Kloostermop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kloostermoppen, ook wel kloosterstenen of monniksstenen genoemd, zijn middeleeuwse bakstenen. Ze waren veel groter dan de huidige bakstenen en werden vooral gebruikt in kloosters, kerken en kastelen. Ofschoon het niet met zekerheid vastgesteld kan worden is de heersende opvatting dat kloosterorden aan de bakermat van de baksteenfabricage stonden, hetgeen blijkt uit de naam; ook bakstenen die niet door monniken gebakken waren werden in de volksmond zo genoemd. Sommige huizen werden ook uit kloostermoppen opgetrokken, maar, omdat deze erg duur waren, werden ze meestal in die tijd van hout gebouwd.

Geschiedenis van kloostermoppen in Nederland[bewerken]

Nadat de Romeinen begin van de 5e eeuw vertrokken waren uit de Nederlanden verdween daarmee de baksteennijverheid. Door de economische neergang die volgde in de eeuwen hierna was er minder behoefte aan steen als bouwmateriaal. Als de economie weer aantrekt ontstaat er zoveel behoefte aan hardere materialen dat uit het buitenland aangevoerde natuursteen niet meer kan voldoen. De Friese kloosterorden, die contact hebben met het verre Italië waar de baksteentechniek bewaard is gebleven, herintroduceren de technologie begin 12e eeuw. De zeeklei die in Friesland gebruikt werd als grondstof vereiste echter een ander bakprocedé. Naar waarschijnlijkheid hebben de Friese monniken dat procedé zelf ontwikkeld (Gast, 1996). Van hieruit zou het tot de 13e eeuw duren voordat de techniek zich over Nederland verspreidde.

Afmetingen[bewerken]

Als vuistregel geldt: hoe dikker de mop, hoe ouder. De oudste stenen hadden hetzelfde formaat als de tufstenen die uit de Eifel geïmporteerd werden. De afmetingen verschillen van ca. 30-38 x 14-18 x 8-12 cm (l x b x h). Later ontstond een min of meer standaardformaat van 28,5 x 13,5 x 8,5 cm.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Gast, C.D. (1996) Van kloostermop tot straatklinker : een beknopt overzicht van de baksteennijverheid in Wageningen, Wageningen: Gemeentearchief Wageningen. ISBN 90-75609-02-7