of "draagstenen") waarop platte dekstenen rusten. Doorgaans staan de draagstenen grotendeels op evenwijdige lijnen. Twee draagstenen en een deksteen worden juk of trilithon genoemd. De juk of meerdere jukken worden afgesloten door sluitstenen. De ruimtes tussen deze stenen werden opgevuld door kleinere stenen, de stopstenen. De ingang is vaak in het midden van de lange zijde te vinden en bevat in sommige gevallen poortstenen. Deze poort kan ook de lengte van een gang hebben.

Het geheel werd afgedekt door een dekheuvel, deze heuvel is in veel gevallen verdwenen. Ook komen er kransstenen voor, deze zijn rond het hunebed geplaatst (vaak in een ronde, niervormige of ovale vorm).

In Nederland gebruikte men zwerfstenen als bouwmateriaal, in andere landen de lokale steen (in België bijvoorbeeld puddingsteen).

Huidige tijd[bewerken]

Links een reconstructie van Großsteingrab Stenum en rechts de huidige staat van het bouwwerk

Veel van deze prehistorische monumenten zijn in de loop van de eeuwen vernield om de stenen te gebruiken als bouwmateriaal voor bijvoorbeeld wegen, kerken, huizen en dijken[4]. Ook speelden soms ideologische of religieuze motieven een rol bij de vernietiging van (gedeelten van) hunebedden.

Een model met links de oorspronkelijke situatie en rechts de huidige situatie van Großsteingrab Flehm 1
Het Ulanendenkmal in Demmin werd in 1923/1924 gebouwd met de stenen van hunebedden uit de omgeving, het Großsteingräber bei Quitzerow werd hiervoor zelfs volledig afgebroken

Gedurende de Middeleeuwen werden Quadersteine gemaakt, dit gebeurde door de hunebedstenen te kloven. De Qadersteine vormden de fundering in vele in kerken in Noord-Duitsland en Denemarken. In Drenthe zijn nog resten in de kerkmuren van Odoorn en Emmen te vinden, ook in de kerkhofmuren van Odoorn en Oosterhesselen[5].

In andere gevallen werden de hunebedden verwijderd, omdat ze voor problemen zorgden bij het bewerken van het land door boeren.

Veel kleine stopstenen (in Nederland vaak door de mens gespleten zwerfkeien) zijn verdwenen, evenals de dekheuvel van aarde en/of plaggen. In sommige gevallen werd het gehele hunebed vernietigd en herinneren alleen sporen in de grond of de naamgeving van het gebied aan het bouwwerk wat ooit op de plek heeft gestaan. In andere gevallen bleef (een gedeelte van) het hunebed bewaard, alhoewel de stenen niet altijd op de originele plek bleven staan. Hunebedden werden verplaatst om het bouwwerk te redden (bijvoorbeeld bij de aanleg van een spoorlijn, weg of industrieterrein).

Er zijn hunebedden gekerstend en in bepaalde gevallen zijn deze hunebedden voorzien van een kruis. Er zijn ook hunebedden die in gebruik zijn als kapel of ingebouwd zijn in een kerk of kapel.

Tegenwoordig zijn de overgebleven (delen van) hunebedden vaak beschermd als archeologisch monument.

Petrogliefen[bewerken]

Afgietsel van een draagsteen van het Galeriegrab von Züschen

Sommige hunebedden zijn aan de binnen- en/of buitenkant voorzien van inscripties of versierselen die in de steen gebeiteld zijn (petroglief), bijvoorbeeld cup and ring marks.

Artefacten[bewerken]

Tekening van het hunebed Hjortegardene in Denemarken met begraving en grafgiften, 1896

In en rond hunebedden zijn diverse artefacten gevonden.

Hunebedden in Europa[bewerken]

Verspreiding van megalitische bouwwerken

Hunebedden en andere megalithische bouwwerken zijn te vinden langs de kusten van heel West-Europa, van Portugal tot Denemarken en in Groot-Brittannië en Ierland. De hunebedden zijn gebouwd door diverse culturen en verschillen van vorm.

