Waterput

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een waterput in Limburg (Nederland)
Een waterput in Afghanistan
Waterput Nederhel te Noordwijk (Zuid-Holland), 17e eeuw, opgegraven in 1985
Een waterput in North Carolina, ca. 1892
Een waterput in Polen
Brondoorsnede Q-Flow
Een put komt ook voor als symbool in de heraldiek, hier in het wapen van Tiefenbronn

Een waterput of ook wel waterwinput is meestal een gegraven of geboord gat in de grond om grondwater te kunnen gebruiken. Daarnaast bestaan er waterputten die tot doel hebben hemelwater te verzamelen (regenput). Ze dienen in de eerste plaats voor de voorziening van drinkwater.

Als het grondwater zich vlak onder de aardoppervlakte bevindt, wat meestal het geval is in vochtige omgevingen, is het grondwaterpeil door vrij eenvoudig graafwerk gemakkelijk te bereiken. De gegraven put wordt dan meestal ook ingesloten door bakstenen, zodat het gegraven gat over de hele lengte van de put smal kan blijven en ook niet instort als de grond zelf vochtiger wordt en dus minder vast. Zo'n put noemt men een welput. Meestal zijn ze een paar meter diep.

In de bergen stroomt het water langs de berghellingen naar beneden. Daar wordt het grondwater dan meestal door watervaste lagen van klei opgesloten. Als men dan in een vallei van zo'n berghelling een put graaft loopt het water de vallei in en loopt de put vol. Zo'n waterput noemt men dan ook wel "stromende grondwaterputten".

Geschiedenis[bewerken]

De oudste bekende putten stammen uit de steentijd. Aanvankelijk waren het eenvoudige kuilen, zoals de mesolithische vondsten in het Duitse Friesack laten zien.[1] Uit het vroege Neolithicum, de Bandkeramiek, zijn echte waterputten bekend met een houten beschoeiing,[2][3] een type dat tot in de middeleeuwen gebruikelijk blijft.

Gebruik van de waterput[bewerken]

Water uit een klassieke waterput wordt meestal met een emmer via een katrol of windas omhoog gehaald. Als het grondwater echter dieper zit, wat meestal bij drogere omgevingen het geval is, is het grondwaterpeil te bereiken door zinken pijpen aan te leggen. Het water zal dan worden opgepompt met een waterpomp. Bij echt droge omgevingen kan het grondwaterpeil tot op honderden meters onder het aardoppervlak liggen.

In de prehistorie groef men in de buurt van de woning vaak een waterkuil. De bodem daarvan lag flink onder het peil van het grondwater, zodat er altijd water in de kuil stond. De opvolger van de waterkuil is de boomstamput. Gedurende de Middeleeuwen en nog lang daarna werden waterputten, naast oppervlaktewater, algemeen gebruikt om in de waterbehoefte te voorzien. Water uit waterputten werd ook wel gebruikt als bluswater. Sinds de industriële revolutie is de klassieke waterput in de westerse wereld nauwelijks nog in gebruik. Op het platteland ziet men ze nog wel bij oude boerderijen. Veel steden en dorpen hebben nog één of meer oude waterputten, vaak met karakteristieke pomp, bewaard.

In derdewereldlanden is de waterput vaak een belangrijke schakel in de strijd om het bestaan.

Waterkwaliteit[bewerken]

Het water uit waterputten kan worden gebruikt als algemeen waswater, zowel om het lichaam te wassen als wel om er kleren mee te wassen. Alleen als het water zuiver genoeg is mag het worden gebruikt als drinkwater. Grondwater is vaak wel goed schoon, maar kan vooral bij open waterputten snel slechter worden van kwaliteit. Daarom wordt het grondwater dat gebruikt wordt voor drinkwater opgepompt. Bij aanhoudende droogte kan echter ook dit water minder van kwaliteit worden.

Ook kan het grondwater verontreinigd zijn door mest, bestrijdingsmiddelen of andere giftige stoffen. Daarom worden voor de putten van de moderne waterwinning speciale beschermde gebieden aangewezen.

Moderne bronnen[bewerken]

Een waterput waarin grondwater op een efficiënte manier wordt opgepompt om te dienen als drink- of proceswater wordt een waterwinput genoemd. Afhankelijk van de locatie in Nederland, varieert de diepte van deze bronnen gemiddeld tussen de 80 meter en 320 meter.Een waterwinput bestaat uit een filterbuis en een stijgbuis die is geplaatst in een boorgat. Het boorgat wordt na plaatsing van de filterbuis aangevuld met gereinigd grind (de omstorting). De omstorting zorgt voor de eerste filtering van het water, de filterbuis voor de tweede. Het water wordt opgepompt door een pomp die (meestal) bovenin de waterwinput hangt aan een pompleiding.

