Pittakos van Mytilene

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Munt van Pittakos.
Pittakos van Mytilene

Pittakos van Mytilene (Oudgrieks: Πιττακὸς ὁ Μυτιληναῖος of Πιττακὸς ὁ Λέσβιος) (circa 650 v.Chr. - 570 v.Chr.)[1] was een staatsman uit Mytilini en behoort samen met onder anderen Solon, Bias van Priëne en Thales tot de vaste groep van de Zeven Wijzen. Samen met de broers van Alkaios zou hij ten tijde van de 42ste olympiade (612-609 v.Chr.) de tiran Melanchros van Lesbos, ten val gebracht hebben.[2][3] Pittakos zou de zoon zijn van Hyrrhadius uit Thracië en zijn moeder zou afkomstig zijn van Lesbos.[2][3]

Pittakos was dus een inwoner van Mytilini en benevens legeraanvoerder van het Mytileense leger, welke toendertijd in een militair conflict verwikkeld was met de Atheners (606 v.Chr).[4] Om de strijd zonder onnodige bloedvergieten te beslechten, daagde Pittakos de Atheense legeraanvoerder Phrynon uit voor een tweegevecht. Phrynon was een vermaard olympisch kampioen in de vechtsport pankration. Volgens de overlevering zou Pittakos stiekem een visnet hebben meegebracht naar het gevecht. Dit visnet zou hij over Phrynon heen hebben geworpen om hem vervolgens gemakkelijk te kunnen doden.[2] Door deze overwinning kon het stuk land, waar het militaire geschil in eerste instantie om was ontstaan, terug geclaimd worden door de Mytileniërs.[2][5]

Diodorus Siculus verhaald dat de inwoners van Mytilini Pittakos de helft van dit teruggewonnen land aanboden. Pittakos zou dit aanbod hebben afgewezen en het stuk land in gelijke stukken over de bevolking hebben verdeeld.[6] Er kan in ieder geval gesteld worden dat Pittakos erg gewaardeerd werd door de bevolking van Mytilini. Hem werd dan ook het bewind over Mytilini toevertrouwd en hij zou vervolgens tien jaar hebben geregeerd alsmede het staatsbestel op orde hebben gebracht.[7] Zijn bekendste hervorming is de verdubbeling van de strafeis als een strafbaar feit in dronkenschap zou zijn begaan.[8][9] Deze maatregel zou voornamelijk ingrijpend geweest zijn voor de aristocratie en daarentegen juist toegejuicht zijn door de bevolking.[10] Volgens Diodorus Siculus zou Pittakos een uitstekende wetgever zijn geweest en Mytilene hebben bevrijd van drie kwaden; tyranie, burgeroorlog en oorlog met andere stadstaten.[11]

Bovendien wordt over Pittakos gezegd dat hij de auteur is geweest van een 600 elegische verzen tellend gedicht en een prozawerk getiteld Over wetten, gericht aan de burgers.[1][3]

Overige anekdotes[bewerken | brontekst bewerken]

Sommige auteurs vermelden dat hij een zoon Tyrrhaeus had, welke op enig moment vermoord zou zijn. Toen de vermeende moordenaar naar Pittakos gebracht werd om gestrafd te worden, liet Pittakos de moordenaar vrijuit gaan en zou hierover hebben gezegd: "Vergiffenis schenken is beter dan achteraf spijt krijgen."[8] Volgens Diodorus Siculus zou Pittakos deze uitspraak hebben gedaan nadat hij zijn politieke tegenstander Alkaios vrijuit liet gaan en daarmee dus niet de moordenaar van zijn zoon.[12] De presocratische filosoof Heraclitus geeft een andere versie van wat Pittakos gezegd zou hebben, namelijk: "Vergiffenis is beter dan straf."[8]

Een vreemdeling zou ooit eens op Pittakos zijn afgestapt voor een huwelijksadvies. De vreemdeling vroeg zich af of hij beter met een vrouw kon trouwen die zijn gelijke was in economische stand of met een vrouw die hierin zijn meerdere zou zijn. Uiteindelijk heeft Pittakos de vreemdeling aangeraden om met de vrouw te trouwen die in economische stand zijn gelijke was. Pittakos zou hier uit eigen ervaring hebben gesproken omdat hij getrouwd zou zijn met een vrouw van hele hoge afkomst. Over haar wordt gezegd dat zij Pittakos zeer uit de hoogte behandelde en regelmatig kleineerde.[13]

Op een uitnodiging van de Lydische koning Croesus om diens rijkdom te komen aanschouwen zou Pittakos als volgt hebben geantwoord:

"U verzoekt mij naar Lydië te komen om uw rijkdom te zien. Maar ook zonder die gezien te hebben ben ik ervan overtuigd dat de zoon van Alyattes [Croesus] de rijkste der koningen is.
Ik schiet er niks mee op om naar Sardis te reizen, want ik heb geen goud nodig en mijn bezittingen zijn voldoende voor mij en mijn vrienden.
Toch kom ik om me met u, mijn gastheer, als vriend te onderhouden."
[14]

Bekende uitspraken[bewerken | brontekst bewerken]

  • Doe je buurman niet aan wat je hem kwalijk zou nemen. (gulden regel)[15]
  • Zelfs de goden vechten niet tegen het noodlot.
  • Macht toont de man.
  • Zeg niet op voorhand wat je gaat doen; want indien je faalt, zal je uitgelachen worden.
  • Verwijt een man niet met zijn ongelukken, opdat je niet hoeft te vrezen dat Nemesis je zou overnemen.
  • Zie af van kwaadsprekerij over je vrienden, maar evenzo van je vijanden.
  • Koester waarheid, goede trouw, ervaring, schranderheid, vriendschap en vlijt.
  • Verstandige mensen treffen, voordat onheil komt, voorzieningen, zodat het niet komt, en moedige mannen verdragen het dapper als het komt[16]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. a b Laërtius 1989, I. 79.
  2. a b c d Laërtius 1989, I. 74.
  3. a b c Suda, π. 1659.
  4. Müller 1839, p. 452.
  5. Strabo 1955, XIII, 38.
  6. Diodorus Siculus 1946, p. 19.
  7. Laërtius 1989, I. 75.
  8. a b c Laërtius 1989, I. 76.
  9. Aristoteles 2011, 1274b18-21.
  10. Jørgensen 2014, p. 45.
  11. Diodorus Siculus 1946, p. 17.
  12. Diodorus Siculus 1946, p. 19-21.
  13. Laërtius 1989, I. 80-1.
  14. Laërtius 1989, I. 81.
  15. Fragm. 10.3
  16. Laërtius 1989, I. 78.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Pittacus van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.