De slimme slapjanus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De slimme slapjanus
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 206
Scenario Marc Verhaegen
Tekeningen Marc Verhaegen
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

De slimme slapjanus is een stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven door Marc Verhaegen en gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 5 mei 1993 tot en met 28 augustus 1993. De eerste albumuitgave was in november 1993.

Locaties[bewerken]

Dit verhaal speelt zich af op de volgende locaties:

Personages[bewerken]

In dit verhaal komen de volgende personages voor:

Uitvindingen[bewerken]

In dit verhaal spelen de volgende uitvindingen mee:

  • het sprietatoomkanon met extra biconvexe lens, de activity bril (filtert de kleur van bloed en geeft vormeloze massa’s een gezicht), speciaal poeder, Gele Soepmarie[2], speciale duikpakken, de Gepro (geheugenprojector).

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Jerom is op Gare du Nord overvallen en wil gaan slapen onder een brug over de Seine, twee straatrovers slaan hem neer en een zwerfhond redt de zwakke Jerom uit het water. Een tijdje daarvoor was Jerom ook al erg slap en Lambik probeerde hem op te vrolijken. Suske en Wiske zien een affiche in het park, Lambik en Jerom zullen tegen elkaar vechten. Tante Sidonia gaat met de kinderen kijken en Theofiel Boemerang verkoopt kaartjes bij Sportzaal de Korf. Jerom valt tijdens de wedstrijd om door een mug en het publiek wordt woedend omdat het allemaal geld heeft ingezet op weddenschappen. Tante Sidonia dwingt Lambik al het geld terug te geven en professor Barabas onderzoekt Jerom. Hij weet niet wat hem mankeert en neemt een bloedmonster, hij stuurt de vrienden naar een studiegenoot die zielenknijper is. Bij het sanatorium van D. Orhtrapper vertelt de zielenknijper dat alles veroorzaakt wordt door de jeugd, de vrienden worden in een kuil gevangengenomen en Jerom wordt vrijgelaten omdat hem niks zou mankeren. De vrienden krijgen alleen chocoladegerechten, iets wat de dokter zelf in zijn jeugd heeft gemist. Jerom koopt een pak, maar dit helpt ook niet. In lompen vindt professor Barabas Jerom als hij het verkeer ophoudt om enkele slakken te laten oversteken. Jerom vertelt over D. Ohrtrapper en de professor verbaast zich over het gedrag van de zoon van een bloemkoolkweker. Jerom ziet een bokswedstrijd en valt in de tv, professor Barabas haalt zijn vrienden op bij het sanatorium en als ze thuiskomen vinden ze Jerom in een coma. Jerom wordt in het laboratorium verzorgd en professor Barabas krijgt zijn bloedonderzoek terug, Jerom lijdt aan het syndroom van slapjanus.

Janus Slap was met Helmut Fruiit en Carl Gustav de grondlegger van de slappologie, alleen ongelofelijk sterke mensen zijn vatbaar voor het syndroom. De symptomen zijn ongelofelijke zwakheid, medeleven voor alle levende wezens en plotselinge huilbuien. Het tweede stadium is een coma en het derde stadium is de dood. De professor laat het sprietatoomkanon, met extra biconvexe lens, zien en verkleint Lambik per ongeluk. Lambik kaart met mieren maar krijgt ruzie en vliegt op een lieveheersbeestje het raam uit. Een mus slikt hen in en Wiske vangt een ei en dit wordt vergroot, en Lambik komt even later uit. De vrienden gaan met de Gele Soepmarie in de aderen van Jerom om het virus te bestrijden, ze zien er grappig uit omdat de witte bloedcellen gevaarlijk kunnen zijn als ze aanvallen. De vrienden krijgen ook activitybrillen mee, tante Sidonia blijft achter als professor Barabas de vrienden in de halsslagader van Jerom injecteert. Al snel zien de vrienden stilstaande karretjes, ze zien bleke Jerommen de Gele Soepmarie inklimmen. Suske gooit poeder waardoor een groene soep ontstaat, en het schip raakt vast. Ze vinden rode en witte Jerommen (bloedcellen) bij bacteriën en ander ongedierte, Wiske wordt boos en de Jerommen willen dan weer wagentjes gaan duwen. De witte Jerommen duwen antistoffen, eiwitten, aminozuren, hormonen en enzymen, de rode Jerommen duwen zuurstof en ijzer. Maar dan komt het virus en alle Jerommen gaan weer drinken, Slapjanus vertelt dat hij in actie zal blijven komen zolang Jerom dingen met geweld oplost. De vrienden spuiten de antistof, maar dit helpt niet, de witte Jerommen komen met de Gele Soepmarie en zien dat de vrienden het virus ook willen verslaan. Ze vertellen dat ze denken dat het geestelijk is, omdat het virus ook door hen niet is te grijpen.

