Leer (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Leer
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Rathaus Leer.jpg
Raadhuis van Leer (1894)
Wapen van Leer
Leer (Nedersaksen)
Leer
Situering
Deelstaat Vlag van de Duitse deelstaat Nedersaksen Nedersaksen
Landkreis Leer
Coördinaten 53° 14′ NB, 7° 26′ OL
Algemeen
Oppervlakte 70,11 km²
Inwoners
(31-12-2020[1])
34.958
(499 inw./km²)
Hoogte 3 m
Burgemeester Claus-Peter Horst (partijloos)
Overig
Postcode 26789
Netnummer 0491
Kenteken LER
Stad 9 stadsdelen
Gemeentenr. 03 4 57 013
Website www.leer.de
Locatie van Leer in Leer
Kaart van Leer
Foto's
Haven
Haven
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Leer is een gemeente in Oost-Friesland gelegen in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Het is tevens de kreisstadt van het gelijknamige Landkreis. De stad telt 34.958 inwoners[1] en heeft de status van selbständige Gemeinde.

De inwoners van Leer noemen zichzelf Leerders (in het plaatselijke dialect en in het Gronings dialect) of Leeraner, in gewoon Duits.

Geografie en infrastructuur[bewerken | brontekst bewerken]

Leer ligt in de regio Oost-Friesland. De stad is oorspronkelijk ontstaan aan de noordkant van de rivier de Leda, dichtbij de monding van de Jümme daarin, maar is geleidelijk uitgebreid tot aan de oevers van de Eems. Hierdoor is Leer ook voor zeeschepen bereikbaar.

Bij Leer ligt een grote spuisluis (Sperrwerk) in de Leda.

Naburige gemeentes[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook het plattegrondje in het kader.

Infrastructuur[bewerken | brontekst bewerken]

Leer noemt zichzelf de poort van Oost-Friesland, vanwege de goede infrastructurele verbindingen in alle windrichtingen.

Wegverkeer[bewerken | brontekst bewerken]

Andere belangrijke wegen lopen van Leer naar Aurich, en via Weener (Bundesstraße 436) naar Winschoten in de Nederlandse provincie Groningen. In de B 436 ligt een brug over de Eems tussen de stad zelf en stadsdeel Bingum. Deze Jann-Berghaus-Brücke, genoemd naar Jann Berghaus (1870–1954), een belangrijk regionaal politicus, is een grote en hoge basculebrug. Ze kan opgehaald worden, als een door de Meyer Werft te Papenburg afgebouwd groot schip de Eems af naar zee moet varen.

Openbaar vervoer[bewerken | brontekst bewerken]

Scheepvaart[bewerken | brontekst bewerken]

Leer heeft een uit verschillende gedeelten bestaande haven aan de Leda. Een gedeelte daarvan is een jachthaven, een ander gedeelte is een Museumshafen, waar enige historische, oude schepen aangemeerd liggen; het grootste gedeelte is echter een haven voor de commerciële vrachtscheepvaart. De binnenhaven kan binnenvaart- en kleine zeeschepen ontvangen tot 140 meter lengte en met maximaal 6 meter diepgang. Ze ligt 52 zeemijlen van de Eemsmonding verwijderd.

In de haven worden vooral bulkgoederen, maar ook veel schroot voor verwerking in de metaalindustrie overgeslagen. In de stad zijn talrijke kleine rederijen gevestigd.

Overig[bewerken | brontekst bewerken]

Door Leer loopt de Europese toeristische wandelroute E9, plaatselijk ook bekend als Ostfrieslandweg. De stad beschikt, o.a. op het tracé van een opgebroken spoorlijntje, over enige langeafstands-fietspaden.

Leer heeft sedert 1970 in stadsdeel Nüttermoor, 4½ km ten noorden van de binnenstad, een klein vliegveld, Flugplatz Leer-Papenburg. Het vliegveld heeft ICAO-code EDWF. De geografische coördinaten luiden: 53° 16′ 19″ noorderbreedte, 7° 26′ 31″ oosterlengte. Het veld ligt 1 m (3 ft) boven zeeniveau. Flugplatz Leer-Papenburg heeft een in 2002 aangelegde geasfalteerde start- en landingsbaan van 1200 meter lang en 20 meter breed, en een taxibaan. Het wordt niet alleen door helikopters, voor de zweefvliegsport en door kleine sport- en hobbyvliegtuigjes gebruikt, maar ook frequent door kleine en middelgrote vrachtvliegtuigen. Deze vervoeren goederen o.a. voor de Meyer-scheepswerf te Papenburg en voor de Volkswagen-autofabriek te Emden.

