Bobbie (Kuifje)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bobbie is de Nederlandstalige naam voor de hond van Kuifje in De avonturen van Kuifje van de Belgische striptekenaar en scenarist van stripverhalen Hergé (1907-1983). Milou is de oorspronkelijke, Franse naam. Milou was de troetelnaam van een jeugdliefde van Hergé, Marie-Louise Van Cutsem. In het Duits heet hij Struppi en in het Engels Snowy.

Bobbie werd voor het eerst door Hergé afgebeeld in 1928 in uitgave 7 van dat jaar van het Belgische satirische tijdschrift le Sifflet. Op 30 december 1928, vijf nummers later, wordt hij in de eerste ballonstrip die Hergé ooit publiceerde, afgebeeld met een jongen. De strip sloeg aan en Hergé wordt door zijn baas abbé Norbert Wallez van de Belgische rooms-katholieke en conservatieve krant Le Vingtième Siècle opgedragen met deze twee figuren een vervolgstrip te maken. Op 4 januari 1929 verschijnt de hond voor het eerst als Milou in de krant, in een vooraankondiging van de eerste strip van Kuifje, toen nog alleen Tintin geheten.[1]

Bobbie is een draadharige, witte foxterriër. Hij is de trouwe kameraad van Kuifje en komt al in het eerste album, Kuifje in het land van de Sovjets, voor. In de stripverhalen blijken de gedachten van Bobbie uit tekstballonnen. In de televisieserie is dit niet het geval. In een aantal Kuifje-strips heeft Bobbie een belangrijke rol door Kuifje tijdig van vijandige personen te redden (bijvoorbeeld door hem wakker te likken of de vijand aan te vallen). Bobbie is een bijzonder dappere hond, die vaak zonder aarzeling schurken, vele malen groter dan hijzelf, aanvalt. Bobbie heeft echter ook zo zijn karakterfouten. Net als kapitein Haddock vergrijpt hij zich, als de kans zich voordoet, aan alcohol. Daarnaast is hij bang voor spinnen. Het geweten van Bobbie speelt af en toe op, als Kuifje hem hierop aanspreekt. Bobbie jaagt regelmatig op katten en in Raket naar de maan jaagt hij op muizen. Ook zegt hij regelmatig "Woeha!" als hij schrikt of pijn heeft.

Marie-Louise[bewerken]

Hergé kreeg in 1924 een liefdesrelatie met Marie-Louise Van Cutsem. Beide vaders kenden elkaar goed. Die van Marie-Louise was een binnenhuisarchitect die opdrachten kreeg van Victor Horta. Haar moeder was een gravin. Marie-Louises vader was tegen de relatie van zijn dochter. Het standenverschil vond hij te groot. Zijn dochter moest daarop de relatie beëindigen.[2]

Wetenswaardigheden[bewerken]

Verschijningen in andere reeksen[bewerken]