Buurtspoorwegen van de provincie Antwerpen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Buurtspoorwegen van de provincie Antwerpen, stand 1952 voor elektrische lijnen en stand 1940 voor de andere lijnen

De NMVB was georganiseerd in regionale groepen die een grote zelfstandigheid en eigen beleid hadden. Oorspronkelijk waren alle lijnen in de provincie geëxploiteerd door pachters die hun eigen lijnen, stelplaats en organisatie hadden. De NMVB heeft bij de overname van de concessies, de pachter organisatie niet veranderd. Hierdoor kent de NMVB in de provincie 3 groepen:

  • Turnhout (Oostelijke lijnen)(AMDB)
  • Merksem (Noordelijke lijnen in Antwerpen)(VA)
  • Itegem (Lijnen naar Mechelen, Lier, Aarschot en de lijn naar Turnhout via Heist en Geel)(KSTM + VT)

Oorspronkelijk zijn bijna alle buurtspoorweglijnen in de provincie Antwerpen met kaapspoor (1067 mm) aangelegd. Deze spoorwijdte was gekozen in verband met de aansluiting met de tramlijnen in Zuid Nederland, waar kaapspoor werd gebruikt. De meeste lijnen waren tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetter opgebroken. Deze lijnen worden dan metersporig opnieuw aangelegd. Vanaf 1919 worden de nog overblijvende lijnen omgespoord naar de standaard meterspoor[1].

Stad Antwerpen[bewerken]

Kaart van Antwerpen in 1905

In Antwerpen werden veel sporen gemeenschappelijk gebruikt met de Antwerpse stadstram, die ook op meterspoor reed. Hierdoor zijn er nog sporen, waar de NMVB reed, nog steeds in dienst. In 1935 werden alle NMVB-tramlijnen die tot dan toe aan de rand van de stad eindigden, doorgetrokken naar de centrale Victorieplaats (Na de oorlog Franklin Rooseveltplaats genoemd).

De oude eindpunten zijn:

  • Klapdorp: Groep Merksem
  • Zurenborg: Groep Turnhout
  • Comedieplaats: Groep Itegem

De lijn van Klapdorp tot de Oude Barreel in Merksem was al geopend als een paardentramlijn, op 20 juli 1879, door de "Tramways du Nord d'Anvers". Deze lijn is op 15 juli 1887 door de NMVB overgenomen, die na versmalling van de spoorbreedte, van 1500 mm tot 1067 mm, met streektrams beperkt kon doorrijden tot in het hart van Antwerpen.[2] De paardentram heeft gereden tot in september 1908. Het eindpunt van Zurenborg was binnen de vestingsmuren en langs spoorlijn zoals te zien op deze kaart.

Geëlektrificeerde lijnen rond Antwerpen[bewerken]

Internationale dienstregeling uit 1933. In Ossendrecht is er een overstap. In 1934 wordt de lijn Bergen op Zoom vanaf Ossendrecht vervangen door bussen.

De lijnen worden vermeld in grofweg de wijzerzin volgorde rond Antwerpen. (Paars gekleurd op de kaart). De vermelde lijnnummers zijn de laatst gebruikte lijnnummer voor het volledig traject. Deze lijnnummers zijn in 1937 ingevoerd. Voorheen werden er letters gebruikt voor de lijnaanduiding.

( ) = Gemeenschappelijk met andere lijnen.

Geëlektrificeerde lijnen rond Mechelen[bewerken]

Tramlijn 1 bij het station

Van de stadslijnen heeft alleen lijn 3 heeft een eigen baan:

  • 1: Station – Waterloo (lijn 52)
  • 2: Station – Pasbrug (lijnen H en M)
  • 3: Station – Elzestraat

Lijn 1 en 3 zijn op 21 december 1952 opgeheven. Lijn 2 is op 28 december 1953 opgeheven. De streeklijnen 52, H, M bleven daarna nog rijden maar kwamen de binnenstad niet meer in en reden via de vestenlijn (langs de spoorweg) naar het station.

Niet geëlektrificeerde lijnen[bewerken]

Dienstregeling uit 1933, lijn 41 = tabel 256, lijn 255 = tabel 255, lijn 254 = tabel 254, lijn 253 = tabel 253
Voormalig buurtspoorwegstation in Brecht gebouwd in 1910, nu in gebruik als restaurant.

De lijnen worden vermeld in grofweg de wijzerzin volgorde rond Antwerpen. (Groen gekleurd op de kaart; de nationale lijnnummers uit het spoorboek[4] worden gebruikt. Er worden alleen lijnnummers of letters gebruikt bij elektrische diensten)

( ) = Gemeenschappelijk met andere lijnen.
Voor de lijnen ten noorden van Oostmalle, ten westen van Turnhout en ten oost van de Bredabaan, (zie Internet-web-browser.svg buurtspoorlijnen in Noord Kempen)

Daarnaast was er enkel voor het goederenverkeer de lijn:

Eerste/Laatste buurttram in de provincie Antwerpen[bewerken]

  • Op 25 mei 1968 reden de laatste trams op de lijn 61: Van Antwerpen Rooseveltplaats tot Schotenhof (Lindelei) in Schoten. Drie weken eerder op 4 mei 1968 reed op de lijn 64, van Antwerpen Rooseveltplaats tot Prins Kavellei in Brasschaat, de laatste tram. De laatste niet-elektrische lijn is Turnhout – Mol, die op 12 november 1955 is gesloten voor reizigers.[6] De laatste goederentrein rijdt daar op 30 april 1958.
  • De eerste buurtspoorlijn die op 15 augustus 1885 wordt geopend is van Antwerpen (Turnhoutse Poort) naar Wijnegem (vaart). Kort daarna, op 20 september 1885, is de rest van de lijn naar Oostmalle en Hoogstraten geopend.

