Gewestelijk ExpresNet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gewestelijk ExpresNet
Desiro ML-treinstel
Desiro ML-treinstel
Basisgegevens
Locatie Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Vervoerssysteem Voorstadspoorweg
Startdatum 13 december 2015
Lengte 350 km
Aantal lijnen 15
Aantal stations 120
Spoorwijdte 1435 mm
Uitvoerder(s) NMBS
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Gepland GEN-net, 2011.

Het Gewestelijk ExpresNet (GEN) (Frans: Réseau Express Régional (RER)) is een project voor de realisatie van een voorstadsnet op de spoorlijnen rond Brussel. De bedoeling is snellere en frequentere spoorverbindingen te realiseren in een straal van ongeveer 30 km rond Brussel. Het netwerk zal te vergelijken zijn met de RER in en om Parijs en de Nederlandse benaming is dan ook een letterlijke vertaling daarvan. Voor het GEN-netwerk heeft de spoorwegmaatschappij NMBS zogenaamde lichtgewichttreinen van het type Desiro ML besteld.

Globaal moest het netwerk in dienst gesteld worden in 2012 maar ten gevolge van vertragingen van sommige infrastructuurwerken zullen bepaalde delen niet operationeel zijn voor 2025. De belangrijkste onderdelen van het GEN worden voorzien tegen 2015.

Netwerk[bewerken]

Het netwerk van het GEN is al dikwijls van vorm veranderd. Pas in 2015 kreeg het zijn officiële vorm. Daarvoor waren er ook plannen voor een stervormig netwerk met negen lijnen :[1]

Plan 2015[bewerken]

Op 23 maart 2015 hebben CEO van de NMBS Jo Cornu en federaal minister voor Mobiliteit en Transport Jacqueline Galant het definitieve plan voor het netwerk voorgesteld. De lanceerdatum is 13 december 2015 en tegen 2025 moet het hele GEN in gebruik genomen zijn.

De 15 lijnen zullen aangeduid worden met de letter "S" (afkomstig van S-Bahn) gevolgd door een cijfer. Lijnen 1 tot 16 zullen door Brussel zelf lopen terwijl de lijnen met een nummer hoger dan 20 in de voorsteden zullen rijden.[2]

Lijn Traject
S1 Nijvel-Noord-Zuidverbinding-Mechelen
S2 's Gravenbrakel-Noord-Zuidverbinding-Leuven
S3 Zottegem-Noord-Zuidverbinding-Dendermonde
S4 Aalst-Etterbeek-Merode-Vilvoorde
S5 Geraardsbergen-Schuman-Josaphattunnel-Mechelen
S6 Schaarbeek-Noord-Zuidverbinding-Geraardsbergen-Denderleeuw
S7 Halle-Merode-Mechelen
S8 Louvain-la-Neuve-Noord-Zuidverbinding-Brussel-Zuid
S81 Ottignies-Schaarbeek
S9 Eigenbrakel-Schuman-Josaphattunnel-Leuven
S16 Aalst-Noord-Zuidverbinding-Brussel West-Dendermonde
S20 Ottignies-Leuven
S21 Ottigines-Villers-la-Ville
S22 Dendermonde-Mechelen
S23 Mechelen-Leuven

De treinen zullen voor het grootste deel gebruikmaken van de reeds bestaande spoorlijnen in en rond Brussel. De voornaamste nieuwe spoorverbinding zal de 1.250 m lange Schuman-Josaphattunnel zijn (verbinding tussen spoorlijn 161 en spoorlijn 26).[3][4] Heel wat andere infrastructuurwerken zijn echter nodig om de capaciteit van de bestaande spoorlijnen op te voeren om het geplande treinaanbod te kunnen realiseren. Het gaat voornamelijk over het verdubbelen van het aantal sporen (van twee naar vier) op de hoofdlijnen die vertrekken van Brussel naar Halle, Leuven, Ottignies, Nijvel en Denderleeuw.[5]

