Emotie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een emotie wordt vaak omgeschreven als een innerlijke beleving of gevoel van bijvoorbeeld vreugde, angst, boosheid, verdriet dat door een bepaalde situatie wordt opgeroepen of spontaan kan optreden. Emoties gaan echter niet alleen met subjectieve gevoelens, maar ook met lichamelijke reacties en bepaalde expressies in het gedrag gepaard. In biologische zin kan men een emotie ook definiëren als een reactie van onze hersenen op een affectieve prikkel. Dit komt zowel bij mensen als dieren vrijwel automatisch tot uiting in een bepaald patroon van gedrag (bijvoorbeeld vluchten of toenadering) en fysiologische reacties. Het gevoel kan dan gezien worden als een speciale uiting of vorm van emoties die typisch is voor mensen, namelijk de bewuste beleving, of mentale reflectie van een emotie[1][2][3].[4]

Inleiding[bewerken]

Een emotie kan worden opgeroepen door:

  • het waarnemen van externe gebeurtenissen
  • de eigen gedachten of fantasie
  • een stemming

Het is lastig om aan te geven welke specifieke gebeurtenissen of prikkels uit de omgeving aanleiding geven tot emoties. Het kunnen negatieve gebeurtenissen zijn die met gevaar zijn geassocieerd, en daardoor een gevoel van angst oproepen. Maar het kunnen ook positieve gebeurtenissen zijn die gevoelens van veiligheid of blijheid oproepen. Emotionele reacties zijn voor een deel aangeboren en voor een deel aangeleerd. Een voorbeeld van een dergelijk aangeboren emotionele reactie is schrikken. Sommige mensen zijn angstiger dan anderen. Ook dit kan te maken hebben met hun aanleg. Angst of vrees voor bepaalde situaties of voorwerpen kan echter ook het gevolg zijn van een leerproces. Zo kan een neutrale gebeurtenis door associatie met een schadelijke gebeurtenis op den duur angst gaan oproepen. Dit proces heet conditionering. Het laatste betekent dat dergelijke reacties ook weer kunnen worden 'afgeleerd'.

Emoties zijn niet altijd rechtstreeks in iemands gedrag of gelaatsexpressies te herkennen. Dit komt omdat zij zich vaak 'binnen ons zelf' afspelen. Ook zijn mensen in staat emoties als blijdschap of verdriet te veinzen, of de uiterlijke manifestaties van emoties te onderdrukken. Deze onderdrukte emoties zijn soms toch, zij het indirect, te herkennen aan de lichaamstaal. Vooral de gezichtsuitdrukking (zie verder) en de stemklank spelen daarbij een grote rol. De fysiologische reacties die door meer intense emoties worden opgeroepen, zijn echter moeilijk te onderdrukken. Van dit principe wordt bijvoorbeeld bij de leugendetector gebruikgemaakt. Men kan emoties rangschikken naar valentie (aard of type) en intensiteit. In elk paar hieronder is eerstgenoemde minder intens dan laatstgenoemde emotie.

Expressie van opgetogenheid (Ansichtkaart als promotie van de fonograaf uit 1905)

Onbewuste emoties[bewerken]

Soms kan er sprake zijn van emoties zonder (bewuste) gevoelsmatige reflectie. Een voorbeeld hiervan is de schrikreactie. Een hard geluid lokt binnen een fractie van een seconde automatisch en onbewust een fysiologische reactie uit, zoals het samentrekken van de spieren en hartslagversnelling. Pas enige tijd later treedt een gewaarwording van deze gebeurtenis en de daaraan gekoppelde lichamelijke reactie op, die door onze hersenen vertaald wordt in een schrikgevoel. Onbewuste emoties kunnen vanuit evolutionair perspectief opgevat worden als automatische en snelle reacties op biologisch relevante prikkels. Dit zijn prikkels uit de omgeving die voor het overleven van de soort van belang zijn. Bij mensen gaan dergelijke reacties meestal gepaard met een oriëntatie van de aandacht op zowel de prikkel als de hierdoor opgeroepen fysiologische reactie. Echter, onderzoek van o.a. Joseph LeDoux en Öhman [5] laat zien dat bedreigende stimuli fysiologische reacties kunnen oproepen, zonder dat men zich bewust is van deze stimuli. Door Joseph Ledoux is op grond van onderzoek met ratten een model ontwikkeld dat verklaart hoe onbewuste of impliciete emoties bij de mens kunnen ontstaan. Dit heet het Dual Routes to Action model.

