Suske en Wiske

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Icoontje doorverwijspagina Zie Suske en Wiske (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Suske en Wiske.
Suske en Wiske
Logo van de strip  (Vierkleurenreeks)
Logo van de strip (Vierkleurenreeks)
Land van oorsprong België
Oorspronkelijke taal Nederlands
Genre humoristische strip, avonturenstrip, historische strip, kinderstrip, fantasystrip
Creatieteam
Bedenker(s) Willy Vandersteen
Schrijver(s) Willy Vandersteen, Paul Geerts, Marc Verhaegen, Peter Van Gucht
Tekenaar(s) Willy Vandersteen, Paul Geerts, Marc Verhaegen, Luc Morjaeu
Publicatie
Syndicatie Scriptoria Antwerpen (1976-1987)
Uitgever Standaard Uitgeverij
Publicatiemedia Stripboeken, kranten
Huidige status Lopend
Eerste publicatie 30 maart 1945
Website
Portaal  Portaalicoon   Strip

Suske en Wiske is een Belgische stripreeks bedacht door Willy Vandersteen, die in het begin ook alle verhalen geheel zelf uitwerkte en tekende. Later is de stripreeks voortgezet door achtereenvolgens Paul Geerts, Marc Verhaegen en het duo Luc Morjaeu en Peter Van Gucht van Studio Vandersteen. Het is een van de populairste stripseries in Vlaanderen en een van de Belgische strips die ook in Nederland erg populair is geworden. De serie loopt sinds 1945 en daarmee is het de langstlopende stripreeks van de Benelux.

De verhalen werden in eerste instantie gepubliceerd in De Nieuwe Standaard (1945-1947), later De Standaard (vanaf 1947), alvorens als album te verschijnen. Nadien zijn ze ook in allerlei andere Vlaamse en Nederlandse kranten voorgepubliceerd. Vanaf 1948 stonden ze ook in het striptijdschrift Kuifje.

De verhalen zijn altijd in de eerste plaats humoristisch van aard geweest, met daarnaast vaak een moraliserende ondertoon. Soms staat een min of meer actueel maatschappelijk thema centraal. Daarnaast vormen allerlei elementen uit de (Vlaamse) folklore, bekende sprookjes, volksverhalen, de geschiedenis en de mythologie vaak het uitgangspunt van een avontuur.

Geschiedenis[bewerken]

Begin[bewerken]

Vandersteen begon in de winter van 1944-45 met de eerste schetsen voor het verhaal Rikki en Wiske. Hij legde deze schetsen voor aan twee directieleden van de N.V. Standaard-Boekhandel, die een deel van het verhaal doorstuurden naar de redactie van De Nieuwe Standaard. Daarop besloot uitgever Tony Herbert het verhaal te publiceren.[1] Op 30 maart 1945 verscheen de allereerste aflevering van De avonturen van Rikki en Wiske in De Nieuwe Standaard. In dit verhaal traden tante Sidonia, Wiske en Wiskes oudere broer Rikki op. Het verhaal verscheen in 1946 als album in de winkel, maar de verkoop liep in eerste instantie nog niet storm; na twee jaar waren er niet meer dan 7000 exemplaren verkocht.[2]

Op 19 december 1945 begon in de krant het eerste verhaal van Suske en Wiske met Suske erin, Op het eiland Amoras. Dit verhaal werd in januari 1947 als eerste album in de zogenaamde Vlaamse ongekleurde reeks uitgegeven en werd wel meteen goed verkocht.[2] In het laatste nummer van Le Petit Monde in 1947 verscheen net de eerste aflevering van Le Singe Volant (De vliegende aap). Suske en Wiske heten hier Riri et Miette (later zijn ze "Bob et Bobette" gaan heten). Het was hun eerste verschijning in het Frans.

Stijgende populariteit[bewerken]

De Suske en Wiske-verhalen werden al spoedig uitermate populair. Vandersteen doorspekte zijn verhalen met humor die varieerde van absurde grappen en running gags, woordspelingen tot moppenboekachtige grappen. Soms werden er ook letterlijk moppen geciteerd. Met name in de beginjaren van de strip verwees Vandersteen regelmatig naar de actualiteit,een formule die in de kranten natuurlijk op dat moment perfect werkte, maar ook snel weer gedateerd raakte wanneer de verhalen eenmaal in albumvorm waren uitgegeven. Hierom verdween de actuele humor snel uit de reeks, hoewel de strip altijd een sterk maatschappijkritische ondertoon heeft gehouden.

Een andere belangrijke factor voor het succes van de Suske en Wiske-reeks was Vandersteens verteltalent. Hij wist sfeerrijke, fantasievolle, spannende en mysterieuze plots van zeer uiteenlopende herkomst te bedenken (zie ook #Inspiratiebronnen). Ook kon hij dankzij de manier waarop de strip in de kranten verscheen op grote schaal gebruikmaken van cliffhangers, waardoor lezers altijd van dag tot dag reikhalzend naar het vervolg van het verhaal uitkeken.[noten 1] Verschillende verhalen uit de periode waarin Vandersteen zelf het meest bij de strip betrokken was (jaren 40-50) zijn echte klassiekers geworden, zoals Het eiland Amoras, De vliegende aap, De zwarte madam, De stalen bloempot, De ringelingschat en De dolle musketiers.

Verschillende albumreeksen samengevoegd in de rode reeks[bewerken]

Etalage boekwinkel Delft
1rightarrow blue.svg Zie Blauwe reeks, Vlaamse ongekleurde reeks, Hollandse ongekleurde reeks, Vlaamse tweekleurenreeks, Hollandse tweekleurenreeks en Gezamenlijke tweekleurenreeks voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
1rightarrow blue.svg Zie ook Albumuitgaven en Tekenstijl en inkleuring verderop in dit artikel

In 1948 werd Vandersteen door Hergé gevraagd om Suske en Wiske ook in het weekblad Kuifje te publiceren. Deze verhalen werden na publicatie in het stripblad uitgegeven in de zogeheten Blauwe reeks.[noten 2] In deze verhalen spelen Jerom, tante Sidonia en professor Barabas niet mee. De rol van Lambik werd evenwel belangrijker; in feite werd Lambik de derde hoofdpersoon. Daarnaast ondergingen de hoofdpersonages een metamorfose; zo oogden Suske en Wiske bijvoorbeeld volwassener en Lambik zag er een stuk heldhaftiger uit. De verplichte verbeterde tekenstijl had ook invloed op Vandersteens latere werk.[3]

In maart 1959 voorzag N.V. Standaard Boekhandel de albums voor het eerst van een nieuwe lay-out. Er werd nu een rode steunkleur toegevoegd en de titelletters op de voorkaft waren vanaf nu in het geel. Ook de achterzijde werd vernieuwd. De eerste 66 albums zijn hierdoor oorspronkelijk ofwel alleen in zwart-wit, of met slechts één steunkleur verschenen. Het eerste verhaal dat al meteen in deze tweekleurenreeks verscheen was Het vliegende bed[4]. Enkele van de vóór 1959 verschenen verhalen die te veel afweken van de nieuwe stijl zijn in deze periode voor de eerste keer hertekend en heruitgegeven, zoals De sprietatoom, De ringelingschat, De spokenjagers en De dolle musketiers.[5] Aangezien deze paar verhalen iets later ook in de Vierkleurenreeks weer opnieuw zouden uitkomen, hebben ze in totaal drie albumnummers gekregen. De nieuwe serie werd al snel bekend onder de naam rode reeks.