Afbraak spoornet[bewerken]

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veel niet-geëlektrificeerde lijnen opgebroken. Al snel worden de overblijvende lijnen opgeheven en vanaf 1955 blijven er alleen de elektrische lijnen over.

Hoewel de elektrische lijn Rumst – Broechem omstreeks deze tijd wordt opgeheven (in 1945 tot Lier en in 1950 tot Broechem), wordt de lijn Maria-ter-Heide – Wuustwezel grens in 1951 als laatste lijn nog geëlektrificeerd. In 1949 wordt een nieuwe elektrische lijn tussen Keerbergen en Haacht geopend. Dit maakt een doorgaande dienst M tussen Mechelen en Brussel mogelijk en koppelt de elektrische spoornetten van Brabant en Antwerpen met elkaar. De doorgaande dienst wordt echter al op 1 juni 1957 opgeheven in verband met het opheffen van de lijn Mechelen – Keerbergen. Op 31 mei 1958 wordt ook de lijn Keerbergen – Haacht opgeheven.

Vanaf de eindjaren '50 en beginjaren '60 wordt ook het elektrisch spoornet afgebouwd. Dit was afhankelijk van de instroom van de vele nieuwe bussen, nodig om de trams te vervangen. Vaak reden de trams alleen nog maar in de spits. Om een lange tram met veel aanhangwagens te vervangen, heb je veel bussen nodig.

Stelplaatsen in de provincie Antwerpen[bewerken]

  • Antwerpen (Zurenborg)
  • Blauwhoef, Brasschaat (Polygoon)
  • Heist-op-den-Berg (werkplaats stoomdienst), Herentals, Hoogstraten
  • Lier
  • Mechelen (Racing), Mol
  • Merksem (Oude Barreel: werkplaats elektrische dienst)(IJskelder: werkplaats stoomdienst)
  • Oostmalle
  • Rumst
  • Tremelo, Turnhout (werkplaats stoomdienst)
  • Westerlo, Westmalle, Wuustwezel,
  • Zandhoven, Zichem

Pachters[bewerken]

In augustus 1914 waren de lijnen geëxploiteerd door de volgende pachters:[7]

  • AMDB: Antwerpsche Maatschappij voor den Dienst van Buurtspoorwegen
  • KSTM: Kempische Stoomtram Maatschappij
  • VA: Vicinaux Anversois
  • VT: Vicinaux et Tramways

In de beginjaren 1920, wordt de exploitatie door de NMVB overgenomen.

Aansluitingen met het groot spoor in de provincie Antwerpen[bewerken]

Hier konden goederen overgeladen worden.

  • Aarschot, Antwerpen (Kiel, Zurenborg)
  • Bouwel
  • Geel
  • Heist-op-den-Berg
  • Herentals
  • Lier
  • Mechelen (Nekkerspoel), Merksem (IJskelder), Mol
  • Reet
  • Turnhout
  • Westmeerbeek
  • Zichem

Busnet ontwikkelingen na het opheffen van de trams[bewerken]

Al voor de opheffing van de trams werden gebieden waar spoorlijnen niet aanwezig waren bediend met buslijnen. Bijvoorbeeld: Antwerpen – Schoten – Sint-Job-in-'t-Goor – Brecht. Met het opheffen van de tram worden bus/tram overstapverbindingen vervangen door rechtstreekse buslijnen. Vele kleine plaatsen en nieuwbouw wijken worden bediend door nieuwe buslijnen of door nieuwe varianten van bestaande buslijnen (ex-tram). Voorbeeld: Sommige bussen van lijn 64, worden doorgetrokken van Wuustwezel naar Loenhout. Sommige van die nieuwe busroutes hebben echter maar een paar bussen per dag. Hoewel het OV achteruitgaat door het toenemend gebruik van de auto, wordt deze achteruitgang gedeeltelijk gecompenseerd door de vervoerstoename rond Antwerpen, veroorzaakt door de grote uitbreiding van de voorsteden en villawijken. Door de ongeordende en gespreide bouw van woningen in België [8], zijn er veel woningen gebouwd ver van de woonkernen en hoofdwegen. Deze woningen kunnen niet goed bediend worden door buslijnen.

De NMVB heeft veel sneldiensten die gedeeltelijk gebruikmaken van de nieuwe snelwegen. Zo kunnen verafgelegen plaatsen snel verbonden worden met Antwerpen. Zo kent de buslijn 410 (ex-tram 41) de sneldiensten 416 en 417 naar Turnhout, waarbij er verschillende routes zijn die afhankelijk zijn van de gebruikte snelwegafslag.

NMVB in de andere provincies[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. De buurtspoorwegen in de provincie Antwerpen. Door Jos Neyens
  2. Instappen a.u.b.! honderd jaar buurtspoorwegen in België
  3. Zie pagina overleg
  4. Belgische spoorboek zomer 1933
  5. website baksteennijverheid
  6. Rail Atlas Vicinal, Uitgever: Rail memories. Door Stefan Justens & Dick van der Spek
  7. trambelgium
  8. (Iedereen mocht bijna overal grond kopen en bouwen)