Naar inhoud springen

De geverniste zeerovers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De geverniste zeerovers
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 43
Scenario Willy Vandersteen
Tekeningen Willy Vandersteen
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

De geverniste zeerovers is het drieënveertigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven door Willy Vandersteen en gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 16 oktober 1957 tot en met 25 februari 1958, onder de titel De zonnige zageman. In de Nederlandse kranten werd het verhaal gepubliceerd als De zonnige zeurpiet.

De eerste albumuitgave was in 1958, toen nog in de Vlaamse ongekleurde reeks met albumnummer 33. De titel werd hierbij gewijzigd in De geverniste zeerovers, omdat de titels die waren gebruikt bij de voorpublicaties in de Belgische en Nederlandse kranten allemaal te volks werden geacht. Vier jaar later verscheen De duistere diamant in de Vlaamse en Hollandse tweekleurenreeks, de opvolgers van de Vlaamse ongekleurde reeks. In 1971 verscheen het verhaal voor de derde maal, nu in de Vierkleurenreeks met albumnummer 120.

In de jaren 90 van de 20e eeuw is het verhaal in zijn geheel oorspronkelijke vorm heruitgegeven in de reeks Suske en Wiske Klassiek, waarbij het alsnog de titel De zonnige zageman heeft gekregen.[1][2]

  • België, thuis in het nieuwe huis van tante Sidonia, aan boord van de M.S. Kibmal en een piratenschip, op een onbewoond eiland
  • Suske, Wiske, tante Sidonia, Lambik, Jerom, Limbak, kapitein Bloedworst en zijn geverniste zeerovers (tinnen soldaten), stoel, een onbekende zeeman, de bemanning van de M.S. Kibmal (kok, telegrafist), kapitein van reddersschip
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Lambik is in het vorige avontuur erg rijk geworden[noot 1], en deelt op straat geld uit. Hierdoor wordt hij zelfs in de kranten genoemd. Hij heeft het afgebrande huis van tante Sidonia laten herbouwen en woont hier nu samen met Jerom. Tegelijk gedraagt hij zich tegenover de rest steeds onuitstaanbaarder en ijdeler. Het ware doel van zijn vrijgevigheid lijkt vooral om zelf in de spotlight te staan. Jerom, die er genoeg van heeft om op kosten van Lambik te leven en al diens nukken te slikken, besluit om als kapitein aan te monsteren op de Kibmal, een schip dat naar Amerika vaart. Lambik is Jerom echter een slag voor: hij koopt dit schip, onder voorwendsel dat hij geld gaat uitdelen aan de armen elders in de wereld. Lambik neemt Jerom in dienst als eerste stuurman. Wiske, Suske en Sidonia besluiten mee te gaan als verstekelingen, om de boel in de gaten te blijven houden.

Als de vrienden zich willen verstoppen in een kist in de haven, redden Suske en Wiske een dronken zeeman uit het water met hulp van Lambiks talisman van Sholofly.[noot 2] De zeeman geeft hun als dank een kruik met vernis, die wondere krachten zou bezitten. De zeeman heeft deze kruik ooit gekregen van een fakir. Ze vergeten de talisman terug te vragen, maar Sidonia besluit dit verder zo te laten; Lambik is nooit werkelijk gelukkiger geworden door het bezitten van de talisman.

Inmiddels geeft Lambik aan boord van de Kibmal Jerom opdracht het schip in de vernis te zetten. Terwijl Suske, Wiske en Sidonia zich hebben verstopt in het scheepsruim en zich daar vervelen, maakt Suske een houten pop die sprekend lijkt op Lambik. Uiteindelijk worden ze ontdekt. Inmiddels gebeuren er ineens allerlei vreemde dingen aan boord. Een stoel blijkt op geheimzinnige manier tot leven te zijn gekomen, en komt in opstand. De bemanning neemt in paniek de benen; de vrienden zullen het schip verder zelf moeten besturen. Er breekt een storm los en door Lambiks eigenwijsheid en onhandigheid loopt het schip op een rots. De stemming blijft om te snijden. De vrienden verlaten het schip, waarbij Lambik koppig achterblijft en hun pas later wat eten meegeeft. Ze vinden een onbewoond tropisch eiland, waar ze moeten zien te overleven.

Lambik ontmoet aan boord zijn houten dubbelganger, 'Limbak'. Dit is de pop gemaakt door Suske, die net als de stoel op geheimzinnige wijze tot leven is gekomen. Limbak mag aan boord blijven, als hij zich gedraagt op een manier die Lambik bevalt. Als Limbak proviand geeft aan tante Sidonia, schopt Lambik zijn houten dubbelganger van boord. Bij een poging de Kibmal weg te laten varen blaast Lambik het hele schip op. Zittend op de drijvende Limbak kan hij het eiland bereiken. Hierna komt Lambik tot inkeer en hij biedt iedereen zijn excuses aan.

De vrienden kiezen Jerom als leider en bouwen paalwoningen, maar worden dan aangevallen door een geheimzinnige vijand. Jerom gaat op onderzoek in het schip en neemt een kalmeringsmiddel als hij door een kier gluurt. Na enige tijd is hij nog altijd niet teruggekeerd op het eiland. Suske en Wiske gaan naar hem op zoek. Inmiddels komt op het schip een heel piratenschip inclusief de bijbehorende piraten tot leven. Het wordt nu duidelijk dat de vernis de oorzaak is, die lekte over de tinnen soldaatjes en het bijbehorende speelgoedschip van Lambik, en eerder al over de stoel en Limbak. Voorwerpen die hiermee worden vernist blijken te groeien en tot leven te komen. Het piratenschip groeit in de resten van de Kibmal. Suske en Wiske kunnen de slapende en vastgebonden Jerom nog redden voordat het schip zinkt.