De hunebedden en dolmens komen ook voor op de wapens van diverse plaatsen en gebieden, zie ook de lijst van wapens met een hunebed.

Hunebedden in Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Hunebedden in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het hunebed D6 in Tynaarlo, Willem Roelofs, 1861

De hunebedden in Nederland vormen de meest westelijke uitloper van het territorium van de trechterbekercultuur, die verder doorloopt tot in het oosten van Duitsland. Qua stijl en locaties vertonen ze grote overeenkomsten met de hunebedden in Sleeswijk-Holstein, Noordrijn-Westfalen en met name het Eemsland.

Naar schatting waren er in Noord-Nederland 80 tot 100 hunebedden, de meeste daarvan in Drenthe. De plaats van 18 gesloopte hunebedden is nog bekend. Van de 54 hunebedden die nu nog in Nederland zichtbaar zijn, staan er 52 in de provincie Drenthe. De andere twee staan in de provincie Groningen.

In Nederland is de lengterichting van de hunebedden voornamelijk van oost naar west georiënteerd.[6][7] Deze oriëntering is mogelijk astronomisch bepaald. Ten eerste door de zon: de lengterichting kan aan de hand van de op- of ondergaande zon bepaald zijn, en de verlichting binnenskamers profiteert van een ingang op het zuiden. Ten tweede is er een verband met de opkomstpunten van de maan voorgesteld.[8] Een ingang ligt bij hunebedden in Nederland meestal aan de oost- of zuidkant van de steenkamer.

1rightarrow blue.svg Zie ook: lijst van hunebedden in Nederland
Hunebed D45 met omgeving in de Emmerdennen
Hunebed D45 met omgeving in de Emmerdennen

Dolmens in België[bewerken]

Maquette van de constructie van de Dolmen van Wéris, Musée des Mégalithes de Wéris

In België staan dolmens op de volgende plaatsen: Ronse, Kluisbergen, Velzeke, Duisburg, Virginal-Samme, Helshoven (restant), Leval-Trahegnies (restant), Fagnolle, Jemelle, Sart-lez-Spa, Bleid, Chassepierre, Forrières, Harré, Jamoigne, Malempre, Membre, Mousny-lez-Ortho, Gomery.[9] Er zijn verschillende types, zoals de allée couverte die ook in Frankrijk voorkomt. De twee bekendste Belgische dolmens staan in Wéris.[10] [11] [12]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Megalieten bij Wéris

Hunebedden in Duitsland[bewerken]

Afbeelding van een hunebed op de Lüneburger Heide, 1912
Een kaart van de Straße der Megalithkultur
Het (inmiddels vernietigde) Großsteingrab Hanstedt II 1, Sprockhoff-No. 772
Georg Otto Carl von Estorff, Heidnische Alterthümer der Gegend von Uelzen im ehemaligen Bardengaue (Königreich Hannover), Hannover 1846.

In het noordwesten van Duitsland zijn enkele honderden hunebedden (Hünengrab, Hünenbett, Steinsetzung, Riesenbett, Megalithgrab of Großsteingrab), waarvan vele met rust zijn gelaten en sommige veel groter zijn dan de Drentse. In Duitsland wordt ook wel de benaming Dolmen (Steintisch) gebruikt.

De bouw van de hunebedden wordt gedateerd tussen 3500 en 2800 v. Chr. In Duitsland zijn de hunebedden gebouwd door de Trechterbekercultuur en de Wartbergcultuur (ook wel Kragenflaschenkultur genoemd).

Ook in Duitsland zijn inmiddels veel hunebedden verdwenen. In 1846 telde Georg Otto Carl baron van Estorff bijvoorbeeld 219 hunebedden in de omgeving van Uelsen. Er zijn nu nog 17 in het gebied overgebleven. In zijn Heidnische Alterthümer der Gegend von Uelzen im ehemaligen Bardengaue (Königreich Hannover) waren ook tekeningen van de bouwwerken opgenomen. In Duitsland werden in 1939 binnen de toenmalige grenzen nog 900 hunebedden geteld.

