Mannen op de maan (Kuifje)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mannen op de maan
Originele titel On a marché sur la Lune
Stripreeks De avonturen van Kuifje
Volgnummer 17
Scenario Hergé
Tekeningen Hergé
Eerste druk 1954
Uitgever Casterman
ISBN 90 303 2505 4
Portaal  Portaalicoon   Strip
Kapitein Haddock, Kuifje en professor Zonnebloem in ruimtepak (Belgisch Stripcentrum)

Mannen op de maan (On a marché sur la Lune) is het zeventiende verhaal uit de reeks Kuifje-strips van de Belgische tekenaar Hergé. Het vormt één lang verhaal samen met het vorige album, Raket naar de maan. In 1982 verscheen een nieuwe Nederlandse vertaling.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het verhaal begint op het moment dat de raket die vanaf de ruimtevaartbasis in Syldavië is vertrokken op weg is naar de maan. Professor Zonnebloem heeft nog steeds geen last van zijn gebruikelijke slechthorendheid, gezien het feit dat hij al in het vorige verhaal een gehoorapparaat in deed. Al snel blijkt dat naast de vier vaste bemanningsleden – Kuifje (samen met Bobbie), kapitein Haddock, professor Zonnebloem en diens assistent Frank Wolff – ook de detectives Jansen & Janssen aanwezig zijn; zij wilden de raket bewaken tot het moment van de lancering, waarvan ze dachten dat die later zou plaatsvinden. Hierdoor rijst de serieuze vraag of er voldoende zuurstof voor alle aanwezigen zal zijn om de reis te voltooien, de reserves waren immers berekend op slechts vier astronauten. Het geplande verblijf op de maan zal hoe dan ook moeten worden ingekort.

Kapitein Haddock, die stiekem een aantal flessen whisky aan boord van de raket heeft meegesmokkeld, bedrinkt zich. In zijn beschonken toestand besluit hij om uit de raket te stappen, omdat hij het zat is en terug wil naar het kasteel in Molensloot. Kuifje redt op het nippertje Haddocks leven wanneer die in de ruimte zwevend wordt aangetrokken door een komeet. Eenmaal nuchter heeft Haddock diepe spijt, en Kuifje dreigt hem voor de rest van de reis in de boeien te slaan als er nog eens zoiets gebeurt. De detectives krijgen in de raket inmiddels opnieuw last van een ziekte die ze in het vorige avontuur – Kuifje en het Zwarte Goud – hebben opgelopen, waardoor ze o.a. een plotselinge zeer sterke baardgroei krijgen. Kapitein Haddock moet hen knippen en scheren.

Bij aankomst op de maan zet Kuifje de eerste voet op de maanbodem. Even later begint hij samen met de rest aan een aantal onderzoeksexpedities in een maanwagen, die echter niet geheel probleemloos verlopen; zo storten ze met de wagen bijna in een afgrond en belandt Kuifje in een spelonk, waaruit hij ternauwernood wordt gered. In een maangrot ontdekken ze stalagmieten en stalactieten; er moet dus water op de maan zijn of zijn geweest.

Dan blijkt er een nieuw gevaar te loeren: kolonel Jorgen – een Bordurisch geheim agent waar Kuifje eerder mee te maken heeft gehad in De scepter van Ottokar – heeft zich als verstekeling verscholen in de raket. Nadat hij eerst is bevrijd door Wolff – die een handlanger van hem blijkt te zijn – en Kuifje heeft neergeslagen, wil Jorgen met de raket terugkeren naar de Aarde met alleen hemzelf, Wolff en Kuifje aan boord. De anderen die nog met de maanwagen weg zijn wil hij op de maan achterlaten, zodat ze tot een gruwelijke dood zijn veroordeeld. Wolff protesteert eerst heftig tegen dit plan. Hij zwicht alsnog wanneer Jorgen hem herinnert aan het dreigende zuurstoftekort, aangezien ze in totaal met zijn zevenen zijn terwijl de zuurstofvoorraad was berekend op vier personen. Kuifje slaagt erin om het vertrek van de raket op het allerlaatste moment tegen te houden. De raket is hierdoor wel beschadigd en moet hersteld worden. De twee schurken worden in de boeien geslagen en meneer Baxter en andere medewerkers van de ruimtevaartbasis worden op de hoogte gebracht.

Dan begint de ondervraging. Jorgen wilde de raket kapen en de aanwezige high-tech stelen. Wolff werd gechanteerd door degenen die de Syldavische raket wilden hebben en erachter waren gekomen dat Wolff als assistent van Zonnebloem in dienst was. Wolff is ook degene die eerder vertrouwelijke gegevens van Zonnebloem aan Bordurië heeft doorgespeeld, waardoor de eerste versie van de raket van Zonnebloem kon worden gekaapt. Ook is hij de onbekende die Haddock op de basis heeft neergeslagen.

Nadat de raket is hersteld en de reis terug naar de Aarde alsnog is begonnen, weten Jorgen en Wolff zich uit hun gevangenschap te bevrijden door een domme zet van Jansen en Janssen. Jorgen wil nu de rest van de bemanning alsnog doden, maar wordt in een handgemeen met Wolff die dit wil beletten per ongeluk zelf doodgeschoten. Wolff besluit hierna uit wroeging over alles om uit de raket te stappen, zodat de anderen voldoende zuurstof overhouden om de reis te overleven.

