Hollandse IJssel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hollandse IJssel
Location Hollandse IJssel.PNG
Lengte 46 km
Van Doorslag, Nieuwegein
Naar Nieuwe Maas
Zijrivieren Kromme IJssel, Lange Linschoten, Vlist, Gouwe
Plaatsen Nieuwegein, IJsselstein Gouda, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Willeskop, Montfoort, Oudewater, Haastrecht, Moordrecht, Gouderak, Ouderkerk aan den IJssel, Nieuwerkerk aan den IJssel
Stroomt door Utrecht, Zuid-Holland
Zonsondergang boven de Hollandse IJssel in Willeskop
Zonsondergang boven de Hollandse IJssel in Willeskop
Hollandse IJssel in Oudewater
Hollandse IJssel in Oudewater
Portaal  Portaalicoon   Geografie

De Hollandse of Hollandsche IJssel[1] is een rivier in de provincies Utrecht en Zuid-Holland die een enigszins boogvormige route aflegt tussen Nieuwegein en de Nieuwe Maas ten oosten van Rotterdam.

Geschiedenis[bewerken]

Middeleeuwen[bewerken]

De Hollandse IJssel was oorspronkelijk een zijarm van de Lek, die voorbij Vreeswijk begon. Om twee redenen moest die arm in de 13e eeuw worden afgedamd: de afdamming van de Rijn bij Wijk bij Duurstede had van de Lek een grotere rivier gemaakt en de ontginning van het Hollandse veengebied vroeg om een gedegen afwatering. Dat kon alleen bij een lager waterpeil in de Hollandse IJssel, die ook wel de Goudse IJssel werd genoemd. Op last van graaf Floris V werd een dam aangelegd, die in 1285 gereedkwam (de Dam bij het Klaphek). Sindsdien wordt de Hollandse IJssel uitsluitend door gegraven wateren gevoed, met name de Doorslag. Toch heeft de rivier, tussen Oudewater en Hekendorp bijvoorbeeld, nog kleinschalige uiterwaarden, waarbij de buitenste dijk (de winterdijk) hoog en steil is. De binnenste dijk (zomerdijk) is laag.

Dominante steenindustrie[bewerken]

Langs de IJssel werden na de afdamming veel steenfabrieken gesticht, aanvankelijk in de bovenloop (van IJsselstein tot Gouda). Ze waren nodig voor de bouw van kastelen, kerken, stadswallen, bolwerken en kademuren. De klei werd uit de uiterwaarden gehaald. In Montfoort werden kloostermoppen gebakken. In 1338 werd de eerste melding gemaakt van een steenoven in de benedenloop, in Gouderak. In 1366 volgde Capelle en in 1380 Krimpen aan den IJssel. Na het verbod in 1503 om dicht bij Gouda stenen te bakken, verhuisden de steenfabrikanten naar Gouderak. In 1543 werden daar acht steenfabrieken genoteerd. De klei werd daar uit de IJssel gebaggerd en had een samenstelling waarvan alleen de zogenaamde ijsselsteen (kleine, gele steen) kon worden gebakken. Rond 1870 werd het waalsteenformaat steeds populairder. Door de komst van stoommachines werd het vervoer eenvoudiger. De ijsselsteenfabrikanten investeerden liever in fabrieken hoger langs de grote rivieren waar de klei geschikt was voor dat formaat en waar een nieuwe energiezuiniger, manier van bakken mogelijk werd. De ijsselsteenfabrieken gingen vanaf dat moment sluiten. De ijsselsteenfabriek van Mijnlieff, de laatste van de 38 die van Haastrecht tot IJsselmonde langs de IJssel stonden, sloot in 1964. De restanten zijn een rijksmonument en zijn te vinden op Klein Hitland in Nieuwerkerk aan den IJssel. Een andere oven, die sloop bespaard bleef, wordt De Olifant genoemd staat op Ver Hitland. Dit rijksmonument is verbouwd tot luxueuze villa.

