De Lijn (vervoermaatschappij)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo "De Lijn"
Nieuwe Iveco Crossway, die uiteindelijk de oude Van Hool A600-bussen moet gaan vervangen, hier wachtend op het station van Maastricht
Van Hool A600 van exploitant Alpaerts aan het busstation in Mechelen
Van Hool A600 aan het busstation Rooseveltplaats in Antwerpen
Busstation 't Zand in Brugge
Van Hool A360 van exploitant Heidebloem in de binnenstad van Maastricht

De Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn is het autonoom overheidsbedrijf dat stads- en streekvervoer verricht in opdracht van het Vlaams Gewest. De Lijn rijdt in heel Vlaanderen en daarnaast in/naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de grensstreek met Nederland (Noord-Brabant, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen) en in een aantal gemeenten in Wallonië. In 2014 vervoerde De Lijn ongeveer 532 miljoen reizigers, een daling van circa 1,4% ten opzichte van 2013.[1]

De vervoermaatschappij heeft haar hoofdzetel in Mechelen, maar elke provincie heeft ook een eigen zetel, namelijk in Antwerpen (Berchem), Gent (Gentbrugge), Hasselt, Leuven en Oostende. Directeur-generaal is sinds 2009 Roger Kesteloot. Hij volgde Ingrid Lieten op die het overheidsbedrijf van 2002 tot 2009 geleid had. Hugo Van Wesemael was van 1991 tot 2002 de eerste directeur-generaal.

Aanbod[bewerken]

De Lijn heeft in het Vlaams Gewest het monopolie voor het organiseren van het geregeld openbaar stads- en streekvervoer. Geregeld vervoer betekent dat het aanbod bestaat uit vaste lijnen met een voorafgaandelijk gekende dienstregeling. Op- en afstappen kan uitsluitend aan een halte.

De Lijn baat drie tramnetten uit in Antwerpen, Gent en langs de Belgische kust. De rest van het aanbod gebeurt per bus. In Antwerpen rijdt de tram gedeeltelijk ondergronds als premetro.

In landelijke gebieden wordt soms afgeweken van een vaste lijn en rijdt er een kleine belbus. De belbus rijdt maar uit na telefonische reservatie en bedient in een bepaald gebied alle haltes waarvoor voorafgaandelijk een reservatie is geboekt. De dienstregeling is er daarom minder vast: meestal is er enkel een vaste vertrek- en aankomsttijd aan een hoofdhalte (meestal een NMBS-station). Dit wordt ook vraagafhankelijk vervoer genoemd.

Het busaanbod van De Lijn is voor circa de helft uitbesteed aan zogenaamde exploitanten. De rest wordt in eigen beheer door De Lijn gereden.

In opdracht van het Departement Onderwijs van de Vlaamse overheid, zorgt De Lijn ook voor de organisatie van het leerlingenvervoer voor het buitengewoon onderwijs. De ritten hiervan zijn echter volledig uitbesteed.

De Lijn is ook mede-aandeelhouder van het autodeelbedrijf Cambio en van het deelfietssysteem Blue-mobility en ondersteunt ook het Antwerpse deelfietssysteem Velo.

Geschiedenis[bewerken]

De Lijn is in 1991 ontstaan uit een opsplitsing van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) in een Vlaams en een Waals deel. Het Vlaamse deel is gefuseerd met de MIVA en de MIVG, de stadsvervoerders in respectievelijk Antwerpen en Gent tot de Vlaamse Vervoermaatschappij (De Lijn). Het Waalse deel werd na een fusie met de stedelijke vervoerbedrijven van Charleroi (STIC), Luik (STIL) en Verviers (STIV) de Waalse Vervoermaatschappij SRWT (TEC).

De oprichting van De Lijn en TEC is een rechtstreeks gevolg van de tweede staatshervorming waardoor het stads- en streekvervoer door de bijzondere wet van 8 augustus 1988 werd geregionaliseerd. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en enkele randgemeenten bleef de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB/STIB) instaan voor het metro-, tram- en busvervoer.

