Naar inhoud springen

Eye movement desensitization and reprocessing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kevin van Schie, psycholoog aan Tilburg University, over EMDR (Universiteit van Nederland)

Eye movement desensitization and reprocessing (EMDR; letterlijk ongeveer desensitisatie en herverwerking door oogbewegingen) is een vorm van psychotherapie die vooral wordt toegepast bij de behandeling van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Tijdens delen van de behandeling richt de patiënt de aandacht op een belastende herinnering terwijl tegelijkertijd een tweede taak wordt uitgevoerd, doorgaans het volgen van heen-en-weergaande bewegingen met de ogen. Ook andere vormen van bilaterale stimulatie, zoals afwisselende tikken of geluiden, worden toegepast.[1] EMDR werd eind jaren 1980 ontwikkeld door de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. Zij publiceerde in 1989 de eerste onderzoeken naar een procedure die aanvankelijk eye movement desensitization werd genoemd en later werd uitgebreid tot EMDR.[2] EMDR geldt als een evidence-based behandeling voor PTSS. De Nederlandse multidisciplinaire richtlijn voor PTSS uit 2025 adviseert een traumagerichte behandeling en noemt EMDR als een van de behandelingen waaruit in overleg met de patiënt kan worden gekozen. De richtlijn beoordeelt de bewijskracht voor vermindering van PTSS-klachten bij EMDR en traumagerichte cognitieve gedragstherapie als middelmatig.[3] Ook internationale richtlijnen van onder meer de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Britse NICE en het Amerikaanse Department of Veterans Affairs/Department of Defense bevelen EMDR aan als behandeling voor PTSS.[4][5]

Shapiro beschreef haar methode aanvankelijk als een procedure waarbij een traumatische herinnering werd opgeroepen terwijl de patiënt snelle oogbewegingen uitvoerde.[2] De behandeling werd in de daaropvolgende jaren uitgebreid tot een gestandaardiseerd psychotherapeutisch protocol met aandacht voor traumatische herinneringen, daarmee verbonden gedachten, emoties en lichamelijke gewaarwordingen.[6] De naam werd daarbij gewijzigd van eye movement desensitization naar eye movement desensitization and reprocessing, omdat de methode volgens Shapiro niet alleen gericht was op vermindering van spanning bij een herinnering, maar ook op verandering van de manier waarop deze herinnering cognitief en emotioneel wordt verwerkt.[6] EMDR werd aanvankelijk vooral onderzocht bij mensen met traumagerelateerde klachten. Vanaf de jaren 1990 nam het aantal gecontroleerde onderzoeken naar toepassing bij PTSS sterk toe. De behandeling werd vervolgens opgenomen in verschillende nationale en internationale behandelrichtlijnen.

Werkzaamheid bij PTSS

[bewerken | brontekst bewerken]