Onderzoek naar emoties[bewerken]

Onderzoek naar emoties in een laboratorium maakt meestal gebruik van de volgende methodes:

Oproepen van emoties[bewerken]

  • Oproepen van een stemming: 'denk aan iets dat u verdrietig maakt'.
  • Beloning en straf, meestal in de context van conditioneringsstudies.
  • Aanbieding van emotionele prikkels, een bekend standaardsysteem is het International Affective Picture System (IAPS) van Peter Lang uit de VS. Dit maakt gebruik van dia's die geschaald zijn naar valentie (positief, negatief) en intensiteit van emoties.

Meting van emoties[bewerken]

  • Directe meting, zelfrapportage: 'beschrijf wat u voelt'
  • Indirecte meting: laten kiezen uit verschillende voorwerpen (bijvoorbeeld poppen), of de emotionele Stroop-taak
  • Psychofysiologische variabelen, zoals GSR of hartslagfrequentie

Basisdimensies[bewerken]

Er bestaan verschillende indelingen en opsommingen van allerlei soorten emoties. Veel van de opgesomde emoties kunnen teruggebracht worden tot (of zijn varianten op) een kleiner aantal basisemoties. De basisemoties op hun beurt kunnen weer gezien worden als combinaties van twee basisdimensies, valentie (prettig-onprettig) en intensiteit. Volgens de Engelse onderzoeker Edmund Rolls spelen bij de valentie dimensie twee aparte processen een rol.[6] Dit zijn toekenning van beloning of straf, en niet toekenning van beloning en straf. Straf gaat bijvoorbeeld gepaard met angst, niet straffen met opluchting. Beloning met blijheid, niet belonen met woede of verdrietigheid. Deze processen kunnen bovendien in intensiteit variëren. Volgens zijn theorie zijn menselijke emoties ontwikkeld (of geëvolueerd) uit deze meer basale emoties, die ook bij dieren voorkomen.

Emotie en motivatie[bewerken]

Het is lastig een scheidslijn aan te brengen tussen emoties en drijfveren, ook motivatie genoemd, die ons gedrag bepalen. Emoties zijn namelijk niet alleen passieve belevingen, maar kunnen ook worden opgevat als actie-tendenties: een drijfveer om een bepaald doel te bereiken.[7] Uit dieronderzoek is gebleken dat leergedrag van dieren gestuurd wordt door beloning en straf, ook reinforcers of 'bekrachtigers' genoemd. Dieren zullen straf (negatieve bekrachtigers) vermijden en beloning (positieve bekrachtigers) nastreven. Voedsel en een mannetje (wijfje) waarmee gepaard kan worden, zijn voorbeelden van positieve bekrachtigers. Pijnlijke stimulatie is een voorbeeld van een negatieve bekrachtiger. Ook in het gedrag van mensen spelen drijfveren als het willen vermijden van pijn en zoeken naar genot of plezier een belangrijke rol. Zij fungeren kort gezegd als de motor van ons gedrag. Naast deze primaire drijfveren bestaan er ook secundaire drijfveren. De voetballer streeft bijvoorbeeld naar het maken van een doelpunt; de zakenman naar het afsluiten van een gunstig contract, en een scholiere naar de verovering van een aardige jongen. Het bereiken van het doel gaat gepaard met een gevoel van blijdschap, het niet bereiken daarvan met een gevoel van frustratie, teleurstelling of verdriet. Deze voorbeelden laten zien dat emoties c.q. gevoelens niet alleen passieve belevingen zijn, maar ook een belangrijke rol spelen in het sturen en activeren van menselijk gedrag.

Verdriet.Lithografie van Vincent van Gogh uit 1883

Hersenen en emoties[bewerken]

Mede op grond van dieronderzoek is er veel bekend over hersenfuncties die emoties reguleren. De betrokken structuren maken deel uit van het limbische systeem. Onderzoekers als Edmund Rolls en Antonio Damasio menen dat emoties gestuurd worden door een affectief netwerk, waarvan structuren als de amygdala, de hypothalamus en de cortex orbitofrontalis deel uitmaken. In dit netwerk hebben deze structuren een verschillende functie.

