Openbaar onderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het openbaar onderwijs betreft in hoofdzaak lagere en middelbare scholen, die worden ingericht en, al of niet ten dele, gefinancierd door de overheid.

In Nederland krijgt het openbaar onderwijs vorm in een overheidsschool zonder een bepaalde godsdienstige of anderszins levensbeschouwelijke richting als grondslag. Deze onderwijsvorm staat tegenover het bijzonder onderwijs, zoals scholen op christelijke grondslag, die van oudsher zelfstandig worden bestuurd. Sinds 1996 hebben gemeenten ook de mogelijkheid om openbare scholen te verzelfstandigen. Met name in de periode 2003–2006 hebben veel openbare scholen een zelfstandig bestuur gekregen en dit meestal in de rechtsvorm van een stichting.[1]

Grondslag openbaar onderwijs[bewerken]

Openbaar onderwijs is toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing en wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. In België heet dit het officieel onderwijs. Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Er wordt actief aandacht besteed aan de overeenkomsten en verschillen tussen kinderen, zonder voorkeur voor één bepaalde opvatting.[2]

Godsdienstonderwijs / levensbeschouwelijk vormingsonderwijs[bewerken]

Leerlingen in het openbaar onderwijs worden in gelegenheid gesteld om onder schooltijd godsdienstonderwijs of humanistisch vormingsonderwijs te ontvangen. Dit onderwijs is facultatief en wordt verzorgd door een externe instantie[3] op de openbare school.[4]

Het aandeel van de overheidsscholen is in Nederland achteruitgegaan: daar waar in 1875 75,8% van de scholen tot het openbaar onderwijs behoorden, was dit in 1920 - na de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs - nog slechts 55%. Anno 2009 zaten volgens cijfers van het Ministerie van OCW en het CBS 28,87% van de leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs op een openbare school.[5]

Naast het openbaar onderwijs bestaat in Nederland het bijzonder onderwijs: scholen die vanuit een bepaalde religieuze, levensbeschouwelijke of onderwijskundige stroming worden ingericht en sinds 1917 op dezelfde wijze als openbare scholen door de overheid worden bekostigd. Het bijzonder onderwijs kan men vergelijken met het Belgische vrij onderwijs.

Zie ook[bewerken]