Collectief geheugen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Dit artikel gaat over het collectief geheugen als begrip. Voor het gelijknamige Vlaamse radioprogramma op Studio Brussel, zie: Het Collectief Geheugen. Voor het Vlaamse panelprogramma op Eén, zie Het collectief geheugen.

Collectief geheugen is een verzameling herinneringen die groepen mensen gemeenschappelijk hebben. Zij bewaren deze beelden, zowel bewust als onbewust, in hun geheugen. Er zijn talloze iconische foto's die in het gezamenlijke geheugen zijn opgeslagen, zoals van The Beatles, de vrijlating van Nelson Mandela en de val van de Berlijnse muur in 1989. De media, het onderwijs of verhalen van anderen vormen de basis van het collectief geheugen. Zo weten veel mensen nog steeds, waar zij waren ten tijde van de moord op John F. Kennedy, Pim Fortuyn of Theo van Gogh. Al blijft de dood van een beroemd persoon niet voor altijd in het collectieve geheugen gegrift staan. [1]

Inleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Er is een verschil tussen geschiedschrijving en het collectief geheugen. Geschiedenis beoogt een overzichtelijk, precies en waardenvrij beeld te schetsen van het verleden. Het collectief geheugen geeft het perspectief vanuit één sociale groep, land of gemeenschap, met eigen waarden en normen. Burgers houden soms door overlevering de herinnering levend aan gebeurtenissen van eeuwen tevoren. Daarbij bestaat grote kans dat de feiten steeds meer vertekend worden weergegeven. In families vormen verjaardagsverhalen en fotoalbums een collectief geheugen op kleine schaal. Het collectieve geheugen van organisaties kan ernstig aangetast worden door reorganisaties, daarom is het noodzakelijk herinneringen gestructureerd vast te leggen. Het probleem met het begrip collectiviteit is dat het veronderstelt dat er sprake is van een homogeen geheugen, hetgeen zelden het geval is. Het geheugen zelf is ook een constructie en onderhevig aan onderhoud.

De Zwitserse psychoanalyticus Carl Gustav Jung heeft uitgebreid theorieën geformuleerd aangaande het collectief geheugen van de mens. Hij spreekt daarbij van archetypen die in elke beschaving vaak los van elkaar opduiken en die bijgevolg diep in de menselijke geest gegrift moeten zitten. Evolutionair gezien zou heel wat informatie (al dan niet in het DNA) in onze fysiologische structuur opgeslagen liggen.

Standaardwerk collectief geheugen[bewerken | brontekst bewerken]

Maurice Halbwachs

Het standaardwerk over het collectief geheugen is geschreven door de Franse socioloog Maurice Halbwachs: Les cadres sociaux de la mémoire (De sociale kaders van de herinnering), dat voor het eerst in 1939 verscheen. Hij schrijft dat het collectief geheugen afhankelijk is van het kader, waarbinnen een groep binnen de maatschappij gesitueerd is. Er is, naast de individuele herinnering, de gedeelde herinnering van de groep. De kijk van het individu op het verleden is sterk verbonden met het groepsbewustzijn.

Halbwachs schetst de manier, waarop mensen binnen hun cultuur de geschiedenis uitbeelden, zoals bij monumenten en rituelen die het groepsgevoel versterken. Een gemeenschappelijk beeld van het verleden bepaalt de identiteit in het heden. Hoe herinneringen worden opgevat, heeft ook te maken met de context waarin ze worden geplaatst. De Christenen rechtvaardigden bijvoorbeeld de kruistochten als een manier om een veilige doortocht te waarborgen van pelgrims die het Heilige Land wilden bezoeken. De Arabieren beschouwden de kruistochten echter als een aanval op hun territorium.

Volkeren uit verschillende landen geven een geheel andere interpretatie aan gebeurtenissen uit het verleden. Zo hebben Amerikanen en Russen ieder een eigen beeld van de Tweede Wereldoorlog. [2] De oorlog in Irak is zelfs tussen verschillende (Amerikaanse) generaties op een verschillende manier in het geheugen opgeslagen. Ten tijde van sociale en politieke onrust kantelt vaak het beeld van het verleden. Zo bestaat er in sommige Oostbloklanden nog een nostalgische hang naar vroegere tijden. [3]

Ingrijpende gebeurtenissen, zoals de vliegramp met de MH-17 en de aanslag op de Bataclan in Parijs staan in ieders geheugen gegrift en leiden tot een vergroot aantal bezoekers op Wikipedia. Hetzelfde geldt voor de terroristische aanslagen op 11 september 2001. Dit blijkt uit een onderzoek van het Oxford Internet Institute. [4] Hoewel Wikipedia niet voor iedereen een primaire nieuwsbron is, geeft het toch een indicatie van zaken die spelen in het collectief geheugen.

