Oriëntatievermogen
Oriëntatievermogen is het vermogen van mens of dier om zijn relatie tot zijn omgeving vast te stellen. Er worden in de geneeskunde verschillende aspecten aan het oriëntatievermogen onderscheiden: oriëntatie in tijd, plaats en persoon.
- Tijd: Weet de patiënt wat voor dag, maand, jaar, weekdag het is? Weet hij, zonder op de klok te kijken, ongeveer hoe laat het is, welk seizoen het is?
De oriëntatie in tijd is vaak het eerste wat verloren gaat bij verwardheid, dementie, delier en andere toestanden van niet goed functioneren van de hersenen. - Plaats: Weet de patiënt waar hij is? Waar woont hij? Hoe zou hij daar komen?
- Persoon: Weet de patiënt nog wie hij is? Herkent hij zijn eigen arts, familieleden?
Tijd
[bewerken | brontekst bewerken]Bij oriëntatie in tijd gaat het er om of de persoon ongeveer weet, zonder op de klok te kijken, wat voor dag, maand, jaar, weekdag het is. De oriëntatie in tijd is vaak het eerste wat verloren gaat bij verwardheid, dementie, delier en andere toestanden van niet goed functioneren van de hersenen. Het gaat hier om het antwoord op vragen als: "Hoe laat is het? ", "Welke maand?" of "Welk seizoen is het?"
Plaats
[bewerken | brontekst bewerken]Bij het oriëntatievermogen van de mens betreffende plaats gaat het hierbij om vragen als: "Weet de persoon waar hij is?", "Waar woont hij?", "Hoe zou hij daar komen?"
Bij gehandicapten, met name bij blinden, kan dit vermogen in meerdere of mindere mate beperkt zijn. In dit gebrek voorziet een blindengeleidehond, maar de wisselwerking tussen dier en baas wordt deels bepaald door de mate waarin het oriëntatievermogen van de laatste beperkt is.
Ook bij niet-gehandicapten speelt dit vermogen een belangrijke rol. Dat belang is sterk voelbaar in de ballonvaart, waar de ballonvaarder ten dele is overgeleverd aan natuurkrachten als de grillen van de wind. Ook in ander vervoer en verkeer kan het van belang zijn: de een loopt, op zoek naar een nieuwe bestemming, urenlang in kringen rond, de ander gaat min of meer recht op het doel af.
Het oriëntatievermogen van dieren laat zich onder meer waarnemen bij de vogeltrek. Aangenomen wordt wel dat vogels zich oriënteren door middel van infrasone trillingen. Ook de vleermuis schijnt door middel van geluid zijn plaats te bepalen. Ook zijn de, min of meer fantastische, verhalen bekend van huisdieren die na vele omzwervingen de nieuwe woning van hun verhuisde eigenaar terugvonden. Het omgekeerde komt ook voor: huisdieren raken verloren doordat zij verdwalen.
Persoon
[bewerken | brontekst bewerken]Bij oriëntatie van de mens gaat het er om of de persoon weet wie hij is, en of hij zijn eigen arts of familieleden herkent.
Ook dieren beschikken over dit vermogen, getuige de ruzies, agressie of hechte vriendschappen tussen huisdieren. In de natuur is het onderscheiden van prooi of vijand van belang.