Vlaamse barokschilderkunst

De Vlaamse barokschilderkunst is de schilderkunst in barokstijl die zich ontwikkelde tijdens de periode tussen ongeveer 1585, toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden na de Val van Antwerpen zich afscheidde van het Zuiden, en ongeveer 1700, toen de laatste Spaanse koning die in het Zuiden regeerde, Karel II van Spanje, overleed. Antwerpen, waar Peter Paul Rubens, Antoon van Dyck en Jacob Jordaens actief waren, was het belangrijkste artistieke centrum naast Brussel en Gent. Het is een van de belangrijkste periodes in de Vlaamse schilderkunst.
Met name Peter Paul Rubens had grote invloed op de visuele kunst. Zijn innovaties maakten Antwerpen tot een van Europa's belangrijkste kunststeden. De schilderijen van Rubens en andere kunstenaars van de Antwerpse School waren belangrijk in de strijd van de contrareformatie tegen het opkomend protestantisme. Antoon van Dyck vernieuwde de portretkunst in Engeland. Andere ontwikkelingen in de Vlaamse barokschilderkunst liepen parallel aan de ontwikkelingen tijdens de Gouden Eeuw in de Nederlandse Republiek, met specialisten historieschilderkunst, portretschilderkunst, genrestukken, marines, landschapschilderkunst en stillevens.
Algemene karakteristieken
[bewerken | brontekst bewerken]Vlaams in deze context en in de artistieke periodes zoals die van de Vlaamse Primitieven omvatte naast het oude graafschap Vlaanderen ook delen van het hertogdom Brabant en het autonome prinsbisdom Luik. Het voornaamste centrum van vernieuwende artistieke productie was evenwel Antwerpen in Brabant. Dat was vooral te danken was aan de aanwezigheid van Rubens. Brussel, ook in Brabant, was belangrijk omwille van de aanwezigheid van het hof met hovelingen hetgeen belangrijke kunstenaars uit andere steden wist aan te trekken zoals de Antwerpenaren David Teniers, Gaspar de Crayer, Joos van Craesbeeck en Gillis van Tilborgh.
Laat Maniërisme
[bewerken | brontekst bewerken]Terwijl de schilderijen van het einde van de 16e eeuw in het algemeen tot het Noordelijke maniërisme behoorden en de invloed van het laat-renaissance vertoonden net zoals de rest van Europa, waren er kunstenaars zoals Pieter Brueghel de Oude, Otto van Veen, Adam van Noort, Maerten de Vos en de familie Francken die het pad effenden voor de plaatselijke barok. Tussen 1585 en het begin van de 17e eeuw maakten ze veel nieuwe altaarstukken na de vernielingen vanaf 1566 van de beeldenstorm.
De glorietijd van Rubens
[bewerken | brontekst bewerken]Peter Paul Rubens (1577–1640) was een leerling van Otto van Veen en Adam van Noort. Hij verbleef acht jaar in Italië (1600–1608) en bestuurde voorbeelden van de klassieke oudheid, de Italiaanse renaissance, Adam Elsheimer en Caravaggio. Bij zijn terugkeer in Antwerpen zette hij een groot atelier op met leerlingen als Antoon van Dyck. Hij oefende een algemene invloed uit op de Vlaamse kunstenaars.
Specialisatie en samenwerking
[bewerken | brontekst bewerken]Vlaamse barokschilders werkten vaak samen omdat bepaalde schilders zich specialiseerden in het schilderen van dieren, landschappen, bloemen, enzovoorts. Frans Snyders werd gevraagd wegens zijn afbeeldingen van dieren, en Jan Brueghel de Oude om zijn landschappen en bloemen. Beide kunstenaars werkten met Rubens samen waarbij deze zich beperkte tot het schilderen van de menselijke figuren en zij de rest invulden. bloemenstillevens die zich ontwikkelden rond 1600 door kunstenaars zoals Jan Brueghel de Oude waren gedeeltelijk een Vlaamse vernieuwing die haar weerklank vond in de doeken van de in Antwerpen geboren Ambrosius Bosschaert de Oude (1573-1621). Het genre van pronkstillevens werd ook door Antwerpse stillevenspecialisten in de gang gezet. Andere genres in de schilderkunst die verbonden zijn met Vlaamse barokschilders zijn de monumentale jachtscènes van Rubens en Snyders en de galerijschilderijen van o.a. Frans Francken (II), Willem van Haecht en David Teniers de Jongere.