De volgende lijsten bevatten alle bekende (nog bestaande of inmiddels vernietigde) hunebedden:

Er is een touristische route langs 33 plekken; de Straße der Megalithkultur.

Bij bepaalde hunebedden werd in vroeger dagen recht gesproken, zoals bij Großsteingrab Gerichtsstätte en Denghoog (zie ook Ding (rechtspraak)).

Denghoog[bewerken]

Op het Duitse eiland Sylt bleek het hunebed Denghoog zorgvuldig met klei en platte stenen afgedekt te zijn, met daarover weer zand en aarde, zodat de kamer bij de opgraving in 1868, circa 5000 jaar na het laatste gebruik, nog volledig intact en droog was.

Denghoog was een thinghügel, er werd dus recht gesproken (zie ook ding (rechtspraak)).

Benaming[bewerken]

Opferstein in Albersdorf, ca. 1895

De in Noord-Duitsland populaire naam "Hünengrab" is afgeleid van het Middelhoogduitse "hiune" en de Nederduitse "Hune", met de betekenis van "reus". Zelfs in de 17e eeuw werd in de literatuur algemeen aangenomen dat het hier ging om "graven van de reuzen".

Meerdere hunebedden hebben een naam, zoals het Steenhus von Börger, Räuberhauptmannsberg, Sundermannsteine, Steinofen, Bülzenbett , Zimmerberg, Poppostein , Taufstein, Herzogsgrab, Zägensteene, Siegsteine, Blutsteine, Heiligerstein, Oldendorfer Totenstatt, Kroatenhügel, Visbeker Braut en Visbeker Bräutigam.

In sommige gevallen wordt het hunebed in verband gebracht met de heidense gebruiken (Großsteingrab Heidenopfertisch, Heidenstein en Großsteingrab Opferstein bij Marienborn) of de duivel, zoals Teufels Backofen, Teufels Backtrog, Teufels Teigtrog, Düwelsteene , Teufelssteine, Teufelsküche, Bei den Düvelskuhlen en Teufelsbett. Ook komt het verband met de duivel voor in de literatuur, bijvoorbeeld door de gebroeders Grimm

Bei Osnabrück liegt ein uralter Stein, dreizehn Fuß aus der Erde ragend, von dem die Bauern sagen, der Teufel hätte ihn durch die Luft geführt und fallen lassen. Sie zeigen auch die Stelle daran, in welcher die Kette gesessen, woran er ihn gehalten, nennen ihn den Süntelstein.[13]

Verschillende typen[bewerken]

De ontwikkeling van de Blockkiste (linksboven) tot Urdolmen met gang (rechtsonder)
Verschillende Rechteckdolmen (boven), een Ganggrab met verschillende secties en een Polygonaldolmen (onder)
Schilderij van het hunebed bij Nobbin door Carl Gustav Carus, ca. 1820

Ewald Schuldt maakte een uitsplitsing voor de verschillende vormen van de hunebedden in Mecklenburg, deze was gebaseerd op een uitsplitsing van typen hunebedden in Denemarken:

  • Urdolmen: kleine vierkante of rechthoekige grafkamer met vier draagstenen en één deksteen, met of zonder toegang.
  • Rechteckdolmen of Erweiterter Dolmen: rechthoekige grafkamer met minstens vier draagstenen aan de lange zijde, twee dekstenen en een toegang aan de korte zijde.
  • Großdolmen: rechthoekige grafkamer met minstens zes draagstenen aan de lange zijde, drie dekstenen en een toegang aan de korte zijde
  • Polygonaldolmen: een polygonaal hunebed
  • Kammerloses Hünenbett: langwerpig bouwwerk met rechthoekige of trapeziumvormige grafheuvel en met een stenen en houten ombouwing en met een steenkist of graf in plaats van een megalitische grafkamer.

