Strafwetboek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Strafwetboek van 8 juni 1867[1] is naast het Wetboek van strafvordering de basis van het strafrecht in België.

Het bevat twee boeken, een algemeen en een specifiek.

Minister van Justitie Koen Geens stelde in 2015 een commissie aan die een nieuw Strafwetboek moet voorbereiden, bestaande uit Damien Vandermeersch en Joëlle Rozie, m.m.v. Jeroen De Herdt, Marie Debauche en Margot Taeymans.


Boek 1: de misdrijven en de bestraffing in het algemeen[bewerken]

Boek 1 bevat de algemene bepalingen over de misdrijven, om te beginnen de indeling in (zware) misdaden, de tussencategorie van de wanbedrijven en de (lichte) overtredingen. Daarmee komen ook drie categorieën van straffen overeen, respectievelijk de criminele gevangenisstraf of opsluiting, de correctionele gevangenisstraf tot ten hoogste vijf jaar, en de politiegevangenisstraf, die niet meer dan zeven dagen mag bedragen. Een andere mogelijke straf is de ontzetting van het recht om bepaalde ambten uit te oefenen, bijvoorbeeld ook om deel te nemen aan verkiezingen. Daarnaast zijn er de financiële sancties, zoals de geldboete en/of de verbeurdverklaring van een illegaal vermogensvoordeel. Sinds 1999 stelt het Strafwetboek ook rechtspersonen strafbaar. Daar is uiteraard geen opsluiting mogelijk, maar wel een eventuele ontbinding of een tijdelijke of definitieve sluiting. Sinds kort zijn ook werkstraffen en andere alternatieve straffen voorzien in het wetboek.

Boek 1 omschrijft ook nog een aantal algemene begrippen, zoals

Boek 2: de misdrijven en de bestraffing in het bijzonder[bewerken]

Hier worden alle specifieke misdrijven beschreven, telkens met hun bestraffing

Titel I. Misdaden en wanbedrijven tegen de veiligheid van de Staat[bewerken]

  • Tegen de Koning en de regering
  • Majesteitsschennis is niet als dusdanig strafbaar gesteld in het Strafwetboek, maar hierover geldt wel nog de wet van 6 april 1847 tot bestraffing van de beledigingen aan de Koning.
  • Tegen de uitwendige veiligheid
  • Tegen de inwendige veiligheid
  • Terrorisme

Titel II. Misdaden en wanbedrijven die door de Grondwet gewaarborgde rechten schenden[bewerken]

  • De vrije uitoefening van de erediensten
  • Schending door openbare ambtenaren

Titel III. Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare trouw[bewerken]

Titels IV en V. Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare orde[bewerken]

  • Samenspanning van ambtenaren
  • Aanmatiging van macht door overheden
  • Verduistering en knevelarij
  • Omkoping, zowel actieve als passieve corruptie van overheidsdienaren
  • Misbruik van gezag
  • Afluisteren van communicatie
  • Weerspannigheid
  • Smaad en geweld tegen het openbaar gezag
  • Zegelverbreking
  • Belemmering van openbare werken
  • Publicaties zonder verantwoordelijke uitgever
  • Illegale casino’s, loterijen, speelhuizen en pandhuizen
  • Mededeling van fabrieksgeheimen, bedrieglijke prijsmanipulatie

Titel VI. Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare veiligheid[bewerken]

  • Criminele organisaties
  • Bedreiging met een aanslag of valse meldingen
  • Helpen ontvluchten van gevangenen (voor de gevangene zelf is er geen misdrijf)
  • Banbreuk en verberging van veroordeelde of vermoorde personen

Titel VIbis. Misdaden met betrekking tot het nemen van gijzelaars[bewerken]

Titel VII. Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid[bewerken]

Titel VIII. Misdaden en wanbedrijven tegen personen[bewerken]

Titel IX. Misdaden en wanbedrijven tegen eigendommen[bewerken]

Titel IXbis. Misdrijven tegen de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informaticasystemen[bewerken]

Titel X. Overtredingen[bewerken]

  • De overtredingen volgens het Strafwetboek worden ingedeeld in vier klassen. Het gaat onder meer over het nalaten om straten of doorgangen vrij te houden, het ophitsen van honden, moeskopperij, kansspelen (kaarten) op straat, doden of verwonden van huisdieren (van een ander), afscheuren van officiële aanplakbiljetten, nachtlawaai, valse gewichten, maten en weegtoestellen, waarzeggen en uitleggen van dromen, taartgooien, enz. De meeste overtredingen worden nochtans genoemd in andere wetten, bijvoorbeeld de wegcode.

Met ingang van 1 april 2005 vallen veel van deze overtredingen niet meer onder het Strafwetboek maar onder de gemeentelijke administratieve sancties.

Buiten het Strafwetboek zal men nog talrijke bijzondere wetten aantreffen die bepaalde gedragingen strafbaar stellen, zoals de wet van 25 maart 1891 houdende bestraffing van het aanzetten tot het plegen van misdaden en wanbedrijven.

Externe link[bewerken]