Politieke economie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Discours sur l'oeconomie politique, Jean-Jacques Rousseau, 1758

Politieke economie is een interdisciplinaire sociale wetenschap die vraagstukken benadert met methoden uit de economie, politicologie en sociologie.[1] De naam, in ouderwets Nederlands ook staathuishoudkunde, was de oorspronkelijke benaming voor het vakgebied dat sinds eind negentiende eeuw economie of algemene economie is.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Politieke economie was de originele term voor de studie van productie, het kopen en verkopen, de relatie tot wetten, klanten en overheid. Het is ontwikkeld in de achttiende eeuw als de studie van economie van de staat.

In tegenstelling tot de theorie van de fysiocraten, waarbij land wordt beschouwd als de bron van rijkdom stelden sommige politieke economen de arbeidtheorie voor, geïntroduceerd door John Locke, ontwikkeld door Adam Smith en later Karl Marx. Hierbij is arbeid de echte bron van rijkdom. Vele politieke economen verwezen ook naar de versnelling van de ontwikkeling van de technologie. Deze ontwikkeling had een economische rol en de sociale relaties werden nog belangrijker.

In de late negentiende eeuw werd de term politieke economie meestal vervangen door de term economie, deze werd gebruikt door mensen die de studie van economie eerder op mathematische basis bekeken dan op een structurele relatie van productie en consumptie.

Eigentijdse uitwerking[bewerken | brontekst bewerken]

Heden ten dage verwijst de politieke economie naar een grote variëteit van het bestuderen van economie en het politieke gedrag.

Antropologie[bewerken | brontekst bewerken]

In de culturele antropologie wordt deze laatste opvatting van politieke economie gebruikt. Antropologen duiden met de term een samenleving aan waar de distributie en soms ook de productie van belangrijke goederen niet plaatsvindt op een vrije markt, maar via politieke instituties. Met name in West-Afrika zijn een aantal samenlevingen aan te wijzen waar het grootste deel van de economie werd beheerst door politieke verhoudingen. Mensen zijn verplicht bepaalde goederen/diensten aan de koning te geven. De koning deelt de goederen dan weer uit of geeft mensen voedsel en onderdak in ruil voor militaire ondersteuning. Ook de zogenaamde feodale samenleving in Europa van ca. 600 tot 1400 met zijn wederzijdse verplichtingen tussen horigen en heren zou een politieke economie genoemd kunnen worden.

Internationale betrekkingen[bewerken | brontekst bewerken]

Waar traditionele economische benaderingen politieke druk niet meenemen als relevant voor besluitvorming, neemt politieke economie ook de invloed mee van belangengroepen of demandeurs die belangrijk zijn voor herverkiezing. Economische verbeteringen zullen dan specifieke groepen betreffen.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Weingast, B.R.; Wittman, D. (red.) (2008): The Oxford Handbook of Political Economy, Oxford University Press,p. 3

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]