Onderzoek Pennebaker[bewerken | brontekst bewerken]

De Amerikaanse sociaal-psycholoog James Pennebaker onderzocht, hoe het komt dat bepaalde gebeurtenissen in het collectieve geheugen terecht komen. In zijn boek Collective memory of political events vergelijkt hij het individuele geheugen met het collectief geheugen. [5] Op individueel niveau maken tijdens de adolescentie bepaalde gebeurtenissen extra indruk , omdat de identiteit zich in deze levensfase (deels) vormt.

Hoe naties de geschiedenis interpreteren bepaalt voor een groot deel hun zelfbeeld. Bij een oorlog kunnen beide partijen zichzelf beschouwen als het slachtoffer van andermans agressie. Zuid-Korea en Japan hebben, 75 jaar na het einde van de Japanse bezetting, nog steeds ruzie over excuses en compensatie. De Japanse premier Abe heeft geen zin meer om voortdurend vergeving te vragen voor de daden van de Japanners in de Tweede Wereldoorlog. Eerder zei hij dat "Japanners zich moesten schamen voor hun verleden", maar zijn toon is niet langer verzoenend meer. Een Japanse hoogleraar politicologie noemt Abe een exponent van een revisionistische beweging die het idee van Japan als oorlogsschuldige afwijst. [6]

Politici kunnen aan de geschiedenis een heilsverwachting ontlenen, die aanleiding kan geven tot meningsverschillen. Zoals Thierry Baudet, met zijn uitspraken over de boreale wereld. [7]

Collectief mondiaal geheugen[bewerken | brontekst bewerken]

In 2019 promoveerde Rutger van der Hoeven op het proefschrift The Global Visual Memory: A Study of the Recognition and Interpretation of Iconic and Historical Photographs. Hij onderzocht iconische historische foto’s en vroeg zich af of er een collectief mondiaal geheugen is; foto’s die over de hele wereld belangrijk gevonden worden en herkend. [8] Zijn onderzoek strekte zich uit over alle continenten. Hij ontdekte uiteindelijk 3 foto’s die door tweederde van de wereldbevolking werden herkend: de foto’s van de maanlanding, het portret van Che Guevara, en de foto van het vliegtuig dat de zuidtoren van het WTC raakt op 11 september 2001.

Paula Hamilton, hoogleraar geschiedenis aan de Technische Universiteit van Sydney, beschrijft het collectief geheugen als een herinnering die gekoesterd wordt door een groep, ook al hebben ze de gebeurtenis(sen) zelf niet meegemaakt. [9] In Australië zelf speelt dit rond de Gestolen generaties, waarbij kinderen van Aboriginals van hun ouders werden gescheiden om ze te laten assimileren in de maatschappij. [10] Hamilton noemt het een strategische herinnering, omdat de Aboriginals zich nog steeds getraumatiseerd voelen en eisen, dat de andere Australiërs zich bewust blijven voelen van hun lot.

Een ander Australisch voorbeeld speelt rond de Australian and New Zealand Army Corps. Talloze straten en pleinen in Australië zijn naar het leger (ANZAC) vernoemd. Vele regeringen hebben geprobeerd de herinnering aan de Australische soldaten, die gevochten hebben in de Eerste Wereldoorlog, levend te houden. Ook de Tweede Wereldoorlog dreigt uit het collectief geheugen te verdwijnen. Tegelijkertijd willen ook vrouwen erkenning voor hun rol in de strijd. Ze probeerden een krans te leggen bij een oorlogsmonument, speciaal voor alle vrouwen die in de oorlogen zijn omgekomen; deze werd onmiddellijk door anderen verwijderd.

In de Westerse samenleving komt het regelmatig voor dat een poging wordt ondernomen om het collectief geheugen te wissen. Dit gebeurt nog vaker in (voormalige) dictaturen. In Argentinië heeft de overheid geprobeerd om de tijd van onderdrukking en martelingen van het leger, tijdens het regime van Videla, te vergeten. [11]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Maurice Halbwachs: La mémoire collective, Paris: Presses Universitaires de France, [1939] 1950, (inleiding: Mary Douglas); Duits: Das kollektive Gedächtnis, Frankfurt/M.: Fischer [1985] 1991. ISBN 3596273595
  • Jan Assmann: Das kulturelle Gedächtnis. Schrift, Erinnerung und politische Identität in frühen Hochkulturen. München: C. H. Beck 1992. ISBN 3-406-36088-2 (gebonden uitgave)

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]