Smaad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Smaad is de aantasting van de eer, goede naam of het aanzien van iemand anders. Van Dale omschrijft smaad als 'be­je­ge­ning die ie­mands eer, goe­de naam of aan­zien aan­tast, op­zet­te­lij­ke grie­ven­de be­le­di­ging',[1] terwijl het Etymologisch woordenboek van het Nederlands als betekenis 'openbare aantasting van iemands waardigheid' geeft.[2] Het is afgeleid van het Middelnederlandse woord smade dat betekende 'aantasting van iemands waardigheid' en verwant aan het Oudhoogduits smahen wat vernederen, kleineren, geringschatten betekent.[1][2]

Juridisch gezien heeft het woord smaad een verschillende betekenis in België en Nederland. In België ziet het op 'daden, woorden, gebaren en bedreigingen die gericht zijn tegen overheidspersonen in functie',[1] terwijl smaad in Nederland een specifieke vorm van belediging is die in een bepaalde vorm en met een bepaald doel gepleegd wordt. Smaad gepleegd door het verspreiden van een geschrift of afbeelding wordt in Nederland smaadschrift genoemd. Daar is de laster ook een specifieke vorm van smaad, waarbij de dader weet dat zijn beschuldiging niet waar is.

Naar land[bewerken]

Belgisch strafrecht[bewerken]

Het Belgische Strafwetboek (art. 275-282) reserveert het begrip smaad voor woorden, gebaren en bedreigingen tegen ministers, leden van de wetgevende kamers, dragers van het openbare gezag of van de openbare macht.
Het is een wanbedrijf tegen de openbare orde: het openbaar gezag wordt moreel aangetast. De dader moet het opzet hebben oneerbiedig te zijn of de persoon belachelijk te willen maken.

De straffen op dit wanbedrijf zijn tamelijk tolerant: de maximumstraf is een maand gevangenis en/of een geldboete van 200 euro.
In de praktijk gebeurt het wel eens dat een politieambtenaar gekrenkt is in de waardigheid van zijn ambt (door bijvoorbeeld beledigingen) en een proces-verbaal voor smaad opmaakt. Beledigingen aan gewone medeburgers zijn in uitzonderlijke gevallen strafbaar als laster en eerroof.

Nederlands strafrecht[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Smaad (Nederland) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Smaad is opgenomen in de zestiende titel met opschrift belediging van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht. Smaad is een strafbare vorm van belediging waarbij de eer of goede naam van het slachtoffer wordt gekwetst. Het onderscheid zich van andere vormen van belediging, zoals de eenvoudige belediging, doordat smaad altijd gepleegd moet worden door telastlegging met een bepaald feit en met het doel om daaraan ruchtbaarheid te geven. Wil er sprake zijn van smaad en niet slechts belediging, dan moet het feit wel een bepaalde mate van concreetheid bezitten, een vage beschuldiging is niet voldoende; het moet voldoende duidelijk zijn op welke handeling van het slachtoffer de beschuldiging ziet. Smaad gepleegd door middel van verspreiding van een geschrift of afbeelding valt onder de strafverzwarende vorm smaadschrift. Laster is in het Nederlandse recht een gekwalificeerde vorm van smaad, waarbij de dader wist dat de beschuldiging niet waar was.

Zie ook[bewerken]