Til

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een til of tille is een Oudfriese naam voor een (meestal vaste) brug. Het woord betekent oorspronkelijk 'plank' (vergelijk duiventil). Het komt vooral in Groningen, maar ook in Friesland en Noord-Holland voor. Rondom deze bruggen ontwikkelde zich vaak een nederzetting met een herberg en andere voorzieningen.

In Zuid-Holland en Utrecht staat het woord voor een 'planken zoldering boven hooi- of koestallen'.

Een til was van hout en werd oorspronkelijk aan het begin van de winter afgebroken om de onderdelen droog te kunnen bewaren. In het voorjaar werden de planken teruggelegd. Nog in het register van het Winsumer en Schaphalsterzijlvest van 1755 en 1757 wordt voorgeschreven:

dat de tillen (...) sijnde batten, soodra bij nat winterweer de wegen onbruikbaar zijn, worden opgenomen.

Een bat is een plank, vandaar dat smalle bruggen ook wel bat (ook: tilbat, batting) werden genoemd. Het woord komt voor in het toponiem Stinebarten bij Smalle Ee.

Een brug (Oudfries: bregge) werd in de middeleeuwen, in tegenstelling tot een til, beschouwd als een vaste oeververbinding die het hele jaar kon worden gebruikt. De belangrijkste 'tillen' in Groningen en Friesland zijn al in de 15e of 16e eeuw vervangen door vaste houten bruggen. Desondanks is de naam 'til' blijven bestaan. In tegenstelling tot een klapbrug kon een til echter niet voor het scheepvaartverkeer geopend worden.

Vergelijkbaar zijn de woorden balk en post, bijvoorbeeld in het Friese Balk (oorspronkelijk Balc), het Overijsselse Balkbrug en in de plaatsnamen Buitenpost, Lutkepost en Ten Post.

Er zijn enkele plaatsnamen die naar de lokale til verwijzen:

Daarnaast komt het toponiem vaak voor in namen van bruggen, straten, voorzieningen en instellingen, zoals:

Externe links[bewerken]