De tweekleurenreeks bestond slechts een paar jaar. Alle verschillende reeksen waarin de verhalen waren verschenen, werden in 1967 samengevoegd tot één reeks die zo uniform mogelijk werd gemaakt. Toen de eerdere verhalen in deze reeks werden heruitgegeven, werden ook alle kafttekeningen vernieuwd. Het eerste nieuwe verhaal dat meteen in deze Vierkleurenreeks verscheen was De poenschepper.[noten 3] Daarna zijn alle in de kranten voorgepubliceerde verhalen die tot dan toe alleen in de ongekleurde reeksen en/of de tweekleurenreeksen waren verschenen, in de Vierkleurenreeks heruitgebracht.[6] Het eiland Amoras werd in de Vierkleurenreeks direct na De poenschepper als eerste verhaal heruitgebracht, daarna werd de volgorde echter geheel willekeurig.[noten 4]

Tot de verhalen die bij de heruitgave in de vierkleurenreeks in hun geheel zijn hertekend behoren Het eiland Amoras, De vliegende aap, De koning drinkt, De witte uil, Lambiorix en De kleppende klipper. Enkele verhalen zijn in de vierkleurenreeks alleen maar ingekleurd zonder dat er iets aan de oorspronkelijke tekeningen werd veranderd, zoals De stalen bloempot, De zwarte madam en De stierentemmer.

Teruglopend aandeel van Vandersteen[bewerken]

In de beginperiode verzorgde Vandersteen zowel het scenario als de tekeningen en ook inktte hij de verhalen zelf. Het inkten was de eerste taak die hij zou overlaten aan iemand anders. Aan het einde van De mottenvanger (1949) nam François Joseph Herman de inktpen over. Vanaf 1953 was Karel Boumans steeds meer betrokken bij het inkten (voor het eerst in De lachende wolf).[7] In de loop van de reeks zou deze taak door diverse personen worden uitgevoerd, waarvan eerst Eduard De Rop en later Eric De Rop (vader en zoon) de meeste albums voor hun rekening namen. Eduard de Rop trad in 1959 in dienst bij Vandersteen. De eerste Suske en Wiske-verhalen waar De Rop een aandeel in had waren Het vliegende bed en Het gouden paard.[8]

Vanaf ca. 1960 raakte Vandersteen gaandeweg steeds minder persoonlijk betrokken bij de totstandkoming van de Suske en Wiske-verhalen, mede omdat hij zich op het maken van andere strips (zoals Bessy en De Rode Ridder) ging richten. De destijds 30-jarige Paul Geerts voegde zich in 1967 als nieuwe medewerker bij Studio Vandersteen. In eerste instantie hield Geerts zich alleen nog bezig met de productie van de Jerom-reeks in Duitsland. In 1969 vroeg Vandersteen hem om zich ook met Suske en Wiske te gaan bezighouden. De charmante koffiepot was het eerste verhaal in de serie dat werd geïnkt door Geerts, die dit overnam van De Rop. In deze periode hertekende Geerts ook onder meer De koning drinkt en De witte uil, met het oog op de heruitgave van deze verhalen in de Vierkleurenreeks.[9]

Voortzetting van de reeks door Paul Geerts[bewerken]

Vandersteen en Geerts samen bij de presentatie van Angst op de "Amsterdam"

De gekke gokker (1971) was het eerste verhaal waarvan ook het scenario helemaal van de hand van Geerts was, met enkele kleine aanpassingen door Vandersteen.[10] In 1972 kreeg Geerts de volledige artistieke eindverantwoordelijkheid voor de Suske en Wiske-strip, als Vandersteens opvolger.[noten 5] Vandersteen stelde aan de voortzetting van de reeks door Geerts enkele strenge voorwaarden: de geest en filosofie die altijd al achter de verhalen schuilging moesten hetzelfde blijven, de karakters van de hoofdpersonages mochten niet veranderen en de verhalen moesten altijd in een positieve sfeer blijven eindigen.[9] In 1971 begon Rita Bernaers met het verzorgen van de inkleuring van de verhalen.[11]

Ondanks de overname bleef Vandersteen zelf ook in de tijd hierna in meer of mindere mate bij de strip betrokken. Hij werkte zelf ook nog de scenario's van enkele verhalen uit. Zo zijn de scenario's van De vinnige Viking (1976), Het Bretoense broertje (1983), De ruige regen (1985), De eenzame eenhoorn (1988) en ten slotte De wervelende waterzak (1988) nog door Vandersteen geschreven. Van die laatste twee albums verzorgde hij bovendien het tekenwerk en bij De ruige regen ging hij over de ruwe schetsen. Van de andere albums in dit lijstje was Geerts de tekenaar. Zodoende is De wervelende waterzak het laatste Suske en Wiske-album waar Vandersteen nog in eigen persoon aan meegewerkt heeft.

In 1980 kwam Lilianne Govers in dienst bij Studio Vandersteen. Zij verzorgde de lettering van de Suske en Wiske-verhalen en een deel van het inktwerk. In 1984 begon Eric de Rop − de zoon van de eerder genoemde De Rop − zijn medewerking aan de stripreeks, en twee jaar later werd hij de nieuwe vaste inkter. Het eerste verhaal dat hij inktte was De bevende berken, een reclame-album dat niet in de reguliere reeks is verschenen.[11]

In augustus 1990 overleed Vandersteen. Op alle Suske en Wiske-albums is echter sindsdien Vandersteens naam blijven staan, ongeacht of hij aan het verhaal in kwestie enige inbreng heeft gehad. De naam van Geerts werd pas voor het eerst vernoemd in De krachtige krans (1988). Vandersteen stelde bij testament een aantal voorwaarden aan voortzetting van de reeks. Zo blijven seks en drugs taboe en mogen er geen hoofdpersonen bijkomen of verdwijnen. Ook mogen de hoofdpersonen niet veranderen of verouderen, en ook een aantal bestaande situaties mogen niet veranderen; zo mogen Lambik en Sidonia bijvoorbeeld nooit huwen.

Inbreng van Marc Verhaegen[bewerken]

Marc Verhaegen

In 1988 sloot Marc Verhaegen zich bij de Studio Vandersteen aan.[11] Hij had op dat moment de taak een kortverhaal te maken dat als proloog kon dienen voor een reclame-uitgave van De schat van Beersel van Kredietbank. Dit moest tevens in de stijl van de blauwe reeks gebeuren. Vandersteen en Geerts besloten na het zien van dit verhaal om Verhaegen aan te nemen.

Verhaegens eerste wapenfeit in de reguliere serie was het uitwerken van de tekeningen vanaf strook 179/180 in De speelgoedspiegel (1989). Nadien werd Verhaegen ingezet voor diverse nieuwe verhalen. Aanvankelijk bleef zijn inbreng nog beperkt tot het uitwerken van de tekeningen. De goalgetter (1990) was het eerste verhaal waarin Verhaegen een groot aandeel had. Daar verzorgde hij zowel het basisidee als de tekeningen. Het standaard aantal pagina's per album werd in deze periode teruggebracht van 56 naar 48. In De krakende carcas (1992) nam Verhaegen zowel scenario als tekeningen op zich.