Er zijn nog andere typen bekend in Duitsland:

Voor de Deutschen Akademie der Wissenschaften zu Berlin en het Museum für Ur- und Frühgeschichte Schwerin werden tussen 1965 en 1970 in totaal 106 van de 1145 bekende megalitische graven uitgegraven en gedocumenteerd en geclassificeerd.

A Hünenbetten ohne Kammer komen voor in het zuidwesten van het voormalige Bezirks Schwerin
B Ganggrab komen voor in het noordwesten van het voormalige Bezirke Rostock und Schwerin
C erweiterte Dolmen of Rechteckdolmen komen voor in het Seenlandschaft van het voormalige Bezirke Schwerin en Neubrandenburg
D Großdolmen mit Vorraum komen voor in het noordoosten van het voormalige Bezirks Neubrandenburg
E Großdolmen mit Windfang komen voor op het eiland Rügen
F Steinkisten komen voor in het zuidoosten van het voormalige Bezirks Neubrandenburg

Afbeeldingen[bewerken]

Hunebedden in Denemarken[bewerken]

Runddysse bij Tustrup

Er zijn in Denemarken nog 2.500 hunebedden (oldtidsgrave , stendysse of dysse) te vinden. Naar schatting waren hier 25.000 megalithische grafkamers. Langeland heeft het grootste aantal hunebedden per km2 ter wereld.

Rond 3500 v.Chr. begon men met de bouw en werden duizenden hunebedden opgericht. Rond 3200 v.Chr. ontwikkelde het hunebed zich tot een ganggraf, het lag in de omgeving van velden en huizen. Het was niet alleen een plek van de doden, maar toonde ook de rechten van de familie op het gebied.

De oudste vorm, de runddyssen, bevatte een grafkamer en had een ronde vorm. Er zijn in Denemarken, bijvoorbeeld op het eiland Seeland en op Jutland, hunebedden met een polygonale vorm.

Er werden soms in latere periodes extra kamers gebouwd en het bouwsel werd dan in zijn totaliteit uitgebreid. Er zijn hunebedden met vijf grafkamers aangetroffen. De lengterichting is meestal noordwest-zuidoost en de opening ligt naar het zuidoosten. Een langdysse heeft meestal een lengterichting oost-west.

In Denemarken zijn skeletresten aangetroffen in meerdere hunebedden.

In Denemarken wordt alleen een onderscheid gemaakt tussen hunebedden (Dysse, Döse) en ganggraf (Jættestue). In Denemarken wordt de heuvel in de nomenclatuur betrokken (Rund- en Langdysse). Tegenwoordig wordt de term dysse vooral gebruikt voor de bouwsels die niet geheel met een heuvel (høj, zie grafheuvel) bedekt zijn.

Hunebedden in Noorwegen[bewerken]

In Noorwegen worden hunebedden 'Dysse, Stendysse, Steinalderdysse en Jaettestuer genoemd. Als de dekheuvel rond is, spreekt men over een Runddysse en bij een rechthoekige heuvel over een Langdysse. Er wordt onderscheid gemaakt tussen deze monumenten en het ganggraf (Ganggrav).

Hunebedden zijn zeldzaam in Noorwegen, er zijn slechts 5 bekend. Daarvan zijn slechts 2 bewaard gebleven. Anders Lorange schrijft over de Skjeltorpdyssen dat een Agrariër een deksteen meenam naar zijn grondgebied in 1872. Kort daarop stierf hij. Vier draagstenen werden later meegenomen door twee agrariërs, ook zij stierven kort daarna. De Skjeltorpdyssen werd in 1942 op 200 meter ten oosten van de oorspronkelijke vindplaats gereconstrueerd.

Hunebedden in Zweden[bewerken]

In het zuiden en midden van Zweden zijn nog honderden megalithische monumenten te vinden. In Zweden zijn ook menselijke resten aangetroffen in de bouwwerken. Er zijn echter ook vele hunebedden zonder sporen van menselijke resten. Vaak is wel aardewerk aangetroffen.

Ze worden aangeduid als stenkammergrav (steenkamergraf), stendös of dös.

