Standbeeld van Ambiorix

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Standbeeld van Ambiorix
De Onze-Lieve-Vrouwebasiliek en het standbeeld van Ambiorix

Het standbeeld van Ambiorix is een standbeeld van Ambiorix op de Grote Markt in de Belgische stad Tongeren. Het beeld werd gemaakt door Jules Bertin en werd opgericht in 1866.

Geschiedenis[bewerken]

De dichter Joannes Nolet de Brauwere van Steeland vestigde in 1841 met een lyrisch epos de aandacht op Ambiorix.

In 1860 besloot de Tongerse gemeenteraad, op verzoek van het toenmalig Tongers Oudheidkundig Genootschap, een subsidie aan te vragen voor de oprichting van een standbeeld van Ambiorix. Deze subsidie werd in 1865 toegestaan. De totale prijs werd geraamd op 35.000 Fr waarvan de Belgische Staat 21.650 Fr ten laste zou nemen. Het verschil zou door de Provincie Limburg en de stad Tongeren bijgelegd worden.

De opdracht voor het beeld werd gegeven aan de op dat ogenblik in Tongeren wonende Franse kunstenaar Jules Bertin die het kunstwerk, onder de artistieke leiding van Guillaume Geefs voltooide in 1866. In 1890 zou Bertin nog een standbeeld voor de opvolger van Ambiorix in de Gallische geschiedenis creëren, "Vercingetorix". Dit beeld was het spiegelbeeld van het Tongers Ambiorixstandbeeld en stond in Saint-Denis, maar werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vernietigd.

Het beeld werd geplaatst op de Grote Markt van Tongeren, op de plaats waar vroeger het perron stond, en staat op een natuurstenen voetstuk van 3 meter hoog dat in de vorm van een prehistorische dolmen gebouwd werd.

Het standbeeld werd officieel onthuld op 5 september 1866, in aanwezigheid van Zijne Majesteit Koning Leopold II en zijn echtgenote Koningin Marie-Henriëtta.

Beschrijving van het standbeeld[bewerken]

Technische beschrijving[bewerken]

  • Grootte van het beeld (gemeten vanop de sokkel): 390 cm
  • Massa: 1100 kg
  • Metaal: Brons (89% rood koper + 11 % tin)
  • Sokkel: Rode Luxemburgse steen (ijzerhoudende zandsteen)

Restauratie[bewerken]

Tijdens een technisch onderzoek in 1991 bleek dat het standbeeld niet meer stevig op zijn sokkel stond. Het beeld zelf bleek nog in zeer goede toestand te verkeren, maar het voor de stabiliteit noodzakelijk tussenliggend loodblad was volledig verdwenen en de verankeringspunten waren eveneens volledig weggeroest.

Bij Ministerieel Besluit van 17 juni 1992 werd het standbeeld voor bescherming vatbaar verklaard. Op 1 december 1992, na 126 jaar in weer en wind gestaan te hebben, werd het brons-groene beeld daarop van zijn voetstuk gehaald voor een grondig onderzoek en restauratie. Het werd eerst overgebracht naar de plaatselijke kazerne voor verder onderzoek. De onderzoeken en de administratieve procedures duurden tot in 1994. Op 17 maart van dat jaar werd het beeld uiteindelijk overgebracht naar een gespecialiseerd Brussels bedrijf. Enkele maanden later, op 8 juli 1994, werd het volledig gerestaureerd, maar nu in een zwarte kleur, terug op zijn sokkel gezet.

De restauratie, voor 80% gesubsidieerd, kostte 912.000 fr (= 22.600 €).

Literatuur[bewerken]