Er volgt een hevige strijd tussen de vrienden en de tot leven gewekte piraten, waarbij Lambik zich nu van zijn beste kant laat zien. Limbak wordt door een kogel geraakt, waardoor hij weer een levenloze pop wordt. De piraten zetten een extra troef in; ze dreigen met een grote ramp voor de mensheid, door een kist te vernietigen, waarin de Goede Wil verborgen zit. Lambik verdedigt de vesting en Suske en Wiske gaan naar het schip en stelen wapens van de piraten. Lambik vliegt door een ontploffing over het eiland. Suske en Wiske zien de rovers een grot binnengaan. Ze weten de kist even later te bemachtigen en gaan ermee vandoor. Lambik kan het piratenschip opblazen door een list, maar Suske en Wiske worden door de rovers gevangengenomen. Kapitein Bloedworst wil de kist in een afgrond gooien, maar Lambik houdt hem tegen. Jerom wordt eindelijk weer wakker; hij had in plaats van een kalmeringsmiddel een slaapmiddel genomen toen hij de zeerovers voor het eerst zag verschijnen. Met Jeroms hulp worden de zeerovers definitief verslagen en ze veranderen weer in kleine tinnen soldaatjes. De kist valt door een onhandigheid van Lambik echter alsnog in de afgrond en spat uit elkaar. Dan blijkt dat er helemaal niets in zat. Jerom snapt dat de goede wil niet in een kist kan worden opgeborgen, maar in de harten van de mensen te vinden is; de rovers bluften maar wat, om indruk te maken.

De vrienden worden door een schip opgepikt en naar huis gebracht. Limbak wordt ook meegenomen.

Achtergronden bij het verhaal

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Het verhaal is in de eerste plaats een parodie op de robinsonade. Dit type verhalen was erg populair sinds in 1719 de roman Robinson Crusoe van Daniel Defoe uitkwam.
  • Het verhaal bevat daarnaast een schertsende verwijzing naar de beroemde liedtekst Ontwaakt, verworpenen der aarde, de beginregel van de Internationale. De tot leven gewekte stoel aan boord van de Kibmal roept Ontwaakt, bezetenen der aarde en komt hiermee op voor de rechten van de stoelen; hij wil niet langer dat iedereen op hem zit.
  • De namen Kibmal en Limbak zijn beide anagrammen van de naam Lambik.
  • Op pagina 45 beginnen alle woorden in de tekstballonnetjes, zes prentjes en twee stroken lang, met de letter "V" (zie ook stafrijm).
  • Het verhaal is ook in andere talen uitgegeven:
    • Frans (Bob et Bobette - les corsaires ensorcelés).
    • Italiaans (Bob e Bobette - i corsari indemontiati).
  • Zes jaar na dit verhaal kwam De wilde weldoener uit, waarin Lambik een vergelijkbare rol als gulle gever heeft. Later in de serie is dit motief nog enkele malen hergebruikt.
  • Gert Dooreman zei in een interview dat hij in dit verhaal duidelijke verwijzingen naar het verschijnsel midlifecrisis zag, waar Vandersteen op het moment dat hij De geverniste zeerovers maakte (hij was toen ca. 45 jaar oud) mogelijk zelf in zat. Een voorbeeld is de pop Limbak, Lambiks alter ego waar hij gedurende een deel van het verhaal mee in de clinch ligt. De twee schelden elkaar eerst uit (Limbak tegen Lambik: "Stom stuk knoken en gehakt!", waarop Lambik "Zak zaagmeel!" terugroept), om zich dan uiteindelijk toch weer helemaal te verzoenen. Veel mensen die een midlifecrisis doormaken worstelen op een vergelijkbare manier met zichzelf, aldus Dooreman.[3]
Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
De Standaard / Het Nieuwsblad 35 16 oktober 1957 - 25 februari 1958 Het taterende testament De duistere diamant
Het Nieuwsblad van het Zuiden 18 25 september 1958 - 4 februari 1959 Het sprekende testament De duistere diamant
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Vlaamse ongekleurde reeks 33 1958 Het sprekende testament De duistere diamant
Hollandse ongekleurde reeks 22 1959 Het sprekende testament De duistere diamant
Vlaamse tweekleurenreeks 33 1962 Het sprekende testament De duistere diamant
Hollandse tweekleurenreeks 22 1962 Het sprekende testament De duistere diamant
Vierkleurenreeks 120 juni 1971 Het sprekende testament De duistere diamant
Groot Suske en Wiske boek 2 1972
Suske en Wiske Collectie 14 1987
Rode plus reeks 1 120 plus 1988 Het sprekende testament De duistere diamant
Blauwe plus reeks 120 1988 Het sprekende testament De zwarte zwaan
Rode plus reeks 2 21 1993 Het sprekende testament De zwarte zwaan
Rode klassiek reeks 36 mei 1997 Het taterende testament De duistere diamant
Originele Verhalen 10 2001
Uitgave VUM-groep 33 2005 Het sprekende testament De duistere diamant