Raatakker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Raatakkers op een kaart uit 1858, vermeld als Romeinsche Legerplaats
Raatakkers bij het Wekeromse Zand

Een raatakker (ook: celtic field) is een kleine, min of meer vierkante of rechthoekige aaneensluitende akker zoals die vanaf de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd als landbouwsysteem werd gebruikt voor de verbouw van primitieve graansoorten als emmertarwe en spelt. Akkers van dit type komen voor in Noordwest-Europa en een aantal landen daaromheen.

Benamingen[bewerken]

De aanduiding raatakker verwijst naar de raatstructuur van de percelen. Het is de door J. Wieringa in de jaren vijftig bedachte Nederlandse benaming voor de oudere maar foutieve naam Celtic field (Keltisch veld) die in 1923 door Engelse archeologen bedacht is. Dit Celtic fields bleek een pertinent onjuiste benaming aangezien spoedig duidelijk werd dat de akkers niets met Kelten (Eng.: Celts) te maken hebben. Toch heeft raatakker de onjuiste Engelse benaming nooit helemaal kunnen vervangen.

Johan Picardt beschouwde de raatakkers in zijn boek Annales Drenthiae (1660) als legersteden of woonplaatsen van bevolkingsgroepen in een voorchristelijk verleden.[1][2]

In de 18e eeuw werden de raatakkers in verband gebracht met de Romeinen, vandaar dat ze op oude kaarten wel worden aangeduid als Romeinsche legerplaats. In de 19e en 20e eeuw werd duidelijk dat het geen legerplaatsen waren geweest, waardoor archeoloog Albert van Giffen er de extra aanduiding zogenaamde aan gaf.

Gebieden[bewerken]

Raatakkers zijn aangetroffen in Groot-Brittannië, Ierland, België, Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden, Polen en in de Baltische staten.[3][4]

Kenmerken[bewerken]

Een groot veld van minstens enkele hectaren werd deels in kleinere percelen verdeeld, die zo'n 35 bij 35 tot 50 bij 50 meter groot waren. Wanneer de akkergrond uitgeput raakte werd die opzij geschoven, waarbij aarden wallen ontstonden, en werden er van elders aangevoerde vruchtbare zoden op gelegd.[1] Omdat zand vocht niet goed vasthoudt kon met het aanbrengen van nieuwe zoden bij raatakkers op zandgronden meteen een betere vochtregulatie op de akker ontstaan.[3] De wallen zijn soms nog terug te vinden, zoals op het Noordsche Veld bij Norg; vaak is het wallenstelsel alleen nog aan de verkleuring van de grond te zien.

Eén of meer 'raten' van een veld konden gebruikt worden om er een behuizing te bouwen; was deze boerderij of hut versleten, dan werd er met het bruikbare materiaal een nieuwe gebouwd op een andere, uitgeputte akker, en de beschikbare grond was door decennia bewoning weer vruchtbaar geworden ('zwervende erven'[5]).

Nederland[bewerken]

In Nederland zijn duizenden hectaren raatakkers bekend.[3] Speciaal in en rond de provincie Drenthe, de Veluwe en Achterhoek[6] zijn grote aantallen raatakkers gevonden, vooral op de zandgronden. Bevolkingsgroei was wellicht een reden om dit intensievere en efficiëntere systeem van landbouw te gaan gebruiken. Behalve de bovengenoemde cultuurgewassen zijn ook sporen aangetroffen van het verbouwen van bedekte gerst, duivenboon, pluimgierst en huttentut. Tijdens de laatste periode waarin raatakkers werden gebruikt werd ook rogge geteeld.

Lijst van raatakkers[bewerken]