Gespleten brein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Van een gespleten brein is sprake als de hersenbalk in zekere mate is beschadigd. De communicatie tussen de beide hersenhelften is verstoord. Vroeger werd de hersenbalk wel doorgesneden als redmiddel bij hevige epilepsieaanvallen, omdat deze ingreep voorkomt dat een aanval zich verspreidt over de andere hersenhelft. De Amerikaanse neuropsycholoog Roger Sperry deed onderzoek bij patiënten bij wie een dergelijke operatie was uitgevoerd.

Een bekend experiment met een patiënt met een gespleten brein, verloopt als volgt:
Men laat een afbeelding zien in het linkergezichtsveld van de patiënt, de informatie komt binnen in de rechterhersenhelft. De persoon kan niet zeggen wat hij ziet; het spraakcentrum zit (bij de meeste mensen) in de linkerhersenhelft, maar door de beschadiging van de hersenbalk kan de binnenkomende informatie niet naar het spraakcentrum worden 'verzonden'. Als men de persoon vraagt om het afgebeelde voorwerp met de linkerhand op te pakken, dan lukt het wèl, omdat die hand wordt aangestuurd door de rechterhersenhelft (zie ook Visuele halfveldtaak).