David Teniers II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
David Teniers II
David Teniers d. J. 008b.jpg
Persoonsgegevens
Bijnaam De Jonge, Taisniers
Geboren 1610, Antwerpen (Wapen van het Hertogdom Brabant Hertogdom Brabant) Flag of the Low Countries.svg Zuidelijke Nederlanden
Overleden 25 april 1690, Brussel (Wapen van het Hertogdom Brabant Hertogdom Brabant) Flag of the Low Countries.svg Zuidelijke Nederlanden
Beroep(en) schilder
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1626-1690
Stijl(en) Barok
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

David Teniers II, ook David Teniers de Jonge of David Taisniers genoemd (gedoopt te Antwerpen, 15 december 1610Brussel, 25 april 1690), was een Zuid-Nederlands barokschilder.

Hij werkte merendeels te Antwerpen en Brussel, maar woonde vanaf 1662 in Perk. Zijn vader en zijn zoon heetten ook beiden David Teniers en waren beiden schilders van een zekere bekendheid, ook al zijn zij nooit zo beroemd geworden als David Teniers de Jonge. Zijn jongere broer, Abraham Teniers, was ook schilder en werkte samen met hem.

Levensloop[bewerken]

David Teniers II was de oudste zoon van de schilder David Teniers en Dymphna de Wilde. Hij bracht zijn kindertijd door in de Vuilestraat (nu: Otto Veniusstraat) in Antwerpen tot 1628, het jaar waarin zijn vader in zware financiële moeilijkheden kwam.

Hij ging vanaf 1626 in de leer bij zijn vader en werd zijn medewerker. Zij werkten samen aan een cyclus over de geschiedenis en val van Troje. Hij werd in 1632 opgenomen als meester in de Sint-Lucasgilde en had al spoedig een eerste leerling, namelijk Michiel Bergani. Teniers ondernam in 1635 een reis naar Engeland en kreeg er de opdracht voor een cyclus van religieuze onderwerpen.

In 1637 trouwde hij in de Sint-Jacobskerk met Anna Brueghel, de zeventienjarige dochter van Jan Brueghel de Oude. Getuigen waren Peter Paul Rubens en Paul van Halmale. Zijn eerste zoon David Teniers III werd geboren in 1638. Zijn dooptante was Hélène Fourment, de tweede echtgenote van Rubens. Hij werd in 1639 aangesteld als kapelmeester in de Sint-Jacobskerk. Zijn dochter Cornelia werd geboren in 1640. In hetzelfde jaar werd hij lid van de Rederijkerskamer "Liefhebbers van de Violieren". In 1642 ging het gezin wonen in het vroeger huis van Jan Breughel de Oude. In 1643 werd hij lid van de schuttersgilde en schilderde "Het Gilde van de Oude Voetboog op de Grote Markt".

In 1651 vertrok hij naar Brussel, waar hij een tweede beroep uitoefende: beheerder van de schilderijencollectie van de landvoogd der Spaanse Nederlanden aartshertog Leopold Willem van Oostenrijk. Hij had reeds in 1647 opdrachten voor hem uitgevoerd. Ditmaal kwam hij ook wonen in Brussel, namelijk in het Ravensteyngebouw vlak bij het hof van de aartshertog. David Teniers II schilderde het bekende doek Aartshertog Leopold Willem in zijn Galerij in Brussel. Het is niet zeker of die werken waarheidsgetrouw zijn weergegeven. Van dit doek bestaan er verschillende versies. Hij maakte van deze werken een luxueus geïllustreerde catalogus "Theatrum pictorium in quo extribuntur ipsius manu, eiusque cura in aes incisae picturae architipae iltalicae quas archidux in pinacothecam suam Bruxellis collegit". Het werk verscheen pas in 1660 in vier talen: Latijn, Nederlands, Spaans en Frans. Veertien graveurs werkten hieraan mee en produceerden de 247 etsen van de catalogus. Hij schilderde tevens de meesterwerken van de aartshertog na in olieverf op kleinere panelen. Vele graveurs konden zich dan hierop baseren om een getrouwe kopie te maken in zwart-wit. David Teniers II werd ten laatste in 1655 benoemd tot kamerheer van de aartshertog.

