Meerwaarde (Marx)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
COMMUNISME

Communist star.svg

Portaal  Portaalicoon  Communisme
Een meerwaarde creërende arbeidster , zwetend voor het grootkapitaal

Meerwaarde is de toegevoegde waarde die door loonarbeid wordt gegeven aan een product boven de loonsom. Het is een begrip uit de economische theorie van Karl Marx. De arbeidsdag kan daarbij in twee stukken worden verdeeld waarbij de loonarbeider gedurende de noodzakelijke arbeid zijn eigen loonkosten terugverdient en tijdens de meerarbeid daarna de meerwaarde voor de ondernemer verdient.

In de begintoestand van de economische ontwikkeling, die geassocieerd wordt met een toestand van oercommunisme, produceert iedereen slechts genoeg om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien (zie autarkie). Zodra echter een surplus (overschot) geproduceerd wordt, is er sprake van noodzakelijke arbeid en meerarbeid. Deze laatste produceert een meerproduct. Ook treedt dan de eerste klassenmaatschappij in werking: sommigen kunnen zich als heersers opstellen en leven van de meerarbeid van anderen.

In het industriële tijdperk is de situatie nog net zo. Grondstoffen worden bewerkt tot producten, met zijn inspanning creëert de arbeider zo waarde. Deze inspanning wordt maar gedeeltelijk beloond. Een deel van de inspanning van de arbeider komt niet aan hem ten goede. Elke vorm van waardevermeerdering (of dit nu winst, rente, dividend of welke vorm dan ook) ten bate van de kapitaalbezitter was volgens Marx te herleiden tot meerwaarde en zo tot onbetaalde meerarbeid.

Naast deze benadering van meerwaarde, de toevoeging van waarde aan een product middels arbeid, zijn er andere factoren die een waardevermeerdering tot gevolg kunnen hebben. De belangrijkste andere factor is de tijd, een product kan ook een meerwaarde verkrijgen door ouderdom. Hier kan men een voorbeeld geven met kasbons (waardepapier aan toonder). De interest die men er op krijgt maakt dat de waarde in de tijd toeneemt. Een derde factor is de uniciteit, deze factor bepaalt onder meer de waarde van verzamelgoederen (postzegels, munten) of van kunst.

Voor het bepalen van het binnenlands product wordt de meerwaarde beschouwd als een onderdeel van de totale toegevoegde waarde, en wordt gemeten als de totale bruto-winst op de productie van ondernemingen en staatsbedrijven. Maar deze statistische benadering verschilt nogal van Marx' begrip, hoofdzakelijk omdat het statistisch begrip "toegevoegde waarde" is gebaseerd op principes uit het boekhouden, en een specifieke definitie van "productie" veronderstelt. Onder meer wordt een deel van het inkomen uit rentes, of de verkoop van bepaalde activa, niet beschouwd als onderdeel van de waarde van "productie". Verder verschilt de meting van afschrijvingen in de nationale jaarrekening van de werkelijke afschrijvingen, omdat andere waarderings-principes gebruikt worden.