Historiestukken
[bewerken | brontekst bewerken]Historieschilderkunst, die Bijbelse, mythologische en historische thema's behandelen, werden door de 17e-eeuwse kunstkenners beschouwd als de nobelste vorm van kunst. Abraham Janssens was een belangrijke historieschilder in Antwerpen tussen 1600 en 1620, alhoewel Rubens na 1609 de leidende figuur was. Zowel van Dyck als Jacob Jordaens waren actieve schilders van monumentale historiescènes. Na Rubens' dood was Jordaens de belangrijkste Vlaamse schilder. Andere vermeldenswaardige kunstenaars die het idioom van Rubens volgden waren Gaspar de Crayer, die naast Antwerpen, in Brussel en Gent actief was, Artus Wolffort, Cornelis de Vos, Jan Cossiers, Theodoor van Thulden, Abraham van Diepenbeeck, en Jan Boeckhorst. Tijdens de tweede helft van de eeuw combineerden historieschilders de lokale invloeden met hun kennis van het classicisme en de Italiaanse barok. Schilders die deze strekking volgden waren Erasmus Quellinus de Jongere, Jan van den Hoecke, Pieter van Lint, Cornelis Schut, en Thomas Willeboirts Bosschaert. Later in de 17e eeuw was het Antoon van Dyck die een grote invloed liet gelden op schilders als Pieter Thijs, Lucas Franchoys de Jongere, en schilders die geïnspireerd werden door het theatrale van de late barok zoals Theodoor Boeyermans en Jan Erasmus Quellinus. Daarnaast bestond er een Vlaamse variant van het caravaggisme zoals beoefend door Theodoor Rombouts en Gerard Seghers. Frans Francken (II) en Jan Brueghel de Oude verwierven bekendheid met hun miniaturen die vaak mythologische en historische onderwerpen hadden.
Religieuze schilderijen
[bewerken | brontekst bewerken]Rubens was prominent aanwezig bij de ontwikkeling van de barokke altaarstukken. De triptiek De kruisafneming (1611-1614) dat hij schilderde voor de gilde van de haakbusschutters in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen met zijluiken die de Visitatie en de Opdracht van Jezus in de Tempel is een belangrijke reflectie van de ideeën van de Contrareformatie over kunst, gecombineerd met het naturalisme uit de baroktijd, dynamiek en monumentaliteit.
- De kruisafneming (middenpaneel) door Rubens in de Kathedraal van Antwerpen
- De ontmoeting tussen Odysseus en Nausicaa door Jacob Jordaens
- De onthoofding van Sint Joris door Cornelis Schut
- Sint-Sebastiaan verzorgd door Sint Irene door Jan Cossiers
Portretschilderkunst
[bewerken | brontekst bewerken]Rubens was niet overwegend een portretschilder. In zijn vroege werken vindt men doeken terug zoals het Portret van Brigida Spinola-Doria (1606, National Gallery of Art, Washington, D.C.), schilderijen van zijn vrouwen zoals dat van Hélène Fourment en talrijke portretten van vrienden en edelen. Hij oefende een sterke invloed uit op de barokke portretkunst via zijn assistent Antoon van Dyck. Van Dyck werd hofschilder van koning Karel I van Engeland en had op zijn beurt invloed op de Engelse portretschilderkunst. Andere succesvolle portretschilders waren Cornelis de Vos, Jacob Jordaens, Pieter Thijs, Gaspar de Crayer en Frans Pourbus (II). Alhoewel de meeste Vlaamse portretschilders hun opdrachtgevers levensgroot afbeeldden, waren de portretten van Gonzales Coques and Gillis van Tilborch groepsportretten op een kleinere schaal.
- Oude vrouw en jongen met kaarsen door Rubens
- Portret van Karel I, koning van Engeland, op jacht door Antoon van Dyck
- Leden van de Raad van Parijs door Frans Pourbus (II)
- Portret van Abraham Grapheus door Cornelis de Vos
Genrestukken
[bewerken | brontekst bewerken]Genrestukken die scènes uit het alledaags leven uitbeelden zijn erg populair in de 17e eeuw. Veel kunstenaars volgden de traditie van Pieter Bruegel de Oude door taferelen uit het boerenleven te schilderen. Elegante scènes uit het leven van de bovenlaag met modieus geklede koppels tijdens bals of in lusttuinen werden vaak op doek gezet. Hieronymus Janssens was een meester van dit thema. Adriaen Brouwer, wiens doeken vaak dronken en rokende boeren verwikkeld in vechtpartijen tonen, had veel invloed. Schilderijen van vrouwen die huishoudelijke taken uitvoeren waren populair in de Noordelijke Nederlanden door Pieter de Hooch en Johannes Vermeer, maar niet in het zuiden, alhoewel schilders zoals Jan Siberechts en Gillis van Tilborch dit thema soms opnamen.
