Bellingwolde (dorp)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bellingwolde
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Bellingwolde
(Details)
Bellingwolde (dorp)
Bellingwolde (dorp)
Situering
Provincie Groningen
Gemeente Bellingwedde
Coördinaten 53° 7′ NB, 7° 10′ OL
Algemeen
Inwoners 3.762
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Bellingwolde (Gronings: Ben(ne)wolle of Bennewold) is een dorp van 3762 inwoners (met inbegrip van de omliggende gehuchten Den Ham, Rhederbrug en Rhederveld) in de gemeente Bellingwedde in de Nederlandse provincie Groningen. Het draagt het karakter van een streekdorp en heeft een lengte van ruim 4 kilometer. Het is een beschermd dorpsgezicht. Tot 1968 was Bellingwolde een zelfstandige gemeente.

Geschiedenis[bewerken]

Bellingwolde in 1933. De opstrekkende verkaveling is nog goed zichtbaar

Bellingwolde is in de Middeleeuwen ontstaan als een hoogveenontginning vanaf de rivier de Westerwoldsche Aa. Het hoorde aanvankelijk bij Reiderland, maar door het oprukken van de Dollard verdween deze streek voor een deel in de golven. Winschoten, Heiligerlee, Westerlee en Beerta werden bij het Oldambt gevoegd, Bellingwolde en Blijham bij Westerwolde. Ook het verdronken kerkdorp Houwingaham met de nederzettingen Hamdijk en Den Ham of Nye ham werd bij Bellingwolde gevoegd. De dorpskern van Bellingwolde verhuisde naar een hogere zandrug aan de rand van het hoogveen dat deel uitmaakte van het Bourtangermoeras. Het dorpslint scheidde voortaan de Dollardklei van het achterliggende veen, dat vanuit Bellingwolde verder werd ontgonnen. Hier ontstonden dochternederzettingen als De Lethe, Veendijk en Rhederbrug. Vanuit Bellingwolde werd vervolgens weer land gewonnen op de Dollard, waarvan voormalige opstrekkende verkaveling getuigde.

De heerlijkheid Bellingwolde en Blijham cum annexis kwam samen met Westerwolde na 1530 in handen van hoge ambtenaren en hun nakomelingen. De nakomelingen van stadhouder Jan van Ligne, graaf van Aremberg, verkochten het hele gebied aan de doopsgezinde koopman Willem van Hove, die van plan was de uitgestrekte kwelders te bedijken. Als partijganger van Oldebarneveldt moest Van Hove echter naar het buitenland vluchten. De stad Groningen kocht Westerwolde en Bellingwolde in 1619, mede om nieuw polderland te winnen. In de nieuwe polders verrezen de vestingen Oudeschans (1593) en Langakkerschans (1628), de laatste deels op Oost-Fries gebied.

Kerkelijk vielen Bellingwolde en Blijham onder het bisdom Osnabrück, de bevolking was in de zestiende eeuw overwegend protestant. Na de Reductie van Groningen in 1594 werden de dorpen bij de hervormde classis Oldambt gerekend. De heerlijkheid kende vrijwel geen religieuze minderheden. Wel verrezen in de achttiende eeuw te Winschoterzijl een katholieke en een lutherse kerk, die vooral door gelovigen uit Winschoten werden bezocht.

Bestuurlijk rekende men de heerlijkheid Bellingwolde en Blijham bij de Generaliteitslanden; het gebied werd samen met Westerwolde namens de stad Groningen bestuurd door de drost van Wedde. In Bellingwolde en Blijham bleef echter het oud-Friese landrecht van het Reiderland uit 1471 gelden. De heerlijkheid had een eigen rechthuis in Bellingwolde en een eigen landrechter. De vestingen Oude- en Nieuweschans vielen daarentegen onder het gezag van de Staten van Friesland, die samen met Groningen de vestingwerken en het garnizoen financierden.

Sinds de negentiende eeuw rekende men Bellingwolde ook wel tot het Oldambt vanwege de grote kleiboerderijen en de scherpe tegenstellingen tussen herenboeren en landarbeiders. De vruchtbare kleigronden vormden de basis voor de groei van de welvaart van de boerenstand. De grote akkerbouwbedrijven op de klei profiteerden van de hoge graanprijzen tussen 1850 en 1875. Van de vroegere boerenwelvaart getuigen een aantal grote, meest vervallen herenboerderijen. In diezelfde tijd groeide het dorp naar het zuiden. Tegenover de (deels) welvarende boerenstand stonden de verarmde arbeiders en kleine boeren; de spanningen tussen de bevolkingsgroepen leidden onder andere in 1892 tot een oproer, dat mede met behulp van politietroepen werd onderdrukt. In het interbellum kwam het tweemaal tot langdurige stakingen.

