Corpus callosum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zijaanzicht van de rechter hersenhelft met hersenbalk

Het corpus callosum,[1][2] commissura maxima[3] of de hersenbalk [4] is een structuur in de hersenen die de twee grotehersenhelften met elkaar verbindt en zorgt dat ze informatie kunnen uitwisselen. Het bestaat uit een bundel van witte stof die vermoedelijk meer dan 200 miljoen axonen (zenuwuitlopers) bevat. Het bestaat voornamelijk uit zenuwuitlopers van cellichamen die zich elders bevinden.

Anatomie[bewerken]

Vier delen[bewerken]

Het corpus callosum bestaat van opzij gezien uit vier delen. Van voor naar achteren: het rostrum, het genu (letterlijk knie), de truncus en het splenium. Van bovenaf gezien hebben de vezels van het corpus callosum de vorm van een in de breedte uitgerekt hoefijzer. De hoefijzervormige vezels die door het splenium (achterzijde) en door het genu (voorzijde) lopen heten respectievelijk forceps major (grote tang) en forceps minor (kleine tang). De forceps major verbindt beide occipitale kwabben, en de forceps minor verbindt beide frontale kwabben. In het verleden werd uit onderzoek opgemaakt dat het splenium bij de vrouw dikker zou zijn dan bij mannen. Deze misvatting is weerlegd in 1997.[5]

Twee soorten interhemisferische vezels[bewerken]

Vele zenuwvezels van de hersenbalk verbinden homotope gebieden, dat wil zeggen gebieden die in corresponderende delen van de hersenhelften zijn gelegen. Zo zullen frontale gebieden in de linkerhersenhelft verbindingen hebben met frontale gebieden in de rechterhersenhelft. Met name de secundaire visuele gebieden hebben zeer veel interhemisferische (tussen de hersenhelften) verbindingen. Een uitzondering hierop vormen de primaire (visuele, tast en motorische) corticale gebieden.

Naast homotope verbindingen zijn er ook verbindingen met heterotope gebieden: deze zijn een afspiegeling van gebieden in dezelfde hersenhelft waarnaar de zenuwvezel projecteert. Zo zal een prefrontaal gebied een verbinding vormen met het premotore gebied binnen dezelfde, maar ook binnen de andere hersenhelft.

Functie[bewerken]

De functionele rol van de hersenbalk is onduidelijk.

Als het corpus callosum is doorgesneden (callosotomie/hersenbalkdoorsnijding), is er sprake van een gespleten brein.

Bij mensen die aan een ernstige vorm van epilepsie lijden, en waarbij alle vormen van medicatie hebben gefaald, wordt soms het corpus callosum doorgesneden, zodat de epileptische haarden in de ene hersenhelft niet voor verstoringen in de andere hersenhelft kunnen zorgen. Deze operaties blijken doorgaans succesvol te zijn. Soms leidt dit echter tot zeer vreemde bijwerkingen. Bekend onder neurologen is het verhaal van een vrouw die met haar linkerhand iemand wilde slaan terwijl de rechterhand de linker tegenhield.[bron?]

Pathologie[bewerken]

Dieren[bewerken]

Sommige dieren bezitten geen hersenbalk: de cloaca- en buideldieren.

Naamgeving[bewerken]

De Latijnse naam corpus callosum is een vertaling van Andreas Vesalius van het Griekse begrip τυλώδης σῶμα tulōdes sōma van de Griekse arts Galenus.[6] Zowel corpus als σῶμα betekenen beide lichaam [7][8] en callosum en τυλώδης beide eeltig.[6][8] De naam kan verklaard worden doordat het corpus callosum hard afsteekt/aanvoelt ten opzicht van het zachtaanvoelende merg van de grotehersenhelften.[6] In het Nederlands komt ook de naam eelachtig lichaam der hersenen [9] voor.

De naam hersenbalk of in het Duits Hirnbalken is een vertaling uit het Latijn van trabs cerebri,[6] met trabs, balk[10] en cerebri, 'van de hersenen'.[10]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.
  2. Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  3. Triepel, H. (1910). Nomina Anatomica. Mit Unterstützung von Fachphilologen. Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  4. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  5. Bishop, K.M. & Wahlsten, D. (1997). Sex differences in the human corpus callosum: myth or reality? Neurosci Biobehav Rev 21(5) 581-601.
  6. a b c d Hyrtl, J. (1880). Onomatologia Anatomica. Geschichte und Kritik der anatomischen Sprache der Gegenwart. Wien: Wilhelm Braumüller. K.K. Hof- und Unversitätsbuchhändler.
  7. Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.
  8. a b Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  9. Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  10. a b Wageningen, J. van & Muller, F. (1921). Latijnsch woordenboek. (3de druk). Groningen/Den Haag: J.B. Wolters’ Uitgevers-Maatschappij