- Boeren maken ruzie bij het kaarten van Adriaen Brouwer
- Paleisachtig interieur met elegante figuren die dansen en zich van een banket bedienen van Hieronymus Janssens
- Interieur met een borduurster die een kind wiegt van Jan Siberechts
- Het huwelijkscontract van Joos van Craesbeeck
De Bruegeltraditie
[bewerken | brontekst bewerken]Vlaamse genreschilderkunst is sterk verbonden met de tradities van Pieter Bruegel de Oude en hij ontwikkelde een stijl die gevolgd werd tot in de 17e eeuw via kopieën en nieuwe composities gemaakt door zijn zonen Pieter Brueghel de Jonge en Jan Brueghel de Oude. Veel van deze kermistaferelen en scènes van boeren die deelnemen aan nog andere vermakelijkheden zijn bekeken vanaf een hoog gezichtspunt. Kunstenaars in de Nederlandse Republiek, zoals de in Vlaanderen geboren David Vinckboons en Roelant Savery maakten gelijkaardige werken van rustieke scènes uit het leven van alledag die grote overeenkomsten toonden met Nederlandse en Vlaamse schilderkunst.
- Volkstelling te Bethlehem, het origineel van Pieter Brueghel de Oude in het Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel
- Volkstelling in Bethlehem een kopie van het werk van Brueghel de Oude door zijn zoon Pieter Brueghel de Jonge
Adriaen Brouwer en zijn volgelingen
[bewerken | brontekst bewerken]Adriaen Brouwer (1605 of 1606–1638) schilderde de voor hem typische werken van scènes van armzalige boeren die vechten, drinken, spelen en overdreven en onbeschoft gedrag vertonen. Hij werd geboren in de Zuidelijke Nederlanden maar leefde in de jaren rond 1620 in Amsterdam en Haarlem waar hij onder de invloed kwam van Frans Hals en Dirck Hals. Toen hij in 1631 of 1632 terugkeerde naar Antwerpen introduceerde hij een nieuwe, invloedrijke vorm waarbij het thema werd uitgewerkt als interieur.Hij maakte ook expressieve gezichtsstudies zoals De bittere drank (zie afbeelding), een genre dat als tronies wordt aangeduid. Brouwers kunst werd reeds om zijn kwaliteit geschat tijdens zijn leven en had een krachtige invloed op de Vlaamse kunst. Rubens bezat meer werken van hem dan eender welke andere schilder en David Teniers, Jan van de Venne, Joos van Craesbeeck en David Ryckaert III waren volgelingen.
Elegante gezelschappen en vrolijke gezelschappen
[bewerken | brontekst bewerken]Elegante koppels gekleed naar de laatste mode, vaak met onderliggende thema's als de liefde of de vijf klassieke zintuigen zijn vaak het werk van Hiëronymus Francken (II), Louis de Caullery, Jan Cossiers, Simon de Vos, David Teniers en David Ryckaert III. Ook Rubens' Tuin van de liefde in het Museo del Prado rekent men hierbij.
- Tuin van de liefde door Rubens
- Vrolijk gezelschap door Jan Cossiers
Monumentale genrestukken
[bewerken | brontekst bewerken]De genre werken van Brouwer waren in het algemeen klein van schaal. Andere kunstenaars lieten zich inspireren door Caravaggio en schilderden grootschalige, theatrale scènes waarin muzikanten, kaartspelers en waarzeggers op de voorgrond van de compositie traden. Deze doeken vertonen over het algemeen sterke lichteffecten. Deze navolgers van Caravaggio worden caravaggisten genoemd. De Italiaanse volgelingen van Caravaggio zoals Bartolomeo Manfredi gaven ontstaan aan deze nieuwe stijl en werden gevolgde door de caravaggisten uit Utrecht zoals Gerrit van Honthorst. Adam de Coster, Gerard Seghers en Theodoor Rombouts waren de belangrijkste exponenten van deze populaire stijl die vooral populair was van 1620 tot 1640. Rombouts onderging ook de invloed van zijn leermeester Abraham Janssens die invloeden van Caravaggio verwerkte in zijn historiestukken van de eerste decennium van de 17e eeuw. Louis Finson, Jan Janssens, Jacob Jordaens, Theodoor Van Loon, Theodoor van Thulden, Adam de Coster, Jacob I van Oost en Jacques de l'Ange waren ook vertegenwoordigers van deze stroming.