Tijdens de spits zullen de GEN-treinen op de hoofdlijnen 4x per uur per richting rijden en buiten de spits 2x per uur per richting. Voor deze diensten werden nieuwe treinstellen besteld. Op de lijnen waar de GEN-treinen rijden, zullen extra haltes worden geopend. Zo werd op 10 december 2007 langs spoorlijn 26 de halte Diesdelle in gebruik genomen. Het flankerend beleid zal bestaan uit de aanleg van fietsenstallingen en parkeerplaatsen bij de stations. Tegelijkertijd zal ook het aansluitende busvervoer worden verbeterd.

Bouwwerkzaamheden[bewerken]

Op 23 augustus 2006 werd symbolisch de eerste spade gestoken op de lijn naar Ottignies, hoewel verschillende infrastructuurwerken al enkele jaren in uitvoering zijn.

De werkzaamheden houden in:

  • Uitbreiding van 2 naar 4 sporen op verschillende lijnen.
  • Bouw nieuwe spoorbruggen voor de verhoogde capaciteit.
  • De Schuman-Josaphattunnel, een verbinding tussen spoorlijn 161 en spoorlijn 26. Daarbij hoort ook de verbouwing van het station Brussel-Schuman
  • De renovatie van bestaande stopplaatsen.
  • De opening van nieuwe stopplaatsen, waaronder Arcaden, Mouterij en Diesdelle.

CityRail[bewerken]

Gemoderniseerd klassiek motorstel voor CityRail

Als proef heeft de NMBS zogenaamde CityRail-treinen ingevoerd, met gerenoveerde treinstellen op de bestaande L-lijnen. Behalve CR 1 rijden alle lijnen door de Noord-Zuidverbinding. Er waren aanvankelijk 5 CityRail-lijnen, sinds december 2005 zijn het er 6[6]. Na verloop van tijd gingen de CR-treinstellen ook vaak op niet-CR-lijnen rijden. Met ingang van de dienstregeling 2013, op 9 december 2012, verdween de benaming CityRail weer en werden alle treindiensten weer L-lijnen. De CityRail-lijnen waren:

  • CR 1: Aalst - Denderleeuw - Brussel - Etterbeek - Eigenbrakel
  • CR 2: Dendermonde - Brussel - Halle - Geraardsbergen
  • CR 3: Brussel - Etterbeek - Louvain-la-Neuve-Université
  • CR 4: Zottegem - Denderleeuw - Brussel
  • CR 5: Aalst - Denderleeuw - Brussel
  • CR 6: Leuven - Brussel - 's-Gravenbrakel

Ingebruikname[bewerken]

Kleinere onderdelen die voor het GEN gebouwd werden, zoals station Diesdelle, zijn al geleidelijk in dienst genomen. In 2013 werden reeds een deel van de voor het GEN bestelde Desiro-treinen geleverd.

Met het nieuwe vervoersplan van de NMBS in december 2014, zullen bepaalde nieuwe delen van het GEN effectief in gebruik genomen worden. Dit zal wel nog niet gebeuren onder de GEN-naamvoering. Het nieuwe vervoersplan maakt enkel gebruik van de ontdubbeling van verschillende lijnen van twee naar vier sporen (zodat lokaal van interregionaal vervoer gescheiden kan worden) die in de voorgaande jaren werden uitgevoerd.

Een volgende belangrijke stap zal de ingebruikname van de Schuman-Josaphattunnel zijn in december 2015. Tegelijkertijd zal de verbindingsboog tussen spoorlijn 26 en 25N in gebruik genomen worden. Hierbij zullen ook de stations Arcaden en Mouterij geopend worden. In 2016 wordt ook de ingebruikname van de verdubbelde lijnen 161 en 50A voorzien.

De volledige ingebruikname is vertraagd tot 2025. Een belangrijke reden hiervoor zijn vertragingen met de bouwvergunning voor de verdubbeling van spoorlijn 124 in Linkebeek.