Bourtange

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bourtange
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Luchtfoto bourtange.jpg
Luchtfoto, mei 2005
Bourtange (Groningen (provincie))
Bourtange
Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Gemeente Westerwolde
Coördinaten 53° 0′ NB, 7° 12′ OL
Algemeen
Inwoners (2008) 430[1]
Foto's
Plattegrond uit 1742
Plattegrond uit 1742
Centrum van het dorp met oude lindebomen
Centrum van het dorp met oude lindebomen
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Bourtange (Gronings: Boertange) is een vestingdorp in de provincie Groningen, dat tijdens de Nederlandse Opstand is aangelegd. Bourtange ligt in de gemeente Westerwolde, in de gelijknamige streek. Het is een beschermd dorpsgezicht. Hoewel de grachten en muren anders doen vermoeden, heeft Bourtange nooit stadsrechten gehad.

Tussen 1811 en 1821 was Bourtange een zelfstandige gemeente, waartoe in het beginjaar ook Ter Apel, Onstwedde, Sellingen, Vlagtwedde en Wedde behoorden. De eerste maire was Paulus Eckringa. In 1811 werden Vlagtwedde en Onstwedde afgesplitst. In 1821 ging Bourtange op in de gemeente Vlagtwedde, wat later in 2018 samen met gemeente Bellingwedde gemeente Westerwolde werd.

Ontstaan en groei[bewerken]

In 1580, tijdens de Nederlandse Opstand, volgde de stad Groningen de noordelijke stadhouder Rennenberg in zijn keuze voor Spanje. De stad werd toen bevoorraad vanuit Duitsland, via een weg op de zandrug (tange) die door het Bourtangermoeras voerde.

Om deze bevoorradingsweg te blokkeren gaf Willem van Oranje aan de overste Diderick van Sonoy opdracht op de weg een schans aan te leggen.[2] Na zijn dood werd het werk voortgezet door Willems opvolger en neef Willem Lodewijk van Nassau (de oudste zoon van zijn broer Jan VI de Oude).[2] In 1594 werd de stad Groningen heroverd en werd de vesting Bourtange onderdeel van de grensverdediging van de drie noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe.

De vesting werd onder andere in 1665 tijdens de Eerste Münsterse Oorlog verbeterd, en in 1672, tijdens de Tweede Münsterse Oorlog toen Bernhard von Galen Groningen aanviel.

In 1704 werd een nieuw “kruithuis” gebouwd met een bijzondere constructie. Het dak ligt los op de muren, zodat bij een explosie het gehele gebouw niet uit elkaar zou spatten. Enkel het dak zou weggeblazen worden. Voorheen bestond een kruitmagazijn uit meters dikke muren en dito dak.

Door de vestiging van burgers kreeg Bourtange de status van een vesting.[2] In 1742 bereikte de vesting de grootste omvang. Aan de oostzijde kwamen tussen de half bastions van het kroonwerk twee ravelijnen en het glacis werd afgegraven.[2]

Opvallend aan de Vesting Bourtange is de vorm, namelijk een vijfhoek. De 14 lindebomen op het marktplein zijn oorspronkelijk geplaatst langs de zijden van het middelste pentagon.[3]

Leven in de vestingstad[bewerken]

Door de vestiging van burgers in het verdedigingswerk Bourtange groeide de defensieve militaire stelling uit tot een stadje met een eigen en bijzondere militaire-burgerlijke samenlevingsvorm. Dergelijke samenlevingsvormen bleven tot in de 19de eeuw algemeen gangbaar in vestingsteden.

De vestingstad van 1742[bewerken]

Binnen de vesting of “fortresse” zoals het verdedigingswerk door de oprichters en nog altijd in 1742 genoemd werd, waren tal van gebouwen neergezet ten behoeve van de militairen en de burgers.

De commandant van de vesting had zijn eigen woning.

De aparte officierslogementen stonden aan het Marktplein, het centrum van de vesting.

De onderofficieren hadden een apart verblijf met eigen aanrecht en toiletten.

De manschappen logeerden in kazernes, stenen gebouwen. Zij moesten gebruik maken van openbare toiletten, de secreten.

De “convooymeester” had zoals de commandant van de vesting een eigen woning. Hij was de man naast de bevelvoerende commandant. Hij was verantwoordelijk voor alle ondersteunende functies: de voorraden, de brouwerij, de beplantingen, het onderhoud.

De provoost was de man belast was met de handhaving van orde en tucht en verantwoordelijke voor het gevang. Ook hij had zijn eigen woning.

Op het marktplein stond het gebouw voor de hoofdwacht met het “landshorlogie”.

Op de wallen stonden houten schuilplaatsen voor de schildwachten. Die wachthuisjes werden sentinel genoemd.

Op een van de bastions stond een windmolen om graan te malen. Tijdens belegeringen werd de molen ontmanteld. Het graan werd dan gemalen door een rosmolen binnen de wallen.

Het onmisbare water kwam uit gegraven waterputten. In de moerassige streek van Bourtange stelde dat geen probleem, tenzij wat de kwaliteit van het drinkwater betreft. Het bier van de brouwerij in het fort was alvast bacteriologisch drinkbaar.

De vesting had net zoals de oude boerderijen in Groningen en Drenthe een turfschuur, voor de opslag van het volumineuze turf, de toenmalige bron van energie.