Gedurende de jaren 90 wisselden Verhaegen en Geerts elkaar af voor het uitwerken van de albums. Soms werkten ze ook samen aan één album. Omdat Geerts nog steeds de officiële tekenaar was, bleef tot eind 2001 Verhaegens naam onvermeld in de albums. Steeds stond er 'scenario en tekeningen: Paul Geerts', ook al betrof het een verhaal van Verhaegen. Het laatste album dat nog volledig door Geerts gemaakt werd, was Het enge eiland (1999). In 2002 gaf Geerts tot slot ook officieel het stokje door aan Verhaegen, die reeds alle nieuwe verhalen op zich nam sinds het verschijnen van Het verdronken land (1999). Pas vanaf de officiële overname in 2002 werd Verhaegens naam in de albums vermeld in de plaats van die van Geerts. In De blote Belg (2001) werden Geerts en Verhaegen samen vermeld.

In 2005 werd Verhaegen aan de kant geschoven na een dispuut met Studio Vandersteen. De aanleiding was dat hij het plan had opgevat om Auschwitz als thema in een verhaal te verwerken, maar dit viel bij de overige medewerkers in slechte aarde.[12] De formidabele fantast was Verhaegens laatste contributie. In 2016 onthulde Geerts in een interview dat de samenwerking met Verhaegen vaak erg moeizaam was geweest.[13]

Overname door Studio Vandersteen[bewerken]

Sinds Verhaegen niet meer bij de productie van de verhalen is betrokken, wordt het werk in teamverband gedaan door Studio Vandersteen zelf. Peter Van Gucht als hoofdscenarist en Luc Morjaeu staan daarbij aan het hoofd van het tekenteam. Van Gucht had zich daarvoor reeds bewezen als scenarist van diverse kortverhalen. Hij verzorgde ook al het scenario van De flierende fluiter, waar Verhaegen nog de tekenaar van was. Morjaeu daarentegen kwam nieuw over naar Studio Vandersteen nadat Verhaegen vertrokken was. Zo ontstond een tekenteam onder leiding van Morjaeu (met Dirk Stallaert, Peter Quirijnen, Charel Cambré en Eric De Rop) en een scenarioteam onder leiding van Van Gucht (met Bruno De Roover en Erik Meynen).[14]

Omslag albums vanaf 2007[bewerken]

De omslag van de albums werd opnieuw drastisch vernieuwd in de zomer van 2007. Studio Vandersteen nam afstand van de aloude rode kaft met in het midden een tekening die het hoofdthema van het verhaal uitbeeldt. Vanaf nu vulde de tekening de hele voorkant. Dit werd voor het eerst gedaan bij de albumuitgave van De curieuze neuzen. Om de lezers te laten wennen aan de nieuwe vormgeving, koos de studio voor een mapje dat om het album werd geschoven. Het mapje zelf heette De magnifieke metamorfose en hierop was de traditionele rode kleur nog wel aanwezig.[15] Daarnaast werden ook de afbeeldingen zelf van alle individuele albums door Morjaeu hertekend in de nu gangbare tekenstijl.

De metamorfose had tot gevolg dat de verhalen van vóór 1967, waarvan de kaft bij de overgang van de tweekleuren- naar de vierkleurenreeks ook al opnieuw was getekend, nu voor de tweede keer van een hertekende kaft werden voorzien. In 2008 kwamen alle albums met de nieuwe cover op de markt.[16]

Belangrijkste personages[bewerken]

Stripmuur in Brussel, waarop de hoofdpersonages (van onder naar boven: Jerom, Lambik, Sidonia, Suske en Wiske die Schanulleke vasthoudt) zijn uitgebeeld, terwijl ze allen worden opgetild door Manneken Pis.
1rightarrow blue.svg Zie Lijst van personages uit Suske en Wiske voor een volledige lijst van personages die voorkomen in de verhalen van Suske en Wiske

In het tweede verhaal, Het eiland Amoras, maken Suske en professor Barabas[noten 6] hun opwachting. Rikki verdwijnt spoorloos nadat in de aankondiging van het voornoemde verhaal wordt gemeld dat hij met een schoenenbon op pad wordt gestuurd. Vandersteen verklaarde later dat Rikki geen volwaardige tegenspeler van de veel jongere Wiske was en dat het personage bovendien te veel op Kuifje leek.[17] Lambik trad voor het eerst op in het derde verhaal, De sprietatoom (1946). Jerom maakte zijn debuut zes jaar later, in De dolle musketiers (1952).

Hoofdpersonages[bewerken]

  • Suske – Een verre nazaat van Sus Antigoon, die eigenlijk François heet. Oorspronkelijk woonde hij op het eiland Amoras, maar tante Sidonia adopteerde hem in haar gezin. Bij zijn introductie in de strip is hij een schaars geklede woesteling, die volledig uit zijn vel springt wanneer iemand "Seefhoek vooruit" roept (bij latere herdrukken van Het eiland Amoras is dit veranderd in "Antigoon vooruit"). In vrijwel alle andere verhalen is hij een doorsnee jongen zonder kleurrijk karakter. Hij is echter wel moedig, idealistisch, trouw, meestal intelligent en ook tamelijk sterk.
  • Wiske – Een meisje dat eigenlijk Louise heet. Ze wordt door haar tante Sidonia opgevoed, wie haar ouders zijn of wat daarmee is gebeurd wordt in de verhalen nergens duidelijk. Wiske is intelligent, maar ook nieuwsgierig, jaloers en soms ijdel. Toch kan ze wanneer het moet deze gebreken ook opzijzetten en haar goede hart tonen.
  • Schanulleke – Een lappenpopje waar Wiske zielsveel van houdt. Aanvankelijk heette ze in België Schalulleke en in Nederland Schabolleke. Haar huidige naam kreeg ze in De schone slaper.
  • Tante Sidonia – Wiskes tante, die in veel verhalen min of meer de bijrol van adoptiemoeder van zowel Suske als Wiske vervult, maar soms (met name in de oudere verhalen) zelf ook heel actief meespeelt. Ze is een lange, magere vrouw die haar mannetje kan staan in noodsituaties. Desondanks wordt het haar soms ook te veel en krijgt ze zenuwtoevallen. Ze lijkt in sommige verhalen heimelijk verliefd op Lambik te zijn en komt daar soms gewoonlijk openlijk voor uit, zoals in De sterrenplukkers. Vaak krijgt ze spottende opmerkingen over haar grote voeten en haar abnormaal lange neus.
  • Lambik – Werd ooit door professor Barabas ingehuurd als detective en is sindsdien altijd een van de vaste hoofdpersonages gebleven. Lambik zorgt meestal voor de grappigste momenten in de strip. In Nederland heette hij aanvankelijk Lambiek. Vandersteen gaf hem aanvankelijk de naam Pukkel. De naam Lambik is afgeleid van het lambiekbier.
  • Jerom – Een ongelofelijk sterke man die de anderen in moeilijke situaties dankzij zijn kracht steeds uit de problemen helpt. Hij komt oorspronkelijk uit de prehistorie, maar zat ingevroren totdat hij in de 17de eeuw door de hertog Le Handru werd ontdooid[noten 7]. In zijn debuutverhaal De dolle musketiers is hij een van de vijanden van Suske, Wiske, Lambik en Sidonia. Na door Wiske tot het goede te zijn bekeerd, wordt hij meegenomen naar de 20e eeuw via de teletijdmachine. In Nederland heette Jerom vroeger Jeroen of Jeroentje.