De oudste dösen zijn gebouwd als een rechthoekige kamer met daarom een langwerpige (rechthoekige of soms ronde) kring van stenen (långdös). Deze kring kan één of meerdere kamers bevatten.

Jongere dösen hebben een meer vierkante of ronde kamer, meestal met een ronde heuvel en steenkring (aangeduid als runddös). Soms bevat het bouwwerk bij de ingang enkele dwarse stenen, die een poort vormen.

Een van de voorkomende types is het ganggraf (gånggrift).

Dolmens in Frankrijk[bewerken]

Verspreiding van dolmens in Frankrijk

In Frankrijk zijn nog ongeveer 4.500 dolmens te vinden. Er komen verschillende typen dolmen voor, zoals de allée couverte, de dolmen à coudé (met een duidelijke knik) en de dolmen á coudé (langwerpige ruimte, soms met zijkamer).

De Bretonse benaming is Taol-vaen.

Een vrouw staat naast de dolmen de Bagneux, augustus 1890
Tekening van La Roche-aux-Fées (een allée couverte), 1756

De grootste dolmen van Frankrijk is de dolmen de Bagneux bij Saumur, ook wel bekend als La Grande Pierre Couverte. Deze dolmen is 23 meter lang en is zo'n 5 meter breed (en aan de binnenkant is de lengte zo'n 18 meter). De voorkamer is verstoord. Er zijn drie dekstenen en de grootste is 7,3 meter lang, het gewicht wordt geschat op 90 ton. In hoogte wordt deze dolmen alleen overtroffen door de Cueva de Menga op het Iberisch schiereiland. Tijdens het onderzoek in 1775 werden geen vondsten aangetroffen. In Bagneux ligt nog een kleinere dolmen, alhoewel dit ook het overblijfsel van een oorspronkelijk veel grotere dolmen kan zijn.

Dolmens worden in verband gebracht met feeën. In Frankrijk zijn meerdere dolmens, hunebedden of ganggraven met eenzelfde naamgeving, zoals het huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins). Andere benamingen zijn bijvoorbeeld La Roche-aux-Fées, Chambre aux Fées, dolmen de la Salle aux Fées, Pierre-aux-Fées de Reignier, pierre de la fée en de dolmen de la Pierre aux Fées. Zie ook plaatsen die in verband worden gebracht met feeën.

Britse eilanden[bewerken]

Dolmens in Ierland[bewerken]

Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden, deze dolmen ligt in Carlow. De deksteen bestaat uit 100 ton graniet en is 4,7 meter bij 6,1 meter groot. Er werden geen sporen van een dekheuvel of cairn aangetroffen.

De voornamelijk in Ierland aanwezige wedge tomb heeft veel overeenkomsten met het Galeriegrab uit Duitsland en de allée couverte uit Frankrijk en België.

Dolmens in het Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Afbeelding uit 1722 waarbij de overblijfselen van de long barrow van Kit's Coty House nog zichtbaar is

Ook in het Verenigd Koninkrijk komen dolmens voor. Ze staan bekend onder verschillende benamingen, zoals cromlechs in Wales en quoits in Cornwall.

Dolmens in Portugal[bewerken]

Anta da Boboreira, 1973
Afbeelding van een dólmen in de Algarve, 1887

In Portugal worden dolmens aangeduid als dólmen, antas, orcas, arcas en palas. In de volksmond worden ze casas de mouros (huizen van de Moren), fornos de mouros (fornuizen van de Moren) of pias genoemd.