Rol van de amygdala[bewerken]

Dierstudies hebben aangetoond dat de amygdalae (amandelkernen) betrokken zijn bij het aanleren van vreesreacties (zie ook versterkte schrikreactie). Uit humane studies is er bewijs gevonden dat de amygdalae betrokken zijn bij de evaluatie van de valentie (positieve of negatieve betekenis) van affectieve prikkels uit de omgeving. Patiënten waarbij de amygdalae zijn beschadigd, blijken bijvoorbeeld moeite te hebben met herkenning van gelaatsexpressies van emoties. Dit blijkt vooral op te gaan voor expressies van angst [8]. De amygdalae hebben veel verbindingen met de hypothalamus, die allerlei autonoom fysiologische reacties reguleert en de frontale cortex.

Primaire en secundaire emoties[bewerken]

Er kan globaal een onderscheid worden gemaakt tussen primaire emoties en secundaire emoties. Soms spreekt men van lagere en hogere emoties. Primaire emoties worden automatisch en onbewust door prikkels uit de buitenwereld opgeroepen (denk aan het eerdere voorbeeld van schrikken). Amygdala en door hypothalamus geproduceerde endocriene en neurochemische reacties zijn hier de voornaamste aangeboren mechanismen. Bij de secundaire emoties (bijvoorbeeld ontroering) is een meer complex circuit betrokken, waarin vooral de orbitofrontale cortex een belangrijke rol speelt (zie Damasio verderop). Deze emoties gaan vaak wél gepaard met bewuste beleving. Men spreekt in dit geval ook wel van gevoelens. Secundaire of hogere emoties zijn ook sterker afhankelijk van omgevingsinvloeden en cultuur dan de primaire emoties.

Neurotransmitters[bewerken]

Neurotransmitters zoals noradrenaline, serotonine en dopamine zijn eveneens betrokken bij de controle van emoties. Deze neurotransmitters zijn dus niet alleen een gevolg of correlaat van emoties, maar kunnen ook emoties moduleren via terugkoppeling naar gebieden in de hersenen. Een chronisch verlaagd niveau van noradrenaline en serotonine kan bijvoorbeeld een neerslachtige stemming tot gevolg hebben. Dopamine kan het proces van beloning (een prettig gevoel) versterken. Deze neurotransmitter heeft ook een invloed op de genoemde orbitofrontale schors.

Linker- en rechterhersenhelft.[bewerken]

Tenslotte is uit onderzoek naar patiënten met hersenbeschadiging bewijs gevonden dat de rechter hersenhelft betrokken is bij beleving en expressie van negatieve emoties en de controle van onbewuste emoties (zie ook Hemisferische specialisatie).

Emotietheorieën[bewerken]

Er bestaan vele emotietheorieën. De meeste hiervan hebben betrekking op de relatie tussen gevoelens (de innerlijke beleving) en de lichamelijk reacties die bij emoties optreden. Een punt van debat in sommige theorieën is de relatie tussen cognitie (kennen) en emotie (voelen). Een derde thema is de functie van emoties bij aanpassing aan de omgeving. Recent onderzoek naar hersenstructuren die bij emoties een rol spelen, heeft het inzicht in de aard en deelprocessen van emoties verscherpt. Hier volgt een kort overzicht van de voornaamste theorieën.

James en Lange[bewerken]

William James ging ervan uit dat gevoelens als angst, verdriet, boosheid e.d. ontstaan als wij ons bewust worden van de autonome lichamelijk reacties op emotionele prikkels. Zijn theorie stamt uit 1894. Carl Lange kwam ongeveer tezelfdertijd op een soortgelijk idee, maar richtte zich voornamelijk op de bloedsomloop en spieren. De ideeën van James en Lange worden nogal eens samen genomen onder de naam "James-Langetheorie". Deze theorie heeft als inspiratiebron gefungeerd voor vele latere theorieën.

Cannon[bewerken]

De theorie van James-Lange is met name door Walter Cannon bekritiseerd [9]. Cannons argument was dat fysiologische reacties te diffuus en te traag waren, zodat terugkoppeling hiervan nooit het rijke arsenaal aan gevoelens bij de mens kon verklaren. Volgens Cannon werden gevoelens en lichamelijke reacties ongeveer gelijktijdig door de thalamus tot stand gebracht. Later onderzoek maakte echter duidelijk dat de thalamus niet specifiek betrokken is bij verwerking van affectieve prikkels.