Nevenpersonages[bewerken]

Tot de meest terugkerende nevenpersonages behoren:

  • Professor Barabas – Een geleerde wiens merkwaardige uitvindingen in veel verhalen een belangrijke rol spelen. Zijn beroemdste en meest gebruikte uitvinding is de teletijdmachine. Naast de zes voornoemde hoofdpersonages is Barabas degene die het vaakst voorkomt in de verhalen.
  • Arthur – een broer van Lambik die in de jungle woont en kan vliegen (waarschijnlijk bedoeld als parodie op Tarzan). Hij verscheen voor het eerst in De vliegende aap.
  • Krimson – De vaakst terugkerende slechterik in de reeks, hoewel hij pas relatief laat in de serie werd geïntroduceerd, in Het rijmende paard.
  • Jef Blaaskop – Een van de vaste bewoners van Amoras. Hij treedt voor het eerst op in Het eiland Amoras als een machtsbeluste schurk. In De stalen bloempot is hij bekeerd tot de goede kant en helpt dan Suske, Wiske en Lambik.
  • Theofiel Boemerang – Een zakelijk ingestelde buurman die iedereen allerlei dingen probeert aan te smeren. Hij verscheen voor het eerst in De Texasrakkers.
  • Tobias – Een hond die Suske en Wiske geregeld bijstaat. Hij verscheen voor het eerst in Het hondenparadijs.
  • Sus Antigoon – Over-over-over-overgrootvader van Suske en de ontdekker van het eiland Amoras. Hij verscheen voor het eerst in Het eiland Amoras.
  • Snoeffel & Gaffel – Twee schurken die niet vies zijn van omkoperij. Ze verschenen voor het eerst in De gouden cirkel.
  • De Van Zwollems – Annemarie van Zwollem en haar geesteszieke vader verschenen voor het eerst in Het sprekende testament.
  • De Zwarte Madam – Een blonde heks die spreekt met een Frans accent. Ze verscheen voor het eerst in De zwarte madam.

Verhaalthema's[bewerken]

Inspiratiebronnen[bewerken]

Veel van de plots zijn gebaseerd op historische feiten. Voorts is er inspiratie geput uit allerlei grote literaire werken, bekende sprookjes, mythen en soms ook de Bijbel. In de periode 1949-1953 haalde Vandersteen zijn inspiratie vooral uit de klassieke mythologie, diverse bekende sagen en bekende romans. Zo zijn in De mottenvanger bijvoorbeeld veel elementen uit de klassieke Griekse mythologie verwerkt. Het bevroren vuur bevat overwegend sprookjeselementen en speelt zich daarnaast af in het tijdperk van de Noormannen. De ringelingschat is mede gebaseerd op Wagners Der Ring des Nibelungen. De dolle musketiers is gebaseerd op Alexandre Dumas' roman De drie musketiers.

Tussen 1953 en 1959 putte Vandersteen voor de verhalen nauwelijks uit klassieke literatuur. Een uitzondering hierop vormt De straatridder, dat is gebaseerd op de klassieker Don Quichot van Miguel de Cervantes. In de latere verhalen komen elementen uit klassieke literatuur weer af en toe terug en in een enkel geval ook de Bijbel. Zo is De junglebloem (1969) een gedeeltelijke hervertelling van The Jungle Book van Rudyard Kipling. De kale kapper (1972) bevat elementen van het Bijbelse verhaal van Simson. Het dreigende dinges (1984) is mede gebaseerd op de roman Een hond van Vlaanderen van Marie Louise de la Ramée.

Een trend die zich vooral in de latere verhalen manifesteert is het sterk inhaken op populaire zaken en cult (De elfstedenstunt, Big Mother, De blote Belg, enz.). Allerlei bekende films en televisieseries hebben door de jaren heen een inspiratiebron gevormd voor bepaalde Suske en Wiske-verhalen. Wattman (1967) is een allusie op de destijds populaire superheldenstrip Batman. De Texasrakkers (1959) was gebaseerd op de Tales of the Texas Rangers. Jeromba de Griek (1966) werd geïnspireerd door de film Zorba de Griek. Robotkop (1996), een verhaal van Paul Geerts, werd geïnspireerd door Paul Verhoevens film RoboCop. Het beeldje van Manneken Pis heeft een belangrijke rol in Het kregelige ketje.

Bekende kunstenaars en/of hun kunstwerken komen geregeld aan bod, zoals Peter Paul Rubens (De raap van Rubens), Jheronimus Bosch (De bibberende Bosch), Mozart (Het wondere Wolfje), Rembrandt van Rijn (De nachtwachtbrigade), Antoon van Dyck (Het rijmende paard), Vincent van Gogh (De kleurenkladder), M.C. Escher, Magritte en Salvador Dali (De kunstkraker). Als inspiratie voor De koning drinkt en De dulle griet dienden schilderijen met dezelfde naam van Jacob Jordaens en Pieter Breughel de Oude.

Situering[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Geofictie

De meeste Suske en Wiske-verhalen spelen zich in het heden en op een duidelijk omschreven plaats af. Zo zijn heel wat avonturen gesitueerd in het thuisland van de strip, België. Een aantal verhalen spelen zich af in Nederland (De Efteling-elfjes). Verder komen de hoofdpersonen geregeld op allerlei andere plaatsen binnen en buiten Europa. Soms reizen ze naar het Verre Oosten, zo onder meer in een aantal verhalen die eind jaren 50 en begin jaren 60 uitkwamen (De stemmenrover, De gouden cirkel, De wilde weldoener, De sissende sampan). Vandersteen verwerkte in deze verhalen zijn eigen reiservaringen.[18]

Heel geregeld duiken er echter ook fictieve landen en plaatsen op (Chocowakije, Amoras, Bazaria, Kommersbonten). Enkele verhalen spelen zich gedeeltelijk af op een − fictieve − exoplaneet (bijv. de planeet Fabelar in De eenzame eenhoorn). Het eiland Amoras wordt daarbij weliswaar als een fictief land gepresenteerd, maar staat in feite model voor Antwerpen.

Maatschappelijke thema's[bewerken]

Eigentijdse zaken worden geregeld als thema in de plots verwerkt. In de beginjaren verwees Vandersteen met name naar de Belgische politieke actualiteit van dat moment. Sommige verhalen zoals De stalen bloempot en Lambiorix bevatten uitdrukkelijke verwijzingen naar de Koningskwestie. Omdat dit in een strip die dagelijks in de krant stond natuurlijk veel beter werkte dan in de albumversies, verdween dit aspect geleidelijk aan uit de reeks. De verhalen die uitkwamen de jaren 60 en 70 bevatten geregeld gedateerde verwijzingen naar de hippiecultuur en de Koude Oorlog.

De verhaalthema's waren aanvankelijk vooral gericht op Vlaanderen. Naarmate de stripreeks ook in Nederland steeds bekender werd, werd hier in de verhalen op ingehaakt doordat de thema's geleidelijk aan meer op Nederland werden georiënteerd. Vaak werd er gewerkt met stereotiepe grappen rond de "luie ambtenaar", "inhalige belastinginspecteur", de "leugenachtige politicus", de "domme politieagent" en de hippie die zich niet wast.

Waarden, normen en deugden werden, hoewel deze al vanaf het allereerste begin aanwezig waren, steeds nadrukkelijker in de plots verwerkt. Vanaf de jaren 70 legden de verhalen sterk de nadruk op maatschappelijke en sociale kwesties. Zaken als milieuverontreiniging en -activisme, generatieconflicten en opvoedingsproblemen kwamen aan bod, evenals bedreigde diersoorten en vooral ook oorlog. Tijdens de jaren 90 keerde het politieke element weer af en toe terug in de reeks, bijvoorbeeld in De koeiencommissie en De rebelse Reinaert. De apartheid komt aan de orde in Kaapse kaalkoppen. In de verhalen wordt geregeld de boodschap uitgedragen dat de rijke westerling beter hulp kan bieden aan de allerarmsten op de wereld, in plaats van geld te verdienen met de wapenhandel voor bloedige oorlogen. De vrienden zijn soms kritisch over de verkilling en verzuring van de maatschappij, bijvoorbeeld in De Krimson-crisis.