Voorzieningen en economie[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog nam het belang van de landbouw af. De mechanisatie zorgde voor een sterke uitstoot van arbeidskrachten. Het landschap werd ingrijpend veranderd door de ruilverkavelingen in de jaren zestig en zeventig, waardoor de opstrekkende verkaveling verdween. Het dorp kreeg meer het karakter van een forenzendorp en door de toegenomen mobiliteit gingen er zich mensen vestigen die zich aangetrokken voelden tot het karakter van het dorp. Ook ontwikkelt het dorp zich in toeristische zin.

Het Museum de Oude Wolden is gelegen aan de Hoofdweg

Vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw zijn bossen aangelegd. Het gebied langs het Veendiep, dat pal ten zuiden van het dorp loopt, maakt deel uit van de ecologische hoofdstructuur van Nederland. Hier langs liggen vrijliggende fietspaden. Door het dorp loopt de LF-route 9: De NAP-route en de grensoverschrijdende fietsroute de United Countries Tour. Langs de oostzijde van het dorp loopt een gedeelte van het bij wandelaars bekende "Noaberpad", een wandelroute van Bad Nieuweschans naar Emmerik (Duitsland).

Het Museum de Oude Wolden is een kunstmuseum met wisselende tentoonstellingen en permanent werken van de magische realist Lodewijk Bruckman.

Bellingwolde heeft verschillende instellingen voor onderwijs: de openbare basisschool De Oosterschool, de openbare basisschool De Westerschool en de christelijke basisschool De Wegwijzer bevinden zich in het dorp zelf. In het gehucht Rhederbrug dat tegen het dorp aan ligt en onder Bellingwolde valt, ligt de openbare basisschool Rhederbrug.

Bellingwolde heeft een sportpark, het H. Kemperpark, dat is geopend in 1955. Er zijn veel verschillende naaldbomen aangeplant en het wordt daarom ook wel arboretum genoemd. Naast het sportpark ligt het zwembad en een camping. Ook is er in het dorp een multifunctioneel zalencentrum aanwezig, genaamd De Meet, dat beschikt over een sporthal, podia en diverse zalen met horecafaciliteiten.

Monumenten[bewerken]

  • Het dorpsgezicht, Rijksbeschermd gezicht Bellingwolde
  • De Protestantse, vroeger Nederlands-hervormde, Magnuskerk is een gotische kerk, oorspronkelijk gewijd aan Sint-Jacobus, uit de zestiende eeuw (1527) met een vrijstaande toren (uit 1720) waarin zich twee historische luidklokken bevinden die gegoten zijn in 1697.
  • In het rechthuis dat uit de 17e eeuw stamt, werd tot 1811 recht gesproken.
  • Veldkamp's Meuln is een stellingmolen voor het malen van graan uit 1855.
  • In het dorp bevinden zich verschillende monumentale boerderijen en herenhuizen.
1rightarrow blue.svg Lijst van rijksmonumenten in Bellingwolde

Verbindingen[bewerken]

Voormalige remise van de OG aan de Oudeschanskerweg in Bellingwolde

Te water is Zuid-Bellingwolde bereikbaar via het veendiep, die verbinding geeft met de Westerwoldse Aa. In 1911 kwam daar het B.L. Tijdenskanaal waar bij Rhederbug en in het uiterste noorden van het dorp losplaatsen kwamen. Beide kanalen zijn aan het begin van de eenentwintigste eeuw alleen in gebruik bij de pleziervaart.

In 1900 opende de trammaatschappij Winschoten-Bellingwolde haar paardentramlijn tussen deze twee plaatsen. De lijn kwam in het zuiden Bellingwolde in en in het noorden bij de Oudeschanskerweg lag het eindstation. In 1912 werd deze maatschappij overgenomen door de nieuw opgerichte Stoomtramweg-Maatschappij Oostelijk Groningen, die deze lijn ombouwde tot een stoomtramlijn. In 1917 reed de eerste stoomtram. In 1948 werd het vervoer per tram beëindigd. De remise van de OG aan de weg naar Oudeschans is nog steeds aanwezig. Bellingwolde ligt aan de N369 die in Blijham aansluiting geeft op de N368 en in Duitsland uiteindelijk op de A 31.

Geboren in Bellingwolde[bewerken]

Zie ook[bewerken]


Beluister

(info)