Waaiersluis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1: omloopriool
2: afsluiter
3: omloopriool
4: waaierkas-/kelder
5: grote deur (6/5 × kleine deur)
6: kleine deur

Een waaiersluis is een speciale sluis, die als voornaamste eigenschap heeft dat hij tegen de waterdruk in geopend en gesloten kan worden. Dit type sluis is uitgevonden door Jan Blanken (1755-1838), de zoon van een dorpstimmerman uit Bergambacht. Blanken was Inspecteur-Generaal bij de Waterstaat van 1808 tot 1826, ten tijde van Napoleon. De uitvinding werd betwist door enkele personen die claimden dat zij dit idee eerder hadden geopperd. De uitvoering hiervan heeft echter nooit eerder plaatsgevonden. Blanken heeft zijn recht met succes kunnen verdedigen. Van dit type sluis zijn nog maar enkele exemplaren in Nederland te vinden.

Werking[bewerken]

Een waaierdeur bestaat uit twee aan elkaar verbonden delen, die rond kunnen draaien in een komvormige inkassing. Het ene blad heeft een breedte van 5/6 van het andere blad. De delen vormen samen een soort waaier. De waaierdeuren kunnen naar beide zijden het water keren. Door de waaierkas via buizen met water te vullen verandert de druk op de deuren zodanig dat deze zowel tegen de stroom in als met de stroom mee open en dicht gedraaid kunnen worden.

Locaties[bewerken]

Hollandsche IJssel[bewerken]

De Waaiersluis in de Hollandsche IJssel ten oosten van Gouda werd in 1860 in gebruik genomen door de scheepvaart. In de jaren 1854-1856 werd een dam bij Gouda in de rivier gelegd met daarin een spuisluis en een schutsluis. De dam met het sluizencomplex vormt dus de scheiding tussen het getijdegedeelte van de Hollandsche IJssel en de gekanaliseerde Hollandsche IJssel. De schutsluis in het complex heeft vier paar puntdeuren, namelijk in beide sluishoofden een paar ebdeuren en een paar vloeddeuren. Door deze constructie kan zowel tijdens hoogwater als tijdens laagwater geschut worden. In het tussenhoofd bevinden zich de waaierdeuren. Aan de waaierdeuren heeft de Waaiersluis zijn naam te danken.

Schenkeldijk[bewerken]

De Papsluis is een inundatiewaaiersluis in de Schenkeldijk bij Werkendam. De sluis is in 1815 opgenomen in een dijk tussen twee polders. Wanneer één van de twee polders onder water staat, voorkomt de sluis dat het water de andere polder instroomt. Wanneer beide polders onder water staan, is er een doorgang voor boten door de dijk. Deze sluis is een onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze sluis is in 2007 gerestaureerd en weer voorzien van houten sluisdeuren. Het Waterliniepad loopt over de weg over de sluis.

Flevoland[bewerken]

Alle sluizen in de dijk rond Flevoland beschikken over een stel waaierdeuren, welke alleen in geval van nood en bij onderhoud gebruikt worden.

Andel[bewerken]

De Wilhelminasluis in Andel heeft aan twee zijden waaierdeuren. De sluis is gebouwd rond 1896 om bij de scheiding van de Maas en de Waal om scheepvaart mogelijk te laten blijven. De sluis is nog steeds in gebruik.

Kampen[bewerken]

De Roggebotsluis nabij Kampen heeft aan één zijde waaierdeuren. De sluis ligt op de weg van Kampen naar Lelystad. Deze waaierdeuren worden nog iedere dag gebruikt.

Bourtange[bewerken]

Nabij de vestingstad Bourtange ligt de Bourtangesluis. Deze heeft op het benedenhoofd een waaierdeur.

Diest (België)[bewerken]

Waaiersluis (enig in België) als onderdeel van de Saspoort in de stadswallen van Diest. Gebouwd tussen 1837 en 1844. Deze sluis liet toe de vlieten in de stad en de vesten te voorzien van water uit de Demer (rivier) en verzekerde tegelijkertijd de afwatering van de Begijnebeek.

Fotogalerij[bewerken]

Externe links[bewerken]