In de bovenloop, bij Montfoort en IJsselstein, werden na 1850 in moderne ovens nog wel stenen gebakken van het rijnsteenformaat. Deze werden gemaakt van oude rivierklei die uit de uiterwaarden werd getiggeld. De laatste van deze ovens werden halverwege de zeventiger jaren weggesaneerd. Een grote ovenschuur in Willeskop bij Montfoort, van de in 1944 gesloten steenfabriek IJsseloord, herinnert aan de periode dat hier 4 fabrieken stonden. De restanten van de moderne fabriek Overwaard in IJsselstein werden ontmanteld en in 1985 gesloopt. De straatnamen Tasveld, Ringoven, Vlamoven, Droogveld en Overwaard herinneren er nog aan. Veel van de luxueuze woningen van de eigenaren van de fabrieken hebben de tand des tijds wel doorstaan en sieren nog steeds de voormalige en huidige IJsseldijken.

Kanalisering[bewerken]

Na de afdamming bij Vreeswijk slibde de IJssel in de bovenloop dicht en dat leverde problemen op voor het scheepvaartverkeer. In de bovenloop stond op sommige plaatsen nog maar 2 voet water. Veerverbindingen werden vaste bruggen. Tijdens de Bataafse Republiek liet Waterstaat inspecteur Jan Blanken een plan maken om de rivier te kanaliseren. Dit stuitte op bezwaren van de lokale overheden. De grens tussen de baljuwschappen en provincies liep in het hart van de rivier. Steenfabrikanten, die vaak een zetel hadden in de lokale besturen en de waterschappen, vreesden dat de kanalisatie de slibaanvoer zou bedreigen. Na de Napoleontische tijd werd het protest de kop in gedrukt. Het koninkrijk confisqueerde de IJssel, waardoor hij onder bestuur van Rijkswater kwam en het plan van Jan Blanken, voor wat betreft de bovenloop, kon worden uitgevoerd. Vaste oeververbindingen werden ophaalbruggen, langs de IJssel kwam een jaagpad. De unieke waaiersluis tussen Gouda en Haastrecht liet scheepvaartverkeer zowel bij vloed als eb door. De komst van deze sluis had gevolgen voor de benedenloop. Bij vloed stuwde het water hoger op en dat had consequenties voor de dijkhoogte van de zeedijken. Het plan van Blanken om ook de benedenloop te kanaliseren, met een tussen Capelle en Krimpen aan den IJssel aan te leggen stuwdam, haalde het niet.

1953[bewerken]

Tijdens de watersnood van 1 februari 1953 begaf de dijk in Ouderkerk aan den IJssel het over vijftig meter. Twee mensen die in hun woning onder aan de dijk waren gebleven, kwamen daarbij om. De Stormpolder in Krimpen aan den IJssel liep helemaal onder en daar ontstonden 'Zeeuwse taferelen'. De mensen moesten op hun daken wachten op hulp. In Capelle werd het spannend op de Keetense dijk. Het water, dat dertig centimeter hoger stond dan de dijk, viel als een waterval de polder in en nam een deel van de binnenkant mee. Met zandzakken konden ze het redden. Tussen Capelle en buurtschap Ver Hitland dreigde de dijk het te begeven. Ook daar konden zandzakken erger voorkomen. Bij Gouderak ging het fout ter hoogte van de steenplaats van Wim van Vliet. Een voorraad bakstenen en rietmatten konden doorslaan daar voorkomen. Ook in Moordrecht, bij de grens met Nieuwerkerk, kwam het water over de dijk.

De doorbraak bij Ouderkerk zorgde ervoor dat het waterniveau zakte en dat voorkwam erger op de andere plaatsen.

Een gat van veertien meter ontstond tussen Klein en Ver Hitland in de Groenendijk bij Nieuwerkerk aan den IJssel op een zwakke plek, waar eerder een afwateringssluis was verwijderd. Deze zeedijk werd ooit voor Leidens Ontzet doorgestoken om de polders tot aan Leiden onder water te zetten. Miljoenen mensen konden de dupe worden als hij het zou begeven. In opdracht van burgemeester Vogelaar werd het achttien meter lange binnenvaartschip Twee Gebroeders van Arie Evegroen uit Ouderkerk gevorderd, waarmee het gat kon worden gedicht. Het schip werd met de kop tegen de dijk gezet en vervolgens zwenkte de achtersteven naar het gat. De natuur deed de rest; het schip klapte als een sluisdeur tegen de kant en zoog zich – door de enorme stroming – in het gat vast. Vervolgens werd meteen begonnen zandzakken rondom de Twee Gebroeders te storten. Aan de dijk staat een monument ter herinnering aan het feit dat op deze wijze de overstroming van een groot deel van centraal Zuid-Holland werd voorkomen.