De kunstwerken van deze collectie zouden later een deel van de basisverzameling van het Kunsthistorisch Museum van Wenen gaan vormen.

Anna Breughel overleed op 11 mei 1656 en werd begraven in de kerk van Sint-Jacob-op-Koudenberg in Brussel. Reeds in hetzelfde jaar hertrouwde Teniers met Isabella de Fren.

Teniers zou, na het vertrek van de aartshertog naar Wenen, ook de hofschilder worden van diens opvolger, Don Juan van Oostenrijk. Voor diens opvolger, Marqués de Caracena, was Teniers niet langer de hofschilder, maar ze gingen wel op vriendschappelijke voet met elkaar om. In 1661 stuurde hij zoon David Teniers III naar het hof van de Spaanse koning Filips IV, waar hij verbleef tot 1663.

Hij speelde een belangrijke rol bij de oprichting van de Antwerpse Academie (1663), meteen ook de vierde oudste kunstschool van Europa. Het schilderij "Stichting van de Academie. Koning Filips IV overhandigt de vrijbrieven aan David Teniers" van Nicaise de Keyser bevindt zich in het KMSKA.

In april 1676 woonde hij in de "Isabellestraet aan de Jodentrappen". Op 21 april van datzelfde jaar adviseerde Teniers in Zemst Constantijn Huygens de Jonge, de secretaris van prins Willem III, over bepaalde tekeningen die hij maakte van het Kasteel van Relegem aldaar.[1][2]

Zijn vrouw Isabella overleed in 1686 in zijn landgoed De Dry Torens in Perk.

Hij overleed op 25 april 1690 en werd begraven in Brussel naast zijn eerste vrouw, Anna, en zijn zoon David Teniers III (overleden in 1685).

Teniers werd beïnvloed door de volkse typen van Adriaen Brouwer, zoals vermeld in de "Levens Beschrijvingen der Nederlandse Kunstschilders" (1729) van J. Campo Weyerman, en door Joos de Momper en Frans Francken de Jongere. Hij was buitengewoon productief: er zijn vele honderden schilderijen van hem bekend. Hij schilderde vele genres, maar blonk vooral uit in taferelen van het boerenleven, maar ook in galante of militaire scènes, portretten en religieuze afbeeldingen. David Teniers II is in feite een overgangsfiguur tussen de schilderkunst van de 16de eeuw, gepersonaliseerd door de verschillende telgen van de familie Breughel, en de schilderkunst van de vroege 17de eeuw.

Enkele beroemde schilderijen van Teniers zijn Vlaamse kermis (Museum voor Oude Kunst, Brussel), Petrus die zijn meester verloochent (Louvre, Parijs) en Dorpsfeest (National Gallery, Londen).

De vier jaargetijden van David Teniers II

De vier jaargetijden[bewerken]

De vier jaargetijden is een reeks waarvan een schilderij is bewaard in het Noordbrabants Museum (zie afbeelding). Teniers schilderde zichzelf, samen met zijn tweede vrouw Isabella de Fren en een van hun kinderen. Zijn landgoed De Dry Torens in Perk, waar hij een tijdlang woonde en waar zijn tweede vrouw overleed, vormt de achtergrond van dit werk.

Teniers' schoonfamilie[bewerken]

 
 
Pieter Bruegel de Oude
de Boerenbrueghel
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Pieter Brueghel de Jonge
de Helse Brueghel
 
Jan Brueghel de Oude
de Fluwelen Brueghel
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ambrosius Brueghel
 
Jan Brueghel de Jonge
 
Anna Brueghel
 
David Teniers II
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Abraham Brueghel

Externe links[bewerken]