Pythia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De priesteres van Delphi, John Collier

Pythia (Grieks: Πυθία) was de naam van de orakelpriesteres in het heiligdom van Apollo Pythios te Delphi (dat in oeroude tijden "Pytho" heette).

De bronnen over de Pythia zijn eerder schaars, en laten enkel toe vast te stellen dat zij voor het leven werd gekozen, of door loting aangewezen, uit een aantal kandidaten die geschikt leken om als gewillig medium op te treden voor de openbaringen van de godheid. Haar persoonlijke eigennaam werd slechts uiterst zelden vermeld. Ze hoefde niet noodzakelijk tot een bepaalde stand te behoren, de enige voorwaarde was dat zij van onberispelijke levenswandel was, en bereid zich te onderwerpen aan zeer strenge zuiverheidsregels. Na haar uitverkiezing verbleef de Pythia in een speciaal voor haar ingerichte "ambtswoning" binnen het heiligdom. Zij fungeerde dan als "doorgeefluik" van de goddelijke raadgevingen.

Inzake de werkelijke aard van de profetische gaven tasten wij volkomen in het duister. Gezeten op een drievoet in de tempel raakte zij op geregelde tijdstippen in religieuze vervoering. Het verhaal dat zij bedwelmd zou zijn door dampen uit een rotsspleet, of door andere hallucinogenen is nooit bewezen. Een mogelijke veronderstelling is dat het om een autosuggestieve trance ging. Eenmaal in trance begon de Pythia onsamenhangende klanken uit te stoten, waar niemand iets van begreep, maar waarvan men aannam dat het de boodschap van de goden was.

Enkele priesters (de voornaamste onder hen heette de prophètès), die altijd vlakbij meeluisterden, schudden dan begrijpend hun hoofd en gaven "een vertaling", vaak in hexametrische verzen, van wat de boodschap van de god heette te zijn. Vaak was deze boodschap cryptisch omschreven en vergde het de nodige inspanning om er daadwerkelijk een praktische raad uit te destilleren. Zowel op politiek als op religieus vlak waren de antwoorden vaak conservatief en meerduidig.

Aegeus en de Themis (met schaal en laurierblad) op de driepoot, 440-430 v.Chr.

Ook afbeeldingen van de Pythia zijn schaars. Wel bestaat er een bekende schaal (van de zogenaamde Codrus-schilder) uit het midden van de 5e eeuw v.Chr., thans bewaard te Berlijn, waarop de Attische koning Aegeus afgebeeld staat vóór de Pythia, die gezeten op een heilige drievoet en met het hoofd omhuld, in de linkerhand een schaal houdt en in de rechterhand een (laurier)tak.

Oorsprong van het Orakel[bewerken]

Er bestaan blauw verschillende verhalen over de oorsprong van het Orakel van Delphi. De laatste verklaring, waarnaar voor het eerst werd verwezen door Diodorus Siculus (1e eeuw v.Chr.), vertelt dat een geitenhoeder Kouretas genaamd op zekere dag een van zijn geiten in een spleet in de aarde zag verdwijnen. Toen hij ze er weer uit haalde gedroeg het dier zich erg vreemd. Bij het ingaan van de grotopening merkte hij bij zichzelf een goddelijke aanwezigheid en bleek in staat vanuit het heden voorbij verleden en toekomst te zien. Opgewonden door deze ontdekking wou hij zijn ervaring met de dorpsbewoners in de nabijheid delen. Velen begonnen toen de plaats regelmatig op te zoeken, totdat iemand aan de ervaring overleed. Vanaf dan mochten alleen nog jonge meisjes de rotsspleet benaderen en wel onder de strikte condities die door een raad van priesters en priesteressen worden voorgeschreven.[1]

Als men de vroegere mythen erop nakijkt, dan vertellen zij dat de plaats van het orakel aanvankelijk door de godinnen Themis en Phoebe werd in stand gehouden, en dat zij het eerst aan Gaia was gewijd. Vervolgens werd het een heiligdom voor Poseidon, de "Schudder van de aarde", de god van aardbevingen, een nakomeling van Gaia.

De duistere Griekse eeuwen, van 1200-950 v.Chr. zagen de komst van een nieuwe profetiegod de tempel overnemen, Apollon die de tweelingslangen, de bewaaksters van Gaia, eruit verdreef.

Latere mythen deden het voor komen dat Phoebe of Themis de plaats aan Apollon had "gegeven", waarmee de inname door priesters van de nieuwe god werd gereationaliseerd. Maar blijkbaar moesten zij de priesteressen van het originele orakel erbij nemen vanwege de traditie. Poseidon werd naar het scheen vermurwd door de schenking van een nieuwe verblijfplaats in Troizen.

Diodorus legt uit hoe in het begin de Pythia een jonge maagd was, maar een raadpleger van het orakel merkt op:

"Echecrates de Thessaliër, aangekomen in het heiligdom, werd verliefd op de maagd die het orakel uitbracht vanwege haar schoonheid, droeg haar weg en verkrachtte haar; en de Delphiërs stemden vanwege die betreurbare gebeurtenis een wet dat vanaf dan geen maagd meer mocht profeteren, maar een oudere vrouw... zou de orakels uitleggen, en zij zou in de kledij gehuld zijn van een maagd bij wijze van herinnering aan de profetessen uit de oudheid."

Martin Litchfield West schrijft dat de Pythia veel trekken van sjamanistische praktijken vertoont, waarschijnlijk onder invloed van praktijken uit Centraal-Azië, al is er geen bewijs van een Centraal-Aziatische connectie in die tijd.

Hij wijst op het feit dat de Pythia in een ketel op een driepoot was gezeten bij het uitbrengen van haar voorspellingen, dat zij in een extatische trance verkeerde, zoals sjamanen, en dat zij onbegrijpelijke taal sprak[2]

Het is bijzonder opvallend dat zij gezeten was op een ketel die door een driepoot werd gedragen, als een verwijzing naar de triade van de grote godin. Deze excentrieke opstelling kan nauwelijks anders worden geïnterpreteerd dan als een symbolisch koken, en als dusdanig lijkt het heel sterk een overblijfsel van het koken van de sjaman bij zijn initiatie, een vertaling van de hallucinatorische ervaring in concrete zichtbare vorm. Het was in eenzelfde ketel waarschijnlijk, dat de Titanen Dionysos lieten koken in de versie van het verhaal die bekendstaat als Callimachus en Euphorion, en zijn stoffelijk overschot werd in de nabijheid bijgezet[3][4]

Noten[bewerken]

  1. Diodorus Siculus 16.26.1-4.
  2. Martin Litchfield West, The Orphic Poems, p.147. "The Pythia resembles a shamaness at least to the extent that she communicates with her [deity] while in a state of trance, and conveys as much to those present by uttering unintelligible words. [cf. Spirit Language, Mircea Eliade].
  3. Martin Litchfield West, The Orphic Poems, p.147.
  4. idem

Zie ook[bewerken]