Emotie en Cognitie: het debat tussen Lazarus en Zajonc[bewerken]

Er is veel gedebatteerd over de relatie tussen emoties (voelen) en cognitie (verstand, kennen). Robert Zajonc van de Stanford Universiteit in de V.S. beweerde dat emoties vroeger ontstaan, en onafhankelijk zijn van cognitieve processen[10]. Richard Lazarus van de Universiteit van Berkeley, V.S. meende daarentegen dat emoties een onderdeel vormden van cognitieve processen. Hij sprak in dit verband van een cognitive appraisal (waardering). Een emotie (gevoel) is bijvoorbeeld afhankelijk van de context waarin een lichamelijke reactie optreedt, bijvoorbeeld of ons hart sneller gaat kloppen na het zien van een brullende leeuw of een seksueel aantrekkelijk persoon. Dit sluit aan bij experimenten van Schachter en Singer uit 1962 die aantoonden dat omgevingsinformatie van belang is voor het ‘ labelen’ (benoemen) van lichamelijke reacties[11]. Zij verhoogden door een injectie met epinefrine (of adrenaline) kunstmatig de fysiologische arousal. Dit werd door een proefpersoon gelabeld als negatief, als een andere persoon in de proefruimte zich irritant gedroeg. Als deze zich opgewekt gedroeg, werd een positief gevoel gerapporteerd. De tegenstelling tussen de standpunten van Lazarus en Zajonc wordt voor een deel veroorzaakt door verschillende definities van cognitie. Lazarus rekende namelijk ook vroege waarnemingsprocessen tot cognitie, terwijl Zajonc cognitie opvatte als een proces na komt na de primaire waarneming. Bovendien heeft onderzoek naar de hersenfuncties de tegenstelling tussen beide standpunten verzacht, zo niet achterhaald. Zo weten we nu dat structuren als de amygdala gespecialiseerd zijn in de vroege evaluatie van affectieve prikkels (zie verder). Wat Zajoncs standpunt bevestigt. Echter, deze vroege evaluatie kan gevolgd worden door, of interageren met late bewustzijnsprocessen die weer afhankelijk zijn van andere gebieden in de hersenen. Kortom: beide standpunten lijken juist: emotie en cognitie zijn deels onafhankelijk en deels ook afhankelijk van elkaar.

Illustratie uit Darwins The Expression of Emotions in Man and Animals

Evolutie[bewerken]

Volgens de evolutietheorie hebben emoties een belangrijke functie in het overleven van de soort in een bepaalde omgeving. Zo kan in een fysieke omgeving angst dienen om gevaar te vermijden (vluchtreactie), en woede dienen om een vijand uit te schakelen (vechtreactie). Emoties kunnen echter niet alleen in een fysieke context, maar ook in een sociale context een functie hebben. Bijvoorbeeld bij het nemen van beslissingen en aanpassing aan de omgeving. Enkele voorbeelden volgen hieronder.

Darwin[bewerken]

Darwin opperde het principe van 'serviceable associated habits' ('dienende geassocieerde gewoonten')[12]. Hierin wordt gesteld dat uitdrukkingen van emotie niet bedoeld zijn als expressie, maar simpelweg gedrag zijn wat geassocieerd is geraakt met een bepaalde emotie. Denk bijvoorbeeld aan afkeer, waarbij de tong uit de mond wordt gestoken ten teken van "bah". Tegenwoordig wordt dit niet alleen gedaan door mensen die een hap van bedorven eten hebben genomen, maar ook wanneer iemand in een onplezierige situatie belandt. Zo zijn uitdrukkingen van emotie volgens Darwin een geassocieerde gewoonte geworden.

Ekman[bewerken]

Paul Ekman deed uitgebreid onderzoek naar gezichtsuitdrukkingen van de mens. Hij wilde de stelling van Darwin toetsen dat de gezichtsuitdrukkingen bij bepaalde emoties universeel zijn[13]. Ekmans onderzoek bevestigde het bestaan van universele gezichtsuitdrukkingen voor de volgende zes basisemoties:

De gezichtsuitdrukkingen die bij deze emoties horen worden overal ter wereld herkend. Ook kinderen die zowel doof als blind geboren zijn uiten hun gevoelens door middel van deze universele mimiek.