Onderzoek naar EMDR richt zich voornamelijk op PTSS. Een netwerkmeta-analyse uit 2023 omvatte 157 gerandomiseerde onderzoeken met in totaal 11.565 deelnemers naar psychologische behandelingen voor PTSS bij volwassenen. Traumagerichte cognitieve gedragstherapie, EMDR en andere onderzochte psychotherapieën waren effectiever dan controlecondities; tussen de belangrijkste actieve behandelingen werden geen grote verschillen in werkzaamheid gevonden. Traumagerichte cognitieve gedragstherapie was veruit het meest onderzocht.[7] Een systematische review en meta-analyse uit 2025, waarin ook onderzoeken werden meegenomen die na de Britse NICE-richtlijn van 2018 waren verschenen, concludeerde dat EMDR PTSS-symptomen sterker verminderde dan wachtlijst of gebruikelijke zorg en dat geen statistisch significant verschil werd gevonden tussen EMDR en traumagerichte cognitieve gedragstherapie. De auteurs wezen er tegelijkertijd op dat veel onderzoeken kleine steekproeven hadden en dat vrijwel alle nieuw geïncludeerde onderzoeken een middelmatig of hoog risico op vertekening hadden.[8] Een eerdere systematische review uit 2020 vond eveneens een groot gemiddeld effect van EMDR ten opzichte van controlecondities, maar constateerde aanzienlijke heterogeniteit, aanwijzingen voor publicatiebias en een laag risico op vertekening in slechts een klein deel van de onderzoeken. Wanneer alleen onderzoeken met een laag risico op vertekening werden bekeken, was een eerder gevonden voordeel van EMDR ten opzichte van andere psychotherapieën niet meer aantoonbaar.[9] De Nederlandse PTSS-richtlijn uit 2025 adviseert daarom niet één universeel superieure psychotherapie, maar gezamenlijke besluitvorming waarbij onder meer EMDR, exposuretherapie en verschillende andere traumagerichte behandelingen kunnen worden overwogen.[3] De WHO geeft voor EMDR en andere psychologische behandelingen bij volwassen PTSS een conditionele aanbeveling op basis van bewijs van middelmatige kwaliteit.[4] De Amerikaanse VA/DoD-richtlijn uit 2023 geeft daarentegen een sterke aanbeveling voor drie individuele traumagerichte behandelingen: EMDR, prolonged exposure en cognitive processing therapy.[5] NICE adviseert EMDR voor volwassenen met PTSS na niet-gevechtsgerelateerd trauma wanneer de klachten langer dan drie maanden bestaan, en kan de behandeling tussen één en drie maanden worden overwogen wanneer de patiënt hieraan de voorkeur geeft.[1] Bij kinderen en adolescenten is de plaats van EMDR minder eenduidig. NICE adviseert bij kinderen en jongeren van 7 tot 17 jaar met PTSS na meer dan drie maanden in eerste instantie traumagerichte cognitieve gedragstherapie; EMDR kan worden overwogen wanneer zij daarop niet reageren of er niet aan kunnen deelnemen.[1]

Behandelprotocol

[bewerken | brontekst bewerken]

De standaardvorm van EMDR bestaat uit acht fasen. Deze fasen hoeven niet allemaal binnen één therapiesessie te worden afgerond en kunnen bij complexe problematiek over meerdere sessies worden verdeeld.[10]

  1. Anamnese en behandelplanning. De behandelaar brengt de klachten, voorgeschiedenis en relevante gebeurtenissen in kaart en bepaalt samen met de patiënt welke herinneringen of situaties behandeld worden.
  2. Voorbereiding. De behandeling wordt uitgelegd en er wordt aandacht besteed aan het omgaan met spanning die tijdens de behandeling kan ontstaan. Afhankelijk van de patiënt kunnen hiervoor ontspannings- of andere regulatietechnieken worden gebruikt.
  3. Beoordeling. Voor een gekozen herinnering worden onder meer een kenmerkend beeld, een daarmee verbonden negatieve gedachte over zichzelf, een gewenste positieve gedachte, emoties en lichamelijke gewaarwordingen vastgesteld. De ervaren spanning wordt vaak aangegeven met de Subjective Units of Disturbance (SUD), meestal op een schaal van 0 tot 10. De geloofwaardigheid van een gewenste positieve overtuiging kan worden aangegeven met de Validity of Cognition (VoC), doorgaans op een schaal van 1 tot 7.[10]
  4. Desensitisatie. De patiënt richt zich op de belastende herinnering terwijl tegelijkertijd een bilaterale of andere aandachtbelastende taak wordt uitgevoerd. Meestal volgt de patiënt met de ogen de heen-en-weergaande hand of een andere visuele stimulus. Na korte reeksen wordt nagegaan wat er aan gedachten, beelden, emoties of lichamelijke sensaties opkomt, waarna de procedure wordt voortgezet.
  5. Installatie. Nadat de spanning rond de herinnering is afgenomen, wordt aandacht besteed aan het versterken van de gewenste positieve overtuiging die met de herinnering wordt verbonden.
  6. Bodyscan. De patiënt richt de aandacht op eventuele resterende lichamelijke spanning of andere gewaarwordingen terwijl de herinnering en positieve overtuiging in gedachten worden gehouden.
  7. Afsluiting. De sessie wordt zodanig afgesloten dat de patiënt weer voldoende georiënteerd is op het heden en eventuele resterende spanning kan hanteren.
  8. Herevaluatie. Aan het begin van een volgende sessie wordt nagegaan in hoeverre het effect van de eerdere verwerking is blijven bestaan en welke herinneringen of triggers vervolgens behandeld worden.[10]

