Jacob Jordaens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacob Jordaens
De familie van de artiest; Jacob Jordaens (ca. 1621) in het Museo Nacional del Prado te Madrid
De familie van de artiest; Jacob Jordaens (ca. 1621) in het Museo Nacional del Prado te Madrid
Persoonsgegevens
Geboren 19 mei 1593,
Antwerpen

(Wapen van het Hertogdom Brabant Hertogdom Brabant)
Flag of the Low Countries.svg Zuidelijke Nederlanden

Overleden 18 oktober 1678,
Antwerpen

(Wapen van het Hertogdom Brabant Hertogdom Brabant)
Flag of the Low Countries.svg Zuidelijke Nederlanden

Beroep(en) Kunstschilder
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Jacob Jordaens, Jacques Jordaens of Jaecques Jordaens (Antwerpen, 19 mei 1593 - aldaar, 18 oktober 1678) was een Zuid Nederlands kunstschilder uit de Antwerpse School en vooral gekend van zijn Vlaamse barokschilderkunst. Jordaens schilderde vooral grote historiestukken, maar ook genrestukken, landschappen en portretten. Tevens was hij ontwerper van wandtapijten. Na Peter Paul Rubens en Antoon van Dyck is hij de belangrijkste Zuid-Nederlandse historieschilder.

Biografie[bewerken]

Jacob werd geboren in Antwerpen op 19 mei 1593 in een midden klasse gezin met elf kinderen. Zijn vader was Jacob Jordaens Senior (koopman) en Barbara van Wolschaten. Het ouderlijk huis lag in de Hoogstraat nummer 13, een winkel voor linnengoed met de naam Het Paradijs. Er is weinig bekend over zijn jeugd. Wel wordt vermoed dat hij een gedegen opleiding heeft gekregen in overeenstemming met dat wat binnen zijn sociale klasse gangbaar was. Zo had hij een duidelijk handschrift, beheerste hij de Franse taal en had hij kennis van mythologie. Daarnaast had hij een grote kennis van de bijbel, wat terugkomt in de onderwerpen van zijn schilderijen. Jacob werd katholiek opgevoed, maar bekeerde zich later tot het calvinisme.

Hij werd net als Peter Paul Rubens, Hendrick van Balen en Sebastiaen Vrancx, leerling van Adam van Noort. Hij was toen veertien jaar en het zou zijn enige meester blijven. Jacob woonde als leerling acht jaar in bij het gezin van Adam van Noort (in de Everdijstraat). Na deze periode werd hij vrijmeester en sloot hij zich als "waterschilder" aan bij het Sint-Lucasgilde (1615). De Aquareltechniek werd in de zeventiende eeuw gebruikt voor het vervaardigen van ontwerpen (de zogenaamde Kartons) van wandtapijten. Het jaar daarop (1616) trouwde hij met Adam's oudste dochter, Anna Catharina van Noort. Het echtpaar kocht in 1618 een pand aan de Reyndersstraat Nr. 4 met een uitgang naar de Hoogstraat (nabij het huis "De Grote Gulden Helm", nu Nr. 45)[1]. Uit het huwelijk komen drie kinderen: Elizabeth, Jacob en Anna Catharina. Zijn zoon Jacob Jordaens II volgt zijn vader als kunstschilder op en vertrekt later naar Denemarken.