De vrienden komen uit Jeroms neus en worden weer vergroot, D. Ohrtrapper komt langs en vertelt dat hij melkboer is geworden. Hij geeft nog wel gratis advies en vertelt dat Slapjanus in gesprek met Jerom moet gaan. Professor Barabas vertelt over zijn geheugenprojector (Gepro), die dingen uit het geheugen zichtbaar maakt. Lambik wil niet mee. Sidonia besluit hem daarom te vervangen. Suske, Wiske en tante Sidonia komen in de prehistorische wereld uit Jeroms jeugd terecht. Ze zien Moe Mie met een man die eten rondbrengt praten, maar zijn karretje is leeg. De jagers zijn alleen geïnteresseerd in Toer-tist die met zijn saurusfiets rondrijdt. Moe Mie vertelt dat Jerom bijverschijnselen kreeg toen de sjamaan hem sterk maakte door met poeder op een beeltenis van hem te blazen. De oude Jerom verscheen en was niet gelukkig, daarna verscheen al snel Toer-tist op zijn fiets en dit blijkt Slapjanus te zijn. De vrienden vinden een grot met muurtekeningen en flessen, de sjamaan legt uit dat Jerom vroeger precies Slapjanus was en gaat naar zijn sluikstokerij aan de voet van de vulkaan. Dan komen de grotkastaars en vallen de vrienden aan, maar de sjamaan verslaat ze en vernielt de flessen. Dan zien ze Slapjanus vechten met de grotkastaars, het ventje verliest langzamerhand zijn kracht en de vrienden helpen hem met Spiedie, een tyrannosaurus.

De grotkastaars gooien rotsblokken in de vulkaan, waarna magma naar beneden rolt. Spiedie vlucht met de sjamaan en de vrienden kunnen met de saurusfiets ontkomen en belanden in de Gepro-kamer. Suske rukt de helm van het hoofd van Jerom, waarna het magma meteen verdwijnt, aangezien de Gepro Jeroms geheugen daardoor niet meer projecteert. Jerom komt weer bij, maar is nog erg slap en de mannen willen niet met elkaar praten. Jerom vertrekt ’s nachts stiekem en Slapjanus ziet hem vertrekken, eerst is hij blij dat de wrede Jerom vertrekt maar al snel slaat de twijfel toe omdat Jerom er erg verdrietig uitzag. De vrienden ontdekken de volgende dag dat Jerom en Slapjanus verdwenen zijn en vinden dan een affiche voor “een dagje clochard”. Zo kwam Jerom dus in Parijs terecht, zoals we al zagen in het begin van dit verhaal. De vrienden gaan meteen naar Parijs en Lambik rijdt op de Place de la Concorde rondjes, Suske en Wiske stappen uit en zien Slapjanus bij de Arc de Triomphe en volgen hem naar Montmartre. De straatrovers vallen Jerom weer aan, maar hij kan ontkomen. Bij de kerk van Saint Pierre ontmoeten Jerom en Slapjanus elkaar en dan krijgt Jerom zijn knollenvent terug, Slapjanus blijkt dit altijd bij zich gedragen te hebben. De mannen worden vrienden en vallen elkaar in de armen, dan verdwijnt Slapjanus en Jerom vertelt dat hij in zijn hart is opgenomen. Jerom verslaat de straatrovers en rolt ze tussen het gras, hij gaat met de vrienden mee en ze drinken nog wat samen op een terras. Dan blijkt D. Orhtrapper ober geworden te zijn, maar hij trakteert zijn klanten nog altijd op gratis advies bij levensproblemen.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

  • Moe Mie en de grotkastaars kwamen al eerder voor in De malle mergpijp (1972).
  • Dokter D. Ohrtrapper is een woordspeling op het woord "doortrapper" (iemand met doorzettingsvermogen of iemand die figuurlijk "doortrapt" (slecht) is of "doortrapt met zijn ideeën" (en dus gek is).
  • Clochards (zwervers/daklozen) in Parijs spelen een grote rol in het verhaal De sterrenplukkers.

Uitgaven[bewerken]

Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
De Standaard / Het Nieuwsblad 135 5 mei 1993 - 28 augustus 1993 De snikkende sirene De pottenproever
Haagsche Courant 19 juli 1993 - 5 november 1993
Utrechts Nieuwsblad 2 augustus 1993 - 19 november 1993
Suske en Wiske 2 15 september 1993 - 10 november 1993 De snikkende sirene De stervende ster
Brabants Dagblad
Limburgs Dagblad
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Vierkleurenreeks 238 november 1993 De snikkende sirene De stervende ster
Luxe reeks 11 november 1993 De snikkende sirene De stervende ster
Suske en Wiske Collectie 44 1995