Naar inhoud springen

Vriescheloo (dorp)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Vriescheloo
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Vriescheloo (Groningen)
Vriescheloo
Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Gemeente Vlag Westerwolde Westerwolde
Coördinaten 53° 4′ NB, 7° 7′ OL
Algemeen
Oppervlakte 19,35[1] km²
- land 19[1] km²
- water 0,35[1] km²
Inwoners
(2023-01-01)
950[1]
(50 inw./km²)
Woning­voorraad 474 woningen[1]
Overig
Postcode 9699
Netnummer 0597
Woonplaats­code 2235
Foto's
De Korenbloem
De Korenbloem
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Vriescheloo (Gronings: Vraiskeloo) is een dorp in de gemeente Westerwolde in de Nederlandse provincie Groningen. Het had begin 2005 986 inwoners, in 2023 waren dat er nog 950.

Vriescheloo staat sinds het begin van de 20e eeuw bekend om het bosrijke landschap. De schilder Jozef Israëls noemde dit dorp "het schoonste van Europa".

Naam en geschiedenis

[bewerken | brontekst bewerken]

Vriescheloo is vermoedelijk vanaf de 9e of 10e eeuw ontstaan als een randveenontginningsdorp, dat in verschillende fasen is verschoven van de oevers van de Westerwoldse Aa (de rivierduin de Garst, later Gaast) naar zijn huidige plek, op de flanken van de zandrug de Bouwten. Archeoloog Henny Groenendijk dacht aanvankelijk dat het dorp zou zijn gesticht vanuit Wedderbergen, maar nieuwe vondsten in 2010 hebben laten zien dat het huidige dorp aanmerkelijk ouder is. Vriescheloo moet daarom niet drie, maar vier keer verplaatst zijn. Op de plek langs de Aa waar de eerste nederzetting wordt vermoed, zijn resten aangetroffen van onder andere pingsdorfs aardewerk en kogelpotten uit de periode van de 9e en tot de 13e of 14e eeuw. De Vrieschelooster Gaast bleef tot het einde van deze periode in gebruik als akkerland, waar met name vezelhennep werd verbouwd. Later was het gemeenschappelijk hooiland, en nu vormt het een waterrijk natuurgebied.

In de 12e eeuw werd − mogelijk door Friese kolonisten uit het kustgebied − begonnen met het systematisch ontginning van het veen vanaf de rivieroever; dit in de vorm van opstrekkende heerden. Ontwatering en het bewerken van het veen zorgde voor inklinking van de grond en daarmee voor wateroverlast (dat kwam dus niet door turfgraven). Dit had tot gevolg dat de boerderijen steeds weer moest worden verplaatst naar hogere plekken, waardoor de afstand tot de Aa steeds groter werd. In deze periode ontstond tevens de oudste weg van het kerspel: de Buitenweg, die de boerdererven verbond en mogelijk onderdeel was van een doorgaande weg tussen Wedde en Houwingaham.[2] Of deze nederzetting al een eigen kerk heeft gehad, is onbekend. Tijdens ruilverkavelingswerkzaamheden werd ten noorden van de Buitenweg in 1987 een steenhuis uit de eerste helft van de 14e eeuw blootgelegd.

Vervolgens ontstond ten zuidoosten hiervan (langs de Oude Weg) een volgend bewoningslint in een gebied dat nu bekend staat als Vriescheloër Vennen. Daar werd een nieuwe kerk gebouwd, die tot 1717 heeft bestaan. Na afbraak bleef alleen de kerkheuvel achter, grotendeels bestaand uit ingeklonken hoogveen. De rest van het dorp was toen al verplaatst naar hogere gronden. De fundamenten van deze kerk zijn opgegraven in 1939 en 1940, waarna de kerkheuvel alsnog werd geëgaliseerd.[3] Op grond van stijlkenmerken gaat men ervan uit dat deze kerk uit de 13e eeuw dateerde.

De naam Vresschenlo komt voor in een lijst van kerken, waarover de Abdij van Corvey patronaatsrechten uitoefende. Deze lijst (met aanvullingen) dateert in zijn huidige vorm uit de 14e eeuw.[4] In 1316 heet het kerkdorp kortweg Loo, in 1470 is sprake van Vriescheloe, in 1474 van Freischenloy, in 1529 van Vreisscheloo, in 1556 van Frescheloe, daarna steeds vaker van Vriescheloo.

