Laster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Laster is het zwartmaken van een ander door deze in het openbaar te beschuldigen van zaken waarvan degene die de beschuldiging uit weet of had moeten weten dat deze onwaar zijn. Als de feiten waar zijn, al dan niet opgeblazen, spreekt men van smaad. Het doel is het ruïneren van de reputatie van het slachtoffer. De motieven verschillen, maar kunnen vaak gezocht worden in wraak of frustratie na het beëindigen van een relatie.

Belgisch strafrecht[bewerken]

Het Strafwetboek (artikel 443-453) spreekt van aanranding van de eer of de goede naam van personen. In de praktijk wordt meestal gesproken over laster en eerroof. Iemand wordt kwaadwillig een feit ten laste gelegd, dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen. Dat is laster als het bewijs niet geleverd wordt; dat is eerroof wanneer de wet dit bewijs niet toelaat. De maximumstraf is een jaar als dat publiek gebeurt, dat wil zeggen door geschriften of in het bijzijn van anderen. De straf is maximaal zes maanden voor een geschreven lasterlijke aangifte bij de overheid. Een niet publieke belediging is niet strafbaar, tenzij aan publieke functionarissen. Kwaadwillige ruchtbaarmaking van bewezen feiten kan dan weer wel gestraft worden, tot maximum twee maanden. Laster, eerroof en kwaadwillige ruchtbaarmaking zijn klachtmisdrijven, dat wil zeggen dat zij alleen vervolgd worden na een klacht van de benadeelde.

Onder dit hoofdstuk in het Strafwetboek valt ook nog de grafschennis met een maximumstraf van een jaar.

Nederlands strafrecht[bewerken]

Nederlandse Wet
Wet(boek): Strafrecht
Artikel: 262
Omschrijving:
  1. Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is, wordt, als schuldig aan laster, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaren of geldboete van de vierde categorie.
  2. Ontzetting van de in art. 28, 1e lid, onder 1 en 2, vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Nederlandse Wet
Wet(boek): Strafrecht BES
Artikel: 274
Omschrijving:

Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt ingeval het bewijs der waarheid van het ten laste gelegde feit is toegelaten, wordt, indien hij dat bewijs niet levert en de telastlegging tegen beter weten is geschied, als schuldig aan laster, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

Zie ook[bewerken]