De Blauwe Lotus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Blauwe Lotus
Orig. titel Le Lotus bleu
Stripreeks De avonturen van Kuifje
Volgnummer 5
Scenario Hergé
Tekeningen Hergé
Eerste druk 1936
Portaal  Portaalicoon   Strip

De Blauwe Lotus (oorspronkelijke Franstalige titel: Le Lotus bleu) is het vijfde album uit de stripreeks Kuifje van de Belgische tekenaar Hergé (1907-1983). Het album komt na De sigaren van de farao, waar het een rechtstreeks vervolg op is. De originele versie in zwart-wit verscheen in 1936 in het Frans en de vernieuwde, ingekleurde uitgave in 1946 in dezelfde taal. Het album telt sinds 1946 62 pagina's.

Het verhaal werd voor het eerst gepubliceerd van 9 augustus 1934 tot en met 17 oktober 1935 in Le Petit Vingtième, de wekelijkse jeugdbijlage van het Franstalige en Belgische dagblad Le Vingtième Siècle. Het verscheen onder de titel De avonturen van Kuifje, reporter in het Verre Oosten, in het Frans: Les aventures de Tintin, reporter en Extrême-Orient.

De kleurenversie verscheen in 1947 in het Nederlands. Een nieuwe vertaling volgde in 1974. Sinds de herdruk in 1982 is de tekening op de kaft van het boek aangepast. De originele zwart-witversie werd in 1990 uitgebracht in een Nederlandse vertaling.

Personages die in dit album geïntroduceerd worden[bewerken]

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Kuifje is in Brits-Indië nog steeds te gast bij de maharadja van Rawajpoetalah. Een fakir leest Kuifjes hand en ziet drie mannen voor wie Kuifje moet oppassen: de fakir uit Kuifjes vorige avontuur die inmiddels uit zijn gevangenschap is ontsnapt, een blanke man die door Kuifje dood wordt gewaand en een gele man met zwart haar en een bril. Kuifje wordt even later benaderd door een Chinese bode. Echter, voordat deze man zijn verhaal kan doen wordt hij vanuit het achtergelegen bos vergiftigd met een pijltje met daarin het Kuifje inmiddels bekende gekmakende vergif radjaïdjah. De dader is gevlucht, het moet de ontsnapte fakir zijn. De Chinese man kan, voordat het gif begint te werken, nog net iets uitbrengen over een zekere Mitsuhirato, een Japanse zakenman in Shanghai.

Kuifje besluit om op onderzoek uit te gaan in Shanghai. Daar net aangekomen heeft hij naar aanleiding van een incident met een afgetuigde riksjaloper een aanvaring met de racistische Amerikaanse zakenman Gibbons. Deze is bevriend met J.M. Dawson, de corrupte politiechef van de Internationale Concessie. Mitsuhirato is een in Shanghai verblijvende Japanse zakenman. Hij vertelt Kuifje dat hij Kuifje via de Chinese bode heeft proberen te waarschuwen dat de maharadja in gevaar is, omdat een deel van de organisatie van opiumhandelaren nog steeds actief is en smeekt Kuifje zo snel mogelijk naar hem terug te gaan. Kort daarna worden twee aanslagen op Kuifje gepleegd. Een onbekende Chinese jongeman redt Kuifje het leven door boven op hem te springen, net op het moment dat er vanuit een passerende auto op Kuifje geschoten wordt. Diezelfde avond wordt een kop thee in Kuifjes hand door dezelfde jongeman stuk geschoten net voordat Kuifje ervan kan drinken. Kuifje denkt in eerste instantie dat dit een aanslag op zijn eigen leven was en probeert de vermeende dader te pakken, maar even later blijkt dat Bobbie door het drinken van de thee is bedwelmd. Later wordt er voor Kuifje een ontmoeting geregeld met deze jongeman die hem twee keer heeft gered, maar als de ontmoeting plaatsvindt blijkt deze inmiddels ook met radjaïdjah vergiftigd.