Het Feestmaal van Cleopatra 1653. State Hermitage Museum, St Petersburg

In tegenstelling tot Van Dyck en Rubens was Jordaens nooit hofschilder. Zijn opdrachtgevers waren daarom vooral lokale gegoede burgers en geestelijken. Na de dood van Peter Paul Rubens in 1640 en Antoon van Dyck in 1641 werd Jordaens gezien als de belangrijkste Antwerpse schilder. Hierdoor kreeg hij in de jaren 40 steeds meer (vorstelijke) opdrachten uit het buitenland. In de periode 1639 tot 1640 levert in opdracht van Karel I van Engeland, Jordaens acht (van de in totaal 22 bestelde) schilderijen op over de geschiedenis van de psyche aan het kabinet in Queen's house in Greenwich. Op 21 april 1648 krijgt Jordaens opdracht van koningin Christina van Zweden voor het vervaardigen van 35 plafondschilderingen in het kasteel van Uppsala (het staat niet vast of dat deze opdracht daadwerkelijk is uitgevoerd). In 1645 geeft Amalia van Solms de opdracht om schilderijen voor de Oranjezaal van Huis ten Bosch te maken. Zijn populariteit heeft echter ook een keerzijde. De hoge productie zorgt voor kwaliteitsverlies en een toename van atelierwerk. Als op 25 augustus 1648 zijn klant Martinus van Langenhoven Jordaens beschuldigt hem niet door hem vervaardigde werken te hebben geleverd, verklaart hij dat ook het atelierwerk door hem persoonlijk is afgewerkt.

Uitgezonderd een aantal reizen binnen de Noordelijke Nederlanden (waaronder Amsterdam) woonde en werkte Jordaens zijn hele leven in Antwerpen. Tot omstreeks 1650 was het een geheim dat Jordaens calvinist was. Na de onthulling werd hij beschuldigd van ketterij en moest hij een boete betalen. Gezien zijn status als schilder werd zijn geloofsovertuiging echter verder gedoogd. Zo kreeg hij ook van katholieken opdrachten.

Jordaens was een welvarend man en tot op hoge leeftijd productief. Na de dood van Govert Flinck in 1660 kregen Jordaens, Jan Lievens, Jurriaen Ovens, Jacob van Ruisdael en Rembrandt door de gebroeders Cornelis en Andries de Graeff de opdracht een aantal schilderijen te leveren voor de decoratie van het nieuwe stadhuis in Amsterdam.

Hij stierf op 18 oktober 1678 op 85-jarige leeftijd aan de zweetziekte of polderkoorts (verzamelnaam voor ziektes als cholera, tuberculose en malaria). Zijn dochter, die hem verzorgde, stierf enige uren later. Beiden werden in het Noord-Brabantse Putte begraven. Meerdere protestanten lieten zich in die tijd aldaar begraven omdat het dorp, liggend in het gebied van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, een kleine protestantse kerk had.

In de loop van de negentiende eeuw, na de onafhankelijkheid van Belgie in 1830, steeg vanuit het opkomende nationalisme de belangstelling van Jordaens als volksschilder. Met name zijn genrestukken speelden hierbij een prominente rol. De ideeën van de filosoof Hippolyte Taine (1828 - 1893) dat kunst een uiting is van ras, milieu en moment, sloten aan bij het beeld dat Jacob Jordaens de Vlaamse schilder was die door het verbeelden van situaties uit het gewone leven van de zuidelijke Nederlanden in de zeventiende eeuw, een bijdrage had gegeven aan de Belgische identiteit. [2]. Deze bewondering voor Jordaens leidde onder meer tot het oprichten van een gedenkteken voor Jacob Jordaens (ontwerp Jef Lambeaux, 1877) op de plaats van de verdwenen protestantse kerk en de begraafplaats in Putte. In het voetstuk zijn de bewaarde grafplaten van Jordaens en van zijn leerlingen Guilliam de Pape en Adriaen van Stalbemt verwerkt.

Werk[bewerken]

Jordaens was een veelzijdig kunstenaar. Hij beoefende tal van genres en tijdens zijn leven heeft hij zeer uiteenlopende opdrachten uitgevoerd. Gedurende zijn leven evolueerde zijn stijl sterk. Vanaf het begin van zijn loopbaan wordt zijn stijl sterk beïnvloed door Rubens. De invloed zal altijd zichtbaar blijven. Alle Vlaamse schilders staan in Rubens' schaduw: zij ondergaan zijn invloed, hun succes wordt door zijn roem benadeeld. Tot 1618 is invloed van het maniërisme zichtbaar in zijn werk. Daarnaast kwam hij in aanraking met het caravaggisme en het werk van Abraham Janssens wiens werk "Scaldis et Antverpia" te zien was in het Antwerpse stadhuis. Monumentale decoratieve figuren op de voorgrond kenmerken zijn werk.