Jacob Jordaens
[bewerken | brontekst bewerken]Jordaens werd de meest prominente Antwerpens schilder na de dood van Rubens in 1640. Hij is bekend vanwege zijn monumentale genrestukken zoals De koning drinkt en Zoals de ouden zongen, piepen de jongen. Veel van deze doeken gebruiken dezelfde compositie- en lichteffecten van de volgelingen van Caravaggio terwijl de stijl van Jordaens een impact hadden op Nederlandse schilders zoals Jan Steen.
Gevechtsscènes
[bewerken | brontekst bewerken]Een ander populair type van schilderijen dat ontwikkeld werd in Vlaanderen waren landschappen met historische en fictieve gevechten, maar ook schermutselingen en diefstallen. Sebastiaen Vrancx, zijn leerling Pieter Snayers, Jasper Broers, Vincent Adriaenssen, Pieter Meulener en Pieter van Bloemen waren bedreven in dit genre. Adam Frans van der Meulen, een leerling van Snayers, schilderde momumentale doeken van de belangrijkste militaire campagnes van zijn tijd in dienst van de Franse koning.
- Cavaleriegevecht door Pieter Snayers
- De belegering van Maagdenburg door Pieter Meulener
- Lodewijk XIV met zijn leger bij het beleg van Kortrijk in 1667 door Adam Frans van der Meulen
- De plundering van Wommelgem door Sebastiaan Vrancx
Bamboccianti en het Italiaans classicisme
[bewerken | brontekst bewerken]Als gevolg van een toenmalige traditie reisden een aantal Vlaamse kunstenaars in de 17e eeuw naar Italië. Kunstenaars zoals Jan Miel en Michael Sweerts vestigden zich in Rome en schilderden in de stijl van Pieter van Laer. Ze waren gekend als de Bamboccianti (kleine poppetjes) omwille van de fysieke proporties van Van Laer en de kleine menselijke figuren op zijn schilderijen. Deze schilders specialiseerden zich in landelijke scènes uit het alledaagse leven in Rome en het Romeinse platteland. Deze schilderijen vinden hun inspiratie in de kleuren van de Campagna romana en klassieke beeldhouwwerken. De kunstenaars sloten zich aan bij de Bentvueghels, een wat losser georganiseerde vereniging dan de Sint-Lucasgilden; ze vielen op door hun drinkgelagen en zigeunerleven. Michael Sweerts, een Caravaggist, werd sterk beïnvloed in zijn stijl door zijn verblijf in Rome. In zijn doeken combineert hij landelijke scènes met klassieke poses en het Italiaans kleurenpalet.
- De roeping van Mattheüs door Jacob I van Oost
- Worstelwedstrijd door Michael Sweerts
- Carnaval op de Piazza Colonna te Rome (1645) door Jan Miel
- Een zanger bij kaarslicht door Adam de Coster
Landschapschilderkunst en marines
[bewerken | brontekst bewerken]Vroege landschapschilderkunst
[bewerken | brontekst bewerken]Gillis van Coninxloo was een vernieuwende landschapschilder in Antwerpen, die een meer natuurlijke kijk introduceerde en niet het universeel landschap zoals dat op het doek werd gezet door schilders als Joachim Patinir. Hij beïnvloedde ook in sterke mate de landschapschilderkunst in het noorden via zijn verblijf in Amsterdam en als stichtend lid van de School van Frankenthal. Bos- en berglandschappen werden geschilderd door Abraham Govaerts, Alexander Keirincx, Gijsbrecht Leytens, Tobias Verhaecht en Joos de Momper. De broers Paul en Matthijs Bril vestigden zich in Rome waar zij actief waren als landschapschilder ter decoratie van Romeinse villa's.