Alvorens een moderne geboorde bron voldoende capaciteit aan schoon water levert, dient de bron ontwikkeld te worden. Een basis-ontwikkeling geschied in minimaal de volgende stappen, uiteraard kan dit protocol daar waar nodig uitgebreider zijn. Allereerst wordt de bron schoongepompt, hierbij wordt veel slib, zand en boorspoeling uit de omstorting weggepompt. Daarna wordt er gejutterd om de vervuiling op de boorgatwand los te trekken. In sommige gebieden is het vanwege organische vervuiling noodzakelijk om H2O2+ te injecteren om deze op te lossen. Na het jutteren hoort het filter van de bron sectiegewijs afgepompt te worden om alle vrijgekomen vervuiling en eventueel aanwezig H2O2+ af te pompen. Wanneer alle secties vrij zijn van vervuiling, wordt gestart met intermitterend pompen. Hierbij wordt met intervallen van rust gepompt op ontwerpdebiet. Hierna wordt de bodem van de bron leeggezogen met behulp van een soort stofzuiger.

Tijdens het gebruik van een waterwinput ontstaat er bij 2 op de 3 winputten in Nederland verstopping in het filter, de omstorting of de boorgatwand. De verstopping wordt veroorzaakt door deeltjes die, van nature voorkomend in de bodem, vanuit een grote straal rondom de bron steeds dichter richting de bron worden aangetrokken. Deze verstopping dient op tijd te worden verwijderd middels een regeneratie om de levensduur en efficiëntie van de winput te waarborgen.

Over het algemeen is het goed een richtlijn te hanteren van maximaal 35% capaciteitsverlies. Wanneer de capaciteit van een bron namelijk verder terugloopt wordt het steeds moeilijker de bron middels regeneratie terug te krijgen op nieuwwaarde. Het komt zelfs voor dat er zo lang gewacht wordt dat de bron als verloren beschouwd kan worden.

Verstoppingen verschillend van aard, worden veroorzaakt door een scala van stoffen die in de bodem voorkomen.Hiervoor bestaan even zoveel reinigingstechnieken. Het is daarom voorafgaand aan een regeneratie belangrijk om vast te stellen waar de verstopping zich voordoet (filterbuis, omstorting of boorgatwand en wat de verstopping veroorzaakt. Hiervoor zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar zoals speciale onderwatercamera's en sectie flowmeters. Het is daarom verstandig hier een specialist voor in te schakelen.

WKO-bronnen[bewerken]

Tegenwoordig worden bronnen, gedreven door sterk stijgende energieprijzen, aangewend voor thermische opslag in de bodem. Het opgepompte water wordtdan gebruikt ten behoeve van verwarming en koeling van gebouwen via een warmtepomp. De diverse watervoerende lagen in de bodem laten zich namelijk uitstekend gebruiken om warmte en koude in op te slaan. In de zomer wordt het grondwater uit een zogenaamde koude bron opgepompt om gebouwen te koelen, het bij dit proces opgewarmde water slaat men op in de bodem (warme bron) zodat het in de winter opgepompt kan worden om gebouwen te verwarmen. Het afgekoelde retourwater wordt daarna in de koude bron geïnjecteerd. Over het algemeen kan gesteld worden dat door het over en weer pompen tussen de bronnen, deze sneller zullen verstoopen dan en bron waaruit alleen water onttrokken wordt. Ook voor deze bronnen geldt dat tijdig regeneren noodzakelijk is.

Symbool[bewerken]

Typen waterputten[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bernhard Gramsch: Mesolithische Wasserlöcher in Brandenburg. In: Harald Koschik (Hrsg.) Brunnen der Jungsteinzeit. Internationales Symposium in Erkelenz, 27. bis 29. Oktober 1997. Materialien zur Bodendenkmalpflege im Rheinland Heft 11, 1998, S. 17-23.
  2. (de) Ein linienbandkeramischer Brunnen vom Flughafen Leipzig/Halle
  3. Early Neolithic Water Wells Reveal the World's Oldest Wood Architecture Tegel W, Elburg R, Hakelberg D, Stäuble H, Büntgen U (2012) Early Neolithic Water Wells Reveal the World's Oldest Wood Architecture. PLoS ONE 7(12): e51374. doi:10.1371/journal.pone.0051374