Barbaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"Germaanse krijgers", zoals weergegeven in Philipp Clüvers Germania Antiqua (1616).

Het woord barbaar betekent onbeschaafd/onderontwikkeld persoon, en komt van het Griekse barbaros (βαρβαρος): een klanknabootsing (onomatopee) van het geluid dat een vreemdeling, 'barbaar', in Griekse oren leek te maken als die 'barbaar' in zijn eigen, 'onverstaanbare', dus niet-Griekse, taal sprak: 'bar-bar-bar-bar'. Zie ook Barbarikon.

De Grieken, en in navolging van hen de Romeinen met de term barbarus, noemden een volk barbaren als ze hen niet konden verstaan of als hun cultuur op hen vreemd overkwam. Daarmee werd in die tijd niet altijd bedoeld dat die volken onbeschaafd waren. Dat blijkt onder andere uit Handelingen 28:2 waar de barbaroi van Malta als bijzonder filanthrópian (wat (mensen)vriendelijk, dus gastvrij betekent) worden beschreven. En de Perzen, die ook voor de Romeinen en Grieken barbaren waren, werden nou juist beschouwd als 'verwijfd'.

Later is hier het woord Berber van afgeleid, de oude Europese en meest gebruikte naam voor de Imazighen. Dit volk werd vroeger dan ook barbaren genoemd, die woonden in Barbarije, het huidige Algerije, Tunesië, Marokko en Libië. Ook de voornaam Barbara is afgeleid van het woord 'barbaar' in de betekenis 'vreemd', 'buitenlands' of wellicht 'exotisch'.

Een soortgelijke betekenis vindt men ook terug in het Berberse woord "Agnaw" waarvan waarschijnlijk Ghana is afgeleid en dat "gek", "onbegrepen", "vreemdeling" betekent.

Hedendaagse betekenis[bewerken]

In het hedendaags taalgebruik wordt met barbaar iemand bedoeld zonder smaak of gevoel, of zonder besef van kunstwaarde. Zo wordt iemand met weinig kennis op het gebied van kunst en cultuur en die daar ook geen gevoel of interesse voor toont, een "cultuurbarbaar" genoemd. Met een barbaarse handeling wordt een onmenselijke handeling, een gruweldaad of wandaad bedoeld; een handeling zonder respect voor een ander persoon, zijn bezittingen, of voor een dier.