De Finse archeologe Hanna Lindström van de universiteit van Helsinki beschreef in haar scriptie[14] uit 2014 meerdere volksverhalen over de bovennatuurlijke maaksters en beschermsters van de bouwwerken. Deze Mouras Encantadas waren onsterfelijk en bezaten de eeuwige jeugd, schoonheid en wijsheid. Ze onderwezen de mens het spinnen, weven, het maken van kaas en legt verbanden met de Griekse Moirae of Romeinse Fata (beide schikgodinnen, zie ook de Parcen). Deze moura-mari-marion godinnen worden door taalkundigen aan de dood en geesten en folkloristen verbinden hen aan het leven, vruchtbaarheid, gezondheid en oude wijsheid. Ze kunnen van vorm veranderen, bijvoorbeeld een geit, stier of slang[15]. Ze geven goede mensen cadeaus, maar straffen slechte mensen.
De legenden veranderden in de loop van de tijd en meer recente verhalen vertellen over de mouras als zijnde moorse vrouwen die door een betovering door hun vaders in een eeuwige onveranderlijke staat zijn gebracht. Ze bewaken schatten die ondergronds of in de dolmens zijn verborgen. Ze kunnen in slangen veranderen en worden bewaakt door boze stieren. In weer andere verhalen wonen ze in paleizen van goud en zilver en wachten tot ze hun vrijheid krijgen doordat een een man die moura, in de vorm van een enorme slang, zoent. Dit lukt niet en de tranen van de mouras vormen rivieren.
In de 19e eeuw kwamen er verhalen over personen die middernacht of om 12 uur 's middags of tijdens midzomer een bezoek brengen aan de mouras[16]. Ze worden in verband gebracht met de naderende dood en geboortes, ze bepalen of de moeder en/of het kind overleven.

De Anta Grande do Zambujeiro is één van de grootste hunebedden op het Iberisch schiereiland.

Alhoewel de kerk vele dolmens vernietigde en de vieringen rond deze plaatsen verbood, werden andere heilig verklaard. Er zijn enkele dolmens waarvan men een kerk of kapel gemaakt heeft.

Dolmens in Spanje[bewerken]

Cueva de Menga, gebouwd ca. 2500 v.Chr.

Zowel in Spanje als in Portugal komt een type dolmen voor dat wordt aangeduid als anta.

In het Baskisch worden de dolmens trikuharri of dolmenak genoemd, er zijn ook jentilarriak (gebouwd door de jentil, die ook verantwoordelijk zou zijn voor de bouw van de jentilbaratz, zie ook harrespil).

De aizkomendiko trikuharria is de grootste dolmen van Baskenland.

De grafheuvel van de Cueva de Menga is 50 meter in omtrek en is 4 meter hoog. In de kamer ligt een put van 19,5 meter diep. Het is niet zeker of de Cueva de Menga een begraafplaats is, er zijn nooit menselijke resten gevonden. Ook wijkt het ontwerp af van andere dolmen op het Iberisch Schiereiland, zo is de kamer 2,7 meter hoog en wordt gebruik gemaakt van steunpilaren in het midden van de ruimte. Sinds juni 2016 zijn de Cueva de Menga, de Dolmen de Viera en de Tholos de El Romeral op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst.

De dolmen de Santa Cruz ligt in de gemeente Cangas de Onís. Het bouwwerk ligt in een ruimte onder een kerk die is gebouwd op een kunstmatige heuvel. Al in de vierde eeuw werd hier een kapel geplaatst. In de Spaanse Burgeroorlog werd de kerk verwoest om de dolmen weer zichtbaar te maken.

De dolmen van Dombate is tegenwoordig afgedekt, om het bouwwerk te beschermen. Het bouwwerk lag oorspronkelijk in een grafheuvel. De grafheuvel was ca. 24 meter in doorsnede en 1,80 meter hoog.

Dolmens in Italië[bewerken]

Rondom Bisceglie zijn vele dolmens te vinden. De grootste, Chianca, heeft een deksteen van 2,5 bij 4 meter. Ook op Sicilië werden dolmens aangetroffen. Deze waren klein en rechthoekig of veelhoekig, vergelijkbaar met die in Apulië en in Malta. Ze dateren uit de Siciliaanse bronstijd, die samenvalt met de cultuur van Castelluccio (2200-1800 v.Chr.)[17]

Kaukasus[bewerken]

de Volkolnski-dolmen bij Sotsji

De Dolmencultuur van de Westelijke Kaukasus (midden-bronstijd, 2900-2800 tot 1400-1300 v.Chr.) was verspreid over het berggebied en voorgebergte aan beide zijden van de Grote Kaukasus. De cultuur is bekend door het grote aantal megalithische monumenten.

