Vlaamse overheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Vlaamse overheid is verantwoordelijk voor het voorbereiden, formuleren en uitvoeren van het beleid van het Vlaams Gewest en van de Vlaamse Gemeenschap. Het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering zijn de belangrijkste organen. Sinds de hervorming Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) op 1 januari 2006 in werking trad, wordt de term Vlaamse overheid ook gebruikt als verzamelnaam voor alle overheidsadministraties van de Vlaamse regering.

Ontstaan[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Staatshervorming (België) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Hoewel België reeds in 1970 ingedeeld werd in drie cultuurgemeenschappen en gewesten, beschikt Vlaanderen pas vanaf de tweede staatshervormingvan 1980 over een eigen regering en parlement, waardoor de uitbouw van een administratie mogelijk werd. Het eerste Vlaams Parlement werd samengesteld na de verkiezingen van 21 mei 1995. Van 1980 tot 1995 zetelden de Vlaamse leden van het federale parlement in de Vlaamse Raad.[1] De eerste Vlaamse Regering kwam op 21 december 1981 tot stand.[2]

Wetgevende macht[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Vlaams Parlement voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Vlaams Parlement vormt de wetgevende macht. Dit parlement vormt de volksvertegenwoordiging van Vlaanderen en zetelt in Brussel. Het telt 124 leden. Het legt de spelregels voor het openbaar bestuur in Vlaanderen vast in decreten (binnen de beperkingen van de Vlaamse wetgeving én van de Belgische grondwet). Het keurt verder elk jaar de begroting goed en controleert de werking van de regering.

Strikt juridisch gezien is het Vlaams Parlement de volksvertegenwoordiging van de Vlaamse Gemeenschap. Het Vlaamse Gewest heeft géén eigen volksvertegenwoordiging; al zijn bevoegdheden worden uitgeoefend door het Vlaams Parlement. Dat kreeg alle bevoegdheden die de Belgische wetgever aan de gewesten toewees, overgedragen onmiddellijk na de oprichting van de gemeenschappen en de gewesten. Daardoor werd het Vlaams Parlement ook de feitelijke volksvertegenwoordiging van het Vlaams Gewest.

Uitvoerende macht[bewerken]

Zie het artikel Zie voor de regeringen zelf het artikel Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering vormt de uitvoerende macht. Zij moet de decreten van het Vlaams Parlement uitvoeren en ze staat in voor het dagelijks bestuur van Vlaanderen. De regering kan daarvoor rekenen op een uitgebreide overheidsadministratie met 48 010 personeelsleden (in 2009).[3]

1983-2005:: één ministerie en diverse instellingen[bewerken]

Tot 1 januari 2006 bestond de overheidsadministratie uit:

De VOI's en VWI's werkten vrij onafhankelijk en konden zelf beslissen hoe ze het overheidsbeleid uitvoerden. Daarbij stonden ze wel onder toezicht van de minister.

Vanaf 2006: Beleidsdomeinen[bewerken]

Zie het artikel Zie voor de achtergronden van de nieuwe structuur het artikel Beter Bestuurlijk Beleid.

In plaats van één Vlaams ministerie voorheen, spreekt men sinds de hervorming van 2006 over Vlaamse ministeries en beleidsdomeinen. Ieder beleidsdomein omvat een homogeen pakket bevoegdheden, onder verantwoordelijkheid van een minister. Elk beleidsdomein bestaat uit een ministerie, op zijn beurt ingedeeld in één gelijknamig Departement en een aantal verzelfstandigde Agentschappen. De departementen houden zich voornamelijk bezig met beleidsvoorbereiding, zoals het voorbereiden van regeringsbeslissingen. De agentschappen houden zich voornamelijk bezig met beleidsuitvoering, zoals subsidies toekennen of wegen onderhouden. Naast het Ministerie kunnen binnen het beleidsdomein nog andere entiteiten vallen.

In de praktijk wordt de term “ministerie” niet in alle beleidsdomeinen gebruikt. Er is ook geen hiërarchisch niveau in de personeelsbezetting dat ermee overeenkomt: de leidinggevende ambtenaren van het departement en van de agentschappen zijn juridisch gezien elkaars gelijken en staan allen rechtstreeks onder het gezag van de bevoegde minister.

Binnen een beleidsdomein is er meestal ook nog een beleidsraad, een managementcomité en een strategische adviesraad. Soms werkt een adviesraad voor meerdere beleidsdomeinen.

De agentschappen zijn als volgt ingedeeld:

Om de dialoog tussen de ministers en de leidinggevende ambtenaren te stroomlijnen, werd op 8 december 2006 een college van ambtenaren-generaal opgericht. Dit is een advies- en overlegorgaan waarin dertien topambtenaren zetelen, één per beleidsdomein. Het college kan advies verlenen aan de Vlaamse regering en standpunten innemen namens alle departementen en agentschappen. Met het regeerakkoord van 22 juli 2014 wordt dit College voor Ambtenaren-Generaal opgeheven. In de plaats komt er een voorzitterscollege dat bestaat uit de voorzitters van het Managementcomité van elk beleidsdomein.[5]

Huidige structuur[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van Vlaamse ministeries en agentschappen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Momenteel werkt de Vlaamse overheid met 11 beleidsdomeinen en een aantal zelfstandige agentschappen. De beleidsdomeinen zijn:

Hervormingen[bewerken]