In de standaardbeschrijving wordt daarnaast gesproken over een three-pronged protocol. Daarmee worden geen drie behandelfasen bedoeld, maar drie aandachtsgebieden: belastende gebeurtenissen uit het verleden, actuele situaties die klachten uitlokken en voorbereiding op toekomstige situaties.[6] NICE beschrijft een gebruikelijke behandeling bij volwassenen als ongeveer acht tot twaalf sessies, maar vermeldt dat meer sessies nodig kunnen zijn bij bijvoorbeeld meerdere traumatische gebeurtenissen.[1] De werkelijke behandelduur varieert afhankelijk van de klachten, het aantal te behandelen herinneringen en bijkomende problematiek.

Werkingsmechanisme

[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel EMDR aantoonbaar werkzaam kan zijn bij PTSS, is niet definitief vastgesteld via welk psychologisch of neurobiologisch mechanisme het effect ontstaat. Een systematische review van voorgestelde mechanismen vond steun voor verschillende mogelijke verklaringen, maar concludeerde dat het mechanisme nog onvoldoende is opgehelderd.[11]

Adaptive Information Processing-model

[bewerken | brontekst bewerken]

Shapiro ontwikkelde als theoretisch raamwerk het Adaptive Information Processing-model (AIP). Volgens dit model kunnen ingrijpende ervaringen op een zodanige manier worden opgeslagen dat de oorspronkelijke beelden, gedachten, emoties en lichamelijke gewaarwordingen bij latere prikkels opnieuw sterk worden geactiveerd. EMDR zou volgens het model de verwerking en integratie van deze herinneringen bevorderen.[6] Het AIP-model is een klinisch en theoretisch model en vormt geen bewezen neurobiologische verklaring voor de werking van EMDR. Hypothesen die de therapie rechtstreeks gelijkstellen aan processen tijdens remslaap of die specifieke hersencircuits als vastgesteld mechanisme aanwijzen, zijn onvoldoende onderbouwd.[11]

Werkgeheugenhypothese

[bewerken | brontekst bewerken]

Een van de meest onderzochte verklaringen is de werkgeheugenhypothese. Het werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit. Wanneer iemand een emotioneel beladen herinnering levendig probeert op te halen en tegelijkertijd een tweede, cognitief belastende taak uitvoert, moeten beide taken om dezelfde beperkte capaciteit concurreren. Hierdoor kan het mentale beeld tijdelijk minder levendig en minder emotioneel intens worden. Een meta-analyse uit 2021 van 53 laboratoriumonderzoeken vond dat dubbeltaken tijdens het ophalen van emotionele herinneringen gemiddeld zowel de ervaren levendigheid als emotionaliteit verminderden. Dat effect werd niet uitsluitend gevonden bij horizontale oogbewegingen; ook andere aandachtbelastende taken kunnen vergelijkbare effecten hebben.[12] Een systematische review uit 2022 naar EMDR en werkgeheugen vond eveneens dat het combineren van herinnering en een tweede taak de levendigheid en emotionaliteit van traumagerelateerde herinneringen verminderde. De auteurs merkten echter op dat slechts weinig onderzoeken langetermijnmetingen bevatten en dat sommige gevonden effecten op de eigenschappen van de herinnering bij follow-up niet duidelijk bleven bestaan.[13] De werkgeheugenhypothese kan daardoor een deel van de effecten van de dubbeltaken verklaren, maar verklaart niet noodzakelijk het volledige behandelresultaat van het complete EMDR-protocol.[11]

