De kleppende klipper
| De kleppende klipper | ||||
|---|---|---|---|---|
| Stripreeks | Suske en Wiske | |||
| Volgnummer | 35 | |||
| Scenario | Willy Vandersteen | |||
| Tekeningen | Willy Vandersteen | |||
| Lijst van verhalen van Suske en Wiske | ||||
| ||||
De kleppende klipper is het vijfendertigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven door Willy Vandersteen en gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 11 februari 1955 tot en met 27 juni 1955.
De eerste albumuitgave, destijds in de Vlaamse ongekleurde reeks met nummer 24, was op 25 juli 1955. Op 1 juni 1969 verscheen een (waarschijnlijk door Paul Geerts) volledig hertekende versie in de Vierkleurenreeks, met albumnummer 95.[1]
In 1996 verscheen De kleppende klipper in de reeks Suske en Wiske Klassiek, nu weer met de oorspronkelijke kaft en tekeningen.[2]
Locaties
[bewerken | brontekst bewerken]- België, Kreukel Eiland
Personages
[bewerken | brontekst bewerken]- Suske, Wiske, tante Sidonia, Lambik, Jerom, professor Barabas, agent 17, Knul (de nieuwe buurjongen), mijnheer Dinges, vliegende brigade, bemanning schip, piraten, dokter Van Buizegem, gouverneur van Tonrond en zijn mannen, jeugd, koetsier, de ouders van Knul, kolonisten, man, ober, wacht
Uitvindingen
[bewerken | brontekst bewerken]- De teletijdmachine / ruimtetelevisiepost
Het verhaal
[bewerken | brontekst bewerken]
Terwijl Suske, Wiske, Lambik en Sidonia kijken naar een programma van de NIR, wordt de uitzending kort onderbroken door beelden van een typisch zeventiende-eeuwse klipper met een kleppende klok en een piratenvlag. Er is ook een ribbenkast te zien, die de vrienden tot hun verbazing herkennen als die van Jerom. Het is voor iedereen onduidelijk waar deze beelden vandaan komen. Lambik belt met de NIR, maar de omroepmedewerkers begrijpen er evenmin iets van. Knul, het vervelende en arrogante zoontje van de nieuwe buren, staat intussen buiten. Hij biedt Suske een sigaret aan, die Suske weigert. Een agent is op zoek naar Jerom en wil weten hoe diens röntgenfoto’s op tv zijn beland. Jerom over straat loopt wordt hij in een auto getrokken, hij lijkt geen enkel verzet te bieden. Suske en Wiske gaan op een brommer achter de auto aan. Knul wil niet helpen en werpt Suske op de grond met een judogreep. Lambik en Sidonia rijden Knul even later per ongeluk aan, waarop de jongen een schadevergoeding eist. Lambik wijst Knul erop dat die zelf de meeste verantwoordelijkheid heeft. De vliegende brigade heeft intussen de fabriekswijk omsingeld, op zoek naar de grijze wagen met Jerom erin die bij de spoorbrug is gezien. Wanneer ze de wagen aantreffen, blijkt die leeg te zijn. Lambik herkent de overgeschilderde wagen van professor Barabas, die dus de 'ontvoerder" van Jerom moet zijn.
Professor Barabas en Jerom zijn intussen samen bezig geheime documenten te verbranden. De professor legt alles uit aan de anderen: in opdracht van de regering heeft hij zijn teletijdmachine omgebouwd tot een ruimtetelevisiepost, waarbij Jerom hem hielp. De professor heeft namelijk een opdracht die een strikt staatsgeheim is, ook de NIR mag er niets van weten. De opgeroepen beelden uit het verleden werden geheel per ongeluk via Jeroms lichaam naar de zendtoren van de Vlaamse televisie gestuurd. De nieuwsgierig geworden Knul, die door de anderen is meegenomen naar het huis van professor Barabas, flitst zichzelf per ongeluk naar het verleden. Hij komt midden in zee terecht en wordt door een fregat opgepikt. Lambik ziet op het scherm van de teletijdmachine dat dit schip “Het Zeepaard” heet, en op de boeg staat het jaartal 1717. Professor Barabas wil Knul nu terugflitsen naar het jaar 1955, maar doordat Knul ook de machine heeft beschadigd worden de vrienden behalve Barabas in plaats daarvan zelf de cabine in gezogen. Ze belanden in dezelfde tijd en op dezelfde plek als Knul.
Het fregat pikt hen ook op, en ze worden bij Knul opgesloten. Knul vertelt hun wat hij intussen te weten is gekomen: de kolonisten van Kreukel Eiland moeten geëvacueerd worden. Zelf zullen de vrienden vanwege hun abnormale, 20e-eeuwse uiterlijk straks als gekken worden uitgeleverd aan de Spaanse gouverneur. Een aanval van piraten wordt afgeslagen. Dan duikt ineens ook de zeer beruchte "Kleppende Klipper" op; een onverslaanbaar schip dat uit twintig kanonnen tegelijk vuurt, maar ondertussen is er zo te zien niemand aan boord. Het schip kan ontkomen. De bemanning van “Het Zeepaard” is zo bang voor de Kleppende Klipper dat ze gezamenlijk vluchten wanneer hun boot is aangemeerd. De vrienden besluiten nu om de opdracht die “Het Zeepaard” had, de kolonisten van het eiland oppikken, over te nemen.
In een herberg vertelt dokter van Buizegem aan Lambik dat er een fort is gebouwd als bescherming tegen de zeerovers. Gouverneur Vallonrond en diens soldaten betrokken dit fort. Er werd ook een diamantmijn ontdekt op het eiland. Elk schip dat met diamanten wil vertrekken, wordt echter aangevallen en tot zinken gebracht door de Kleppende Klipper. De kolonisten op het eiland zijn deze situatie nu beu en ze willen terug naar het vasteland. De gouverneur verklaart dat hij zelf met zijn soldaten op het fort zal blijven, Lambik zal onder begeleiding met het laatste slagschip en een groep jonge kinderen – die als eerste moeten worden geëvacueerd – vertrekken. Op weg terug wordt Lambik gewaarschuwd niet uit te varen. Ze varen 's nachts heimelijk toch uit, maar dan wordt er een vuurpijl afgeschoten vanaf het eiland. Suske en Wiske proberen intussen de kinderen te vermaken, terwijl Knul alleen mokkend toekijkt. De Drietand, een schip dat met “Het Zeepaard” meevaart, wordt aangevallen door de Kleppende Klipper, die dwars door een rotseiland blijkt te kunenn. De Drietand wordt geraakt, maar lijkt onbeschadidgd. De bemanning gaat in sloepen terug naar de kust. Suske en Wiske vragen zich af waarom de bemanning niet bij hen aan boord is gekomen. Ze weten aan boord van het spookschip te komen en zien dat de Drietand alsnog stukgeschoten wordt. Het lukt Lambik uiteindelijk om de Klipper te raken. Ze minderen vaart, omdat de zeilen van hun eigen schip stuk zijn.
Lambik lokt de klipper naar het eiland, zodat het fort het schip nu kan beschieten. Het Zeepaard wordt door een storm vernield en ze varen weer in. Lambik en Sidonia worden naar het fort gebracht, waar de gouverneur vertelt dat de klipper als gevolg van de aanval is gezonken. Maar de situatie blijkt allesbehalve veilig: er wordt even later een fles gevonden met een boodschap dat de klipper over zeven dagen weer terug zal zijn en vreselijk wraak zal nemen. Het Zeepaard wordt hersteld. Suske probeert tevergeefs de verstandhouding met Knul wat te verbeteren. Wiske ziet rubberen kogels op het strand liggen, die duidelijk afkomstig zijn van de aanval op de Kleppende Klipper. De hele aanval op de klipper was dus in scène gezet en het spookschip vaart gewoon nog. Wiske wil de gouverneur nu waarschuwen. Zij en Suske worden door een koets opgehaald, maar dit blijkt een valstrik; de koets wordt met hen erin in zee gegooid, maar ze weten zich te redden. Op het fort wordt intussen beslist dat de gehele bevolking binnen zeven dagen naar Europa terug moet keren. Knul gaat met Jerom naar het fort, maar ook hun koets wordt gesaboteerd. De doodsbang geworden Knul geeft nu eindelijk toe dat hij vaak dom en eigenwijs is, waarna Jerom de situatie redt.
Sidonia en Lambik verkeren intussen in de veronderstelling dat Suske, Wiske, Jerom en Knul verongelukt zijn. Ze zijn diepbedroefd, maar besluiten wel de opdracht af te maken bij wijze van eerbetoon aan hun vrienden. Jerom krijgt intussen een slaapmiddel toegediend. Het blijkt dat de gouverneur iedereen bedriegt; hij wil de diamantmijn enkel voor zichzelf, en gebruikt de Kleppende Klipper als wapen om iedereen die te dicht in de buurt komt af te schrikken. Suske en Wiske drijven intussen nog steeds rond op zee. Ze zien hoe er een rots open splijt, dit is dus de geheime bergplaats van de klipper. Ook Sidonia en Lambik zien een rots bewegen in zee. De klipper verschijnt weer, en ze moeten nu opeens vier ongewapende schepen beschermen tegen het spookschip. Na het eerste salvo keert de klipper en vaart weer weg. Suske en Wiske springen van boord en zwemmen naar hun vrienden. Ze vinden in een fles ook een briefje van Knul, die schrijft dat hij is gevangen door de gouverneur en diens mannen. Ze besluiten terug te gaan naar het fort.
Knul zorgt ervoor dat Jerom een portie met slaapmiddel niet binnenkrijgt. De gouverneur eist van Knul dat die naar de vrienden een bericht seint dat alles in orde is, zodat ze in de val zullen lopen. Dan vat Knul ineens veel moed en hij springt van de muur af, in plaats van de opdracht van de gouverneur uit te voeren. Jerom is net op dat moment wakker geworden en hij kan Knul nog net op tijd opvangen. Het "Zeepaard" wordt intussen weer beschoten door de Kleppende Klipper. De vrienden gaan met een geïmproviseerde luchtballon naar het fort. Ze redden Knul en Jerom breekt het hele fort af. De klipper wordt tegen de rotsen geworpen doordat Jerom de toren in zee slingert. De kolonisten komen terug, en de kinderen hebben intussen de gouverneur overmeesterd.
Nu het spookschip is gestrand, willen de vrienden het geheim ervan eindelijk gaan onderzoeken. Juist op dat moment worden ze door professor Barabas echter terug naar hun eigen tijdperk geflitst. Lambik heeft de hoed van de gouverneur weten mee te nemen. Daar blijkt een plattegrond van het schip in te zitten, zodat het geheim van de Kleppende Klipper toch nog wordt ontsluierd: de soldaten aan boord, die in dienst waren van de gouverneur, verborgen zich steeds in het ruim helemaal onderin zodra er iemand van buiten naderde, zodat het net leek alsof het schip helemaal verlaten was op momenten dat er werd geschoten. Een onbekende groep arrestanten die de vrienden op het laatste moment even zagen voordat ze naar hun eigen tijd werden teruggeflitst, was de gevangengenomen bemanning van de klipper.
De ouders van Knul zijn vooral Jerom erg dankbaar dat hij van hun zoontje dat eerst een nietsnut was, een moedige man heeft gemaakt.
Achtergronden bij het verhaal
[bewerken | brontekst bewerken]- De tv-uitzending waar Suske, Wiske en co in het begin van het verhaal naar kijken heet "Bazar van de jungle", een woordspeling op Ramar of the Jungle, een populaire avonturenserie uit 1952-1953. In het oorspronkelijke prentje was de omroepster een karikatuur van Paula Semer. In de kleurenversie is ze vervangen door Niki Bovendaerde.[3]
- Het personage Knul is een duidelijke verwijzing naar de nozemcultuur, die in de tijd dat dit verhaal uitkwam in opkomst was. Het begin van het verhaal gaat speciaal over televisie, dat in de jaren 50 van de 20e eeuw een steeds belangrijker wordend medium was (in plaats van de radio).
- Het verhaal lijkt ook een verborgen verwijzing naar de destijds zeer actuele dreiging van de Koude Oorlog te bevatten, in het bijzonder de angst die er destijds onder veel jongeren heerste dat hun leven misschien zomaar ineens zwaar ontspoord of zelfs afgelopen kon zijn als het tot een echte kernoorlog zou komen. Op het moment dat Het Zeepaard door de Kleppende Klipper dreigt te worden aangevallen, merkt Knul op: "Wij swingen uit schrik voor de toekomst, als het spookschip ons te pakken krijgt zijn we eraan! Waarom dan werken?"
- Bij de heruitgave in de Vierkleurenreeks werd De kleppende klipper behalve ingekleurd ook geheel hertekend. Andere als eerste in de Vlaamse ongekleurde reeks verschenen verhalen waarmee dit is gebeurd zijn Het eiland Amoras, De koning drinkt, De witte uil en De vliegende aap. In andere verhalen zijn vaak alleen sommige personages (zoals Jerom) hertekend.
- Vanaf dit verhaal zou er in de titels steeds vaker gebruik gemaakt worden van alliteratie, in de vorm van een adjectief of (zoals hier) een tegenwoordig deelwoord gevolgd door een zelfstandig naamwoord of eigennaam. Dit gebeurt nog altijd bij sommige nieuwe Suske en Wiske-verhalen.
- Het is ook een van de eerste verhalen waarin de rol van Jerom, die met zijn enorme lichaamskracht en buitengewone vaardigheden allerlei moeilijke situaties voor de rest oplost, steeds uitgesprokener wordt. De andere hoofdpersonen zijn daardoor vanaf dan dus veel minder op hun eigen creativiteit en probleemoplossend vermogen aangewezen. Critici zien deze ontwikkeling ook wel als het begin van de achteruitgang in kwaliteit van de verhalen, aangezien een deel van de originaliteit in de plots erdoor verdween.
Verfilming
[bewerken | brontekst bewerken]Het verhaal wordt verfilmd in de reeks 3D-verfilmingen van Suske en Wiske. Het zou de tweede in de reeks zijn en de eerste die effectief in 3D gefilmd zou worden.
Uitgavenoverzicht
[bewerken | brontekst bewerken]| Krant of tijdschrift | Nummer | Publicatiedatum | Voorganger | Opvolger |
|---|---|---|---|---|
| De Standaard / Het Nieuwsblad | 27 | 11 februari 1955 - 27 juni 1955 | De ijzeren schelvis | De straatridder |
| De Stem | 6 | ? 1955 - 23 augustus 1955 | De speelgoedzaaier | Het vliegende hart |
| Het Nieuwsblad van het Zuiden | 10 | 27 oktober 1955 - 7 maart 1956 | De witte uil | De straatridder |
| Stripreeks of collectie | Nummer | Eerste druk | Voorganger | Opvolger |
|---|---|---|---|---|
| Vlaamse ongekleurde reeks | 24 | 25 juli 1955 | De ijzeren schelvis | De straatridder |
| Hollandse ongekleurde reeks | 15 | 1956 | De ijzeren schelvis | De straatridder |
| Vierkleurenreeks | 95 | juni 1969 | De sissende sampan | Het rijmende paard |
| 3 verhalen | - | 1981 | ||
| Suske en Wiske Collectie | 8 | 1986 | ||
| Rode plus reeks 1 | 95 plus | mei 1989 | Sjeik El Rojenbiet | Het hondenparadijs |
| Rode klassiek reeks | 29 | 12 september 1996 | De ijzeren schelvis | De straatridder |
| Originele Verhalen | 8 | november 2000 | ||
| Uitgave VUM-groep | 24 | 15 juli 2005 | De ijzeren schelvis | De straatridder |
| Uitgave voor Kruidvat | 2 | 23 mei 2006 | Sjeik El Rojenbiet | De bonte bollen |
- ↑ Suske en Wiske Overzichtscatalogus
- ↑ Suske en Wiske Klassiek Rode reeks, no. 15-30. Gearchiveerd op 26 augustus 2022.
- ↑ De kleppende klipper, Suske en Wiske op het WWW. Gearchiveerd op 31 maart 2022.