Kuifje besluit, na het krijgen van een briefje zonder afzender waarin hij wordt teruggeroepen naar Indië, om inderdaad maar terug te gaan naar de maharadja. Mitsuhirato komt op de kade beleefd afscheid van hem nemen. Kuifje wordt echter aan boord van het schip door onbekenden met chloroform ontvoerd. Hij ontwaakt in het hoofdkwartier van de Zonen van de Draak, een klein Chinees geheim genootschap dat de opiumhandel bestrijdt. De leider is Wang Jen-Ghie, wiens zoon Didi de jongeman is die Kuifje meerdere malen het leven redde. Maar Didi is inmiddels dus zelf het slachtoffer geworden van de radjaïdjah en hij wil nu voortdurend mensen onthoofden (onder het mom van "de weg vinden, zoals Lao Tse zei"). Alleen zijn vader kan hem enigszins in bedwang houden. Wang vertelt Kuifje nog meer: de ogenschijnlijk keurige Mitsuhirato is in werkelijkheid een spion voor Japan en tevens een van de grootste opiumsmokkelaars die in China actief is. Mitsuhirato had al eerder door dat Kuifje erop uit was gestuurd om hem in de gaten te houden. Om Kuifje te misleiden had hij zich tijdens hun onderhoud als vriend voorgedaan en gelogen over de toedracht van de Chinese bode, die in werkelijkheid was gestuurd door de Zonen van de Draak. Het zogenaamd van de maharadjah afkomstige briefje waarin Kuifje werd teruggeroepen, was in werkelijkheid door Mitsuhirato geschreven.

Kuifje gaat nu naar Mitsuhirato's opiumkit, De Blauwe Lotus, en volgt de spion. Kuifje ziet even later dat Mitsuhirato samen met enkele handlangers treinrails opblaast en vervolgens tegenover de Internationale Concessie van Shanghai de Chinezen hiervan de schuld geeft. Op deze manier zet Japan dus een terroristische aanslag in scène om een inval in China te rechtvaardigen. Kuifje wordt door Mitsuhirato en diens handlangers betrapt, gevangengenomen en met radjaïdjah geïnjecteerd. Een Zoon van de Draak heeft het gif echter voortijdig vervangen, waardoor Kuifje weet te ontsnappen door te doen alsof het gif inderdaad heeft gewerkt. Als Mitsuhirato even later ontdekt dat hij voor het lapje is gehouden, probeert hij Kuifje op straat dood te schieten en daarna dood te steken. Beide pogingen mislukken want de Zoon van de Draak heeft ook met Mitshurato's dolk en pistool geknoeid. Kuifje slaat Mitsuhirato tegen de grond. Mitsuhirato doet daarop wegens poging tot moord aangifte tegen Kuifje bij de Japanse autoriteiten, die een prijs op Kuifjes hoofd zetten. Gibbons, onderweg naar Shanghai, ziet Kuifje toevallig lopen en geeft hem aan bij de Japanners. Kuifje verbergt zich echter, waarop de Japanse commandant Gibbons voor straf in hechtenis laat nemen.

Kuifje besluit terug te gaan naar de Internationale Concessie van Shanghai om een tegengif voor Didi te zoeken. De Internationale Concessie blijkt voor hem echter ook niet veilig, omdat Dawson bevel heeft gegeven tot Kuifjes arrestatie, opdat Gibbons vrij kan komen. Kuifje verschuilt zich in een bioscoop, waar hij een journaal ziet waarin melding wordt gemaakt van professor Fan Se-Yung, een expert op het terrein van krankzinnigheid. Kuifje gaat daarop naar professor Fans huis, maar die is tegen twaalven nog niet thuis. Hij is echter allang weggegaan bij zijn vriend Lioe en had al thuis moeten zijn. Kuifje zoekt een bekende van hem op, Rastapopoulos. Die lijkt zeer verbaasd en vertelt dat hij de professor vlak voor zijn huis had afgezet. Op de plaats waar de auto stond, ontdekt Kuifje een visitekaartje van Gibbons. Kuifje zoekt Gibbons op, die verklaart de professor inderdaad gesproken te hebben. Daarna belt Gibbons onmiddellijk Dawson op. Kuifje wordt gearresteerd en uitgeleverd aan de Japanners, die hem ter dood veroordelen, vanwege de vermeende moordaanslag op Mitsuhirato en omdat hij zich heeft voorgedaan als een Japanse generaal door diens uniform te stelen en zo het Japanse leger in China te misleiden. Mitsuhirato bezoekt Kuifje in zijn cel en biedt hem een hoog bedrag en zijn vrijheid aan als hij voor Japan wil gaan spioneren en wil zeggen waar het gestolen gif is, maar Kuifje schopt Mitsuhirato naar buiten. Daarmee lijkt Kuifjes lot definitief bezegeld; het hakmes wordt geslepen om hem de volgende dag te onthoofden. Maar de Zonen van de Draak bevrijden Kuifje net op tijd en smokkelen hem in een gestolen pantserwagen Shanghai uit.

