Croesus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Croesus
17e-eeuwse afbeelding van Croesus door Claude Vignon
17e-eeuwse afbeelding van Croesus
door Claude Vignon
Koning van Lydië
Voorganger Alyattes II
Opvolger --
Vader Alyattes II
Dynastie Mermnaden
Zilveren munt geslagen onder Croesus

Croesus (Oudgrieks: Κροῖσος, Kroisos, Nederlands ook wel Cresus, ca. 595 v.Chr. - ca. 546 v.Chr.)[1] was koning van Lydië van 560 v.Chr. tot 546 v.Chr.[1]

Croesus was de zoon van Alyattes II. Hij volgde toen hij vijfendertig jaar oud was zijn vader op, in 560 v.Chr. Hij begon er onmiddellijk mee de Griekse steden aan de kust te onderwerpen, te beginnen met Efeze. Hij had met al zijn veldtochten succes, al de Aziatische Grieken waren gedwongen hem tribuut te betalen. Tevens voerde Croesus geslagen munten met een gestandaardiseerde waarde als betaalmiddel in.

Deze Croesus is, voor zover men kan nagaan, de eerste Aziaat die de Grieken aan zich onderwierp en hun schatplichtig maakte, of verdragen met de Grieken sloot. Hij gold als de rijkste man ter wereld en gaf kostbare geschenken aan de Griekse tempels en orakels, vooral aan Delphi.

Zijn enorme rijkdom gaf stof tot legenden. Volgens een van die legenden zei de staatsman Solon uit het oude Athene bij een ontmoeting, niet door Croesus' fortuin geïmponeerd: Houd tot iemands dood toe het woord gelukkig in petto, tot op dat moment moet men hem niet gelukkig noemen, maar slechts fortuinlijk.

Croesus' einde volgens Herodotos[bewerken]

Croesus sloot een verdrag met de Spartanen en met Amasis van Egypte en Nabonidus van Babylonië, terwijl hij een campagne tegen Cyrus II van Perzië in 547 v.Chr. voerde. Voor hij zijn campagne startte vroeg hij raad aan het Orakel van Delphi, waarop de priesteres hem zei: Een groot rijk zal ten onder gaan. Gerustgesteld door die voorspelling begon hij aan zijn offensief, maar zijn leger werd al snel aan de rivier Halys in Centraal-Anatolië tegengehouden.

Geen van beide legers had de overhand en wat later ontbond Croesus zijn leger, omdat de winter aanbrak. Dat was gebruikelijk. Cyrus II deed dit niet en stuurde zijn leger naar Sardes, de hoofdstad van Lydië. Na een belegering van twee weken nam hij Croesus gevangen en maakte van Lydië een provincie van het Perzische Rijk. Cyrus benoemde een stadhouder over Sardes. Koning Croesus en veertien jongelingen werden tot de brandstapel veroordeeld. Croesus riep drie keer Solon aan. Cyrus wilde weten wie Solon was en Croesus sprak: Hij was een man die met alle koningen ter wereld had moeten spreken. Ik had er alles voor geven als dat was gebeurd.

Terwijl het vuur al brandde gaf de Perzische koning het bevel Croesus van de brandstapel af te halen, maar dat ging niet. Croesus riep Apollo aan hem te helpen. Het was een heldere windstille dag, maar in antwoord op Croesus' smeekbede kwamen er plotseling wolken aandrijven. Er brak een storm los en er viel zo'n heftige regen dat de vlammen werden gedoofd. Voor Cyrus was dit het bewijs dat Croesus een goed mens was die de goden lief had. Vanaf dat moment waren zij goede vrienden. De Lydische koning vermaakte Cyrus met zijn scherpzinnige en geestige gesprekken en raadgevingen. Herodotus geeft in zijn geschiedwerk verschillende bladzijden met anekdoten over de twee vorsten.

De voorspelling van het orakel bleek dus correct, maar niet zoals Croesus had verwacht. Croesus had een machtig rijk verwoest: zijn eigen rijk.

Andere bronnen[bewerken]

In de laatste jaren is er twijfel gerezen aan het mooie verhaal van Herodotos over Croesus' leven, en ook over het jaar waarin Lydië werd verslagen. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat dat in 542 of 541 gebeurde.[2]