Aandeelhouderschap[bewerken]

Het kapitaal van De Lijn bedraagt 53.951.000 euro en is verdeeld over 2.706.052 aandelen. Het Vlaams Gewest is met 81,55% van de aandelen de hoofdaandeelhouder. 10,92% van de aandelen is in handen van 224 (van de 308) Vlaamse gemeenten, 6,76% van de vijf Vlaamse provincies, 0,63% van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 0,14% van particulieren.

De verdeling van de aandelen gaat grotendeels terug naar de oorsprong van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen. Vanaf 1885 ontstond in België een wijdverspreid net van buurttramlijnen. Voor elke tramlijn werd het kapitaal samengebracht door de Belgische staat, de betrokken provincie(s) en gemeenten en in sommige gevallen ook door geïnteresseerde particulieren. Deze laatsten waren meestal notabelen, trambedrijven die de lijn in exploitatie namen of bedrijven die baat hadden bij de aanleg van de tramlijn.

Bij de ontbinding van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, werd het kapitaal van het Vlaamse deel samengevoegd met dat van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent en van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen. De aandelen van de Belgische staat kwamen in handen van het Vlaams Gewest.

In 2007 werd het kapitaal van De Lijn verhoogd in functie van de oprichting van het dochterbedrijf nv LijnInvest. De toenmalige kapitaalverhoging van 24,44 miljoen euro ging gepaard met de uitgifte van 977.600 nieuwe aandelen. Ook de minderheidsaandeelhouders kregen de kans om in te schrijven op de kapitaalverhoging. Zij tekenden uiteindelijk in op 6.961 nieuwe aandelen.[2]

Door de overlevering uit het verleden telt De Lijn dus nu nog steeds een aantal particuliere aandeelhouders en zijn gemeenten waar er indertijd nooit een tram heeft gereden (bijvoorbeeld Balen, Gistel, Landen, Lommel, Ronse ...) nog steeds geen mede-aandeelhouder van het vervoerbedrijf.

Cijfers[bewerken]

In 2007 legde De Lijn circa 209 miljoen kilometer af (exclusief bijzondere vormen van geregeld vervoer) en vervoerde zo'n 483,2 miljoen reizigers met 2.251 bussen, waarvan 18 trolleybussen (enkel in Gent), en 359 trams. In 1999 vervoerde De Lijn nog 223,2 miljoen reizigers, wat meer dan een verdubbeling van het aantal reizigers betekende in acht jaar tijd. De Lijn kende een netto-vervoerontvangst van circa 126 miljoen euro, waarvan zo'n 120 miljoen van klanten en 6 miljoen via derdebetalerssystemen, veelal door gemeenten. Het Vlaams Gewest leverde een tussenkomst van 724,52 miljoen euro. De dekkingsgraad, de verhouding van geïnde inkomsten tegenover totale uitgaven, bedraagt 14%.[3] In totaal werken er 7.979 mensen bij het bedrijf.

In 2008 vervoerde De Lijn 508 miljoen reizigers (reizigersritten), 25 miljoen reizigers (5%) meer dan in 2007. De stijging was het grootst in Vlaams-Brabant (7%), wat vooral te danken is aan de uitbreiding van de START-buslijnennetwerk rond de luchthaven van Zaventem.[4]

In 2009 vervoerde De Lijn 531 miljoen reizigers (reizigersritten), 23 miljoen reizigers (4,3%) meer dan in 2008. De stijging was ook dat jaar het grootst in Vlaams-Brabant (5,3%). Er werden 16,5 miljoen kilometer afgelegd met trams en 209,7 miljoen kilometer met bussen (som van eigen bussen en bussen van exploitanten). Het personeelsbestand steeg tot 8.561 personen, 7.009 mannen en 1.552 vrouwen.[5]

In 2010 vervoerde De Lijn 551,2 miljoen reizigers (reizigersritten), 20,2 miljoen reizigers (3,8%) meer dan in 2009.