In een brief van professor Fan blijkt dat die gegijzeld is en gevangen zit in Hu-k'ou, een stad aan de Jangtsekiang waar Kuifje naartoe reist. De rivier is buiten haar oevers getreden en Kuifje redt een jongen, genaamd Tchang, van de verdrinkingsdood. Mitsuhirato en Dawson (die schulden heeft bij de Japanner) sluiten intussen opnieuw een overeenkomst. Dawson zal de Chinese veiligheidsdienst toestemming vragen Kuifje, op grond van een valse beschuldiging, op Chinees grondgebied te mogen arresteren. Dawson stuurt de detectives Jansen en Janssen (tegen hun zin) achter Kuifje aan, maar Tchang steelt hun machtiging op het moment dat ze Kuifje oppakken en vervangt deze door een papiertje met onzin erop. Zodoende worden Jansen en Janssen op het politiebureau voor gekken aangezien en mag Kuifje vrijuit gaan. Later proberen de twee detectives Kuifje te arresteren in een treinstation, maar ook dat mislukt, waarbij de detectives één voor één op hun gezicht vallen en in het ziekenhuis belanden. Mitsuhirato doet opnieuw een poging; hij geeft een als fotograaf vermomde huurmoordenaar opdracht Kuifje dood te schieten. Kuifje raakt gewond aan een schouder, maar weet met Tchang de man te overmeesteren. Kuifje verblijft een week bij Wang Jen-Ghie om aan zijn schouder te herstellen.

Professor Fan blijkt vervolgens niet in de stad aanwezig: hij is ontvoerd op last van Mitsuhirato. De brief was bedoeld om Kuifje op een dwaalspoor te brengen. Intussen zijn Wang, zijn vrouw en hun zoon ontvoerd door Mitsuhirato en diens handlangers. Door zich in een olievat te verbergen, dringt Kuifje door in de kelder van de Blauwe Lotus. Het blijkt een valstrik en Kuifje wordt gevangengenomen. Didi wordt binnengebracht die opgedragen wordt zijn ouders en Kuifje te onthoofden. Yamato, een handlanger van Mitsuhirato, krijgt de opdracht Didi dood te schieten als die klaar is met het onthoofden. Rastapopoulos is ook aanwezig. Hij blijkt de Grote Meester te zijn die de opiumsmokkel leidt. Hij was ook de onbekende bendeleider uit Kuifjes vorige avontuur, blijkens een teken van Kih-Oshk op zijn arm. Rastapopoulos en Mitsuhirato zijn de twee onbekende mannen die de fakir in Kuifjes hand zag. Als Kuifje en meneer en mevrouw Wang op het punt staan door Didi onthoofd te worden, komen Tchang en de Zonen van de Draak gewapend uit andere olievaten tevoorschijn. Kuifje en de zijnen hadden de valstrik namelijk al voorzien, al leek het er even niet op dat Tchang in zijn gedeelte van de tegenactie zou slagen. De drie in de kelder van De Blauwe Lotus aanwezige schurken worden gearresteerd en professor Fan wordt heelhuids teruggevonden.

Uit documenten wordt het bewijs geleverd dat Mitsuhirato een spion is die de treinaanslag in scène heeft gezet. Japan ontkent en treedt uit protest uit de Volkenbond. Mitsuhirato pleegt seppuku in zijn cel. Dawson en Gibbons zien tandenknarsend hun plannen mislukken, maar blijven buiten schot. Uiteindelijk wordt Didi dankzij professor Fan genezen en wordt Tchang door meneer Wang als zijn zoon geadopteerd. Jansen en Janssen komen Kuifje opzoeken. Ze zijn tot het inzicht gekomen dat het niet correct was de bevelen van Dawson op te volgen. Kuifje neemt ontroerd afscheid van zijn Chinese vrienden en gaat per boot terug naar Europa.

Achtergronden[bewerken]

De Blauwe Lotus is het eerste Kuifje-album waarvoor Hergé zich grondig gedocumenteerd heeft. Dat deed hij op advies van pater Léon Gosset. Deze bracht hem in contact met Lou Tseng-Tsiang (1871-1949),[1] Tchang Chong-jen (1907-1998),[2] Tchiao Tcheng-tchi, een kenner van het Chinese theater, en zijn verloofde Lin, afkomstig uit Shanghai.