In een conceptnota die de Regering-Peeters II in september 2013 goedkeurde, werd de fusie aangekondigd van een aantal agentschappen met een departement of een ander agentschap. Ook werd bekeken of het aantal strategische adviesraden teruggebracht kon worden. Ambtenaren werden niet ontslagen, maar entiteiten met een te kleine schaal of met een takenpakket dat erg dicht bij dat van een andere entiteit lag, werden samengevoegd. ”Het doel van Beter Bestuurlijk Beleid bestond erin om bepaalde uitvoerende taken te verzelfstandigen. Vandaag moeten we echter vaststellen dat deze hervorming op een aantal punten is doorgeslagen. Er zijn gewoon te veel entiteiten.”, aldus minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois.[6]

Het regeerakkoord van 22 juli 2014 (Regering-Bourgeois) voorzag in nog twaalf bijkomende fusies. Ditmaal stond ook een afslanking van het personeelsbestand op het programma.[7][8] Een aantal departementen, agentschappen en adviesraden werden samengevoegd om het aantal entiteiten te beperken en de administratie te vereenvoudigen, zo onder meer:

  • Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR) en Bestuurszaken (BZ) gaan samen naar Kanselarij en Bestuur
  • Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) en Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed (RWO) naar Omgeving
  • In het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) bijvoorbeeld werd het Agentschap Wegen en Verkeer samengevoegd met het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, en de NV Waterwegen en Zeekanaal en NV De Scheepvaart naar NV Waterwegen.
  • In 2016 (oorspronkelijk 2012) werd het decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming goedgekeurd. Het Vlaams Zorgfonds (deel van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid) werd omgevormd tot het Agentschap voor Vlaamse sociale bescherming (IVA met rp).[9]

Andere organisatievormen[bewerken]

Een aantal instellingen, organisaties of fondsen werden niet opgenomen in de hervorming Beter Bestuurlijk Beleid. Toch behoren ze ook tot de Vlaamse overheid in de ruime zin, zoals bedoeld in het decreet Openbaar Bestuur (art. 4[10]):

VITO en FWO zouden oorspronkelijk omgevormd worden tot een agentschap binnen het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie. De onderhandelingen hierover zijn nog niet afgerond.

De Vlaamse Opera en de VRT zouden oorspronkelijk omgevormd worden tot een extern verzelfstandigd agentschap binnen het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Dit is echter niet gebeurd. Voor de Vlaamse Opera bestaan intussen plannen om ze om te vormen tot een vzw zoals de meeste andere grote cultuurhuizen in Vlaanderen. De VRT is buiten de hervorming gebleven nadat de hervorming tot een agentschap op grote weerstand stuitte binnen de VRT en in het Vlaams Parlement. Het UZ Gent, de VMW en het Gemeenschapsonderwijs waren vanwege hun specifieke positie al eerder buiten de scope van BBB geplaatst.

Samengevat, gaat het om openbare instellingen of entiteiten met een afwijkend rechtsstatuut, meer bepaald:

Vlaamse Administratieve Centra[bewerken]

De meeste diensten van de Vlaamse overheid hebben hun hoofdzetel in Brussel. Vaak zijn er wel provinciaal gedecentraliseerde afdelingen, meestal in de provinciehoofdstad. De Vlaamse overheid heeft die diensten samengebracht in vijf nieuw gebouwde Vlaamse Administratieve Centra (VAC), één in elke provinciehoofdstad. Deze liggen telkens vlak bij het station van de stad om het gebruik van het openbaar vervoer door de ambtenaren te stimuleren.

Naam Provincie Adres Gebouw Opening
Vlaams Administratief Centrum Brugge West-Vlaanderen Koning Albert I-laan 1/2 (aan het station Brugge) Jacob van Maerlantgebouw april 2012
Vlaams Administratief Centrum Gent Oost-Vlaanderen Koningin Fabiolalaan (aan het station Gent-Sint-Pieters) Virginie Lovelinggebouw februari 2014
Vlaams Administratief Centrum Antwerpen Antwerpen Lange Kievitstraat 111-113 (aan het station Antwerpen-Centraal) Anna Bijnsgebouw 2007
Vlaams Administratief Centrum Leuven Vlaams-Brabant Diestsepoort 6 (aan het station Leuven) Dirk Boutsgebouw mei 2011
Vlaams Administratief Centrum Hasselt Limburg Koningin Astridlaan 50 (aan het station Hasselt) Hendrik van Veldekegebouw 2004

Begroting[bewerken]

Jaarlijks wordt een Vlaamse begroting goedgekeurd, die enerzijds de inkomsten bevat en anderzijds de uitgaven.

De inkomsten komen vooral uit dotaties van het federale niveau, op basis van de bijzondere financieringswet (enerzijds de gemeenschapsdotatie en anderzijds de gewestdotatie). Andere inkomsten zijn onder andere de eigen belastingen die het Vlaams Gewest zelf kan innen (waarvoor de Vlaamse Belastingdienst werd opgericht).

Qua uitgaven gaan de meeste middelen (op een totaal van zo'n € 26 miljard aan uitgaven in de begroting van 2011) naar het volgende:

  • zo'n € 10 miljard voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming
  • zo'n € 3,5 miljard voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
  • zo'n € 3 miljard voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken

Sinds de zesde staatshervorming is het budget van een aantal beleidsdomeinen sterk toegenomen. De begroting van 2015 voorziet € 39,5 miljard in totaal, met de volgende beleidsdomeinen als grootste uitgaven:[11][12]

  • zo'n € 11 miljard voor Onderwijs
  • zo'n € 10,5 miljard voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (door de overheveling van het kindergeld naar de gemeenschappen)
  • zo'n € 4 miljard voor Werk en Sociale Economie (door de overheveling van het doelgroepenbeleid naar de gewesten)
  • zo'n € 3 miljard voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]