Rubens en schilders na hem
[bewerken | brontekst bewerken]Jan Wildens en Lucas van Uden schilderden realistische landschappen die geïnspireerd waren door Rubens. Ze werkten vaak samen met specialisten in het schilderen van dieren en menselijke figuren om het hoofdthema op te vullen. Een voorbeeld van Rubens' landschapschilderkunst is het doek Landschap met een zicht op het Steen, bewaard in het National Gallery (Londen) waarbij hij zich focust op de omgeving rond zijn kasteel.
Marines
[bewerken | brontekst bewerken]Kleine marines, die men in Vlaanderen zeekens noemde, waren nog een populair genre. Kunstenaars zoals Andries van Eertvelt, de gebroeders Jan Peeters de Oude, Gillis Peeters de Oude en Bonaventura Peeters schilderden scheepswrakken, schepen op zee, rivierlandschappen zowel als verzonnen zichten op exotische havens. Hendrik van Minderhout die afkomstig was van Rotterdam, vestigde zich in Antwerpen, en ontwikkelde dit genre verder via invloeden van zeestukken uit de Nederlandse Republiek.
- Landschap met een zicht op het Steen van Rubens
- Woudlandschap van Gillis van Coninxloo
- Landschap in de lente van Joos de Momper and Jan Brueghel de Oude
- Bergachtige rivieroever van Paul Bril
- Aankomst van de boot van Bonaventura Peeters
Architectuurschilderkunst
[bewerken | brontekst bewerken]Schilderijen van kerkinterieurs, stadsgezichten, straatgezichten, tempels, al dan imaginair, ontwikkelden zich uit de laat-16e-eeuwse doeken en prenten van Hans Vredeman de Vries, een kunstenaar uit het noorden die jarenlang in Vlaanderen werkte. Zijn werken tonen zowel bestaande als ingebeelde locaties. Pieter Neeffs (I) de Oudere en zijn zoon Pieter Neeffs de Jongere en Wilhelm Schubert van Ehrenberg schilderden een aantal interieurs van kerken zoals de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (Antwerpen). Een aantal schilders specialiseerde zich in architecturale schilderijen waarop elegante gezelschappen te zien zijn te midden van denkbeeldige renaissance- en barokpaleizen en -gebouwen. Tot hen behoren Jacob Ferdinand Saeys, Jacob Balthasar Peeters en Jan Baptist van der Straeten.
- Interieur van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen van Pieter Neeffs de Oudere
- Interieur van een kathedraal bij nacht, met elegante figuren die een mis bijwonen van Pieter Neeffs de Jongere
- Een kerkerinterieur met elegante figuren van Wilhelm Schubert van Ehrenberg en Hieronymous Janssens
- Capriccio van een binnenplaats met zuilengalerij van Jacobus Ferdinandus Saey
Galerij- en kunstkamerschilderijen
[bewerken | brontekst bewerken]Galerijschilderijen verschenen in Antwerpen en ontwikkelden zich, zoals de architecturale interieurs, vanuit de composities van Hans Vredeman de Vries. Frans Francken de Jonge en Jan Brueghel de Oude waren de eerste kunstenaars die in de jaren 1620 schilderijen maakten van kunst- en curiositeitenverzamelingen,. Galerijschilderijen tonen grote kamers waarin veel schilderijen en andere kostbare voorwerpen worden tentoongesteld in een elegante omgeving. De vroegste werken in dit genre beeldden kunstvoorwerpen af samen met andere voorwerpen, zoals wetenschappelijke instrumenten of bijzondere natuurlijke specimens. Sommige galerijschilderijen bevatten portretten van de eigenaren of verzamelaars van de kunstvoorwerpen of kunstenaars aan het werk. Allerlei kunstvoorwerpen en verzamelobjecten uit de natuur zoals schelpen en bloemen worden op de voorgrond afgebeeld tegen een wand die een Kunst- en rariteitenkabinet imiteert. De schilderijen zitten vol symboliek en allegorieën en weerspiegelen de intellectuele preoccupaties van die tijd, waaronder het cultiveren van persoonlijke deugden en het belang van kennerschap. Het genre werd meteen erg populair en werd gevolgd door andere kunstenaars zoals Jan Brueghel de Jonge, Cornelis de Baellieur, Hans III Jordaens, David Teniers de Jonge, Gillis van Tilborch en Hieronymus Janssens. Sommige galerijschilderijen bevatten portretten van de eigenaren of verzamelaars van de kunstvoorwerpen of kunstenaars aan het werk.