Voor de oorsprong van de naam Vriescheloo worden meerdere verklaringen gegven. Volgens predikant Johannes Cathalinus Montijn[5], landbouwkundige Jan Everhardus Muntinga[6] en taalkundige Wobbe de Vries[7] is de naam afkomstig van Friezen die zich in of bij het bos (-loo) zouden hebben gevestigd. Daarbij werd tevens verwezen naar een tekst op de preekstoel van de hervormde kerk met het opschrift "Doccumanus abbas me fieri fecit. Ao 1560" staat. Het zou dus gaan om een schenking vanuit Dokkum. Volgens Meekhoff Doornbosch verwijst 'Doccumanus' naar Harmannus Doccumanus, die in het jaar 1570 abt van het klooster Feldwerd was.[8] Mogelijk heeft men de afgedankte preekstoel van het klooster overgenomen.[9]

Waarschijnlijker is echter dat het voorvoegsel vressche de betekenis heeft van 'vers', 'fris' of 'nieuw' ("het nieuwe loo"), ter onderscheiding van Lutjeloo (in 1515 Lutke Loe), van waaruit de plaats mogelijk is gesticht.[10] De buurtschap Lutjeloo behoorde later tot het kerspel Vriescheloo. Ook wordt wel aan Wedderbergen gedacht.

Na afloop van de middeleeuwen, toen het veen grotendeels verdwenen was, vestigde men zich op het hoger gelegen land aan de huidige Dorpsstraat (toen nog Friescheloester Heere wech genoemd), die gelegen is op de zandrug de Bouwten. Dit is vermoedelijk rond 1600 gebeurd; een kaart uit 1590 laat zien dat de bebouwing toen nog grotendeels langs het middeleeuwse dorpslint lag.

De Ossedijk maakte deel uit van de voormalige handelsroute tussen Winschoten, Bourtange en Münster.

Een uiteindelijke dorpsstructuur, met de 18e-eeuwse kerk van Vriescheloo als middelpunt, ontstond in de tijd van de Franse overheersing. Het dorp bestond uit verschillende buurten, die ieder een buurtgilde hadden. De bekendste daarvan waren De Westert, Klontjebuurt, Vriescheloosche- of Loosterheide, De Straat en Vogelzang. De laatste twee buurten zijn in de 20e eeuw verdwenen. Het huidige dorpscentrum langs de Wedderweg vormt een voortzetting van de buurtschap Loosterheide.

Vriescheloo had een van de eerste poldermolens in de provincie, al genoemd in 1736. De molen stond aan het einde van het Zijldiep. Hij brandde in 1886 af en werd toen vervangen door het stoomgemaal De Klieve. In 1868 kwam er nog een tweede watermolen bij.

In het begin van de 20e eeuw vormde het centrum van Vriescheloo een lang lint van bebouwing. Er woonden toen vooral mensen die actief waren in de landbouw, alsook een aantal winkeliers. Er bevond zich ook een bierbrouwerij. De middenstandsbedrijven concentreerden zich in het oosten van het dorp, in de zogenaamde Klontjebuurt. Men vermaakte zich in die tijd met kermis, veekeuringen, tentoonstellingen, met als hoogtepunt de paardenharddraverijen.

Kort voor 1900 werd door de boeren in het gehucht De Straat ten zuidoosten van Vriescheloo begonnen met het verplaatsen van hun boerderijen naar de centrale Dorpsstraat. Dit gehucht verdween hierdoor geheel. Rond de in 1895 gebouwde molen De Korenbloem ten zuiden van de Wedderweg ontstond vervolgens de dorpskern Loosterheide. In de 20e eeuw werd de bebouwing rond de Dorpsstraat steeds meer verdicht.

Na de oorlog ontstond rond Vrieschelooscheheide een nieuwe kern met veel nieuwbouw, die nu het centrum van het dorp vormt. Het winkelbestand ging ondertussen echter steeds verder achteruit. De recreatie wint momenteel wat aan betekenis.

Rond het dorp liggen een aantal natuurgebieden, die vooral in de 20e en begin 21e eeuw tot stand kwamen. Een aantal van deze gebieden werd gerealiseerd in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur vanaf de jaren 1990. Zo werd de in 1974 gekanaliseerde Westerwoldsche Aa tussen Lutjeloo en Vriescheloo in 2010 hersteld. Hierin werd het natuurgebiedje De Gaast aangelegd ter plaatse van de vroegere Garsten. De Oosterkolken er tegenover werden hernoemd tot Kom's Kolkje en voorzien van beplanting. Op een deel van De Bouwte te zuiden van het dorp werd begin jaren 1990 het Vriescheloerbos aangelegd, dat tegenwoordig de naam Engbert Drenth-bos draagt naar de gelijknamige burgemeester. Langs het Veendiep werd het recreatiegebied Veendiepsplassen gegraven en werden een aantal bossen aangeplant.

Ten zuiden van het dorp werden begin 21e eeuw een viertal kasteeltjes gebouwd door vermogende eigenaren.

[bewerken | brontekst bewerken]