De vesting had sinds 1607 een protestants kerkje, het eerste in de provincie Groningen. De predikant die de religieuze diensten verzorgde had zijn woning aan de voet van het “pastoors”-bastion. Hij was tegelijk ook notaris. Een van zijn taken was desgevraagd aktes met huwelijksvoorwaarden op te stellen.

De kinderen van militairen en burgers gingen naar de vestingschool.

Op de plattegrond van de fortresse van 1742, kan men binnen het kroonwerk kleine perceeltjes herkennen als moestuinen. Buiten het fort, aan de kant van Groningen, zijn binnen bedijkt gebied, grotere percelen getekend, weiden en akkers.

Verder waren er in de vesting ook woningen en werkplaatsen voor bakkers, slagers, smeden, timmerlui, kleermakers, schoenmakers, kaarsenmakers, een dokter, een vroedvrouw, kortom al de personen die nodig waren voor een gemengde militair-burgerlijke samenleving.

Bourtange-centrum-OpenTopo.jpg

Kaart van de vesting

Dagelijkse leven in de vesting[bewerken]

Het levensritme in de “fortresse” Bourtange werd bepaald door haar militair karakter. De dagindeling werd aangegeven door de trompetter van wacht die het uur aflas van de “landshorlogie” en op gezette tijden trompetsignalen liet schallen zoals “wekken”, “taptoe”, “doven van vuren en lichten”.

De ambachtslui van Bourtange en andere burgers vervulden elke dag de taken die hoorden bij hun stand.

De militairen liepen wacht, onderhielden de bewapening, hun uitrusting en de beplanting en begroeiing op de wallen, zorgden voor de paarden. Ongetwijfeld oefenden ze ook het bezetten van de toegewezen gevechtsposten. De weinige vrije tijd die hen gelaten werd brachten ze door met spel en drank, rondhangend op de pleinen, flanerend langs de straten en de wallen, wellicht ook met een of andere economische activiteit.

Op zondagen vervulden allen, militairen en burgers, in de eerste plaats hun godsdienstige plichten. Bij bijzondere gelegenheden traden alle troepen van het fort aan op het Marktplein. Tweewekelijks werd markt gehouden op het Marktplein. Burgerpersoneel en inwoners uit de omgeving en vermoedelijk ook militairen konden er waren aanbieden en aankopen wat ze nodig hadden.

Elke avond werd de wacht afgelost. Voorafgegaan door de trompetter van wacht marcheerde het opgaande gewapende wachtdetachement naar het marktplein. Daar was de afgaande wacht aangetreden. Beide wachten groetten elkaar en de afgaande officier van de wacht gaf de consignes, de bijzondere opdrachten, door aan de opgaande officier. Dan werden de schildwachten uitgezet en afgelost. Tot slot marcheerde de afgaande wacht af, defilerend voor de opgaande wacht, en begaf zich onder trompetgeschal naar zijn logement.

Het “taptoe” geschal, elke avond om acht of negen uur, betekende letterlijk dat geen bier meer mocht getapt worden of alcoholische dranken geschonken. Het was tevens het signaal voor alle inwoners van de stad om de bedstee op te zoeken.

Verval en reconstructie[bewerken]

Doordat het Bourtangermoeras steeds meer verdroogde, ondanks maatregelen om dit te verhinderen en de vuurkracht van geschut groter werd, nam de militaire betekenis van de vesting echter af. In 1851 werd de vesting officieel opgeheven, en werd Bourtange een agrarisch dorp in Westerwolde.

Rond 1960 liep het dorp leeg. Bourtange was niet met de tijd meegegaan en was geen plaats waar jongeren zich vestigden. De gemeente Vlagtwedde liet vervolgens de vesting herbouwen in de staat zoals die in 1742 geweest was. Men vindt dus thans bij de grens tussen Duitsland en Nederland (Groningen) een vesting uit vervlogen tijden, die vrijelijk te bezoeken is.

De voormalige synagoge (thans Joods Synagogaal Museum)

De vesting is tegenwoordig een toeristische attractie van betekenis. Naast de op de hoornwerken na volledig gereconstrueerde vestingwerken vindt de bezoeker er diverse bezienswaardigheden: het Marktplein met eeuwenoude lindebomen, zes musea, een kaarsenmakerij, winkels en restaurants, een historisch hotel (de kamers zijn voorzien van een bedstee). Daarnaast is de vestingmolen herbouwd en is de rosmolen gereconstrueerd. In het zomerseizoen worden er historische evenementen in de vesting georganiseerd, waaronder één van de grootste historische slagnabootsingen van Nederland: de Slag om Bourtange.

De kerk van Bourtange bevat diverse overblijfselen van de oorspronkelijke vestingkerk. De synagoge, die dateert van 1842, werd in 1974 gerestaureerd en herbergt thans het Joods Synagogaal Museum.

Verbindingen[bewerken]

Bourtange is bereikbaar via de N365. Ten westen van het dorp loopt het Bourtangerkanaal, een zijtak van het Ruiten-Aa-kanaal waarin zich ter hoogte van het dorp de Bourtangersluis bevindt.

Openbaar vervoer

Geboren in Bourtange[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Panoramazicht vanaf een bastion op de vesting
Panoramazicht vanaf een bastion op de vesting
Centrum
Centrum

Beluister

(info)