Een variatie van dit genre zijn de werken van de Vijf Zintuigen van Jan Brueghel de Oude en Rubens (Pradomuseum in Madrid). Willem van Haecht koos voor een andere variatie waarbij illustraties van bestaande kunstwerken in een gefantaseerde kunstgalerij worden getoond, terwijl kunstkenners er bewonderend naar kijken. De plaats van opstelling noemde men constcamer of pronkkamer. David Teniers II, die als hofschilder was aangesteld bij Leopold Willem van Oostenrijk, schilderde de kunstverzameling van de aartshertog van Italiaanse doeken in Brussel als een galerij. Vlaamse galerijschilderijen en doeken van kunstcollecties werden bekeken als een soort visuele kunsttheorie. In Antwerpen waren het vooral Gerard Thomas (1663-1721) en Balthasar van den Bossche (1681–1715) die bedreven waren in dit genre. Zij waren de voorlopers van de veduta en de galerijen van Giovanni Paolo Pannini. Het genre bleef in de 17e eeuw een vrijwel exclusief Antwerpse aangelegenheid.
De kunstkamerschilderij van Willem van Haecht (zie afbeelding) toont de vermogende burgerij die zich liet afbeelden in een denkbeeldige ruimte met de pracht van hun kunstcollectie. De linkerzijde van dit schilderij toont een aantal belangrijke figuren uit die tijd zoals de Infante Isabella en Aartshertog Albrecht, Peter Paul Rubens en prins Władysław van Polen (man met zwarte hoed die de galerij bezoekt) en ook de gastheer zelf die een schilderij aanwijst. Men ziet vooraanstaande figuren die een schilderij keuren of samen een wereldbol bestuderen. Daarnaast werpen wij onuitgenodigd een blik op het decor waarin deze personen zich bewegen bestaande uit afbeeldingen van werken van Van Eyck, Bruegel, Rafaël en Titiaan.
- Portret van een familie in een kunstkamer door Frans Francken de Jonge
- De kunstkamer van Cornelis van der Geest door Willem van Haecht
- Interieur van een kunstkamer met kunstliefhebbers door Hans III Jordaens
- Aartshertog Leopold Wilhelm in zijn galerij te Brussel door David Teniers de Jongere
Stillevens en schilderijen van dieren
[bewerken | brontekst bewerken]Bloemenschilderijen
[bewerken | brontekst bewerken]Jan Brueghel de Oude was een van de belangrijkste vernieuwers van het stilleven met bloemen als thema. Deze doeken tonen met veel accuratesse-uitgevoerde composities van niet in de natuur voorkomende bloemen die altijd bloeien. Ze waren zeer populair bij de hogere standen van heel Europa en hebben meestal een dubbele bodem waarin vanitas verborgen zit. De doeken van Brueghel hadden invloed op latere bloemenschilderijen in de Lage Landen. Brueghels zonen, Jan Brueghel de Jonge en Ambrosius Brueghel waren ook bloemenspecialisten. Osias Beert (1580–1624) was een andere vermeldenswaardige bloemenschilder aan het begin van de 17e eeuw. Zijn schilderijen tonen dan weer veel overeenkomsten met werken van de noordelijke tijdgenoten zoals Ambrosius Bosschaert de Oude.
Schilderijen van guirlandes
[bewerken | brontekst bewerken]Nauw verwant met stillevens met bloemen als motief is het genre waarin bloemenguirlandes worden getoond, ontwikkeld door Jan Brueghel de Oude in samenwerking met kardinaal Federico Borromeo in Milaan. Vroege versies van deze schilderijen zoals het doek dat ontstond door de samenwerking van Rubens en Jan Brueghel de Oude (Alte Pinakothek, München) tonen de maagd Maria en Christus omgeven door een guirlande van bloemen. Ze worden geïnterpreteerd als doeken van de Contrareformatie, met de bloemen die de nadruk leggen op de aandoenlijkheid van de afbeeldingen van Maagd en Kind waarvan er zovele werden vernietigd tijdens de godsdiensttroebelen van de 16e eeuw. Een van Brueghels leerlingen, de jezuïet Daniël Seghers schilderde een aantal van deze schilderijen voor een internationaal cliënteel. De meer vleselijke Madonna's waren aanleiding tot het betreden van nieuwe paden in de beeldhouwkunst met zelfs heidense thema's.