In 2011 vervoerde De Lijn 549,1 miljoen reizigers (reizigersritten), 2,1 miljoen reizigers (0,4%) minder dan in 2010. De stijging was ook dat jaar het grootst in Vlaams-Brabant (1,5%). De daling was het grootst in West-Vlaanderen (-1,8%).[6]

In 2012 had De Lijn 544 miljoen reizigers, wat ruim 10% meer is dan vijf jaar eerder, maar een lichte daling ten opzichte van de cijfers van zowel 2010 als 2011. Er werden bijna 216 miljoen kilometer autobusdiensten afgelegd met 2.326 autobussen.

Voertuigenpark[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Voertuigenpark van De Lijn voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Voor haar drie tramnetten (de Kusttram, en de stadsnetten in Antwerpen en Gent) gebruikt De Lijn Albatros-, HermeLijn- en PCC- (Presidents' Conference Committee-Car) trams, alle op meterspoor. Aan de kust rijden sneltrams van het type 'BN' van de gelijknamige constructeur (nu Bombardier).

Het bussenpark is niet veelzijdiger, met bijna alleen bussen van Van Hool, VDL Bus & Coach en Mercedes-Benz. De trolleybussen waren allemaal van het type Van Hool AG280T. In 2009 werd bekend dat de trolleybussen verdwijnen en langzamerhand vervangen werden door hybride bussen van het type Van Hool AG300. Er rijden onder De Lijn enkele Mercedes-Benz Citobussen, genummerd 4165-4167.[7] Deze bussen kwamen ter gelegenheid van Busworld 2001 in Kortrijk. Ook rijden er een aantal Midi- en minibussen meer van andere merken zoals de Mercedes-Benz Sprinter[8] en de Joost (Mercedes-Benz) Sprinter[9]. Sommige privé-exploitanten gebruiken echter ook andere merken; zo zijn er bij sommige in hun remise weer veel Mercedes-lijnbussen en/of Scania-lijnbussen te zien. In 2013 werd bekendgemaakt dat een groot deel van het wagenpark vervangen zou worden. Van de in totaal 386 nieuwe bussen zouden 157 bussen afkomstig zijn van het merk Irisbus/Iveco Bus.

De voertuigen van De Lijn zijn in twee grote groepen verdeeld. Enerzijds zijn er de voertuigen van de regie zelf, die ook door henzelf worden onderhouden. De gemiddelde leeftijd van de bussen van de regie bedroeg 6,52 jaar in 2006. Anderzijds zijn er de exploitanten, die ritten voor De Lijn uitvoeren met zelf aangekochte bussen. Een voertuig van de regie is te herkennen aan een nummering met 4 cijfers, de exploitantenbussen dragen 6 cijfers. Van dit exploitantennummer geeft het eerste cijfer telkens de entiteit (= provincie) weer: (1 Antwerpen, 2 Oost-Vlaanderen, 3 Vlaams-Brabant, 4 Limburg, 5 West-Vlaanderen).

Basismobiliteit[bewerken]

Momenteel voert het bedrijf het decreet basismobiliteit van de Vlaamse regering, goedgekeurd in 2001, uit. Eind 2006 moest al het stads- en streekvervoer in Vlaanderen aan de hoge normen van het decreet voldoen.

Pegasus-, Spartacus- en Neptunusplan en START-initiatief[bewerken]

Mercedes Benz Citaro I op lijn 272 op afgesloten ringweg rond het luchthavendomein, tussen Cargo en Luchthaven

Voor de periode 2003-2025 ontwikkelde De Lijn ambitieuze plannen om het bus- en tramvervoer in Vlaanderen en Brussel te verbeteren.