Hunebedden elders op de wereld[bewerken]

Dolmens in Algerije, 1900-1901
  • In Zuid-Korea staan vele honderden hunebedden[18] onder andere in Gochang, Hwasun en Ganghwa. Deze zijn gebouwd door een megalithische cultuur vanaf het eerste millennium v. Chr. Ze behoren thans tot het Werelderfgoed.[19]
  • Ook in Jordanië zijn hunebedden aangetroffen. Ook daar worden ze bedreigd, boeren breken ook in dit land de bouwwerken af om meer land te kunnen gebruiken.[20]
  • In Noord-Afrika worden dolmens gevonden in Algerije en Tunesië.
  • Indonesië kent hunebedden op de eilanden Nias en Sumba. Op Sumba worden tot op de dag van vandaag hunebedden gebouwd, vaak met eenvoudige middelen. Wel wordt eventueel gebruik gemaakt van vrachtauto's voor het transport van stenen. Dekstenen van beton zijn niet ongebruikelijk.

Volksgeloof[bewerken]

De witte wieven wonen volgens het volksgeloof in hunebedden, ze bergen er ook hun kostbaarheden in op[21].

Reuzen zouden de Dikke Stienen of hunebedden hebben gemaakt, in het Emmer hunebed zou nog een afdruk van een vuist van de reus te zien zijn[22][23][24]. De Coevordense predikant Johan Picardt publiceerde in 1660 zijn "Korte Beschryvinge van eenige Vergetene en Verborgene Antiquiteiten Der Provintien en Landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe". In deze tijd worden de steenhopen of stienbargen ook wel Reuzenstenen of Hunesteenen genoemd. Op een kaart van 1637 wordt het megalithische graf bij Diever aangeduid met Hunnebet. Op een kaart uit 1711 wordt de benaming huinebed gebruikt.

De in Noord-Duitsland populaire naam "Hünengrab" is afgeleid van het Middelhoogduitse "hiune" en de Nederduitse "Hune", met de betekenis van "reus".

Saxo Grammaticus schreef het oprichten van dolmens toe aan de Jötun.

Jentil, een ras van reuzen uit de Baskische mythologie, zouden volgens volksverhalen ook verantwoordelijk zijn voor de bouw van megalitische bouwwerken, zoals de jentilarri of jentiletxe.

In andere gevallen werd de bouw van een hunebed aan demonen toegeschreven, zoals bij de Duvelskut.

De benamingen vertonen overeenkomsten, ook als het om verschillende mythische wezens gaat. Zo worden in Frankrijk feeën verantwoordelijk gehouden voor de bouw van hunebedden (huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins)), waar dit in Duitsland de duivel is (het bed van de duivel (Teufelsbett) en de oven van de duivel (Teufels Backofen)). In Portugal worden de Moren genoemd (huizen van de Moren (casas de mouros) en fornuizen van de Moren (fornos de mouros))

Volgens verhalen heeft Napoleon zijn paard op deze deksteen laten staan[25] De Wilde hoorde het verhaal over de voetafdrukken van het paard van Napoleon over hunebed D9, D17, D18, D14, D28, D29, D27 en D45. Een veldwachter laat hem de voetafdruk zien op D45[26].

In de nacht van 31 oktober (Samhain/Halloween) zijn korrigans in de nabijheid van hunebedden en dolmens om slachtoffers op te wachten.

Hunebed als kinderbrenger[bewerken]

Hunebedden waren volgens het volksgeloof plekken waar kinderen uit tevoorschijn zouden komen.[27] Dit is vergelijkbaar met de Kinderboom. Het hunebed werd gezien als een plek van wedergeboorte[28].

Er zijn vele varianten bekend, zo zou er met een sleutel een kind gehaald kunnen worden uit de Der Steinerne Schlüssel.

Zie ook De sage van de Ommelebommelestien uit Urk en de Poppesteen (poppe betekend baby) bij Bergum[29][30][31].