Heupdysplasie (hond)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Röngenfoto van gezonde heupen
Röngenfoto van beiderzijds dysplastische heupen

Heupdysplasie bij de hond is een multifactorieel erfelijke aandoening die onder meer bij de Duitse herder voorkomt, waarbij spontaan letsels rond de heupkop (caput femoris) en het heupgewricht (acetabulum) ontstaan. Bij mensen komt ook heupdysplasie voor.

Etiologie[bewerken]

Het ontstaan van heupdysplasie wordt bepaald door omgevingsfactoren en het genetisch materiaal van de hond. De genetische component wordt door enkele hoofdgenen bepaald. Selectie op deze genen is mogelijk en wordt door vele fokkers toegepast en van enkel stamboeken geëist [1] [2]. Omgevingsfactoren kunnen de ernst en het tijdstip van optreden van heupdysplasie doen veranderen. Voeding van de honden is een van de belangrijkste factoren. Een te energierijke voeding bevordert het ontstaan van heupdysplasie door langs de ene kant een te snelle groei en langs de andere kant overgewicht. Voederadditiven zoals calcium en vitamine D-houdende preparaten worden het best ook gemeden [3]. Ook onevenwichtige belasting van de hond (bijvoorbeeld door trappen stappen) zal de heupdysplasie verergeren.

Symptomen[bewerken]

Honden met heupdysplasie kunnen manken. In het verloop van de ziekte kan naderhand een spieratrofie ontstaan. Ook crepitatie in het gewricht kan worden gehoord of gevoeld. Naargelang de ernst van de dysplasie kan een luxatie van het heupgewricht ontstaan [4].

Behandeling Heupdysplasie[bewerken]

Er bestaat geen medicijn waarmee heupdysplasie te genezen is. Wel zijn er behandelingen (conservatieve en/of chirurgische behandeling en regeneratieve) en medicijnen waarmee verergering wordt voorkomen, beschadigd kraakbeen wordt geregenereerd en pijnklachten worden verminderd. De conservatieve behandeling (= niet operatief) is bruikbaar bij honden met milde symptomen of bij honden die voor het eerst symptomen van kreupelheid vertonen. De behandeling kan bestaan uit aangepaste beweging (rust of juist training), aangepaste voeding en eventueel ontstekingsremmers. Het doel van een chirurgische behandeling kan de vermindering van pijn zijn, de terugkeer naar een zo normaal mogelijk gebruik van het aangetaste gewrichten het voorkomen van artrose en verdere spieratrofie. Er zijn meerdere operatietechnieken mogelijk.

Röngenfoto van een bekkenkanteling

Enkele van deze operatietechnieken zijn:

  1. Het kantelen van de heupkom over de heupkop. De heupkom wordt op meerdere plaatsen doorgezaagd, gekanteld totdat de heupkop goed in de heupkom past, en weer vastgezet met metalen schroeven. Hierdoor ontstaat er een betere aansluiting. Deze operatie wordt uitgevoerd bij jonge honden (ouder dan 8 maanden) met losse heupen zonder vormverandering.
  2. Het weghalen van een spier in de lies. Hiermee wordt bij veranderde heupgewrichten voorkomen dat de kop in de kom wordt getrokken. Deze operatie wordt uitgevoerd bij honden waarbij deze spier is aangespannen en die misvormde heupen hebben.
  3. Het weghalen van de heupkop. Dit gebeurt meestal niet bij grote honden omdat herstel niet zo goed is als bij kleine, lichtere honden.
  4. Het plaatsen van een kunstheup. Dit gebeurt veelal bij honden met zeer pijnlijke heupgewrichten die ernstig misvormd zijn. Of een operatie dan wel een conservatieve behandeling voor een hond het beste is, moet beoordeeld worden door een ervaren of gespecialiseerde orthopedische dierenarts.
  5. Denervatie van de gewrichtskapsel.

Stamceltherapie[bewerken]

Vaak is de operatieve oplossing zeer invasief. Er bestaat ook een minder ingrijpende behandeling met al dan niet lichaamseigen volwassen stamcellen. Deze gaat de dysplasie niet oplossen maar zorgt wel voor genezing van de artrose, gewrichtsschade en pijn als gevolg van de dysplasie. Dit maakt dat verlamde honden hun mobiliteit terugwinnen en er merkelijk op vooruitgaan. Arthritis of artrose als gevolg van dysplasie (heup- of elleboogdysplasie) zet een vicieuze cirkel in gang van pijn en ontsteking. Het normale herstelproces van beschadigd kraakbeen zal resulteren in fibreus kraakbeen, het equivalent van littekenweefsel in het gewricht. Dit littekenweefsel is minder comfortabel, minder elastisch en geeft makkelijk aanleiding tot herblessures. Therapieën met volwassen mesenchymatische stamcellen afkomstig uit vetweefsel stellen het lichaam in staat om kraakbeen van oorspronkelijke kwaliteit (hyalien kraakbeen) te regenereren en zo het ontstaan van fibreus kraakbeen te verhinderen. Het toedienen van stamcellen op een geaffecteerde plaats zal het lichaam aanzetten de eigen stamcellen te activeren en zo tot lokaal weefselherstel te komen. De toegediende stamcellen oefenen een ontstekingsremmende en anti-apoptische werking uit. In klinische testen door Fat-Stem Laboratories toonden meer dan 80% van de honden die leden aan artrose een gemiddelde tot soms dramatische vooruitgang op de kreupelheidsscore (de gemiddelde mobiliteitstoename van >80%) en op pijn en dit gedurende een lange periode na behandeling[5]. Stamceltherapieën kunnen effectief zijn indien:

  1. Ze een therapeutisch verantwoorde hoeveelheid stamcellen bevatten: 10-50 miljoen
  2. Het product puur is: geen andere cellen dan stamcellen bevat

Maar een handvol farmaceutische bedrijven verdelen deze therapieën (vb. Fat-Stem Laboratories, Osiris)

Fokmaatregelen[bewerken]

In een poging deze erfelijke ziekte weg te selecteren, worden röntgenfoto's gemaakt van de heupgewrichten van fokdieren voor die als fokdier ingeschreven worden in een stamboek. Een onderzoek op heupdysplasie is in het algemeen mogelijk op een leeftijd van 1 jaar.

Zie ook[bewerken]

Noten
  1. Mäki K. et al. , An indication of major genes affecting hip and elbow dysplasia in four Finnish dog populations, Heredity, 2004 Vol. 92(5), p. 402-408
  2. Leighton EA., Genetics of canine hip dysplasia, 1997, J Am Vet Assoc., 1997, Vol. 210(10), p. 1417-1418
  3. Fries CL, Remedios AM, The pathogenesis and diagnosis of canine hip dysplasia: a review, Canine Veterinary Journal, 1995, Volume 36(8), p. 494-502
  4. Niemand HG, Suter PF, Praktikum der Hundeklinik, 9e editie, Parey 2001, ISBN 3826331540
  5. http://www.biomedcentral.com/1746-6148/9/131