Bestuurlijke indeling[bewerken | brontekst bewerken]

De gemeente bestaat uit negen stadsdelen, die overeenkomen met de gemeentelijke indeling van voor de herindeling van 1971. De gemeente breidde zich toen fors uit en beslaat sindsdien ook een deel van het Reiderland en van het Overledingerland. De stadsdelen zijn:

  • Bingum (Reiderland)
  • Heisfelde, vooral bestaande uit na de Tweede Wereldoorlog gebouwde woonwijken (plm. 6.000 à 7.000 inwoners)
  • Hohegaste, een dunbevolkt gehucht ten westen van de stad, met slechts 100 à 200 inwoners
  • Leer (kernstad)
  • Leerort
  • Loga
  • Logabirum
  • Nettelburg , een in het Overledingerland gelegen gehucht ten zuiden van de Leda met slechts ongeveer 100 inwoners
  • Nüttermoor

Economie[bewerken | brontekst bewerken]

In de stad zijn talrijke kleine rederijen gevestigd.

De grootste werkgever van Leer is het reeds in 1806 gestichte Bünting-concern, dat vooral bekend is om de handel in Oostfriese thee. Het concern bezit in de binnenstad een theemuseum. Bünting beschikt bij de stad Leer over een zeer groot theepakhuis. Het concern handelt echter ook in elektrische apparaten voor thuisgebruik, zoals stofzuigers, TV-toestellen en koelkasten. Daarnaast behoren drie regionale supermarktketens tot het concern.

Nabij de haven en de afritten van de autosnelwegen zijn enkele grote industrieterreinen aanwezig, waar talrijke kleine en middelgrote logistieke bedrijven, fabrieken en handelsondernemingen ( 50-400 werknemers) gevestigd zijn.

Jürgen Ahrend Orgelbau is een kerkorgelbouw- en restauratiebedrijf in Leer-Loga, dat een goede reputatie heeft en ook orgels in Nederland restaureert. Zie o.a. de foto van het kerkorgel onder: Kerk van Oldersum.

Dienstensector[bewerken | brontekst bewerken]

De Bundeswehr heeft een kazerne, waar circa 800 soldaten zijn gelegerd. Dezen vormen het Kdo SES, voluit: Kommando Schnelle Einsatzkräfte Sanitätsdienst, snel overal inzetbare hospikken en andere hulpverleners.

Het plaatselijke ziekenhuis is één der belangrijkste werkgevers van de stad. Dit (rooms-katholieke) Borromäus Hospital heeft 256 bedden en circa 650 personeelsleden.

De stad heeft een eigen regionaal dagblad, de Ostfriesen-Zeitung (oplage in 2021: ruim 29.000 stuks).

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Tussen 1992 en 1997 werden bij archeologische opgravingen op de locatie Westerhammrich in de gemeente Leer sporen van de Havelte-cultuur uit de Jonge Steentijd (2900-2700 v.Chr.) ontdekt. Ook zijn daar bewoningssporen uit de late IJzertijd, en van de Romeinen aangetroffen, waaronder een fragment van een beeldje van de Romeinse oorlogsgod Mars.

In de 8e eeuw is hier een terp opgeworpen door Germanen, wellicht Friezen of Saksen. Het christendom werd hier in 791 gebracht door de missionaris Liudger, die er namens het Klooster Werden een kapel liet bouwen. Rond 1200 werd op de plek van de huidige gereformeerde begraafplaats de Ludgerkerk gebouwd[2], waarvan alleen de crypte bewaard bleef.

In de tijd van de Friese Vrijheid (14e-15e eeuw) was Leer de machtsbasis van de bekende hoofdeling Fokko Ukena, die resideerde in het Steenhuis Bunderhee. In 1435 werd deze verdreven door de Cirksena's, die in 1435 de vesting Leerort lieten bouwen. Graaf Edzard de Grote verleende Leer, dat een economisch tegenwicht tegen Groningen moest gaan vormen, in oktober 1508 het marktrecht. Te Leer, in de omgeving waarvan veel vlas werd verbouwd, ontstond een levendige handel in laken. Na de Saksische Vete (1514-1517) moest Edzard de Grote zijn aanspraken op Groningen laten varen. In de jaren daarna verleende hij Leer nog een aantal rechten op jaarmarkten.

Rond 1525 begon in Leer de reformatie met een beeldenstorm tegen rooms-katholieke religieuze voorwerpen. De calvinisten verwierven de overhand te Leer; Logabirum werd in de 16e eeuw een centrum van de lutheranen. Tijdens de Gelderse Vete werd Leer na de Slag bij Jemmingen (1533) door troepen van Balthasar van Esens geplunderd en in brand gestoken. Kort daarna volgde merkwaardigerwijze een economische opbloei, door de toevloed van Nederlandse vluchtelingen (vanaf 1534 mennonieten, vanaf 1566 calvinisten), onder wie veel rijke kooplieden. De stad werd in oostelijke richting, naar de Leda-oever toe, uitgebreid, en verwierf het waagrecht. Van 1588 tot 1594 was de beroemde geleerde Ubbo Emmius rector van de Latijnse School te Leer[3].