In de provincie Antwerpen zouden bijvoorbeeld nooit gebruikte premetrotunnels in gebruik worden genomen en zijn er plannen voor een lightrailverbinding Antwerpen - Boom - Puurs. In Oost-Vlaanderen is er sprake van lightrailverbindingen tussen Gent en Zelzate, langs de Gentse haven, en van Gent, via Eeklo, naar Maldegem. In Vlaams-Brabant is er in het kader van het START-initiatief van de Vlaamse regering een netwerk van "START-lijnen", bestaande uit snelbussen en andere nieuwe lijnen rond Brussel en Leuven en geconcentreerd rond de luchthaven van Zaventem en het bedrijvengebied Brucargo, voorzien. In West-Vlaanderen (Neptunusplan) zijn er bijvoorbeeld plannen voor een lightrailverbinding Zeebrugge - Brugge - Lichtervelde, een lightrailverbinding tussen Brugge en Oostende, een uitbreidingen van het Kusttramspoor van Koksijde naar Veurne en, als de Franse overheid meewil, ook een verlenging van het tramspoor naar Duinkerke. In Limburg (Spartacusplan) wordt de uitwerking van een geïntegreerd regionaal netwerk voor treinen, lightrail en snelbussen gepland.

Ook de bestaande netwerken worden op veel plaatsen verder uitgebouwd en verbeterd.

De verschuiving van de modal split richting bus en tram zal volgens De Lijn een daling van het aantal verkeersongevallen tot gevolg hebben.

Vervoerbewijzen[bewerken]

Vooraf aan de lijnkaart die op 1 juni 1993 ingevoerd werd, werden papieren vervoerbewijzen van de vroegere buurtspoorwegen gebruikt met eigen logo, waaronder de Z-kaart.

Het AES Prodata ontwaardingstoestel

In België wordt bij De Lijn, het Waalse TEC en de Brusselse MIVB gebruikgemaakt van een magneetstripkaart, waarmee met een druk op de knop van het gele ontwaardingsapparaat (Prodata-apparaat) de zones ontwaard kunnen worden. Sinds maart 2006 zijn er twee tarieven: een tarief voor biljetten en Lijnkaarten (meerdere ritten) die op voorhand gekocht zijn en een duurder tarief voor biljetten (eenmalige ritten) die in de voorverkoop of bij de chauffeur gekocht zijn.

Het aantal te ontwaarden zones was voor de enkele reisweg op het voertuig en niet voor de totale reis, inclusief overstap, zoals bij het afstempelen van een strippenkaart in Nederland. Tot 15 februari 2015 was er een tarief "korte afstand" (1 of 2 zones) met een geldigheidsduur van 60 minuten en een tarief "lange afstand" (3 of meer zones), dat 90 minuten geldig was. Het vervoerbewijs moet bij elke opstap (ook als het nog geldig was) in het Prodata-apparaat worden gestoken, omdat dit niet alleen ontwaardt maar ook het aantal opstappers en hun reisgedrag vastlegt. Achterop de kaart print het apparaat een controleregel. Hierop staan datum, het aantal personen, het aantal zones, instapzone, uitstapzone, lijnnummer en de tijd waarop de ontwaarding haar geldigheid verliest. Sinds 15 februari 2015 is het zonesysteem afgeschaft en geldt er voor elke rit (ongeacht de afstand) een vast tarief, waarbij de Lijnkaart nog steeds een gereduceerd tarief t.o.v. het biljet aanbiedt. De geldigheid is 60 minuten, waarbij na een overstap op hetzelfde kaartje verder gereisd mag worden, zolang bij ontwaarding de 60 minuten nog niet om zijn. Hierdoor kan een wat langere reis op de heenreis het dubbele kosten t.o.v. de terugreis.

Naast biljetten en lijnkaarten maakt De Lijn per 2014 gebruik van de MoBIBkaart in alle bussen en trams. Het systeem, met de naam ReTiBo (REgistratie, TIcketing en BOordcomputer), moet onder andere de lichten op groen laten springen, het precieze aantal reizigers tellen en de papieren tickets overbodig maken.[10] [11] In 2010 is met het sms-ticket een derde betaalmethode ingevoerd. Tot slot is het mogelijk om met een dagpas, abonnementen en het zogenoemde derdebetalersysteem te reizen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties