Toerisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Toerist)
Naar navigatie springen Jump to search
Reizen en
Toerisme
Portaal  Portaalicoon  Toerisme
Centrum voor culturele en toeristische informatie, Slot van Stettin, Polen

Toerisme is reizen met recreatieve of zakelijke doeleinden. Toeristen zijn mensen "die reizen naar plaatsen buiten hun gebruikelijk milieu, die niet meer dan één jaar voor vrije tijd, zaken en andere doeleinden blijven en die niet beloond worden voor hun activiteit ter plaatse." Dit is de definitie van "toerist" door de World Tourism Organization (WTO), de VN-organisatie voor toerisme en de bevordering ervan. Volgens deze organisatie doet ook de afstand tussen de eigen omgeving en die van reisdoel er niet toe.

Een toerist kan geïnteresseerd zijn in cultuur of natuur van de bezochte landen, steden en gebieden. Toerisme bestond al bij de Romeinen, en was later voorbehouden aan de adel en andere welgestelden. Zij bezochten bijzondere gebouwen, leerden nieuwe talen en kwamen in aanraking met nieuwe gerechten en andere cultuuruitingen.

Geschiedenis[bewerken]

Toeristen in Florence
Het strand is vaak een toeristische bestemming

De oudste vermelding van het woord 'toerist' in het Nederlands dateert uit 1839[1]. In 1937 wordt een toerist door de Volkenbond gedefinieerd als iemand die voor meer dan vierentwintig uur naar het buitenland op reis gaat. Het verschijnsel toerisme en de daaraan verbonden bedrijfstak zijn echter veel ouder.

Op basis van zijn beklimming van de Mont Ventoux stelde Francesco Petrarca in 1336 dat hij de eerste uitstapjes omwille van het uitzicht maakte sinds de oudheid. Ook Koning George III van Engeland wordt vaak als eerste toerist gezien, hij maakte regelmatig vakantie-uitstapjes naar de kustplaats Weymouth wanneer zijn gezondheid te wensen over liet. In de Bijbel zou het bezoek van de koningin van Sheba aan koning Salomo als toerisme kunnen worden beschouwd.

In de 18e eeuw werd het mode voor jonge aristocraten om een Europese toer te maken, vooral naar cultureel belangwekkende gebieden als Rome, Toscane, Florence, Napels en soms Griekenland. Dit gebeurde ter afronding van hun ontwikkeling en werd de Grand tour genoemd.

In de 19e eeuw ontwikkelt zich het verschijnsel van het gezondheidstoerisme. Welgestelden (deels aristocratisch, deels industrieel) ontvluchtten de door de opkomende industrieën ongezonde steden en zochten herstel in bergen, bij mineraalbronnen of aan zee.

In 1910 werd door een aantal welgestelde idealistische Nederlanders de Nederlandsche Reisvereniging (NRV) opgericht, met als doelstelling het toerisme voor de arbeider bereikbaar te maken. De eerste reis, georganiseerd in 1911, bezorgde vier loodgieters tegen betaling van 10 gulden per persoon een dagje Luik met een bezoek aan een zinkfabriek. Het moest immers wel pedagogisch verantwoord zijn. Het jaar erop gingen maar liefst 16 loodgieters, wederom onder begeleiding van Mr. M. J. van der Flier. Voor 1913 werden maar liefst 3 reizen georganiseerd, waarvoor ook andere arbeiders dan alleen loodgieters zich via hun vakvereniging konden opgeven.[2]

"Toerisme", zoals alle vormen van economische activiteit, ontstaat pas wanneer een aantal essentiële voorwaarden vervuld zijn. Er worden drie essentiële voorwaarden onderkend:

  1. Mensen die voldoende vrij besteedbaar inkomen hebben, geld dat aan andere doelen dan noodzakelijk levensonderhoud besteed kan worden;
  2. tijd om vrij te besteden;
  3. infrastructuur in de zin van accommodatie en transportmiddelen.

Hiernaast dient de gezondheid van het individu reizen toe te laten, en moet er een persoonlijke motivatie zijn om te reizen. Ook kennen of kenden een aantal landen beperkende voorwaarden aan (buitenlandse) reizen.

Classificatie[bewerken]

Het toerisme kan in de volgende types worden onderverdeeld:

  • Binnenkomend internationaal toerisme: Bezoeken aan een land door niet-ingezetenen van dat land
  • Uitgaand internationaal toerisme: Bezoeken door de ingezetenen van een land naar een ander land
  • Intern toerisme: Bezoeken van het eigen land
  • Binnenlands toerisme: Binnenkomend internationaal toerisme + intern toerisme
  • Nationaal toerisme: Intern toerisme + uitgaand internationaal toerisme

Toerisme in Nederland[bewerken]

In Nederland is het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC) verantwoordelijk voor de promotie van de bestemming Nederland in binnen- en buitenland. Zij zorgen ervoor dat Nederland nationaal en internationaal op de kaart wordt gezet als vakantiebestemming of als bestemming voor congressen en conferenties.

Het aantal toeristen dat naar Nederland komt stijgt al jaren. In 2007 werd een voorlopig record bereikt van 11,0 miljoen buitenlandse gasten. Daarna daalde het aantal naar 9,9 miljoen in 2009, midden in de financiële crisis. Sindsdien is het aantal buitenlandse gasten weer gestegen. In 2015 kwamen 15,0 miljoen toeristen naar Nederland. De meeste toeristen komen uit Duitsland (2015: 4,3 miljoen), gevolgd door de Britten (2015: 2,0 miljoen) en Belgen (2015: 2,0 miljoen) en op de vierde plaats de Amerikanen (2015: 1,0 miljoen). [3]

Het aantal vakanties dat Nederlanders in eigen land doorbrengen varieert al vele jaren tussen de 17 en 18 miljoen. In 2015 waren het er 17,0 miljoen.[4]

De groei van het internationaal toerisme[bewerken]

De ontwikkeling van het internationaal toerisme wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Meest bepalende factoren zijn daarbij het welvaartsniveau en de kosten van (internationaal) reizen. Het toerisme is sterk gegroeid door het gestegen welvaartsniveau en de dalende kosten van internationaal reizen.[5] Toerisme werd pas echt belangrijk na de Tweede Wereldoorlog toen in veel westerse landen de welvaart groeide en mensen er meer vrije tijd kregen. Bovendien werd het steeds goedkoper om te reizen. Zo is het aantal internationale aankomsten toegenomen van 25 miljoen in 1950, tot 763 miljoen in 2004. Dit betekent dat het aantal reizigers in deze periode gemiddeld jaarlijks met 6½ procent is gestegen.

Voor de periode 1995 – 2010 was sprake van 3,9% groei per jaar. In 2012 werd voor het eerst de grens van 1 miljard buitenlandse toeristen overschreden.[6]

De verwachting is dat het toerisme zal blijven stijgen met gemiddeld 3,3% per jaar. Dit betekent een verdubbeling van de internationale aankomsten in 2030 ten opzichte van 2012 en circa 1,8 miljard internationale aankomsten in 2030.[7]

Voor en nadelen van toerisme[bewerken]

Het toerisme is uitgegroeid tot een van de meest winstgevende bedrijfstakken ter wereld. In veel landen of streken is het een van de belangrijkste bronnen van inkomsten. Toerisme creëert er werkgelegenheid in hotels, restaurants, tearooms en cafés, vooral tijdens de zomermaanden. In sommige landen is het toerisme essentieel geworden voor de hele economie van het land. Voorbeelden hiervan zijn Spanje, Griekenland, Turkije, Cyprus en Egypte.

Toerisme kan ingrijpende gevolgen hebben voor de leefsituatie van de lokale bevolking. Wanneer de gevolgen negatief zijn spreekt men van recreatiedruk.

Daarnaast draagt toerisme bij aan de opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2. De CO2-uitstoot door de toeristische sector bedraagt momenteel circa 5% van de wereldwijde CO2-uitstoot. Gezien de sterke groei van het toerisme wordt verwacht dat de uitstoot van CO2 door het toerisme en het aandeel hiervan in de totale wereldwijde CO2-uitstoot in de toekomst sterk zullen stijgen.[8] De toeristische sector is zich bewust van dit probleem.[9]

Specifieke soorten toerisme[bewerken]

Er bestaan verschillende vormen van toerisme:

  • Agrotoerisme: toerisme naar het platteland om daar te recreëren. Tijdens deze vorm van recreatie probeert de toerist de authentieke sfeer van het platteland te beleven.[10]
  • Audiotoerisme: reizen aan de hand van audiotours en andere door audio geleide vormen van toerisme, zoals audioreisboeken en musea bezoeken aan de hand van hoofdtelefoons.
  • Avontuurtoerisme: toeristische reis in ruige gebieden of gericht op avontuurlijke sporten, zoals alpinisme .
  • Bedevaartstoerisme: bedevaarten naar heilige plaatsen (Bethlehem, Jeruzalem, Rome, Santiago de Compostella, Mekka, (iets nieuwer) Scherpenheuvel, ...) of andere heiligdommen of tempels.
  • Bermtoerisme: fenomeen dat begin jaren zestig ontstond, waarbij mensen hun auto parkeerden langs de snelweg en daar picknickten.
  • Bergtoerisme: toerisme gericht op activiteiten in de bergen, zoals alpinisme en bergwandelen.
  • Boekhandeltoerisme is toerisme dat er op is gericht onafhankelijke boekhandels te steunen door hen als reisbestemming te bevorderen.
  • Cultuurtoerisme: bezoek brengen aan historische of anderszins uit cultureel oogpunt interessante plaatsen zoals steden als Amsterdam, Barcelona, Berlijn, Brugge, Dubrovnik, Istanboel, Kaapstad, Kathmandu, Londen, New York, Parijs, Praag, Peking, Rome, Rio de Janeiro, Buenos Aires en Venetië, cultureel erfgoed, musea of concerten.
  • Cruisetoerisme : reizen waarbij verschillende havens worden aangedaan door grote schepen, speciaal uitgerust voor een langer verblijf.
  • Duister toerisme (Engels: Dark tourism): reizen naar plaatsen die met de dood of lijden worden geassocieerd. Het eerste toeristenagentschap voor dit soort toerisme begon met reizen aan Lakehurst, New Jersey, de scène van de Hindenburg luchtschipramp.
  • Drugstoerisme: reis naar een land om drugs te verkrijgen of om ze legaal of illegaal te gebruiken.
  • Duiktoerisme: reis naar een duikgebied.
  • Duurzaam toerisme: toerisme dat erop is gericht geen onacceptabele veranderingen te veroorzaken in het fysieke milieu en de kwaliteit van de bestemming te behouden.
  • Ecotoerisme: kleinschalig toerisme naar ongerepte natuurgebieden met als motivatie natuur- en milieu-educatie. De natuurlijke en sociaal-culturele bronnen van de bestemming mogen daarbij niet onherstelbaar beschadigd worden.
  • Erfgoedtoerisme (Engels: Heritage Tourism): het bezoeken van historische (Rome, Athene, Krakau) of historische industriële plaatsen, zoals oude kanalen, spoorwegen, slagvelden, enz.
  • Extreem toerisme: toerisme dat aan hoge risico's verbonden is.
  • Genealogietoerisme: reis waarbij de toeristen hun voorgeslacht willen vinden, de geboorteplaatsen van hun voorvaderen willen bezoeken e/of verre familie trachten te ontmoeten.
  • Golftoerisme: toerisme waar het golfen centraal staat.
  • Grenstoerisme: een reis naar een ander land met als doel een goed of dienst te consumeren of te kopen dat in het eigen land moeilijker verkrijgbaar, duur of illegaal is. Voorbeelden zijn tanken in Luxemburg en het consumeren van in eigen land verboden alcoholische door Saoedi's in liberalere buurlanden.
  • Gezondheidstoerisme: toersime dat is bedoels om aan de haast en drukte van steden of spanning ontsnappen, soms door te zonnebaden, maar vaker door gebruik te maken van zogenaamde "Spa's" of "Health Spas"
  • Goktoerisme: toerisme naar steden als Atlantic City, Las Vegas, Palm Springs, Macau, Monte Carlo casino's en andere gokgelegenheden.
  • Hobbytoerisme: toerisme vanwege een hobby, anderen met gelijklopende interesses te ontmoeten, of iets rond de hobby te ervaren.
  • Hoevetoerisme: toerime naar het platteland met hoeves en boerderijen, dit helpt een landbouwbedrijf of de lokale landbouweconomie te steunen.
  • Jongerentoerisme: toerisme door jongeren.
  • Kusttoerisme: toerisme richting kustgebieden, met als variant strandtoerisme.
  • Massatoerisme: toerisme met velen, naar zeer populaire plaatsen.
  • Medisch toerisme: toerisme met het oog op medische zorg, zoals
    • Voor wat in eigen land onwettig is, bv. abortus of euthanasie.
    • Voor geavanceerde zorg die niet beschikbaar is in eigen land.
    • Voor het geval dat er (te) lange wachtlijsten zijn in eigen land.
    • Voor gebruik van vrije of goedkope gezondheidszorgorganisaties.
  • Natuurtoerisme: toerisme naar natuurgebieden en Nationale Parken.
  • Oorlogstoerisme: toerisme naar oorlogsgebieden met daarbij behorende musea, begraafplaatsen, monumenten; een bekend voorbeeld is Normandië waar de landingen op D-Day plaatsvonden.
  • Ramptoerisme: toerisme naar een rampgebied.
  • Rugzaktoerisme: toerime warbij de toerist soms voor langere tijd met een rugzak de wereld intrekt.
  • Ruimtetoerisme: reizen naar de ruimte.
  • Safaritoerisme: Jacht- of foto-en filmexpeditie door bijvoorbeeld de Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse wildernis.
  • Sekstoerisme: reizen voor seksuele activiteiten, vaak met prostituees (bv. Thailand).
  • Skitoerisme: toerisme waarbij vormen van wintersporten zoals skiën, snowboarden of langlaufen centraal staan.
  • Solo-reizen: alleen reizen (zonder reispartners).
  • Sporttoerisme: toerisme gericht op beoefenen van sporten als skiën, golfen en duiken of het bezoeken van sportevenementen.
  • Tuintoerisme: het bezoeken van historische botanische tuinen of andere beroemde plaatsen in de geschiedenis van tuinieren, zoals Versailles, Taj Mahal, Kirstenbosch tuine.
  • Vacilando: reizen waarbij het reizen zelf belangrijker is dan de bestemming.
  • Virtueel toerisme (Engels: Armchairtourism): niet fysiek reizen, maar onderzoekend de wereld door Internet, boeken en TV verkennen.
  • Wijntoerisme: het bezoeken van plaatsen waar men druiven kweekt, waar wijngaarden, wijnmakerijen, wijnproeverijen, wijnfestivals of gelijkaardige gelegenheden zijn.
  • Zakelijk toerisme: reizen met een zakelijk doel.

Opleidingen voor toerisme in Nederland en België[bewerken]

Zowel in Nederland als België bestaan verschillende opleidingen die opleiden voor functies in het toerisme. Zo is er in Nederland een Universitaire opleiding aan de (WUR) Wageningen, zijn er in diverse steden hbo-opleidingen, onder meer in Breda, en zijn er opleidingen op mbo niveau in diverse plaatsen.

In België zijn er soortgelijkie opleidingen. In de tweede graad van het Technisch secundair onderwijs bestaat een studierichting toerisme die op ruim 30 Vlaamse scholen wordt aangeboden. Ook in de derde graad wordt toerisme- onderwijs verzorgd. In het Hoger onderwijs biedt men eveneens onderwijs op dit gebied aan, inclusief onderwijs op Master-niveau.

Zie ook[bewerken]

Toeristenbus in Barcelona