Abelstokstertil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Abelstokstertil is een brug (til) over de Kromme Raken in de gemeente Het Hogeland in de Nederlandse provincie Groningen. De brug maakt deel uit van de N361 en ligt tussen de dorpen Mensingeweer en Wehe-den Hoorn.

De naburige boerderij stond bekend als Abelstok. Bij de til staat het in 2007 gebouwde gemaal Abelstok en het bos Abelstok dat deels bestaat uit verwilderde fruitbomen. Ten zuiden van Mensingeweer liep vroeger de Abelstokstertocht, die ten gevolge van de ruilverkaveling is verdwenen.

Naam[bewerken]

Abel Stok springt met de stok over het water. Illustratie uit de Groninger volksalmanak voor 1839.

De naam Abelstokstertil is in Groningen tamelijk bekend. De uitgang til is Oudfries voor 'houten brug', oorspronkelijk een geïmproviseerde brug die 's winters werd verwijderd.

De herkomst van het eerste deel de naam is onzeker. Mogelijk is het genoemd naar een paal (stok) die daar in of bij het water was geplaatst namens de abt van Olde- en Nijenklooster (ten noorden van Wehe-den Hoorn). De naam Abelstok wordt voor het eerst vermeld in 1521 in verband met het onderhoud van de Kromme Raken vanaf dit punt tot aan de sluis bij Schouwerzijl; in 1595 werd een regeling getroffen voor het onderhoud van de Abelstokstertil. Voor het toezicht waren de 'volmachten van Abelstok' veantwoordelijk.[1] Tot 1826 hadden de boerderijen van Nijenklooster een verplichting (servituut) tot het dagelijkse onderhoud, daarna nam de provincie het onderhoud over. Abelstok zou dan staan voor 'abtenstok'. De paal zou bedoeld kunnen zijn om een doorwaadbare plek aan te geven, het zou een grenspaal kunnen zijn geweest of een plek waar het wegstromende water stokte (Oostfries stuken, Fries stûkje), zoals bij de plaatsnaam Stockfleth (een verdronken dorp bij Glückstadt).[2] De aanduiding stok zou ten slotte ook kunnen verwijzen naar een vlonder of smalle loopbrug met één leuning, Middelnederlands stech, Oostfries steg. Vergelijk ook Middelnederlands stege ('steiger, oprit van een dijk').

De naam is al lang in gebruik en dus – zoals wel wordt gedacht – zeker geen verwijzing naar de nabij gelegen boomgaard, waar bij de ingang de naam Abelstok is aangebracht. Dankzij de media is de naam in de laatste decennia steeds bekender geworden.

Sage[bewerken]

Een 19e-eeuwse sage wil doen geloven dat een zekere Abel de naamgever was. Hij had gewed dat hij met een polsstok over het water kon springen. Dat lukte hem inderdaad, maar hij sprong zo ver dat niemand hem nog kon zien, waarop iedereen "Wee, wee" riep. Zo kwam Wehe aan zijn naam. Om aan te geven dat hij goed was overgekomen blies de bakker op zijn hoorn. Zo kreeg Den Hoorn zijn naam. Toen was men gerustgesteld en zei: "d' Mens is er weer" en dat werd: Mensingeweer. De sage werd op rijm gezet door Tonnis van Duinen en staat afgedrukt in de Groninger volksalmanak van 1839.[3]

Dorpsbos[bewerken]

Aan zuidzijde van de N361 staat het bos Abelstok. Dit bos is van oorsprong een hoogstamboomgaard, in 1923 opgezet door Johannes Petrus Bos, met vele soorten appels en peren. Deze boomgaard vormde onderdeel van kwekerij "De Morgenzon". In 1961 overleed Bos. In 1967 verkocht zijn neef Jan de toen al sterk verouderde boomgaard aan Carel Klijnhout (1912-1983) uit Den Haag, publicist en adviseur op het gebied van landbouwpolitiek en -economie. Deze zette het bedrijf voort als een besloten vennootschap en besloot de boomgaard niet meer te laten behandelen met insecticiden, zodat de oogst als biologisch-dynamisch verantwoord op de markt kon worden gebracht. Onbespoten fruit kwam in de mode bij consumenten maar bleek nog niet rendabel voor dit bedrijf.

In 1971 vormde een kleine groep aanhangers van de Kabouterbeweging uit Amsterdam een commune in de boerderij, aanvankelijk met toestemming van Klijnhout. Zij verkochten het fruit ondershands in de hoofdstad aan winkels voor natuurproducten. De gemeente Leens verklaarde het huis Abelstok onbewoonbaar en zette de "krakers" eruit. Het bedrijfsgedeelte, schuren en een koelcel voor fruit, bleef in gebruik.

Klijnhout kwam in financiële en praktische problemen nadat justitie eind 1971 beslag had gelegd op de goederen en activa van zijn hypotheeknemer, de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf in Groningen, wegens verdenking van fraude en verduistering door haar bestuurders. Klijnhout besloot de bongerd helemaal te laten verwilderen, als een natuurlijk rustpunt in de verder totaal agrarisch bewerkte omgeving. Er woonde, in een caravan, een vrijwilliger van de Stichting het Groninger Landschap. Hij hield stropers en fruitdieven op een afstand.

De boerderij brandde in 1977 af.[4] Pas in 1978, toen het strafproces inzake het Bakkers Pensioenfonds was afgerond, kreeg Klijnhout weer de volle beschikking over Abelstok. In 1980 deed hij het gebied Abelstok over aan de Stichting Beheer Landbouwgronden. In 1984 liet deze stichting een stuk bos bijplanten, waarmee het dorpsbos zijn vorm kreeg. Het geheel wordt beheerd door de Stichting Landschapsbeheer Groningen, onder de naam Abelstokstertil.