Het is vooral Tchang Chong-jen die erg betrokken raakte bij de totstandkoming van de strip. Elke zondagmiddag, voor meer dan een jaar, komt Tchang bij Hergé thuis om de Chinese kleding en de achtergronden van de in die week gemaakte tekeningen te controleren op juistheid. Tchang leerde Hergé om soepeler en minder hoekig te tekenen en hij was het die de Chinese geschriften kalligrafeerde. Ook wijdde hij hem in de Chinese filosofie in. Zijn invloed was dusdanig groot dat Hergé voorstelde om het verhaal samen met hem te signeren. Tchang weigerde, maar kalligrafeerde wel het laatste deel van zijn naam op een van de tekeningen.[3] Als dankbetuiging gaf Hergé aan een van personages in het verhaal de naam Tchang. Tchang is daarmee de enige levende persoon die met zijn eigen naam in een Kuifjealbum voorkomt. De stripfiguur Tchang ontstond omdat Hergé en Tchang Chong-Jen van mening waren dat Kuifje in het verhaal een metgezel nodig had. In eerste instantie dachten ze aan een oudere man, maar vanwege het avontuurlijke karakter van het scenario zagen ze daar vanaf. Om eventuele complicaties over een liefdesrelatie te voorkomen, vonden ze de aanwezigheid van een jonge vrouw naast Kuifje eveneens ongewenst. Daarop werd gekozen voor een jongeman.[4]

Centraal staat de opiumhandel, die een belangrijke rol speelde in toenmalig China. Het verhaal is inhoudelijk realistischer dan de meeste andere verhalen uit de Kuifje-reeks, afgezien van enkele bovennatuurlijke elementen zoals het toekomst voorspellen door de fakir en de radjaïdjah. Het wordt door sommigen als het beste verhaal van de serie gezien. In het verhaal komt bijna geen geofictie voor, zoals vaak het geval is in veel latere Kuifjeverhalen; alle in De Blauwe Lotus voorkomende plaatsen bestaan echt en zijn voor het overgrote deel realistisch uitgebeeld.

In De Blauwe Lotus doet Hergé voor het eerst een serieuze poging een politieke situatie te beschrijven.[5] Zo komt er een fictieve aanslag in voor op de spoorlijn Shanghai-Nanking, een duidelijke verwijzing naar het waar gebeurde Mantsjoerije-incident van 18 september 1931. Japanse troepen beschadigden die dag met explosieven een spoorlijn in Mantsjoerije en legden de schuld bij de Chinezen, dat de Japanners als voorwendsel gebruikten voor een invasie in China. In De Blauwe Lotus wordt de aanslag op de spoorlijn Shanghai-Nanking als excuus gebruikt voor het sturen van Japanse gevechtstroepen naar China. Ook het uittreden van Japan uit de Volkenbond wordt weergegeven en er is terloops een verwijzing naar de Bokseropstand.

Tchang Chong-Jen verwerkte in de Chinese opschriften enkele anti-Japanse slogans. Dit veroorzaakte heftige kritiek van Japan, dat zich beklaagde bij het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken. In China daarentegen was Song Meiling, de echtgenote van de toenmalige machthebber Chiang Kai-shek, dusdanig verheugd met het album dat zij Hergé in december 1939 op haar kosten uitnodigde voor een bezoek aan haar land.[6]

Ook racisme is een thema. Zo slaat de Amerikaanse zakenman W.R. Gibbons een Chinese riksjaloper die per ongeluk tegen hem opgelopen is en heeft hij het over "spleetogen" en "die vuile gelen", om tegelijkertijd hoog op te geven over de standaard van de westerse beschaving. Kuifje wijst Gibbons terecht.

Vrijwel alle Japanners die in het verhaal voorkomen, worden door Hergé op stereotype wijze als slechteriken weergegeven. De belangrijkste in het verhaal, Mitsuhirato, wordt afgebeeld met extreem lange tanden en een neus die op die van een varken lijkt. Zijn snor lijkt doornig en zijn haren hebben iets stekelachtigs.[7][8] De Chinezen daarentegen worden afgebeeld als vriendelijk en het slachtoffer van Japanse en westerse imperialisten.[7]

Titel en cover[bewerken]

Door Hergé werd een nieuwe titel bedacht voor de eerste uitgave van het album. Zijn voorkeur en die van Charles Lesne van zijn uitgeverij Casterman gingen uit naar een met een geheimzinnige en tegelijkertijd exotische uitstraling. Hergé kwam op de proppen met die van De Blauwe Lotus. "Het is kort, doet Chinees en geheimzinnig aan", aldus Hergé.[9] Zijn biograaf Pierre Assouline schrijft dat de titel misschien geïnspireerd is op het werk van Victor Segalen, waarin Hergé geïnteresseerd was, en die het in een van zijn boeken heeft over een geheim Chinees bondgenootschap, de Blauwe Lotus.[10] De biografen van Tchang Chong-Jen, Jean-Michel Coblence en Tchang Yifei (een dochter), sluiten die mogelijkheid niet uit, maar denken eerder dat Hergé de film Shanghai Express van Josef von Sternberg uit 1932 gezien heeft, die een jaar later in Europa in de bioscopen draaide. Daarin komt een telegram in beeld, met de tekst: "Blue Lotus lost must have red blossoms midnight". (Blauwe Lotus verloren, moet rode bloesems hebben bij middernacht.)[11]