Als de overgebleven bemanningsleden – Kuifje, Haddock, Zonnebloem en de twee detectives – de aarde naderen, blijkt de meeste zuurstof nu echt opgebruikt. Gaandeweg verliest iedereen het bewustzijn. Haddock drinkt alsnog van de meegesmokkelde whiskey hoewel hem dit eerder door Kuifje streng was verboden, aangezien iedereen toch ten dode lijkt opgeschreven en hij het er dan nog maar een keer van wil nemen. Kuifje blijft van iedereen het langst bij bewustzijn en slaagt er met zijn laatste krachten in om de raket via een knop tijdig te laten draaien, zodat het gevaarte veilig op de basis in Syldavië kan landen.

Na de landing blijft iedereen in eerste instantie bewusteloos en moeten ze gereanimeerd worden. Kapitein Haddock lijkt er van iedereen het slechtst aan toe, maar ontwaakt toch. Er wordt een glas geheven op de goede afloop.

Achtergronden[bewerken]

Politiek-maatschappelijke context[bewerken]

Dit verhaal staat helemaal in het teken van de ruimterace die toen bezig was tussen de USSR en de VS. Kuifje zette zijn eerste stappen op de maan in maart 1953.[1] Dat was ruim zestien jaar eerder dan Neil Armstrong en Buzz Aldrin.

Wetenschappelijke aspecten[bewerken]

Voor dit verhaal verrichtte Hergé verregaand onderzoek. Zijn raket was gemodelleerd naar de V2 van Wernher von Braun en van de cockpit werd een maquette gemaakt. Hergé had naar aanleiding van een eerder verhaal in de Kuifje-serie, De geheimzinnige ster, namelijk het commentaar gekregen dat niet alles even nauwkeurig was. Hij wilde een herhaling voorkomen.

De aarde wordt vanuit de ruimte afgebeeld als een bijgewerkte, ouderwetse globe, dus zonder de gebruikelijke wolkenpartijen, ijsmassa's en atmosfeer. Ook de groene kleur ontbreekt, maar dit laatste was indertijd nog niet bekend. Hergé hield er in het verloop van het avontuur rekening mee dat de aarde draaide door de planeet in verscheidene posities weer te geven naargelang het verhaal vorderde.[2] De stand van de maan ten opzichte van de aarde is in de weekbladenversie een andere dan die in het album, waar die duidelijk verbeterd is.[3] Foutief is dat het licht van de zon vanuit verschillende hoeken op de aarde en de maan valt, evenals de weergave op de maan van druipsteengrotten en rivierdalen.[2]

In de tekenfilm werd de afbeelding van de globe vervangen door een afdruk van de Earthrise-foto, die door de bemanning van de Apollo 8 in 1968 gemaakt werd.[2]

In het verhaal komt in een maangrot ijs voor. De theorie dat er op de maan inderdaad ijs – en dus water – aanwezig is, werd lang door wetenschappers aangehangen. Pas in 2008 kwam er concreet bewijs, voor het eerst geleverd toen de Chandrayaan-1 watermoleculen op de maan detecteerde.

Ontbrekende scènes in de albumuitgave[bewerken]

De weekbladenversie telt 63 pagina's, één meer dan de gebruikelijke 62 van het album.[4] De eerste bladzijde in het album ontbreekt in de weekbladenversie, evenals de grote tekening op bladzijde dertien van het album en de gehele tweede strook een bladzijde verderop.[4] De weekbladenversie kent weer als enige een scène waarin Bobbie door kapitein Haddock per ongeluk uit de maanraket wordt gegooid. Kuifje springt hem zonder enige bescherming achterna, waarna kapitein Haddock Kuifje nog net kan vastpakken. Kuifje op zijn beurt weet Bobbie aan zijn staart vast te grijpen.[5] In de weekbladenversie komt nog een scène voor die in het album ontbreekt. Hierin raken Jansen en Jansens al wandelend op de maan de weg kwijt en komen in zuurstofnood. Als ze door Kuifje en kapitein Haddock gered worden, dreigt Jansens Kuifje neer te schieten.[6]

Verschillen met de tekenfilmversies[bewerken]

In de tekenfilm Mannen op de maan van de Belvision-studio uit de jaren zestig van de twintigste eeuw blijkt al vanaf het eerste moment dat Wolff kwade bedoelingen heeft. Dit komt mede doordat hij van meet af aan nors en kortaf is, terwijl hij in het stripverhaal in het begin juist vriendelijk en hartelijk was; zijn afstandelijkheid kwam pas toen de gehele bemanning zich in de raket bevond op weg naar de maan. Voor de rest wijkt de tekenfilm ook erg af van het oorspronkelijke verhaal. Zo blijven Wolff en Jorgen in leven en worden zij aan het eind van het verhaal gevangengenomen. De tweede tekenfilmserie uit 1992 houdt zich daarentegen wel aan het oorspronkelijke script.

Varia[bewerken]

Als aan het einde wordt getoost op de goede afloop, is dit de enige keer in alle Kuifje-verhalen dat Zonnebloem alcohol drinkt.

Boek Jacques Koch[bewerken]

In de uit 2002 daterende roman Alles blijft zoals het was van de Nederlandse auteur Jacques Koch is sprake van een jacht op een onbekend gebleven Kuifje-album uit 1943 waarin Hergé zijn jonge held al tijdens de oorlogsjaren de ruimte instuurt en op het maanoppervlak laat crashen.