Loop van Doorslag tot Nieuwe Maas[bewerken]

Zowel het begin als het eindgedeelte zijn verstedelijkt, het middendeel biedt over het algemeen een karakteristiek Groene-Hartlandschap.

Nieuwegein-IJsselstein[bewerken]

De rivier krijgt zijn naam bij de aansluiting van de Doorslag met de Kromme IJssel Doorslag in Nieuwegein. Hier komt de Kromme IJssel uit eerst zuidoostelijke en later westelijke richting, langs 't Klaphek (Lekdijk) waar de stroom vanuit Cabauw als Enge IJssel aankomt. De Hollandse IJssel loopt in westelijk richting langs het nabijgelegen IJsselstein (oude kern op de linkeroever) stroomt.

IJsselstein-Gouda[bewerken]

De Hollandse IJssel stroomt verder in noordwestelijke richting en doet na IJsselstein Montfoort aan. Hier kan kleine scheepvaart gebruikmaken van Schutsluis Montfoortse Vaart en eventueel verder varen op de Montfoortse Vaart. Via Willeskop, waar Maalvliet De Pleyt een overstappunt kan zijn voor kanoërs, stroomt de rivier verder naar Oudewater. Hier bevindt zich de monding van de Lange Linschoten. Vervolgens vormt de rivier enige tijd de provinciegrens tot het historische Goejanverwellesluis bij Hekendorp.
Bij het stadje Haastrecht bevindt zich de monding van de Vlist, een veenriviertje dat de Lopikerwaard van de Krimpenerwaard scheidt. Van beide waarden vormt de Hollandse IJssel de noordelijke afwatering.

Gouda-Capelle aan den IJssel[bewerken]

Dan volgt de grootste stad aan de rivier, Gouda, vlak waarvoor zich een sluizencomplex, de Waaiersluis bevindt. Boven deze sluizen is de rivier gekanaliseerd te noemen. Via de Mallegatsluis in Gouda kan de stad worden ingevaren en tevens weer verlaten naar het noorden. Ten westen van Gouda ligt de Julianasluis, deze vormt de meest gebruikelijke verbinding voor vrachtschepen naar het noorden van het land via een gegraven verbinding met de Gouwe. Het getij dringt steeds vanuit zee tot Gouda door, waardoor vroeger de grachten in de stad met vers water doorgespoeld, ofwel geschuurd, konden worden. Het verschil tussen eb en vloed varieert nu nog, na de uitvoering van de Deltawerken, van 1.80 meter in de zomer tot 3.30 meter in de winter.

Vanaf Gouda is de Hollandse IJssel een aanzienlijk bredere stroom, met aan beide zijden vele zellingen. Hij passeert het dubbeldorp Gouderak (links, in de Krimpenerwaard) en Moordrecht (rechts, in het Schieland), die door een veer verbonden zijn, en vervolgens de forenzenplaats Nieuwerkerk aan den IJssel (rechts) en het veel kleinere Ouderkerk aan den IJssel (links). Het laatste gedeelte is verstedelijkt: op de linkeroever ligt Krimpen aan den IJssel en er tegenover het grotere Capelle aan den IJssel. Tussen beide plaatsen bevindt zich sinds 1958 de genoemde stormvloedkering, het oudste element van de Deltawerken. Vijf jaar eerder was de rivier tijdens de Watersnood nog een groot gevaar gebleken. De getijdenwerking op de rivier is sindsdien bij noodgevallen beheersbaar.

Capelle aan den IJssel-IJsselmonde[bewerken]

De rivier mondt bij Kralingseveer uit in de Nieuwe Maas. Aan de overkant ligt het eiland dat zijn naam (indirect, via het gelijknamige dorp) aan de Hollandse IJssel dankt: IJsselmonde.

Afbeeldingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]