Antonio Damasio[bewerken]

Antonio Damasio bedacht de Somatische stempel theorie[14] Deze theorie bouwt voort op de oude James-Lange theorie, die stelt dat onze gevoelens een gevolg zijn van de waarneming van lichamelijke reacties. Angst ontstaat bijvoorbeeld als wij merken dat de hartslag toeneemt bij het zien van een gevaarlijk dier. Volgens de somatische stempel theorie zijn lichamelijke processen ook belangrijk voor het nemen van beslissingen. Emotie en verstand werken hier dus samen. Vooral gebieden in de prefrontale cortex spelen volgens Damasio een rol bij de integratie van emotionele en rationele processen.

Joseph LeDoux[bewerken]

De theorie van Joseph LeDoux wordt ook wel de Dual Routes to Action theorie genoemd. Ook in deze theorie staan hersenstructuren, zoals met name de amygdala centraal. Deze zijn vooral betrokken bij de evaluatie van affectieve prikkels die met gevaar zijn geassocieerd. LeDoux’ onderzoek richtte zich op geconditioneerde vreesreacties. Hij onderscheidde daarbij een snelle route in de hersenen voor onbewuste reacties op bedreigende stimuli (zoals het zien van een giftige slang), en een langzame route die de bewuste verwerking van emoties (het angstgevoel) regelt. Ook deze theorie gaat dus in op de samenwerking tussen emotie en cognitie.

Een parallel-hiërarchisch model van emoties[bewerken]

Moderne emotieonderzoekers als Panksepp, LeDoux, Rolls en Damasio menen dat gevoelens en lichamelijke reacties, de twee voornaamste componenten van emoties, parallel en ongeveer gelijktijdig worden opgeroepen. Een eenvoudige versie van dit model wordt in onderstaande figuur getoond. Uit de figuur blijkt dat latere niveaus (zoals gevoel of lichamelijk reacties die het gevolg zijn van de eerdere evaluatie) weer kunnen terugkoppelen naar het vroegere stadium, de evaluatie van de affectieve prikkel. Het laatste betekent dat er sprake is van terugkoppeling van zowel de lichamelijke reactie als het gevoel naar de evaluatie van de gebeurtenis. Ook elementen van de theorie van James-Lange en die van Cannon zijn dus in het model opgenomen. Evaluatie van affectieve prikkels vindt vermoedelijk plaats binnen structuren van het limbische systeem (zoals de amygdala). De door evaluatie opgeroepen processen worden deels door hogere gebieden in de hersenen (gevoel) als hypothalamus (lichamelijke reacties) gecontroleerd.

Een parallel model van emoties

Emotie & Cultuur[bewerken]

De expressie van basisemoties blijkt in verschillende culturen gelijk te zijn [15][16]. In verband hiermee wordt aangenomen dat gelaatsexpressies voor een groot deel aangeboren zijn. Het uiten van gevoelens in een sociale context is echter mede afhankelijk van bepaalde regels die cultuurbepaald zijn. Ekman noemt dat display rules [17]. Het laatste idee is ook benadrukt door sociaal-constructivisten, waaronder Averill [18]. Hij gaat ervan uit dat emotie cultuurbepaald is en bedoeld is om de sociale, communicatieve interactie tussen mensen te reguleren. De cultuur leert in welke situatie men op welke (emotionele) manier behoort te reageren. Averill spreekt van (emotionele syndromen), omdat hij ze ziet als syndroom van een cultuur. Hierbij is er altijd sprake van een samenspel van 4 factoren; subjectieve ervaring, fysiologische verandering, expressies en coping. De cultuur bepaalt welke emoties onder welke omstandigheden gerechtvaardigd zijn. Zo ziet Averill bijvoorbeeld boosheid als een typisch menseljk sociaal geconstrueerd syndroom om interactie tussen mensen te reguleren. Er zijn tenslotte culturen waar men benamingen van emoties kent die een andere cultuur niet kent[bron?]. Zo kent men in het Pali de emotie metta; liefdevolle aandacht. In Japan kent men de emotie "amae", wat neerkomt op een soort wederzijdse afhankelijkheid in respect. In de Filipijnen kent men het woord "liget", wat staat voor iets met peper, vuur, passie. De gangbare lijst van emoties hoeven dus niet gezien worden als compleet of universeel.