In het begin van de 17e eeuw vestigden zich te Leer de eerste joden. Velen van hen werden later welvarend in de veehandel. Vanaf de Dertigjarige Oorlog tot en met de 18e eeuw werd Leer regelmatig in verband met oorlogen elders door buitenlandse troepen bezet en ofwel geplunderd, ofwel tot het betalen van hoge bezettingskosten (contributies) gedwongen, waardoor de bevolking regelmatig in grote armoede verviel. Leer had ook te lijden onder de Emder Stapelzwang[4], het feit, dat de concurrerende stad Emden het stapelrecht voor de scheepvaart op de Eems bezat. Vanaf 1744 behoorde Leer tot het Koninkrijk Pruisen. Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) werd Leer in 1761 door bondgenoten van de Fransen ingenomen en geplunderd. Na het eind van die oorlog werd het herstel van Leer krachtig bevorderd door de Pruisische koning Frederik de Grote. De textielnijverheid kwam in de late 18e eeuw tot een kortstondige bloei.

Na de Napoleontische tijd , waarin de stad van 1806-1810 in het Koninkrijk Holland had gelegen, werd de stad deel van het Koninkrijk Hannover, van 1866-1871 weer Pruisisch en vanaf 1871 deel van het Duitse Keizerrijk. De Britse koning George IV, die ook koning van Hannover was, verleende Leer in 1823 officieel stadsrechten. In 1856 verkreeg Leer aansluiting op het spoorwegnet en in 1861 een voor die tijd modern droogdok. De haven van Leer was in die tijd belangrijker dan die van Emden, die onder verzanding te lijden had. In de decennia tot 1914 volgde een gestadige uitbreiding van de infrastructuur en verbetering van waterwerken. Er vestigde zich een gevarieerde en bloeiende industrie in uiteenlopende bedrijfstakken.

De Novemberrevolutie, die in 1919 leidde tot het uitroepen van de Republiek van Weimar, verliep te Leer vreedzaam. Het nationaal-socialisme, dat in 1933 onder Adolf Hitler de leidende politiek werd, had te Leer relatief veel aanhangers. Negentig procent van de joden uit Leer overleefde de jodenvervolging en -uitmoording door de nazi's niet. In 1938 werd de synagoge van de stad verwoest. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, van 24-29 april 1945, werd Leer, waar Duitse troepen bruggen over de Eems en de Leda hadden opgeblazen, na zware strijd (ca. 400 burgerslachtoffers) door de geallieerden veroverd.

Kort na de oorlog groeide de bevolking van de stad met circa 25% door de immigratie van Heimatvertriebene. In de jaren 1950 groeide de industrie en de werkgelegenheid, o.a. door de vestiging van een filiaal van de schrijfmachinefabriek Olympia en de groei van de Jansen-scheepswerf. Deze bedrijven moesten in 1985, respectievelijk 1987 de poorten sluiten, wat tot plotselinge grote werkloosheid leidde. Deze werd nog in de jaren 1980 gecompenseerd door de vestiging in Leer van talrijke kleine rederijen.

Politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Samenstelling gemeenteraad[bewerken | brontekst bewerken]

De gemeenteraad bestaat uit 38 gekozen leden, plus een zetel voor de gekozen burgemeester. De raad is sinds de verkiezingen in september 2021 als volgt samengesteld:

Partij Zetels
SPD 15
CDU 8
Bündnis 90/Die Grünen 8
Lokale lijsten 2
AfD 2
Linke 1
FDP 2
Burgemeester1 1

1 De burgemeester is ambtshalve lid van de raad

Burgemeester[bewerken | brontekst bewerken]

De laatste burgemeestersverkiezingen waren in 2021. In Nedersaksen geldt voor de burgemeester een ambtsperiode van acht jaar. In 2021 werd met ruim 53% van de stemmen als burgemeester Claus-Peter Horst (partijloos) gekozen. De heer Horst werd door één van de lokale lijsten, de Grüne en de SPD gesteund.

Justitie[bewerken | brontekst bewerken]

De stad is zetel van een Amtsgericht. Het rechtsgebied komt overeen met het Landkreis Leer. Beroepsinstantie is het Landgericht in Aurich, voor familiezaken het Oberlandesgericht in Oldenburg.