Stillevens van het ontbijt en banket
[bewerken | brontekst bewerken]Het ontbijtje', is een type van stilleven dat zowel in het noorden als het zuiden populair was. Deze doeken toonden een brede waaier aan voedingsmiddelen zoals kaas, brood, vlees, vis, gevogelte, noten en drink- en eetgerei tegen een neutrale achtergrond. Osias Beert, Clara Peeters, Cornelis Mahu en Jacob van Es maakten dit soort schilderijen. Pronkstillevens waren een nieuw subgenre van stilleven dat zich kenmerkt door pracht en praal, vaak uitgedrukt in waardevolle of zeldzame objecten, etenswaren en bloemen. Dit type kunst ontstond in de jaren 1640 in Antwerpen, onder de impuls van kunstenaars zoals Frans Snyders en Adriaen van Utrecht, en werd snel populair in Noordelijk Nederland, met schilders als Jan Davidsz. de Heem, Abraham van Beijeren en Willem Kalf. Andere vertegenwoordigers waren Nicolaes van Veerendael, Alexander Coosemans, Carstian Luyckx, Jasper Geerards en Peter Willebeeck. Cornelis Norbertus Gysbrechts ontwikkelde de stijl verder door pronkstillevens op te nemen in de trompe-l'oeil-composities waar hij bekend om stond. De thema's van deze werken zijn gerelateerd aan vanitas en vergankelijke onderwerpen.
Stillevens met dieren
[bewerken | brontekst bewerken]Frans Snyders (1579–1657) schilderde grote doeken met stillevens die dode dieren en wild toonden. Zijn composities, samen met die van zijn volgeling Adriaen van Utrecht (1599–1652) verwijzen naar de 16e-eeuwse schilderijen van Joachim Beuckelaer, maar verrijken ze met de monumentaliteit van de hoogbarok. Latere kunstenaars zoals Jan Fijt en Pieter Boel werkten dit genre verder uit door levende dieren te tonen tussen dood wild. Deze doeken relateren sterk aan de afbeeldingen van de jacht van Vlaamse meesters die tijdens de 17e eeuw in de mode kwamen.
Jachtscènes
[bewerken | brontekst bewerken]Rubens maakte de weg vrij voor monumentale jachtscènes die op een grote schaal gevechten tussen dieren toonden. Dit was het gevolg van zijn studies van de klassieke oudheid en Leonardo da Vinci's werk De slag van Anghiari. Deze doeken tonen de hogere klasse tijdens de jacht op wolven en vossen en de jacht in exotische oorden zoals de leeuwenjacht. Frans Snyders en Paul de Vos creëerden gelijkaardige werken maar zij onderscheiden zich van Rubens door hun focus op de dieren en de afwezigheid van menselijke activiteit.
- Stilleven van Clara Peeters
- Vaas met bloemen van Jan Brueghel de Oude
- Vanitasstillleven van Carstian Luyckx
- Zeepbellen, een allegorie van Vanitas van Jan van Kessel (I) en David Teniers (II)
- Pronkstilleven van Adriaen van Utrecht
- Viskraam van Frans Snyders and atelier van Rubens
Kabinetstukken
[bewerken | brontekst bewerken]Een kabinetstuk is een klein schilderij, meestal niet groter dan zestig cm in iedere richting, met over het algemeen historische of Bijbelse onderwerpen. Ze werden tijdens de 17e eeuw in grote aantallen in de Zuidelijke Nederlanden gecreëerd door meestal anoniem gebleven kunstenaars. Schilders zoals Jan Brueghel de Oude, Hendrik van Balen, Frans Francken (II) en Hendrik de Clerck waren succesvolle kabinetschilders gedurende de eerste helft van de 17e eeuw. Zij en ook de volgelingen van Adam Elsheimer zoals David Teniers I bleven voor een stuk gevangen in de tendensen van het maniërisme. Onder invloed van Rubens deed de barokstijl zijn intrede in deze kleine doeken. Schilders zoals Frans Wouters, Jan Thomas van Ieperen, Simon de Vos, Pieter van Lint en Willem van Herp zijn enkele van hen. Deze kabinetstukken verkocht men overal in Europa en via Spanje in Latijns-Amerika.
- Oud echtpaar in een rustiek interieur van Willem van Herp, doek 37.7 x 48.5 cm
- Venus bezoekt de smidse van Vulcanus van David Teniers I, doek 47 x 60 cm
- De dood die viool speelt van Frans Francken (II), paneel 25 x 19 cm
- De Infante Margaretha-Theresa, van Jan Thomas van Ieperen, doek 33 x 24 cm
Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Flemish Baroque painting op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.