Emotie en sekse[bewerken]

Onderzoek heeft aangetoond dat mannen en vrouwen verschillend reageren op affectieve prikkels. Bijvoorbeeld bij het zien van aangename en onaangename plaatjes (zie IAPS) geven mannen doorgaans aan dat zij plaatjes van avontuur en opwinding (zoals seksuele plaatjes) prettiger vinden. Vrouwen daarentegen vinden plaatjes van bedreigende gebeurtenissen of slachtoffers onaangenamer [19]. Het laatste wijst mogelijk op een sterkere angst voor bedreigende gebeurtenissen en neiging om gevaar te vermijden bij vrouwen. Mannen hebben een sterkere neiging tot agressiviteit en opwinding. Mannen vertonen ook een sterkere correlatie (samenhang) tussen positieve valentie (mate van prettig vinden) en arousal (mate van opwinding). Bij vrouwen geldt dit vooral voor onaangename plaatjes: zij rapporten meer opwinding bij onaangename plaatjes. Angststoornissen en depressiviteit blijken tenslotte ook vaker bij vrouwen dan bij mannen voor te komen [20]. Over de oorzaak wordt nog gegist: mogelijk liggen aan deze sekseverschillen zowel biologische als omgevingsfactoren ten grondslag.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Psychologie
Noten
  1. Lane, R.D. & Nadel, L. (2000). Cognitive neuroscience of Emotion, New York. Oxford University Press
  2. Panksepp, J. (1993). Neurochemical control of moods and emotion: aminoacids to neuropeptides. In: M.Lewis & J.M.Havilland (Eds). Handbook of Emotions (pp. 87-107). New York, Guilford
  3. Kok, A. (2004). Het hiërarchisch brein. Inleiding tot de cognitieve neurowetenschap. Assen, van Gorcum.ISBN 90-232-3977-6
  4. A.R. Damasio (2004). Emotions and Feelings. In: Feelings and Emotions. The Amsterdam Symposium. A.S.R. Manstead, N. Frijda & A. Fisher (Eds). (pp 49-57). Cambridge University Press. ISBN 0 521 81652 1
  5. Ohman, A. & Soares J.J.F. (1994). Unconscious anxiety: phobic response to masked phobic stimuli. Journal of Abnormal Psychology, 103, 231-240
  6. Rolls, E.T. (2000). Précis of the brain and emotion. Behavioral and Brain Sciences, 2,177-191
  7. Frijda, N.H. (1986). The Emotions. Cambridge: Cambridge University Press.
  8. Adolphs, R., Tranel, D. & Denburg, N. (2000). Impaired emotional declarative memory following unilateral amygdala damage. Learning and Memory, ,7, 180-186
  9. Cannon, W.B. (1927). The James-Lange of Emotions: A critical examination and an alternative. American Journal of Psychology, 39, 106-124
  10. Zajonc,R.B. (1990). Feeling and thinking: Preferences need no inferences. Amer. Psychol. 35, 151-175
  11. Schachter, S. & Singer, J. (1962). Cognitive, social and physiological determinants of emotional state. Psych. Review, 69, 379-399
  12. Darwin, Charles (1872). The Expression of Emotions in Man and Animals.
  13. Ekman, P. (1994). The nature of Emotion. New York: Oxford University Press
  14. Damasio, A.R. (1995). Descartes’ Error: Emotion, Reason and the Human Brain. New York: AVON Books
  15. Darwin, C. (1872/1965). The expressions of emotions in Man and Animals. Chigaco: the University of Chigaco Press
  16. Ekman, P. 1(1980). The Face of Man, expressions of universal emotions in a New Guinea Village. New York: Garland ,STPM Press
  17. Ekman, P. & Friesen, W.V. (1975). Unmasking the Face. Englewood Cliffs, N.J.: Prentice Hall
  18. Averill, J.R. (1980) A constructivist view of emotions. In: R.Plutchik & H. Kellerman (Eds). Emotions: theory, research and experience, vol 1. (pp 305-339). New York, Academic Press.
  19. Bradey M.M. & Lang, P.J. (1999). Affective Norms for English Words (ANEW). Technical Manual and Affective Ratings. Gainesville Fl.
  20. Weissman et al., (1984). The epidemiology of depression: an update of sex diffreneces in rates. Journal of Affective Disorders,7, 179-188).