Een groot aantal van de verhalen speelt zich af in het verleden. Met name de verhalen die oorspronkelijk in de blauwe reeks verschenen, zijn gesitueerd in echt bestaande plaatsen in een bepaalde historische periode. Ook de gebeurtenissen die hier worden beschreven hebben vaak geheel of gedeeltelijk echt plaatsgehad. Daarbij is de strip zeker niet alleen maar lovend over de geschiedenis. Zwarte bladzijden zoals de Tachtigjarige Oorlog (Het Spaanse Spook), kinderarbeid (De hellegathonden) en onderdrukking van het gewone volk (De gladde glipper, De ringelingschat, Het geheim der gladiatoren, Het drijvende dorp, De eenzame eenhoorn...) worden net zo goed aangekaart. In Het Spaanse spook (het eerste verhaal in De Blauwe Reeks) vechten Suske, Wiske en Lambik met de Geuzen tegen de Spaanse bezetting. In De stalen bloempot sprak Suske zich in het oorspronkelijke album nogal fel uit voor de bouw van een kathedraal op Amoras volgens de "geest van het volk dat naar Vlaamse tradities streeft". Opmerkelijk is het dat in Het gouden paard Suske, Wiske en Lambik juist op de hand van de Spaanse conquistadores onder leiding van Hernán Cortés zijn. Naast de vele op de geschiedenis gebaseerde verhalen zijn er ook enkele verhalen die juist futuristisch van aard zijn, zoals Tedere Tronica en De wolkeneters. Ook de fictieve uitvindingen passen in dit rijtje.

Magie[bewerken]

Veel Suske en Wiske-verhalen ontstaan uit dagelijkse situaties die meestal uitmonden in meer fantasierijke tot zelfs absurde plots. Magie is een sterk ingrediënt in de reeks en spoken, tovenaars, heksen, draken, duivels, legendes, betoverde dieren en dingen, ... komen af en toe voor.

Een belangrijk thema in de verhalen is al vanaf het allereerste begin van de strip het tijdreizen, met name naar een bepaalde periode in het verleden. Via professor Barabas' teletijdmachine reizen de figuren regelmatig terug (of vooruit) in de tijd.

1rightarrow blue.svg Zie ook #Fictieve uitvindingen

Folklore[bewerken]

Folklore vormt een andere belangrijke inspiratiebron voor sommige verhalen: Het monster van Loch Ness, De krachtige krans, Het geheim van de Kalmthoutse heide, De jolige joffer en Het witte wief zijn typische voorbeelden. Figuren als de zwarte madam, Kludde en Lange Wapper komen rechtstreeks uit de Vlaamse folklore. Het verhaal van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen wordt gebruikt in Het ros Bazhaar.

Fictieve uitvindingen[bewerken]

De teletijdmachine speelde aanvankelijk nog geen heel belangrijke rol. In veel verhalen uit de jaren 50 komen de hoofdfiguren op andere manieren in het verleden. De tijdmachine duikt voor het eerst op in Op het eiland Amoras (1946), maar dient dan alleen nog om beelden uit het verleden te halen. De eerste maal dat ze daadwerkelijk wordt gebruikt om de hoofdpersonages naar het verleden te doen reizen is in De tuftuf-club (1951). Intussen waren er reeds meerdere verhalen in het soms verre verleden gesitueerd, zoals De mottenvanger (1949), Lambiorix (1950) en Het Spaanse spook (1950). In De ringelingschat (1951) is het Vadertje Tijd die de hoofdpersonen naar het verleden stuurt. In De Tartaarse helm (1953) en De schat van Beersel (1953) worden Suske, Wiske en Lambik door de hypnotiseur Priem naar het verleden gebracht. In De duistere diamant (1958) komt de teletijdmachine wel voor, maar de hoofdpersonen reizen hier terug naar het heden met behulp van een magische armband.[19]

Naast de teletijdmachine komen nog enkele uitvindingen regelmatig terug in de verhalen. Bekend zijn:

Vaste formules[bewerken]

  • Op het laatste plaatje van elk verhaal is steevast een knipogende Wiske te zien, met daaronder "Einde".
  • Met name Vandersteen verving soms hele plaatjes door enkel een stuk tekst, waarin de gebeurtenissen die zich tussen het laatste plaatje ervoor en het eerste erna afspelen worden beschreven.
  • In de verhalen zelf wordt af en toe expliciet verwezen naar het feit dat het om een strip gaat. De hoofdpersonages zijn zich op zulke momenten zelf bewust van het feit dat ze getekend en volledig aangestuurd worden. Vandersteen tekende zichzelf soms ook in de verhalen (bijvoorbeeld in De sterrenplukkers en Het gouden paard), als degene die van bovenaf moet ingrijpen om een situatie op te lossen.
  • Een motief dat vooral in de verhalen die dateren uit de jaren 50 veel voorkomt is het meedoen van een geheimzinnig maar in het verhaal wel belangrijke bijfiguur wiens gezicht gedurende een groot deel van het verhaal buiten beeld blijft, hij draagt bijvoorbeeld een allesbedekkende kap of mantel. Pas aan het eind van het verhaal wordt de identiteit van het onbekende personage vrijgegeven.[20][noten 8]

Evolutie van de strip[bewerken]

Titels[bewerken]

Vanaf eind jaren 50 werd er in de titels van de albums steeds meer alliteratie gebruikt in de vorm van een bijvoeglijk naamwoord gevolgd door een zelfstandig naamwoord. Dit begon met titels als De snorrende snor, gevolgd door De duistere diamant, De zwarte zwaan, De zingende zwammen, De wilde weldoener, De sissende sampan, De toornige tjiftjaf, Het kregelige ketje, De koddige kater enzovoort.[noten 9] Dit procedé wordt tot op heden geregeld toegepast in de titels, hoewel sinds de tweede helft van de jaren 90 iets minder vaak.

Taal[bewerken]

In de beginjaren was de strip nog vrij volks van aard: de personages spraken Antwerps, dat in 1963 het veld moest ruimen voor Standaardnederlands.[21] Omdat zoveel mensen de strips lazen werd het noodzakelijk het taalgebruik in het algemeen Nederlands te laten verlopen, zodat er geen aparte versies voor Vlaanderen en Nederland meer gemaakt moesten worden. Bovendien paste het 'afschaffen' van het Antwerps in de tijdgeest van de jaren zestig, toen dialect als een obstakel in de strijd tegen Franse invloed werd gezien.