Volgens Coblence en Tchang is de tekening op de voorkant van het album geïnspireerd door een cover van het tijdschrift A-Z. Daarop zijn de contouren van een rode draak zichtbaar, met daaronder een afbeelding van de actrice Anna May Wong, die een rol heeft in de film Shanghai Express.[11]

Publicaties[bewerken]

Voor de eerste kleurenversie van 1946 diende het album om papier uit te sparen ingekort te worden. Alle kleurenalbums moesten van uitgeverij Casterman een gelijke lengte krijgen van 62 pagina's. Aangezien ook de andere albums in kleur werden omgezet, trok Hergé personeel aan om hem te helpen. Zijn belangrijkste helper was Edgar P. Jacobs. Het blauw van de Chinese kledij van Kuifje en het groen van het overhemd van Tchang zijn van hem afkomstig.[12] Volgens Hergé deed Jacobs zijn uiterste best om de rode lak van de Chinese zuilen zo goed mogelijk na te kleuren. Hiervoor gebruikte hij een vleugje vermiljoen en een snuifje oker. Bij het drukken kwam echter een ander kleur rood tevoorschijn.[13]

De vijf buitentekstplaten verdwenen in de editie van 1946. Daarvoor in de plaats kwamen overzichtstekeningen van een straat in Shanghai (p. 6), een pascontrole bij een fictieve stadspoort (p. 26), Jansen en Janssen die achtervolgd worden door een stoet lachende Chinezen (p. 45) en die van de opiumkit De Blauwe Lotus, waarbij Kuifje zijn hoofd door het gordijn steekt (p. 59).[14] De Chinese karakters werden opnieuw ingetekend, deze keer niet door Tchang Chong-Jen.[12]

In de originele albumuitgave uit 1935 wordt Tchang alleen opgevoerd onder zijn familienaam Tchang en in 1946 bij de eerste kleurenuitgave onder zijn volledige naam Tchang Tchong-Jen.[15] De illegale Chinese zwart-wit uitgave in de Volksrepubliek China van 1 december 1984 verscheen in twee delen met elk 190 pagina's. Het eerste bevat op de kaft een ingekleurde afbeelding van een wegfietsende Kuifje die achterom kijkt, een plaat uit het album. Het andere heeft op de voorkant de ingekleurde afbeelding met de draak en Kuifje en Bobbie in een Chinese vaas. In Japan wordt dit album sinds 1993 uitgegeven.

In tegenstelling tot de meeste andere vroege Kuifjeverhalen zijn voor de kleurenversie van de De Blauwe Lotus alleen de eerste vier pagina's van het album in zijn geheel hertekend, waardoor Kuifje gedurende het grootste deel van het verhaal een rond in plaats van een eivormig hoofd heeft. Dezelfde oude tekenstijl is ook terug te zien in het volgende verhaal, Het gebroken oor.

Wetenswaardigheden[bewerken]

  • Ter voorbereiding kocht Hergé onder andere het fotoboek Von China und Chinesen van Heinz von Perckhammer uit 1931 met 63 foto's uit voornamelijk Peking.[16]
  • Paul Hymans, de eerste president van de Volkenbond en ten tijde van de publicatie van het verhaal in Le Vingtième Siècle minister van Buitenlandse Zaken van België, werd door Hergé geportretteerd. Hij komt ook voor in het album, in zowel de zwart-witversie als in de ingekleurde. Hij is de figuur met wit haar en witte snor die met anderen luistert naar een redevoering van een Japanse diplomaat die tijdens een vergadering van de Volkenbond aankondigt dat het Japanse leger optrekt naar China.[17]
  • De Belgische veldloper Victor Honorez wordt in het bioscoopjournaal dat Kuifje ziet getoond na het winnen van een wedstrijd. In De Blauwe Lotus heet hij Honorat.[18] Honorez was Belgisch kampioen veldlopen in 1934 en 1935.
  • De Blauwe Lotus werd in 1999 verkozen in Le Mondes verkiezing van de 100 beste boeken van de eeuw, tussen tal van literaire werken. Het behaalde de achttiende plaats.
  • Aan het begin van het verhaal luistert Kuifje naar kortegolfberichten.