Stocksterhorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Stocksterhorn (ook Stoksterhorn, Stoxterhorn of Stockhorne) was een nederzetting ter hoogte van Drieborg en de directe voorloper van dit dorp. Op provinciekaart van Theodorus Beckeringh uit 1781 en op andere 18e-eeuwse kaarten staat de naam Stocksterhorn bij het gehucht Oudedijk.[1] Andere kaarten zetten de naam echter bij Drieborg.[2]

De plaats wordt in 1582 voor het eerst vermeld als Stockhorn(e) (een aanlegplaats aan de zeedijk bij Finsterwolde), daarna als Stockster-horne (1605) en Sto(r)cksterhorne (1636). Een andere kaart van ongeveer 1635 localiseert hier Het Zuijder Huijs.[3]

De stad Groningen verkreeg in 1629 een groot stuk meenteland van het kerspel Beerta, de Ham en Stocksterhorn genaamd, waarschijnlijk omdat de ingelanden niet in staat waren de zwaar beschadigde dijken op eigen kracht te herstellen.[4] Daarnaast verkeeg de stad omvangrijke landerijen in Finsterwolderhamrik van een dijkondernemer die failliet was gegaan.[5] Dit alles legde de basis voor het latere stadsbezit deze contreien.Ten tijde van de stormvloed van 1686 stonden hier drie boerderijen, die door het water werden verwoest.[6]

Over de voorgeschiedenis van deze plek is veel gespeculeerd. Jacob van der Mersch tekende op zijn fantasierijke Dollardkaart uit 1574 een steenhuis Stoxsterhuis of Stocksterhuisen bij Ulsda, waarbij echter een verwisseling met Olt-Exterhuis plaatsvond. Ubbo Emmius nam deze vermelding in 1590 over en rekende vervolgens Stoetsterhuys of Stoxterhuis tot de verdronken Dollarddorpen. Ds. Hendricus van Berkum veronderstelt in zijn Kerkelijke geschiedenis van Nieuw-Beerta uit 1856 dat het voormalige gehucht Aaksterij zijn naam aan Olt-Exterhuis ontleende. Acker Stratingh en Venema stellen Stocksterhorn ten onrechte gelijk aan de boerderij Hamsterhof te Nieuw-Beerta.[7] Volgens het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa was het de oude naam van Oudedijk.[8]

De naam Stocksterhorn zou kunnen wijzen op een plek waar het wegstromende water stokte (Oostfries stuken, Fries stûkje), op een stokvormige rivierloop of op een rivierloop bij de boomstronken, zoals bij het verdronken dorp Stockfleth (Wilstermarsch).[9] Tussen de Dollardkwelders was in de negentiende eeuw het Stoeteriet te vinden.

Vanaf Stocksterhorn werd in 1657 begonnen met het leggen van de Schanskerdijk naar Nieuweschans, die in het jaar daarop voltooid werd. Hierdoor werd de polder Uiterdijken gewonnen, die grote delen van het grondgebied van Beerta, Nieuw-Beerta en Nieuweschans besloeg. De plannen voor deze polder waren vanaf 1625 al voorbereid en in 1636 nader uitgewerkt in een akkoord.

Tijdens de Münsterse inval van 1672 liet Carl von Rabenhaupt hier de schans Stocksterhorn bouwen, om de vijandelijke troepen in de Langakkerschans beter te kunnen bestrijden.[10][11] In de boeken en pamfletten over de Münsterse inval wordt de Stocksterhorn veelvuldig genoemd. Het gehucht staat nog op de provinciekaart van Theodorus Beckeringh uit 1781, maar de naam was toen al grotendeels vergeten.

Eventuele voorgangers[bewerken | brontekst bewerken]

Stockdorp[bewerken | brontekst bewerken]

Stockdorp of Scagasthorpe is een verdronken kerkdorp in de Dollard, waarvan de ligging onzeker is. De naam is ontleend aan het MIddelnederduitse stok- 'boomstomp', wat op een ontginning van kreupelhout of broekbos lijkt te duiden. Het is niet onmogelijk dat Stockdorp zich ten noorden van Stocksterhorn bevond.

Stoth[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens Stratingh en Venema is de plaats mogelijk dezelfde als de in de vijftiende-eeuwse lijst van kerspelen van het bisdom Münster genoemde Stoth. Andere theorieën plaatsen Stoth in de omgeving van Weener, waar rond 1600 een buurtschapje thor Stadt of Stadium te vinden was. In de omgeving daarvan lokaliseerde men een verdronken dorp Poel. Ook kan er sprake zijn geweest van verwarring met Stootshorn.

Astock[bewerken | brontekst bewerken]

De plaats Stocksterhorn wordt soms ook gelijkgesteld met het verdronken dorp Astock, dat vanaf het midden van de zestiende eeuw wordt genoemd, maar niet voorkomt op de oudere lijst van verdronken parochies. Dit dorp zou volgens de Dollardkaart van Jacob van der Mersch in de omgeving van Nieuwolda in het Oldambt hebben gelegen.

De naam Astock (mogelijk in de betekenis van ‘plek aan de rivier’) verwijst eerder naar d'Olde Stove bij Nieuwolda, waar eerder het klooster Menterwolde heeft gestaan. Beide namen zijn mogelijk etymologisch verwant, met als grondwoord Oudfries stō, stōd, Oudengels stōw ‘plek, plaats’, verbonden met de riviernaam A (Munter Ae).[12]

Boerderij Stocksterhorn[bewerken | brontekst bewerken]

  • Stocksterhorn is de naam van een boerderij te Drieborg, bewoond door de familie Tijdens en bekend uit het boek De Graanrepubliek van Frank Westerman. De boerderij heeft vermoedelijk pas in de 20e eeuw deze naam gekregen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]