Tekenstijl en inkleuring[bewerken]

De basistekenstijl is in de loop der jaren een aantal keer sterk veranderd, onder als gevolg van het feit dat er tot nu toe zeker vijf hoofdtekenaars (Vandersteen, Geerts, Verhaegen, Morjaeu en Van Gucht) met de serie bezig zijn geweest. Vandersteen had, toen zijn strip steeds succesvoller werd, zelf zijn tekenstijl al wat aangepast, onder meer door de personages een minder volks uiterlijk te geven. Vanaf begin jaren 60 werd er een nieuwe, aanzienlijk strakkere tekenstijl gehanteerd, die onder Paul Geerts tot eind jaren 80 werd voortgezet.[22]

Gaandeweg werd de reeks getekend met de typische kenmerken van de klare lijn. De oorspronkelijke tekenstijl van Vandersteen was daarentegen veel volkser en losser uit de pols. Zo had Wiske in de allereerste verhalen nog een peervormig hoofdje, dat later in een ei is veranderd. Tante Sidonia droeg in het begin een klein zwart hoedje met spelden.[23] Ook Suske en Lambik hadden in de eerste paar verhalen waarin ze meededen nog een heel ander uiterlijk. Met name het hoofd en aapachtige voorkomen van Jerom in de eerste paar verhalen waarin hij optrad, werden later geretoucheerd tot de latere, "beschaafde" versie. Ook het gezicht van Sidonia is bij de latere heruitgaven in de vierkleurenreeks veelal strakker en vastomlijnder gemaakt, in overeenstemming met de inmiddels gangbaar geworden tekenstijl.

In mei 2017 werd er weer een nieuwe make-over doorgevoerd: vanaf De planeetvreter kregen Suske en Wiske − zoals Studio Vandersteen het noemde − een eigentijdsere vorm. Het tweetal kreeg een aangepaste haardracht. Wiske kreeg verder borsten, net als Sidonia. Reden voor de aanpassingen waren de dalende verkoopcijfers. Vanaf De planeetvreter werden de albums bovendien in A4-formaat uitgegeven. Volgens Studio Vandersteen kwamen de tekeningen daardoor beter tot hun recht.[24][25]

Kleding van de hoofdpersonages[bewerken]

In de jaren 70 droegen Suske en Wiske al bruine olifantenpijpenbroeken, maar in de jaren 2000 werd tevens op de albumachterkanten hun traditionele kledij aangepast. Het verhaal Amber (1999) was het eerste waarin Wiske niet meer haar bekende witte jurkje draagt, maar een hanenkam en bijpassende kleding. Ook de kleding van Suske wordt aangepast, zo verruilt hij zijn vertrouwde zwarte broek voor een legerbroek. Toen Wiske in De koeiencommissie (december 2001) een naveltruitje en een zwarte minirok kreeg, kwamen er luide protesten van de lezers, waaraan door de tekenaars gehoor werd gegeven. Sinds het verhaal De blote Belg (2002) droeg Wiske weer een witte jurk, maar nu zonder mouwen. In De primitieve paljassen (2006) kregen Suske en Wiske hun traditionele kleding weer bijna helemaal terug. Wiskes jurk had nu opnieuw mouwen, hoewel iets korter dan voorheen.[26]

Bij een nieuwe make-over in 2017 werd onder meer de kleding van de hoofdpersonages opnieuw aangepast. Vanaf De planeetvreter is het rode shirt van Suske vervangen door een wit shirt met daaroverheen een hoodie met capuchon. Ook draagt hij nu een skinny jeans en gympen. Wiskes jurk is strakker gesneden en ze draagt laarsjes.[27][28][29] Ook in de spin-off Amoras met een volwassen Suske en Wiske en in de juniorreeks werden de gestalten aangepast.[29]

Opschuivende tijdlijn[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Opschuivende tijdlijn

Vanaf de jaren 50 begon Vandersteen steeds meer aandacht te besteden aan het nauwkeurig weergeven van allerlei achtergronddetails in de verhalen, zoals meubilair en huishoudelijke apparaten. Sindsdien zijn de verhalen altijd met hun tijd blijven meegaan; zo kwamen er steeds meer elektrische apparaten en ook het straatbeeld en allerlei andere zaken zijn voortdurend gemoderniseerd.[20]

De strips zijn over het algemeen terughoudend over moderne uitvindingen. In enkele verhalen uit de jaren 50 bijvoorbeeld wordt televisiekijken als tijdverspilling gezien. Hoewel de vrienden in de nieuwere verhalen gebruikmaken van eigentijdse communicatiemiddelen zoals het internet en gsm's, blijven ze in bepaalde opzichten toch kritisch. Zo wordt in De koeiencommissie de moderne vleesindustrie bekeken, in De sinistere site en De kaduke klonen komen respectievelijk de gevaren van het internet en de kloontechniek aan bod.

Eind jaren 90 gaven de erven Vandersteen Paul Geerts en Marc Verhaegen opdracht om de verhalen te moderniseren. Zodoende werden het taalgebruik en de kledij van de figuren vrij grondig aangepast, terwijl ook nieuwe technologische hulpmiddelen − zoals de mobiele telefoon en de computer − nu een belangrijke rol kregen. In de Suske en Wiske-verhalen van na de eeuwwisseling wordt op grote schaal gebruikgemaakt van internet.

Kritiek op de evolutie[bewerken]

De sfeer en beschreven situaties zijn in de latere verhalen dus steeds drastischer gaan afwijken van de oorspronkelijke Vandersteen-reeks, een evolutie die wel is aangeduid als het begin van de neergang in kwaliteit. Anderen vinden dat de reeks − naast het oorspronkelijke karakter − ook veel van haar humor en spanning verloor nadat Vandersteen de strip definitief had doorgespeeld aan zijn medewerkers. Veel van de oorspronkelijk door Vandersteen bedachte grappen zijn later herhaaldelijk opnieuw gebruikt. Toch bevatten ook de eerste tientallen verhalen die na de overname door Paul Geerts in 1972 zijn verschenen nog af en toe grappen of ideeën die door Vandersteen zelf waren bedacht. De terugloop in kwaliteit zou volgens sommige critici reeds eind jaren 50 zijn begonnen, met de geleidelijk veranderende tekenstijl en verhalen als De Texasrakkers. Men had het idee dat Vandersteen de serie rond deze tijd veel te gemakkelijk uit handen had gegeven. De raap van Rubens (1977) − waarvan Vandersteen in een interview aangaf er zelf enige actieve inbreng in te hebben gehad − is wel genoemd als voorbeeld van een verhaal dat kwalitatief uitstak boven de meeste overige Suske en Wiske-verhalen uit de jaren 70.[30]

Paul Geerts kreeg tijdens zijn carrière als hoofdauteur van de Suske en Wiske-verhalen vaak de kritiek dat hij de fantasie, humor en originaliteit van Vandersteen ontbeerde. Dit verwijt werd later vooral aan Verhaegen en Meynen gericht, die volgens sommige fans enkele van de slechtste en meest afwijkende verhalen ooit hebben gemaakt.[31] Verhalen van Verhaegen die volledig rond een op dat moment in zwang zijnd televisieprogramma draaiden (Big Mother), en het zelfs speciaal naar aanleiding van een gelijknamige spelprogramma op televisie geschreven De blote Belg, kregen heel wat kritiek te verduren. Verhaegen weerde al dit soort kritiek af met het argument dat hij met zijn tijd moest meegaan om te voorkomen dat de reeks oubollig werd; zo zou de oorspronkelijke look van Wiske de eigentijdse jeugd niet meer aanspreken.[32] Enkele verhalen van Verhaegen werden zeer laag gewaardeerd, zoals De ongelooflijke Thomas en De blote Belg. In een interview uit 2016 toonde Geerts zich ook niet lovend over de manier waarop Verhaegen omstreeks 2000 de reeks geheel had overgenomen en voortgezet. Hij gaf ook aan dat hij alle affiniteit met de serie inmiddels had verloren.[33]

Publicaties[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van verhalen van Suske en Wiske voor een volledige lijst van verhalen van Suske en Wiske

Voorpublicatie[bewerken]

Albumuitgaven[bewerken]

Later zijn de verhalen nog op tal van andere manieren uitgegeven, zoals:

Vertalingen[bewerken]

Franstalig logo van de strip

De verhalen van Suske en Wiske zijn ook verschenen in een aantal andere talen (o.a. Afrikaans, Zweeds, Latijn, Esperanto en Fries) en streektalen (Gronings, Drents, Twents, Limburgs en Brabants).