Rol van oogbewegingen

[bewerken | brontekst bewerken]

De specifieke bijdrage van de oogbewegingen is sinds de introductie van EMDR onderwerp van onderzoek en discussie. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen twee vragen: of EMDR als volledige behandeling werkzaam is bij PTSS, en of de horizontale oogbewegingen een noodzakelijke of unieke bijdrage leveren aan dat effect. Een meta-analyse uit 2013 van onderzoeken waarin EMDR met en zonder oogbewegingen werd vergeleken, vond een middelgroot aanvullend effect van de oogbewegingen. In experimentele laboratoriumonderzoeken was het effect op de levendigheid en emotionaliteit van herinneringen groter.[14] Daartegenover staan klinische onderzoeken waarin geen specifieke meerwaarde van bewegende ogen werd aangetoond. In een gerandomiseerd onderzoek uit 2016 met 139 patiënten met PTSS werd bijvoorbeeld geen voordeel gevonden van het volgen van een bewegende hand boven het fixeren op een stilstaande hand, wanneer de overige EMDR-procedure gelijk werd gehouden.[15] Het experimentele bewijs ondersteunt daarmee dat oogbewegingen en andere voldoende belastende dubbeltaken eigenschappen van emotionele herinneringen kunnen beïnvloeden, maar het blijft onzeker in welke mate de oogbewegingen zelf noodzakelijk zijn voor het klinische effect van de volledige therapie. De Amerikaanse VA/DoD-richtlijn concludeert dat er onvoldoende bewijs is om afzonderlijke onderdelen van gestandaardiseerde psychotherapieprotocollen boven of naast het volledige protocol aan te bevelen.[5]

Andere toepassingen

[bewerken | brontekst bewerken]

EMDR wordt ook onderzocht en in de praktijk toegepast bij andere psychische of lichamelijke klachten waarbij belastende herinneringen een rol kunnen spelen. Onderzoek bestaat onder meer naar toepassingen bij depressieve klachten, angststoornissen, fobieën, chronische pijn en andere aandoeningen. De wetenschappelijke onderbouwing voor dergelijke toepassingen is echter minder stevig dan voor PTSS. De systematische review van Cuijpers en collega's uit 2020 vond enkele positieve resultaten bij onder andere fobieën en testangst, maar het aantal onderzoeken was klein en het risico op vertekening hoog. Voor andere psychische stoornissen waren onvoldoende onderzoeken beschikbaar om betrouwbare gezamenlijke conclusies te trekken.[9] Het Nederlandse Trimbos-instituut beschrijft EMDR als evidence-based behandeling voor PTSS en vermeldt dat onderzoek naar andere indicaties plaatsvindt, maar dat deze toepassingen buiten de betreffende erkenning van de interventie vallen.[16]

Opleiding en uitvoering

[bewerken | brontekst bewerken]

EMDR is een psychotherapeutische behandeling die volgens behandelrichtlijnen dient te worden uitgevoerd door daarvoor opgeleide behandelaars. NICE schrijft voor dat EMDR voor PTSS wordt uitgevoerd door getrainde behandelaars die supervisie ontvangen.[1] In Nederland houdt de Vereniging EMDR Nederland (VEN) zich bezig met opleiding, accreditatie en kwaliteitsbevordering rond EMDR en beheert zij een register van erkende EMDR-therapeuten en supervisoren.[17] Het Trimbos-instituut vermeldt dat EMDR in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg doorgaans wordt uitgevoerd door daartoe gekwalificeerde ggz-professionals en dat de behandelduur afhankelijk is van de complexiteit van de problematiek.[16] Internationaal stelt de EMDR International Association (EMDRIA) eisen aan door haar erkende basisopleidingen. Deze zijn in beginsel bedoeld voor bevoegde professionals in de geestelijke gezondheidszorg of voor professionals die onder supervisie naar een dergelijke beroepsbevoegdheid toewerken.[18]

[bewerken | brontekst bewerken]