Vervreemding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vervreemding is een proces waarbij mensen zich niet meer eigen voelen omdat men het idee heeft geen invloed te kunnen uitoefenen op de ontwikkelingen. Het begrip is onder meer uitgewerkt in de filosofie, psychologie, sociologie, theologie, rechtsgeleerdheid en politieke economie met als gevolg dat er uiteenlopende concepten zijn ontstaan.

Marx[bewerken]

Het begrip vervreemding werd al eeuwenlang gebruikt toen Hegel het uitwerkte. De Jong-Hegelianen namen dit concept over, met name Feuerbach en Marx bouwden daarop voort. Vervreemding was voor Marx een kenmerkend symptoom van het kapitalisme. Hij veranderde het van een filosofisch fenomeen, waar individuen direct invloed op hebben, in een sociaal fenomeen. Hij zag religieuze, politieke en economische vervreemding, waarbij de laatste voor hem het belangrijkste was. Waar hij arbeid zag als belangrijkste vorm van zelfactualisering, was het juist de arbeidsverdeling die het tegenovergestelde teweeg bracht. Vervreemding (Entfremdung of Entäußerung) treedt op wanneer het product van arbeid niet eigen is, in economische zin: arbeid wordt in het kapitalisme verkocht als een waar, waarna het product wordt onteigend door de kapitaalbezitter, die de meerwaarde als winst incasseert of herinvesteert. Arbeid geeft dan geen bevrediging meer, geen idee van controle over de materie. De vervreemding uit zich in de aanbidding van een zelf geschapen macht buiten de mens, zij het in de vorm van religie, de opium van het volk of als warenfetisjisme. In latere jaren zou Marx kiezen voor preciezere en politiek effectievere termen als uitbuiting.

Volgens Marx stamt de vervreemding uit het verschil tussen de arbeiders en de kapitalisten binnen de kapitalistische productiewijze en was het niet antropologisch zoals Hegel stelde, maar historisch. Hegel ziet de arbeider slechts als een product en niet meer als een mens; als schakel in het productieproces waarbij hij zelf geen inspraak heeft.

De vervreemding kan op verschillende gebieden plaatsvinden:

  • de arbeider heeft geen controle over het productieproces, maar wordt gecontroleerd door de kapitalist. De arbeider kan alleen maar zijn arbeidskracht aanbieden op de markt;
  • doordat de arbeider slechts een middel is en geen controle heeft over het arbeidsproces, gaat een groot deel van de meerwaarde naar de kapitalist en heeft hij ook geen inspraak op de productie. Hierdoor is het arbeidsproces een sleur en verliest hij de arbeidsvreugde;
  • ook is hij vervreemd van de maatschappij in het geheel. Vroeger draaide alles meer rond sociale relaties, maar nu is louter het financieel aspect belangrijk;
  • de creatieve bezigheid in het arbeiden gaat eveneens verloren. De arbeider moet zich schikken naar de wil van de kapitalist.

Seeman[bewerken]

Het idee dat alle arbeiders onderhevig zijn aan vervreemding wordt tegenwoordig niet meer aangehangen. Ook het idee dat vervreemding toeneemt bij de toename van technologie heeft minder aanhang. Daarop is gepoogd het begrip te nuanceren en te differentiëren. Belangrijke bijdragen hierbij zijn van de hand van Durkheim met zijn verwante begrip anomie en Seeman. Seeman onderscheidde verschillende vormen van vervreemding:

  • machteloosheid: het idee dat een onpersoonlijk systeem voorkomt dat het eigen gedrag invloed heeft op de uitkomsten of beloningen die worden gezocht;
  • zinloosheid: het functioneren van de sociale organisatie wordt niet begrepen. De gevolgen van het eigen handelen zijn niet te voorspellen of te begrijpen;
  • normloosheid: doordat de heersende waarden en normen niet toereikend zijn om gestelde doelen te bereiken, gaat men er van uit dat sociaal afgekeurd gedrag vereist is om deze doelen te bereiken;
  • isolement: de eigen waarden en motivaties komen los te staan van de doelen en opvattingen in de maatschappij;
  • zelfvervreemding: niet de directe beloning, plezier, of zelfontplooiing staan centraal, maar externe druk of beloning.

Het begrip normloosheid baseerde Seeman op de uitwerking van het anomiebegrip door Merton.

Blauner[bewerken]

Blauner onderzocht dit bij drukkerijen, de textielindustrie, de automobielindustrie en de chemische procesindustrie. Hij zag bij de ambachtelijke drukkerijen en de chemische industrie minder vervreemding dan bij de andere twee bedrijfstakken. Hij zag machteloosheid, zinloosheid, isolement (met daarin inbegrepen de normloosheid van Seeman) en zelfvervreemding als de belangrijkste aspecten van vervreemding in de moderne industrie. Hij keek daarbij naar technologie, werkverdeling, sociale organisatie en economische structuur

Kritiek op deze benaderingen is dat de subjectieve situatie kan verschillen van de werkelijke objectieve situatie. Het idee dat men niet in staat is tot ingrijpen, kan in werkelijkheid in ieder geval ten dele onjuist zijn. De objectieve verwijdering kan dus kleiner zijn dan de subjectieve. Echter, zodra er sprake is van een subjectieve verwijdering, heeft dit invloed op de relatie en is er ook objectief sprake van verwijdering.

Juridisch[bewerken]

Juridisch betekent vervreemding het wisselen van eigenaar van een goed. Hieronder vallen onder meer verkoop, ruil en schenking.

Andere contexten[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]