De volgende namen worden in andere talen gebruikt:[34]

  • Afrikaans: Neelsie & Miemsie
  • Brabants: Suske & Wieske
  • Chinees (Taiwanese versie): Dada & Beibei
  • Chinees (versie vasteland): 波布和波贝特 (Bobu & Bobete: 1996) en 苏苏和维维 (Susu & Weiwei: 2011-)
  • Deens: Finn & Fiffi (later: Bob & Bobette)
  • Duits: Ulla und Peter (later: Bob und Babette/Suske und Wiske/Frida und Freddie)
  • Esperanto: Cisko kaj Vinjo
  • Engels (UK): Bob & Bobette (later: Spike & Suzy)
  • Engels (USA): Willy & Wanda
  • Fins: Anu ja Antti
  • Frans: Bob & Bobette
  • Grieks: Bobi & Lou
  • Indonesisch: Bobby dan Wanda
  • Italiaans: Bob e Bobette
  • Japans: ススカとウィスカ (Susuka to Wisuka)
  • Latijn: Lucius et Lucia
  • Noors: Finn & Fiffi
  • Portugees: Bibi & Baba
  • Portugees (Brazilië): Zé & Maria
  • Spaans: Bob y Bobette, Bob y Bobet
  • Swahili: Bob na Bobette
  • Tamil: Bayankaap & Bayanam
  • Tibetaans: Baga & Basang
  • IJslands: Siggi og Vigga
  • Zweeds: Finn & Fiffi

Spin-offs[bewerken]

Mijlpalen[bewerken]

25-jarig jubileum[bewerken]

Ter gelegenheid van de 25e verjaardag van Suske en Wiske in 1970 werd er in 1973 een jubileumboek uitgegeven, getiteld 25 jaar jubileum uitgave. Het was een gekartonneerde uitgave met een zilveren kaft. In het album is een biografie en bibliografie van Willy Vandersteen te lezen, alsook een heruitgave van de verhalen De avonturen van Rikki en Wiske en Het Spaanse spook.

50-jarig jubileum[bewerken]

Ter gelegenheid van 50 jaar Suske en Wiske in 1995 verschenen er meerdere speciale uitgaven:

  • Een roodbruin linnen luxe uitgave van De raap van Rubens in een gelimiteerde en genummerde oplage van 800 exemplaren, met 8 pagina's achtergrondinformatie.
  • Een rood geverniste luxe uitgave op A6-formaat van Rikki en Wiske, speciaal voor relaties van Standaard Uitgeverij, met een op naam gesteld certificaat, in een gelimiteerde en genummerde oplage van 1500 exemplaren.
  • Een uitgave in liggend A4-formaat, getiteld 50 jaar Suske en Wiske.
  • Een witte luxe uitgave getiteld Suske en Wiske 50 jaar van de hand van Peter van Hooydonck met een overzicht van 50 jaar spanning, humor en avontuur.
  • Door de Koninklijke Munt van België is een speciale herdenkingsmunt uitgebracht.
  • De nieuwe albumuitgaven uit 1995 (De averechtse aap, De begeerde berg, De 7 schaken en De vonkende vuurman) zijn alle voorzien van een speciaal 50-jaar-logo.

60-jarig jubileum[bewerken]

Op 19 december 2005 was het precies 60 jaar geleden dat Op het eiland Amoras van start ging in De Standaard. Ter gelegenheid hiervan waren er in 2005 diverse feestelijkheden. De nieuwe albumuitgaven uit 2005 (De flierende fluiter, De formidabele fantast, Het slapende goud en De kaduke klonen) zijn alle voorzien van een speciaal 60-jaar-logo. Op 19 december verscheen een trilogie, getiteld Vrienden voor het leven, met hierin drie verhalen waarin het draait om vriendschap, namelijk Op het eiland Amoras, De ringelingschat en De sterrenplukkers. In het Stedelijk Museum te Zwolle was er een tentoonstelling ter gelegenheid van 60 jaar Suske en Wiske. Op zondag 24 juli 2005 werd de 60ste verjaardag van de serie gevierd in Bokrijk, waar alle personages present waren. Er was ook een speciale website geopend ter gelegenheid van het jubileum. Ten slotte is er een jubileumalbum uitgebracht getiteld Suske en Wiske 60 jaar!. Hierin staan onder meer de geschiedenis van Suske en Wiske, interviews met striptekenaars en het korte verhaal Het mopperende masker.

Alle nieuwe albumuitgaven uit 2010 (De rillende rots, De gamegoeroe, De watersater, De halve Havelaar en De stuivende stad) werden voorzien van een speciaal 65 jaar-logo.

70-jarig jubileum[bewerken]

Ter gelegenheid van 70 jaar Suske en Wiske schreven zes bekende Vlamingen in 2015 hun eigen Suske en Wiske-verhaal.

Nr Titel Scenario Tekeningen
1 De spitse bergen Tom Waes Charel Cambré
2 De verwoede verzamelaar Jan Verheyen Jan Bosschaert
3 Het vredeskruid Pieter Aspe Kim Duchateau
4 Het naderende noodlot Staf Coppens Ivan Adriaensens
5 De groffe grapjas Alex Agnew Kris Martens
6 De Barabbas Siska Schoeters Ilah

Spin-off-stripreeksen[bewerken]

Van Suske en Wiske zijn in de loop der jaren verschillende spin-offs gestart. De bekendste hiervan zijn:

In de spin-offreeksen Amoras en De Kronieken van Amoras is de tekenstijl vergeleken met de rest wat realistischer geworden. Ook is de sfeer van deze verhalen iets donkerder, met soms meer realistisch geweld. Ook het taboe op seks is hier enigszins opgeheven.

Televisieserie[bewerken]

Vanaf 1955 waren er avonturen van Suske en Wiske op de Nederlandse televisie te zien. Pats' Poppenspel bracht ze op de buis.

In 1973 werd besloten om een nieuwe televisiepoppenserie te maken, gebaseerd op speciaal voor die serie te schrijven verhalen. Later zijn deze verhalen ook als albums uitgebracht en verschenen in de hoofdreeks. Het ging om De minilotten van Kokonera, De gouden locomotief, De zingende kaars, De windbrekers, De regenboogprinses en Het laatste dwaallicht; elk verhaal behalve De minilotten van Kokonera bestond uit vijf afleveringen van 22 minuten. De poppen waren vervaardigd door het atelier Creatuur in samenwerking met André Henderickx, een Schiedamse glazenier/ kunstenaar. Er werd voor elk figuur een aantal koppen met verschillende gezichtsuitdrukkingen gemaakt. Opvallend was dat Jerom hier als pop zijn ogen open had, terwijl hij in de stripverhalen altijd met gesloten ogen loopt. De decors en rekwisieten kwamen op basis van gedetailleerde ontwerpen van Studio Vandersteen tot stand.

De stemmen waren van Paula Majoor (Suske), Hellen Huisman (Wiske), Henk Molenberg (Lambik), Trudi de Kat (Sidonia), Wim Wama (Jerom en Krimson) en Cees van Oyen (professor Barabas). Wim Povel die de scenario's schreef, had op de later verschenen lp de rol van verteller, hoewel in de televisieserie de verhalen door Lambik aan elkaar gepraat werden.