Toerisme, recreatie, bezienswaardigheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In de gemeente staan talrijke oude kerken:
    • De evangelisch-lutherse Lutherkerk dateert van 1675 en bezit een belangrijk orgel van Jürgen Ahrend.
    • De Grote Kerk dateert van 1787 en is bij de calvinistische Evangelisch-Gereformeerde Kerk in gebruik.
    • De rooms-katholieke Sint-Michaëlkerk dateert van 1775.
    • De eenvoudige, doopsgezinde Mennonietenkerk dateert uit 1825 en is gebouwd in de stijl van het classicisme.
    • De neogotische Friedenskirche is een markant gebouw in stadsdeel Loga. Het in 1891 gebouwde godshuis is bij de evangelisch-lutherse gemeente van dit dorp in gebruik.
    • De Matteuskerk (Bingum) en de kerk van Logabirum zijn middeleeuwse kerkjes in de bij de gemeente Leer behorende dorpen. Ook de uit 1200 daterende, gereformeerde, St._Pieterskerk te Nüttermoor, die in de 20e eeuw ingrijpend moest worden gerestaureerd, is architectonisch interessant.
  • In de stad bevinden zich enkele 17e-19e-eeuwse huizen, die vanwege hun bouwstijl vaak Hollands aandoen, en die ten dele een museale functie hebben:
    • Het in 1643 van de huidige Hollandse gevel voorziene Haus Samson herbergt een wijnhandel; op de bovenverdiepingen zijn 18e- en 19e-eeuwse stijlkamers ingericht, die voor klanten van de wijnhandel vrij te bezichtigen zijn.
    • Het streekmuseum Heimatmuseum Leer aan de Neue Straße heeft een bovenregionaal belangrijke collectie archeologische vondsten uit Oost-Friesland. Het is gevestigd in twee 18e-eeuwse koopmanshuizen.
    • Het Bünting-theemuseum in een 19e-eeuws bedrijfspand in het stadscentrum behandelt de geschiedenis van en de gebruiken rond Oostfriese thee.
  • In de gemeente staan enige historische kasteeltjes. Hieronder zijn de Harderwykenburg en de Haneburg in de binnenstad, alsmede de deels als museum ingerichte Evenburg bij Loga, die tot de belangrijkste culturele gebouwen van de gemeente behoort. De Philippsburg ligt eveneens bij Loga.
  • De stad is een belangrijk winkelhart voor de regio en voor de Nederlandse provincies Drenthe en Groningen.
  • Door Leer loopt de Europese wandelroute E9, plaatselijk ook bekend als Ostfrieslandweg.
  • Tussen afrit 11 (Leer-West) van de A31 en de Bundesstraße 436 bevindt zich in een grote hal het Leeraner Miniaturland, dat het midden houdt tussen Madurodam en een grote modelspoorbaan. Veel miniatuurversies van bekende gebouwen in Oost-Friesland, maar ook van Bourtange en de stad Berlijn[5] zijn hier te zien.
  • Een belangrijk evenement in Leer is de jaarlijks medio oktober plaatsvindende Galli-Markt (kermis, braderie, volksfeest; op een andere locatie in de stad: veemarkt). Deze gaat terug op de verlening van het marktrecht aan de stad in 1508 door Edzard I van Oost-Friesland. Dit gebeurde op de sterfdag van Sankt Gallus (Gallus van Zwitserland) op 16 oktober. De Galli-Markt trekt honderdduizenden bezoekers per jaar.

Sport[bewerken | brontekst bewerken]

  • Jaarlijks in de maand mei wordt in en om Leer een zesdaags hardloop-evenement gehouden, de Ossiloop. De zes etappes zijn in het algemeen iets meer dan 10 kilometer lang.
  • Zoals overal in Oost-Friesland, zijn klootschieten en de Oost-Friese variant daarop, boßeln, zeer populaire sporten.
  • De stad beschikt over een voetbalstadion met 5.000 plaatsen, het Hoheellern-Stadion. De VfL Germania Leer, die er zijn thuiswedstrijden speelt, is anno 2021 slechts een bescheiden amateurclub.

Galerij[bewerken | brontekst bewerken]

Belangrijke personen in relatie tot de gemeente[bewerken | brontekst bewerken]

Geboren in Leer[bewerken | brontekst bewerken]

Overigen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Hendrik I van Brunswijk-Wolfenbüttel (24 juni 1463 - gesneuveld bij Leerort, 23 juni 1514)
  • Hermann Tempel (1889-1944), Duits SPD-politicus, was voor de Tweede Wereldoorlog ook te Leer actief; het gebouw van de openbare Bibliotheek van Leer is in 1979 naar hem genoemd.
  • Josef Piontek voetbalde tot zijn 18e jaar jarenlang bij VfL Germania Leer.

Partnergemeentes[bewerken | brontekst bewerken]

Er bestaan jumelages met:

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Leer (Ostfriesland) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.