Na eerst onder invloed van de werken van Rubens te werken, ontwikkelde hij tussen 1619 en 1627 een eigen stijl. Deze is gekenmerkt door monumentaal realisme, een weldoordachte, beheerste opbouw van de compositie, en een prachtig kleurenspel. Werken uit deze periode zijn:

  • Allegorie van de Vruchtbaarheid
  • De vier evangelisten
  • Het familieportret

De late stijl van Jordaens, vanaf 1628, was sterk door Veronese en Federico Barocci beïnvloed. Jordaens heeft een voorkeur voor meer volkse uitbundigheid, Driekoningenfeesten. In deze periode ontstaan de meeste genrestukken. De figuren zijn grover getekend en de even schitterende kleureffecten bereikt hij met iets zwaardere kleurtonen dan Rubens. Werken uit deze periode:

  • De marteldood van de H. Apollonia (1628), altaarstuk gemaakt voor de Augustijnen uit Antwerpen
  • In de periode 1630 tot 1670 maakte Jordaens ontwerpen voor zeven series wandtapijten.
  • De koning drinkt
  • Soo d'ouden songen

Vanaf 1641, na de dood van Peter Paul Rubens en Antoon van Dyck, neemt de kwaliteit van zijn werk af. De figuren worden minder monumentaal en de nadruk komt meer te liggen op de achtergrond. De kleuren worden eentoniger, met een nadruk op aardkleuren. Regelmatig drukbevolkte composities. Werken uit deze periode:

De koning drinkt[bewerken]

De koning drinkt (1638)
(1633)

De vorm van De koning drinkt is zeer expressief en realistisch weergegeven. Het schilderij is afgewerkt tot in detail door middel van de aquareltechniek en een fijn penseel. Jordaens maakt gebruik van het licht/donkercontrast. Het is een mooi kleurenspel en schaduwspel. De compositie van het schilderij is niet symmetrisch maar er zitten wel richtlijnen in verwerkt. Het zijn vooral diagonale richtlijnen. Daarmee legt hij de nadruk op het dynamische van het schilderij. Jordaens vestigt ook de aandacht op de koning, de koning is het beeldvlak.

Jordaens legde met dit schilderij de nadruk op het 'volkse'. Hij maakte met zijn schilderijen de indruk dat alles draait rond uitbundigheid en ontspanning. U ziet op het schilderij de koning eten en drinken met een hele horde mensen langs zijn zijde die zijn vreugde en opgewektheid delen. De koning deelt met zijn volk en doet zich niet voor als een persoon die beter is dan zijn volk. Hij ziet hen in het schilderij als gelijkwaardig. Met als titel van het schilderij 'De koning drinkt' kan men bedoelen dat de koning drinkt op de gezondheid van zijn volk. De koning drinkt is eigenlijk een schilderij waarop het spel de Driekoningenfeesten is afgebeeld. Het koningsspel op Driekoningen werd gespeeld door een wisselend aantal spelers. Via een trekbrief werden de rollen in het spel verdeeld. Tijdens het spel werd veel gegeten en gedronken. De koning betaalde de drank; bier, wijn of jenever met suiker. Anderen zorgden voor het eten. De koning leidde het spel. Hij koos de namen waarop gedronken werd. De nar zorgde ervoor dat iedereen 'Vivat, de koning drinkt' riep. Wie dat naliet werd gestraft met een zwarte veeg roet over het gezicht.

De stijlstroming waarin het schilderij “de koning drinkt” past is de barok.

Zie ook[bewerken]

Trivia[bewerken]

Willy Vandersteen liet zich in het verhaal De koning drinkt waarschijnlijk inspireren door het schilderij "de koning drinkt". Ook speelt Jordaens mee in het album De raap van Rubens, waar Lambik hem samen met Antoon van Dyck en David Teniers de Oude ontmoet in het atelier van Peter Paul Rubens.