De serie werd geregisseerd door Patrick Lebon en de muziek was geschreven door Piet Souer. In Nederland zond de TROS de serie uit van oktober 1975 tot en met december 1976. In België werd de serie door de BRT uitgezonden in de periode oktober 1976 tot en met februari 1977. In 1984 en in de zomermaanden van 1990 werden de afleveringen herhaald. De serie en de merchandising waren een groot succes.[bron?]

Tekenfilms[bewerken]

Er zijn ook meerdere tekenfilms gebaseerd op de verhalen van Suske en Wiske, gemaakt door Atelier5. Ze waren eind jaren 80 en begin jaren 90 op VTM te zien. Ze zijn ook uitgebracht op VHS en DVD.[bron?]

Merchandising[bewerken]

Een standbeeld van Willy Vandersteen met Suske, Wiske en Schanulleke in Hasselt

Al in 1947 verscheen er een Schanulleke-pop op de markt, dat werd verkocht door de firma Morena.[35] Twee jaar later bracht de Antwerpse uitgeverij Imago vier Suske en Wiske-postkaarten uit. In 1952 vervaardigde de firma Keram uit Heverlee vier porseleinen beeldjes van Suske, Wiske, Lambik en Sidonia. Vanaf 1952 verschenen er ook kleurboeken van Suske en Wiske. Verder werden foldertjes, vloeipapier en bladwijzers van Suske en Wiske als gratis geschenk meegegeven aan de klant. In sommige verhalen wordt reclame gemaakt voor Suske en Wiske-producten die op de markt waren, door het verwerken van deze producten in de verhaallijn.

In 1954 verschenen er voor een firma in Lint zes jampotjes waarop de vijf hoofdpersonages en Sus Antigoon waren uitgebeeld.[36] Eind jaren '50 werden er bij een actie van Grand Bazar 50.000 "Jerom-klikkertjes" uitgedeeld.[37] Vanaf de jaren zestig brachten de grote firma's steeds meer op Suske en Wiske-gadgets op de markt. Zo kwam chocoladefabriek Van Houten in 1968 met sleutelhangers, firma Novesia in 1976 met puzzels en snoepfabrikant Rowntree eind jaren '70 met poppenkastpoppetjes. Studio Vandersteen bracht daarnaast buiten de reguliere hoofdreeks om enkele speciale Suske en Wiske-verhalen uit die dienden om een product te promoten, zoals De gouden bloem (1974).[38]

Weekblad[bewerken]

Tien jaar lang, van 1993 tot 2003 hadden Suske en Wiske ook een eigen weekblad, Suske en Wiske, waarin naast strips van Standaard Uitgeverij ook nieuwe generaties striptekenaars konden publiceren. Hoewel het blad vrij succesvol was, bleek eind 2003 dat het doorzetten niet meer kostendekkend was, en daarom besloot de uitgeverij de publicatie te staken.[39]

Toneelstuk / musical[bewerken]

In 1994 liep in Antwerpen een toneelstuk rond Suske en Wiske. De opvoering was zo succesvol dat ze ook in Nederland een tijd toerde. In zekere zin was dit een voorloper van de latere musical, al was het verhaal in dit geval niet gebaseerd op een bestaand album.[40]

In juli 2002 ging een nieuwe musical in première, gebaseerd op het verhaal De spokenjagers. Deze werd zowel in België als in Nederland opgevoerd. De laatste voorstelling was in februari 2003.

In 2008 werd er een musical opgevoerd rond het klassieke verhaal De circusbaron.[41] Deze musical toerde rond in België en Nederland.[42] In 2015 bracht Van Hoorne Entertainment de musical terug naar de theaters ter ere van de 70ste verjaardag van Suske en Wiske. De musical is in 2016 in verschillende theaters te zien.

Speelfilm[bewerken]

In 2004 verscheen de speelfilm De duistere diamant, naar het gelijknamige verhaal. Deze film werd geregisseerd door Rudi Van Den Bossche. Het is de enige speelfilm tot nu toe met een Suske en Wiske-verhaal als basis.

Animatie en game[bewerken]

De 3D-animatiefilm van het verhaal De Texasrakkers, De Texas rakkers, is in de zomer van 2009 in de bioscopen uitgekomen.

Naar aanleiding van de animatiefilm De Texasrakkers werd ook besloten een game er op te baseren. Vanaf 19 juli 2009 lag het spel voor Nintendo DS in de winkelrekken.[43]

Concurrerende strips[bewerken]

Het succes van Suske en Wiske inspireerde ook andere striptekenaars in Vlaanderen. Marc Sleen, die van huis uit cartoonist was, werd door zijn krant aangespoord om een eigen stripreeks te beginnen en zo de concurrentie met Suske en Wiske aan te gaan. Dat werd uiteindelijk Nero. Pom begon in 1950 Piet Pienter en Bert Bibber en Jef Nys in 1955 met Jommeke.

Culturele invloed[bewerken]

Verwijzingen in andere stripreeksen[bewerken]

Stripmuren[bewerken]

  • Op zaterdag 13 mei 2006 werd in de Korte Ridderstraat 8 te Antwerpen een stripmuur onthuld met een afbeelding van de cover van "Op het eiland Amoras".[44]
  • Ook in Kalmthout werd in 2009 een stripmuur onthuld.[45]
  • In Brussel staat een stripmuur in de Lakensestraat, aan de hoek met de Vaartstraat. Het is een afbeelding van Suske en Wiske, Schanulleke, Jerom, Lambik en tante Sidonia boven op het Kregelige Ketje (Manneken Pis).[46]

Museum[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Provinciaal Suske en Wiske-Kindermuseum voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1997 werd een stripmuseum in Kalmthout geopend waar deze stripreeks centraal staat.

Hitparade[bewerken]

Er is een speciale website waarop wordt bijgehouden hoe de albums worden gewaardeerd.[47] Vanaf het begin van de peiling staat De schat van Beersel (uit 1952-1953) bijna onafgebroken op de eerste plaats van de totaallijst. In 2004, 2005, 2010, 2012 en 2014[noten 10] voerde het album de jaarlijst aan. Andere albums die in een jaarlijst op de eerste plaats hebben gestaan, zijn De ringelingschat (2006), De tuftuf-club (2007), De parel in de lotusbloem (2008), De bokkerijders (2009 en 2013), Het Spaanse spook (2011) en De gouden cirkel (eveneens 2013).

Alle acht verhalen uit de Blauwe reeks (1952-1957) staan in de top 35, waarvan drie de top 3 bekleden. Opvallend is dat alle 32 verhalen die in de periode juni 1978 - april 1984 verschenen, relatief laag scoren. De albums van Willy Vandersteen worden het hoogst gewaardeerd, die van zijn opvolgers beduidend lager.

Overig[bewerken]

Toen het toenmalige Six Flags Belgium in 2005 transformeerde naar Walibi Belgium, besloot het park om extra aandacht te vestigen op Belgische stripfiguren. Naast Lucky Luke, die al sinds 1998 in het park te zien was, kregen ook Bollie en Billie en Suske en Wiske een plaats in het park. De zone rond Suske en Wiske bevond zich in het voormalige Italiaanse gedeelte van het park. Naast een standbeeld van de hoofdpersonages in torenvorm stond ook een beeld van Sidonia in de Gyronef. Suske en Wiske kregen ook een eigen attractie toegewezen, de botsautootjes kregen de naam Tuf Tuf Club mee.

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]