Zeeklei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Zeeklei is klei die wordt afgezet door de zee en kom voornamelijk langs de kust voor. Zeeklei is vruchtbare grond, in tegenstelling tot door de zee afgezet zand. Zeekleigebieden vormen een afzonderlijk landschapstype.

Voorkomen[bewerken]

In Nederland vindt men zeeklei in Groningen, Friesland, in Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Overijssel (langs de oude Zuiderzeekust) in de gemeenten Kampen, Zwartewaterland en op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Eilanden. De oudste zeeklei is afgezet vanaf het Vroeg-Holoceen, toen de zeespiegel sterk steeg door het smelten van het ijs. Langs de kust in west en noord Nederland lagen niet gesloten strandwallen, met daar achter een ondiepe lagune, vergelijkbaar met de huidige Waddenzee. Doordat de zee sediment bleef aanvoeren, kon gedurende een periode van een sterk stijgende zeespiegel het waddenmilieu in stand blijven. Uiteindelijk werd zo een dik pakket oude zeeklei gevormd.

Eigenschappen[bewerken]

Zeeklei heeft meestal een blauwgrijze kleur, rivierklei is bruin. Zeeklei bevat minder organische stof dan rivierklei, maar daarentegen meer kalk, afkomstig van schelpdieren.

Zeeklei is zeer vruchtbaar, dus gebieden met zeeklei worden vaak gebruikt voor akkerbouw. De waterhuishouding is goed en de gebieden in Nederland zijn bovendien op een goede manier verkaveld. Zware zeeklei zoals knipklei is minder geschikt voor akkerbouw, en wordt veelal als grasland gebruikt. De knipklei is veel in steenfabrieken gebruikt bij de vervaardiging van baksteen, dakpannen en gresbuizen. Soms treden problemen met zeeklei op, zoals inklinking en verzilting door sterke ontwatering.

Als de zeeklei is vermengd met zand, is het geschikt voor bijvoorbeeld de teelt van bloembollen. Dat wordt geestgrond genoemd.