Blokhuis (verdedigingswerk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Blokhuis is een oude benaming voor een klein verdedigingswerk dat strategisch was geplaatst om een doorgang te bewaken. Ze werden, net als stadspoorten, ook wel gebruikt als gevangenis.[1]

Blokhuizen maakten vaak onderdeel uit van een groter systeem, zoals landweren. Het kon ook een controlerende functie hebben van bijvoorbeeld toegangswegen of kruispunten. De bouw van blokhuizen is bekend uit de late middeleeuwen tot en met de 16e eeuw. Blokhuizen kwamen in heel Europa voor. Bij het bouwwerk behoorde dikwijls ook een boerderij. De naam komt van blochuus (balkenhuis), een huis gemaakt van balken. Vanaf de 14e eeuw verbasterde dit woord naar naar blokhuis. De woorden 'blokkeren' en 'blokkade' zijn hier weer aan ontleend.[2]

In Nederland waren er op verschillende plaatsen blokhuizen. Zo lag tussen Harmelen en Woerden het blokhuis Putcupe, vanwaaruit de grens tussen het Sticht Utrecht en het Graafschap Holland werd bewaakt. De plaats waar het stond ligt dicht bij de huidige buurtschap Putkop, waar op 8 januari 1962 het ergste treinongeluk uit de Nederlandse geschiedenis gebeurde.

In de huidige gemeente Deurne in de provincie Noord-Brabant bevonden zich blokhuizen in de buurtschappen Leensel, Kerkeind en Sloot.

Zie ook[bewerken]